Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4858

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
200.172.505/01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2722
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 26 november 2015

Zaaknummer: 200.172.505/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/276836 / FA RK 14-1720_3

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. F.A. van den Heuvel,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. J.L.P. Heuts.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 27 maart 2015.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 juni 2015, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen, naar het hof begrijpt voor zover het betreft de beslissing inzake het gezamenlijk ouderlijk gezag, en verzocht:

- primair het verzoek van de vader tot vaststelling van het gezamenlijk ouderlijk gezag alsnog af te wijzen;

- subsidiair de vader te belasten met het zogenaamde ‘uitgeklede gezag’ en te bepalen dat de vader en de moeder gezamenlijk belast worden met het gezag over de hierna nader te noemen kinderen doch dat toestemming van de vader niet is vereist met betrekking tot de volgende zaken in het leven van de kinderen, zodat de moeder hier zelfstandig over kan beslissen zonder dat de vader toestemming geeft, te weten alle beslissingen met betrekking tot medische zorg voor de kinderen, derhalve alle bijzondere en belangrijke besluiten van een specialist, tandarts, huisarts, besluiten ten aanzien van inentingen, spoedeisende medische zorg, medicijnkeuze, psychische zorg en therapieën en het toediening van medicijnen.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 7 augustus 2015, heeft de vader verzocht, naar het hof begrijpt, het verzoek van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;

- de vader, bijgestaan door mr. Heuts;

- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 2 november 2015.

3 De beoordeling

3.1.

De moeder en de vader (hierna tezamen: de ouders) hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

Uit de relatie van de ouders zijn geboren:

- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .

De vader heeft de kinderen erkend.

De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder.

3.2.

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, bepaald dat het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk toekomt.

3.3.

De moeder verzoekt vernietiging en de vader bekrachtiging van genoemde beschikking wat betreft het gezag.

3.4.

Ter mondelinge behandeling hebben de ouders hun standpunten nader toegelicht en bij hun verzoeken volhard.

De ouders zijn reeds bekend bij en met Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] in verband met de begeleide omgang die daar thans loopt overeenkomstig de beslissing van de rechtbank opgenomen in de bestreden beschikking. Gebleken is dat in het kader van de omgangsbegeleiding hun onderlinge communicatie en samenwerking onvoldoende verbetert. Zij hebben zich daarom ter zitting van het hof bereid verklaard om naast de enkele gezamenlijke gesprekken in het kader van de omgamgsbegeleiding te gaan deelnemen aan de module ouderschapsreorganisatie van Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] .

3.4.1.

Gelet op het voorgaande zal het hof de ouders verwijzen naar Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] en de behandeling en beslissing in de onderhavige zaak zes maanden pro forma aanhouden tot donderdag 12 mei 2016, teneinde het verslag inzake de resultaten van de ouderschapsreorganisatie van Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] af te wachten. Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld om op dat verslag te reageren.

Indien daartoe aanleiding bestaat zal een nadere mondelinge behandeling volgen. In het andere geval zal het hof de zaak verder op de stukken afdoen.

4 De beslissing

Het hof:

verwijst partijen voor ouderschapsreorganisatie naar Combinatie Jeugdzorg

[vestigingsnaam] ;

verzoekt Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum verslag uit te brengen aan het hof conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 3.4.1. is overwogen, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;

houdt iedere verdere beslissing PRO FORMA aan tot 12 mei 2016;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, J.H.J.M. Mertens-Steeghs en C.M.E. de Koning en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2015.