Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:5306

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
24-12-2015
Zaaknummer
HD 200.120.746_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:1738
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1988
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:715
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verkoop BV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2678
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.120.746/01

arrest van 22 december 2015

in de zaak van

1 [appellant] ,
wonende te [woonplaats] (België),

2. Vortex International B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten,

hierna gezamenlijk aan te duiden als Vortex c.s.
en afzonderlijk als [appellant] respectievelijk Vortex International,

advocaat: mr. M.F.J.J.M. Tijssen te Roermond,

tegen

1 [geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] (Spanje),

2. New Frío [plaats] S.L.,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Spanje),

3. Frío Export S.L.,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Spanje),

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk ook aan te duiden als Frío c.s.,
en afzonderlijk als respectievelijk [geïntimeerde] , Frío [plaats] SL en Frío Export SL;

advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 14 november 2012 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2012, gewezen tussen [appellant] respectievelijk Vortex alsmede Vortex Transport Service BV (hierna: Vortex Transport) als gedaagden en Frío c.s. als eisers.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 231572/HAZA 11-993)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep en het herstelexploot d.d. 11 december 2012;

  • -

    de memorie van grieven (met producties);

  • -

    de memorie van antwoord (met producties en voorwaardelijke wijziging van eis);

  • -

    de akte van Vortex c.s. d.d. 3 september 2013 met daarin een grief (grief VII) tegen het aanvullende vonnis van 5 juni 2013, met productie.

Frío c.s. is in de gelegenheid gesteld een antwoordakte te nemen ter reactie op de akte van Vortex c.s. van 3 september 2013, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende, deels ook door de rechtbank vastgestelde, feiten.

  • -

    a) [geïntimeerde] is directeur en 100% aandeelhouder van de Spaanse vennootschappen New Frío [plaats] SL en Frío Export SL. Deze Frío-groep is een transportonderneming, zij verzorgt onder andere koeltransporten van fruit van Spanje naar Nederland.

  • -

    b) [appellant] is directeur en 100% aandeelhouder van Vortex Transport Service BV (hierna: Vortex Transport) en (indirect) van Vortex International.

  • -

    c) Vortex c.s. en Frío c.s. zijn in het najaar van 2009 overeengekomen om te gaan samenwerken en om daartoe een nieuwe vennootschap op te richten waarin ze ieder voor 50% zouden deelnemen.

  • -

    d) [appellant] liet vervolgens weten dat hij nog een slapende vennootschap beschikbaar had, Macro Invest BV geheten, een volle dochter van Vortex Transport, zodat geen nieuwe vennootschap hoefde te worden opgericht.

  • -

    e) Op 29 oktober 2009 heeft Vortex Transport bij notariële akte van aandelenoverdracht (productie 1 bij akte d.d. 25 mei 2011) op basis van een (niet schriftelijk vastgelegde) koopovereenkomst 50% van haar aandelen in Macro Invest BV overgedragen aan New Frío [plaats] SL voor een prijs van € 5.000; tegelijkertijd droeg Vortex Transport haar andere 50% over aan Vortex International tegen dezelfde prijs. Tezelfdertijd is de naam Macro Invest BV gewijzigd in New Frío [plaats] BV.

  • -

    f) Van New Frío [plaats] BV werden Vortex International (en daarmee indirect [appellant] ) en [geïntimeerde] bestuurder.

  • -

    g) New Frío [plaats] BV ging kantoor houden op het adres [het adres] te [plaats] , waar ook Vortex Transport en Vortex International kantoor hielden. De bedoeling was dat New Frío [plaats] BV mede gezien de naamsbekendheid van Frío transportopdrachten zou verwerven voor retourtransporten van Nederland naar Spanje, en die ritten zou laten uitvoeren in de eerste plaats door Frío Export SL en eventueel ook door derden.

  • -

    h) Op 29 oktober 2009 had New Frío [plaats] BV een negatief eigen vermogen van € 124.122,69.

  • -

    i) Vanaf 1 november 2009 is Frío Export SL vervoersopdrachten voor New Frío [plaats] BV gaan uitvoeren en daarvoor gaan factureren.

  • -

    j) Frío c.s. is, behoudens betreffende het meewerken aan het verkrijgen van een bankrekening voor New Frío [plaats] BV, niet betrokken geweest bij het feitelijk bestuur van New Frío [plaats] BV. Laatstgenoemde vennootschap is feitelijk bestuurd door [appellant] via Vortex International BV.

  • -

    k) De facturen van Frío Export SL werden door New Frío [plaats] BV slechts in beperkte mate voldaan. Medio 2010 stond inzake die facturen bijna € 200.000 open, zij het deels betwist door Vortex c.s.

  • -

    l) De betalingsachterstand heeft ertoe geleid dat Frío c.s.:
    (1) geen verdere transporten in opdracht van Vortex c.s. heeft uitgevoerd;
    (2) einde 2010 de financiële toestand van New Frío [plaats] BV heeft laten onderzoeken door de [registeraccountant] RA. Deze heeft daarvan een rapport d.d. 7 december 2010 uitgebracht (productie 9 bij dagvaarding in eerste aanleg).
    Het debat daarover heeft geleid tot een aanvullende rapportage door [registeraccountant] in opdracht van Frío c.s. (productie 17 bij conclusie van repliek).

  • -

    m) Vortex Transport, in eerste aanleg door Frío c.s. mede in het geding betrokken, is bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch d.d. 27 mei 2011 failliet verklaard.

3.2

In eerste aanleg heeft Frío c.s. gevorderd:
(I) de koopovereenkomst tussen Vortex Transport BV en New Frío [plaats] BV betreffende de aandelen in voorheen Macro Invest BV te vernietigen en/of te verklaren voor recht dat Vortex c.s. bij het tot stand brengen van die koopovereenkomst onrechtmatig heeft gehandeld en dat zij bij het besturen en beheren van Macro Invest BV onrechtmatig heeft gehandeld;
(II) [appellant] en Vortex International te bevelen om, indien de koop wordt vernietigd, een afschrift van het aandeelhoudersregister van New Frío [plaats] BV aan de advocaat van Frío c.s. te doen toekomen waaruit blijkt dat de aandelenoverdracht is teruggedraaid;
(III) [appellant] en Vortex Transport BV te veroordelen tot betaling van de alsdan onverschuldigd betaalde koopprijs van € 5.000 en de kosten van beide onderzoeken van [registeraccountant] voornoemd;
(IV) voor recht te verklaren dat Vortex c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] en zij [geïntimeerde] zullen vrijwaren voor vorderingen van derden, alsmede een besluit van de AVA van New Frío [plaats] BV over te leggen waaruit blijkt dat [geïntimeerde] is ontslagen als bestuurder van de vennootschap onder verlening van volledige decharge aan hem;
(V) Vortex c.s. te bevelen om te bewerkstelligen dat de statutaire naam van New Frío [plaats] BV zodanig wordt veranderd dat deze niet langer verwijst naar Frío Export SL of New Frío [plaats] SL en dat New Frío [plaats] BV op geen enkele wijze op haar briefpapier, bedrijfsmiddelen, reclamemiddelen en dergelijke een naam voert die verwijst naar of lijkt op die van Frío Export SL of New Frío [plaats] SL;
(VI) Vortex c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 197.544,46 aan openstaande facturen.
Aan deze vordering heeft Frío c.s., kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. [geïntimeerde] was voorgespiegeld dat de slapende vennootschap Macro Invest BV schoon van schulden was, maar volgens de rapportage van [registeraccountant] was er een negatief eigen vermogen van € 124.122,69 waarvan Frío c.s. onkundig is gelaten. [appellant] heeft de na 9 oktober 2009 in New Frío [plaats] BV verdiende gelden gebruikt voor aflossing van genoemde schuld van € 124.122,69 en voor de betaling van een managementfee van € 10.000 per maand aan Vortex Transport. [geïntimeerde] is voorts uitgesloten van alle wetenschap en besluitvorming binnen New Frío [plaats] BV. Als New Frío [plaats] BV onder die naam blijft voortbestaan vreest Frío c.s. reputatieschade. Op grond van voornoemd bedrog en/althans onrechtmatig handelen als bestuurders van de vennootschap zijn [appellant] en Vortex International tevens als bestuurders van de vennootschap aansprakelijk voor de schade die Frío heeft geleden doordat haar prestaties jegens Frío Nederland BV niet zijn betaald.
Vortex c.s. heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.3

De rechtbank heeft in het vonnis van 15 augustus 2012 en het aanvullende vonnis van 5 juni 2013:

(A) in de zaak van Frío c.s. tegen Vortex Transport verstaan dat de onderdelen III en VI van de vordering van Frío c.s. voor zover die onderdelen zijn gericht tegen Vortex Transport en tot doel hebben: de voldoening van verbintenissen uit de faillissementsboedel, door de faillietverklaring van Vortex Transport van rechtswege zijn geschorst;
(B) voor het overige:
(I) de tussen Vortex Transport en New Frío [plaats] SL gesloten koopovereenkomst inzake de aandelen Macro Invest BV vernietigd op grond van door Vortex c.s. gepleegd bedrog;
(II) voor recht verklaard dat de daaruit voortvloeiende overdracht van aandelen nietig is wegens het wegvallen van de koopovereenkomst als titel, alsook dat als gevolg van deze nietigheid New Frío [plaats] SL nimmer aandeelhouder is geweest van Macro Invest BV en, zolang geen geldige overdracht aan haar meer zal plaatsvinden, dat ook niet zal zijn;
(III) [appellant] veroordeeld aan Frío c.s. € 9.469,77 te betalen vermeerderd met wettelijke rente;
(IV) voor recht verklaard dat, indien [geïntimeerde] binnen een maand na de dag van het vonnis ontslag zal hebben genomen als bestuurder van New Frío [plaats] BV, hij door Vortex c.s. als zijnde de directe of indirecte aandeelhouders en bestuurders van New Frío [plaats] BV is gedechargeerd voor de gehele duur van zijn bestuur;
(V) [appellant] en Vortex International veroordeeld om te bewerkstelligen dat binnen een maand na betekening van het vonnis:
(a) de statutaire naam van New Frío [plaats] BV zodanig wordt gewijzigd dat die niet langer lijkt op of verwijst naar New Frío [plaats] SL en/of Frío Export SL;
(b) New Frío [plaats] BV op geen enkele wijze meer op haar briefpapier, bedrijfsmiddelen, voertuigen, reclamemiddelen, websites of welk andere reëel of virtueel object ook een naam voert die lijkt op of verwijst naar die van New Frío [plaats] BV en/of Frío Export SL, waarbij zij zich meer in het bijzonder dienen te onthouden van het gebruik van de aanduidingen "Frío" en " [plaats] " of daarop gelijkende aanduidingen,
en, zo zij in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, hen veroordeeld om aan Frío c.s. een dwangsom te betalen van € 2.500 per dag of deel daarvan met een maximum van € 100.000;
(VI) [appellant] en Vortex International hoofdelijk veroordeeld om aan Frío c.s. € 197.554,46 te betalen vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 2010;
(VIa) [appellant] en Vortex International hoofdelijk veroordeeld aan Frío c.s. ter zake van de kosten van beslagen € 4.277,63 te betalen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2011
en voorts (VII) Vortex c.s. veroordeeld in de proceskosten en (VIII) het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, onder (IX) afwijzing van het meer of anders gevorderde.

3.4

Vortex c.s. heeft in hoger beroep zeven grieven aangevoerd om daarmee het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Vortex heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van Frío c.s en tot terugbetaling van al hetgeen Vortex c.s ter uitvoering van het bestreden vonnis heeft betaald.
Frío c.s. heeft de grieven weersproken en haar eisen voorwaardelijk gewijzigd als volgt: voor zover de rechtbank ultra petita zou hebben beslist inzake de vordering sub II respectievelijk IV dient het onder II en IV door Frío c.s. gevorderde alsnog zo te worden gelezen als de rechtbank onder II respectievelijk IV van het dictum heeft beslist.
Vortex c.s. heeft – in de akte van 3 september 2013 – bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis; volgens haar had daarvoor incidenteel appel moeten worden ingesteld.
Voorvragen; rechtsmacht en toepasselijk recht

3.5

Partijen zijn woonachtig c.q. gevestigd in Nederland, België en Spanje. Derhalve heeft het geschil internationale aspecten, zodat het hof – nu de rechtbank zich daarover niet heeft uitgelaten – ambtshalve dient te bepalen of het rechtsmacht heeft en welk recht op de vorderingen toepasselijk is.

3.6

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht, in ieder geval omdat [appellant] in eerste aanleg is verschenen en toen die rechtsmacht niet heeft betwist.

3.7

Inzake het toepasselijke recht overweegt het hof als volgt.
Aan de vorderingen ligt in de eerste plaats een overeenkomst inzake de koop van aandelen ten grondslag, welke overeenkomst is gesloten tussen Vortex Transport BV als verkoper en New Frío [plaats] SL als koper. Deze overeenkomst is gesloten voor 17 december 2009. Welk recht van toepassing is op de vordering die uit de koop van de aandelen voortvloeit, dient derhalve te worden bepaald aan de hand van het Verdrag van de EEG inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (d.d. 19 juni 1980; hierna: het EVO).
Van een rechtskeuze als bedoeld in artikel 3 van het EVO blijkt niet. Ingevolge artikel 4 lid 1 van het EVO wordt de overeenkomst dan beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Dit is – zo wordt in artikel 4 lid 2 van het EVO vermoed – het recht van het land waar de partij, die de kenmerkende prestatie moest verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats, dan wel – wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft – haar hoofdbestuur had.

In dit geval bestond de kenmerkende prestatie erin dat aandelen werden verkocht en geleverd. Deze diende te worden verricht door Vortex Transport BV, gevestigd in Nederland, zodat Nederlands recht op de vordering van toepassing is. Dat geldt ook voor de volgens Frío c.s. daaruit voortvloeiende in rechtsoverweging 3.2 genoemde vorderingen jegens Vortex International en [appellant] . Voor zover die zijn gebaseerd op onrechtmatige daad is immers sprake van een kennelijk nauwere band met het Nederlandse recht dan met het Spaanse recht als bedoeld in artikel 4 Rome II. Voor zover de vorderingen betrekking hebben op handelingen met betrekking tot New Frío [plaats] BV geldt dat op die handelingen het recht toepasselijk is dat die vennootschap regeert, derhalve ook Nederlands recht.


Voorvragen; vermeerdering van eis

3.8

Het bezwaar van Vortex c.s. tegen de voorwaardelijke vermeerdering van eis door Frío c.s., dit omdat daartoe geen incidenteel appel is ingesteld, wordt verworpen.
Incidenteel appel is slechts nodig wanneer de verweerder in het principaal appel een wijziging van het dictum wenst. Daarvan is in dit geval geen sprake, omdat Frío c.s. haar vordering slechts in die zin heeft gewijzigd dat deze door deze wijziging eensluidend is aan de door de rechtbank gegeven beslissing. Het hof zal voor deze onderdelen van de eis dan ook uitgaan van de vorderingen zoals door de rechtbank toegewezen en door Frío c.s. dienovereenkomstig gewijzigd.
De inhoud van de koopovereenkomst

3.9

Grief 1 keert zich tegen het oordeel van de rechtbank in rechtsoverweging 5.1 dat wie in een geval als het onderhavige voor de helft van de aandelen in een bestaande vennootschap € 5.000 betaalt, mag verwachten dat de waarde van die vennootschap – volgens de rechtbank: haar eigen vermogen – ten minste € 10.000 beloopt, en dat, als dat niet het geval was, de verkoper de koper daarvan op de hoogte had moeten stellen.

3.10

Het hof overweegt als volgt.
De koopprijs van een object hoeft niet overeen te komen met de objectieve waarde van dat object. Daar komt bij dat Frío c.s. in eerste aanleg zelf heeft erkend dat de kosten van een nieuw op te zetten vennootschap meer dan € 10.000 per partij bedragen (dagvaarding in eerste aanleg § 7). Het vragen van een koopprijs van in totaal € 10.000 voor een bestaande vennootschap om in die vennootschap een nieuwe vennootschap onder te brengen is gelet daarop geenszins onbehoorlijk of onrechtmatig, ook als het vermogen van die vennootschap nihil is, en levert geen bedrog op. Dat gaat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, ook op als er sprake is van een beoogde samenwerking tussen de kopende en de verkopende partij.
Uit het feit dat door elk van beide nieuwe aandeelhouders € 5.000 werd betaald voor de helft van de aandelen in de nieuwe vennootschap kan dus naar het oordeel van het hof – anders dan Frío in §31 van de conclusie van repliek aanvoert – nog niet worden afgeleid dat partijen ervan uitgingen dat zij met een nieuwe vennootschap zouden starten met een startvermogen van € 10.000. Weliswaar heeft Frío aangevoerd dat zij dat mocht aannemen omdat naar Spaans recht een vennootschap geen negatief vermogen mag hebben, maar naar Nederlands recht is dat anders, en gesteld noch gebleken is dat Frío dit punt in de onderhandelingen met Vortex c.s. naar voren heeft gebracht.
Vortex c.s. heeft de stellingen van Frío hieromtrent ook uitdrukkelijk betwist (conclusie van antwoord §19 onder 2).
Nu de stelling van Frío (in de dagvaarding in eerste aanleg onder 24) dat [appellant] de te verkopen vennootschap heeft voorgesteld als een vennootschap die een eigen vermogen had van € 10.000 slechts wordt onderbouwd met de hiervoor genoemde (op Spaans recht gebaseerde) veronderstelling van Frío inzake de betaling van twee keer € 5.000 gaat het hof aan die stelling voorbij. Dat [appellant] met zoveel woorden tegenover [geïntimeerde] heeft verklaard dat er een vermogen van € 10.000 zou zijn kan uit de stellingen van Frío c.s. niet worden afgeleid. Het bewijsaanbod dat Frío c.s. in dit verband heeft gedaan passeert het hof dan ook.
Grief 1 faalt.

3.11

Grief 2 keert zich tegen het oordeel van de rechtbank in rechtsoverweging 5.3 met betrekking tot de vraag of was voldaan aan het vereiste dat de vennootschap schoon van schulden zou zijn.

3.12

Tussen partijen is in geschil of, zoals Frío stelt, Macro Invest BV ten tijde van de levering schuldenvrij zou moeten zijn dan wel of, zoals Vortex c.s. als verweer aanvoert, op een later moment dan de levering de ten tijde van de levering bestaande schulden buiten Frío om voldaan zouden kunnen worden.
Vortex c.s. erkent in de conclusie van dupliek (onder 3) weliswaar uitdrukkelijk dat er een lege BV moest worden geleverd, maar Vortex c.s. voegt daaraan in hoger beroep toe dat gezien de korte tijd waarin dit moest gebeuren het niet mogelijk was de – immers bestaande en schulden bevattende – BV leeg te maken. Volgens Vortex c.s. wist Frío dat ook, en heeft de notaris daarop ook gewezen bij het passeren van de leveringsakte.
Volgens Vortex BV zijn de schulden van Macro Invest BV vervolgens daadwerkelijk (grotendeels) afgelost.

3.13

Frío c.s. heeft deze stellingen van Vortex c.s. bestreden, en daarnaast aangevoerd dat deze stellingen in hoger beroep onverenigbaar zijn met de in eerste aanleg aangevoerde stellingen dat de te leveren vennootschap daadwerkelijk geen schulden had op 31 oktober 2009. Volgens Frío c.s. zijn de nieuwe verweren in hoger beroep derhalve gedekt als bedoeld in artikel 348 Rv (memorie van antwoord §15).
Het hof verwerpt deze preliminaire stelling van Frío c.s. Een verweer kan niet als gedekt worden beschouwd op de enkele grond dat het onverenigbaar is met de in eerste aanleg door de gedaagde ingenomen proceshouding (HR 9 juli 2010, NJ 2010/403). Ook levert dit geen strijd met goede procesorde op.
Het verweer van Vortex c.s. kan derhalve in behandeling worden genomen.

3.14

Naar het oordeel van het hof kan vooralsnog in het midden blijven of Frío ervan op de hoogte was dat de vennootschap op het moment van levering nog niet vrij van schulden was. Indien, zoals Vortex c.s. heeft aangevoerd, dat na de levering wel is gebeurd zonder dat Frío daarvan nadeel heeft ondervonden, heeft Frío c.s. onvoldoende onderbouwd dat sprake is geweest van bedrog aan de zijde van Vortex c.s. op grond van het feit dat de geleverde vennootschap ten tijde van de levering niet vrij van schulden was.
Indien immers – zoals Vortex c.s. heeft aangevoerd – het negatieve eigen vermogen van Macro Invest BV kort na de levering (grotendeels) is geëlimineerd valt niet in te zien dat Frío c.s. de overeenkomst tot koop van de aandelen van deze vennootschap niet dan wel op andere gronden zou zijn aangegaan. Het doel van de overeenkomst was immers het verkrijgen van een vennootschap die kon worden gebruikt om een onderneming op te zetten, en als in die vennootschap na korte tijd (vrijwel) geen oude schulden meer aanwezig waren kon de vennootschap zonder problemen voor dat doel worden gebruikt. In dat geval is van bedrog geen sprake. Daarnaast valt niet in te zien dat [appellant] [geïntimeerde] willens en wetens heeft misleid tot het aangaan van de koopovereenkomst indien die oude schulden na de levering (grotendeels) zijn voldaan, zonder dat dit ten koste is gegaan van de bedrijfsvoering van de nieuwe vennootschap en de daaruit door Frío te genereren inkomsten. (Daarbij dient het wat betreft de nog resterende schulden dan wel te gaan om schulden van een zeer beperkte omvang; de omvang daarvan is door Vortex c.s. niet gespecificeerd. Partijen kunnen daarop nog ingaan in de eerstvolgende memorie.)
[appellant] dient zijn (als bevrijdend verweer op te vatten) stelling dat de BV alsnog korte tijd na de levering eind oktober (grotendeels) is leeg gemaakt en dat dat niet ten laste van de BV is gebeurd te bewijzen. Daartoe is een deskundigenbericht, te verrichten door een of meer accountants, aangewezen. De kosten daarvan zullen moeten worden voorgeschoten door Vortex c.s.

3.15

Het hof is voornemens aan de te benoemen deskundige(n) de vraag voor te leggen of en op welke wijze de BV na de levering eind oktober 2009 (grotendeels) is “leeg gemaakt” en of dit al dan niet ten laste van de BV is gebeurd; indien de vennootschap niet geheel leeg is gemaakt dient de deskundige te specificeren welk bedrag aan schulden er nog in de vennootschap is achtergebleven en wat voor schulden dat zijn. Tevens zal de deskundige(n) worden verzocht zich uit te laten over de bevindingen van de door Frío c.s. ingeschakelde partijdeskundige [registeraccountant] indien de conclusies afwijken van die van [registeraccountant] .

Partijen kunnen zich bij na te noemen akte uitlaten over aantal, deskundigheid en - bij voorkeur eensluidend - over de persoon van de te benoemen deskundige(n). Voorts kunnen partijen suggesties doen over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.

3.16

Grief 7 heeft betrekking op het aanvullend vonnis van de rechtbank van 5 juni 2013,
in welk vonnis de rechtbank alsnog Vortex International BV en [appellant] in de beslagkosten heeft veroordeeld. Vortex c.s. stelt primair dat het verzoek tot aanvulling tardief was, omdat het is gedaan na verloop van de beroepstermijn en zelfs nadat hoger beroep was ingesteld.

3.17

Het hof verwerpt dit primaire verweer. Volgens artikel 32 lid 1 Rv vult de rechter "te allen tijde" op verzoek van een partij zijn vonnis aan. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat de wetgever er blijkens de parlementaire geschiedenis uitdrukkelijk van heeft afgezien een termijn op te nemen waarbinnen aanvulling moet worden verzocht.
Anders dan Vortex c.s. aanvoert omvat een veroordeling in de proceskosten niet automatisch een veroordeling in de beslagkosten. Blijkens rechtsoverweging 5.7 heeft de proceskostenveroordeling in het vonnis van 15 augustus 2012 geen betrekking op de beslagkosten. Een aanvullende beslissing was dus niet overbodig of onmogelijk.

3.19

Voor het overige is de vraag of de grief slaagt afhankelijk van de definitieve beslissing van het hof inzake grief 2. Datzelfde geldt voor de grieven 3, 4, 5 en 6. Het hof houdt dus (verdere) behandeling van deze grieven aan.

3.20

Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen opdat partijen zich bij akte uitlaten over de in rechtsoverweging 3.14 opgenomen punten betreffende het nog te gelasten deskundigenbericht.

3.18.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 26 januari opdat partijen (eerst Vortex c.s. en vervolgens Frío c.s.) zich uitlaten over de in rechtsoverweging 3.14 in verband met het te gelasten deskundigenbericht genoemde punten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, J.Th. Begheyn en L.W. Louwerse en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 december 2015.

griffier rolraadsheer