Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4833

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
30-11-2015
Zaaknummer
20-001635-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2012:BW3786, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:323, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Easy Life. Hof veroordeelt directeur-grootaandeelhouder tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden en een beroepsverbod voor de duur van 8 jaren ter zake van deelneming aan een criminele organisatie en verduistering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001635-12

Uitspraak : 30 november 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 april 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-997513-08 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd -:

  • -

    deelneming aan een criminele organisatie, terwijl hij van die organisatie oprichter en leider is (feit 1) en

  • -

    het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (feiten 2 primair en 4 primair),

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Van de onder 3. primair en subsidiair en de onder 5. primair en subsidiair ten laste gelegde feiten is verdachte vrijgesproken.

Voorts heeft de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in de door hen ingediende vorderingen.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is in de appelakte uitdrukkelijk beperkt tot hetgeen aan de verdachte onder 1., 2. en 4. is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

  • -

    verdachte ter zake van het onder 1. ten laste gelegde (deelname aan een criminele organisatie, terwijl hij daarvan oprichter en leider is) en het onder 2. onder A. primair en onder 4. onder A. primair ten laste gelegde (telkens: het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd), zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zal verklaren in de door hen ingediende vorderingen.

De raadsman van verdachte heeft bepleit:

  • -

    primair dat verdachte integraal zal worden vrijgesproken;

  • -

    subsidiair dat aan verdachte een straf conform het reeds ondergane voorarrest al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenis- of taakstraf zal worden opgelegd;

  • -

    ten aanzien van de benadeelde partijen primair dat deze niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in de door hen ingediende vorderingen en subsidiair dat de vorderingen moeten worden afgewezen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

A.1

Gelet op de inhoud van het procesdossier heeft de steller van de tenlastelegging met betrekking tot de in het onder 2. ten laste gelegde genoemde belegger [belegger 6] onmiskenbaar het oog gehad op het bedrag van € 100.000,- dat [belegger 6] in 2007 als obligatielening heeft verstrekt aan [B.V. 1] en niet op het bedrag van
€ 280.000,- dat [belegger 6] in 2006 als deelnemer aan [C.V. 2] heeft ingelegd.

Het hof zal daarom de tenlastelegging verbeterd lezen in dier voege dat het in het onder 2. ten laste gelegde voor de zinsnede “ [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent” de zinsnede “ [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent” in de plaats stelt.

Gelet op het vorenstaande stelt het hof in het onder 2. onder B. ten laste gelegde voorts voor de zinsnede “tot een totaalbedrag groot € 3.029.000 of daaromtrent” de zinsnede “tot een totaalbedrag groot € 2.849.000 of daaromtrent” in de plaats.

A.2

In het onder 1. ten laste gelegde heeft de steller van de tenlastelegging [belegger 6] twee maal opgenomen, te weten als belegger in (obligaties uitgegeven door) [B.V. 1] alsmede als belegger in deelnemerscertificaten van (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] . Gelet op de inhoud van het procesdossier heeft de steller van de tenlastelegging daarmee onmiskenbaar het oog gehad op respectievelijk het bedrag van € 100.000,- dat [belegger 6] in 2007 als obligatielening heeft verstrekt aan [B.V. 1] en het bedrag van € 280.000,- dat [belegger 6] in 2006 als deelnemer aan [C.V. 2] heeft ingelegd.

Voor zover de tenlastelegging ziet op [belegger 6] als belegger in (obligaties uitgegeven door) [B.V. 1] zal het hof, gelet op het hiervoor onder A.1 overwogene, het onder 1. ten laste gelegde verbeterd lezen in dier voege dat het voor de zinsnede “ [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent” de zinsnede “ [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent” in de plaats stelt.

A.3

De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting door deze verbeteringen niet in zijn verdediging geschaad.

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en met inachtneming van het bovenstaande – ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van één of meer natuurlijke perso(o)n(en) genaamd [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer andere natuurlijke perso(o)n(en) en/of één of meer rechtsperso(o)n(en) genaamd [B.V. 2] en/of [B.V. 2] en/of [B.V. 3] en/of [B.V. 4] en/of [B.V. 1] en/of [B.V. 1] en/of [stichting] en/of [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] en/of één of meer andere rechtsperso(o)n(en) en hem, verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van oplichting en/of verduistering (jegens één of meer van de hierna genoemde beleggers in (obligaties uitgegeven door) [B.V. 1] , te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 7] tot een bedrag van € 90.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 10] tot een bedrag van € 120.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 11] tot een bedrag van € 150.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 12] tot een bedrag van € 170.000 of daaromtrent

en/of jegens één of meer van de hierna genoemde beleggers in deelnemerscertificaten van (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] , te weten:

 [benadeelde 2] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 of daaromtrent en/of

 [benadeelde 1] tot een bedrag van € 197.925 of daaromtrent en/of

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 17] en/of [rechtspersoon] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent),

terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van die organisatie was;

2.

A. primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) één of meer van de hierna genoemde personen, verder te noemen de beleggers, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(n) van één of meer bedrag(en) aan geld, te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 7] tot een bedrag van € 90.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 10] tot een bedrag van € 120.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 11] tot een bedrag van € 150.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 12] tot een bedrag van € 170.000 of daaromtrent,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:

(telkens) aan (één of meer van) die beleggers voorgesteld, althans doen of laten voorstellen, om (nagenoeg) risicoloos in [B.V. 1] (voorheen genaamd [B.V. 1] ), verder te noemen ‘de B.V.’, te investeren, door afname van door de B.V. uit te geven obligaties, ter financiering van door de B.V. aan te kopen Amerikaanse levenspolissen (life settlements), waarbij aan (één of meer van) die beleggers mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van obligaties verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(s) over de B.V. en/of over de door de B.V. uit te geven obligaties en/of in de door die beleggers en de B.V. opgemaakte en/of ondertekende certificaten betreffende obligatieleningen en/of investeringsovereenkomsten en/of leningovereenkomsten is voorgehouden en/of met die beleggers (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken:

- dat de B.V. ter financiering van de beleggingen in levenspolissen (life settlements), (telkens) obligaties wenst uit te geven met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar en/of

- dat de obligatieleningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenspolissen (life settlements) en/of

- dat de aflossingen van de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of

- dat over de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) een gedurende de looptijd van de obligatieleningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of

- dat de beleggers de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen,

waardoor er bij de beleggers (telkens) (een) valse voorstelling(en) van zaken werd(en) gewekt en/of (vervolgens) de beleggers (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n);

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[B.V. 1] (voorheen genaamd [B.V. 1] ), verder te noemen ‘de B.V.’, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) één of meer van de hierna genoemde personen verder te noemen de beleggers, (telkens) heeft bewogen tot afgifte(n) van een of meer bedrag(en) aan geld, te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 7] tot een bedrag van € 90.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 10] tot een bedrag van € 120.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 11] tot een bedrag van € 150.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 12] tot een bedrag van € 170.000 of daaromtrent,

immers heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar mededader(s) toen daar
(telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:

(telkens) aan (één of meer van) de beleggers voorgesteld, althans doen of laten voorstellen om (nagenoeg) risicoloos in [B.V. 1] (voorheen genaamd [B.V. 1] ), verder te noemen ‘de B.V.’, te investeren, door afname van door de B.V. uit te geven obligaties, ter financiering van door de B.V. aan te kopen Amerikaanse levenspolissen (life settlements), waarbij aan (één of meer van) die beleggers mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van obligaties verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(s) over de B.V. en/of over de door de B.V. uit te geven obligaties en/of in de door de beleggers en de B.V. opgemaakte en/of ondertekende certificaten betreffende obligatieleningen en/of investeringsovereenkomsten en/of leningovereenkomsten is voorgehouden en/of met de beleggers (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken:

- dat de B.V. ter financiering van de beleggingen in levenspolissen (life settlements), (telkens) obligaties wenst uit te geven met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar en/of

- dat de obligatieleningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenspolissen (life settlements) en/of

- dat de aflossingen van de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of

- dat over de hoofdsommen van de obligatieleningen (telkens) een gedurende de looptijd van de obligatieleningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of

- dat de beleggers de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen,

waardoor er bij de beleggers (telkens) (een) valse voorstelling(en) van zaken werd(en) gewekt en/of (vervolgens) de beleggers (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n),

terwijl hij, verdachte, tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en);

en/of

B. primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (één of meer) bedrag(en) aan geld, zoals hierna vermeld, tot een totaalbedrag groot € 1.610.000 of daaromtrent, in elk geval één of meer bedrag(en) aan geld, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan één of meer van de hierna genoemde personen, te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 7] tot een bedrag van € 90.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 10] tot een bedrag van € 120.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 11] tot een bedrag van € 150.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 12] tot een bedrag van € 170.000 of daaromtrent,

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en welk(e) bedrag(en) aan geld, althans welk(e) goed(eren) verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) (telkens) uit hoofde van hun/zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als directeur en/of bestuurder en/of werknemer van [B.V. 1] (voorheen genaamd [B.V. 1] ), verder te noemen ‘de B.V.’, (telkens) als obligatielening(en) van door de B.V. aan de beleggers uitgegeven obligatie(s), in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[B.V. 1] (voorheen genaamd [B.V. 1] ), verder te noemen ‘de B.V.’, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (één of meer) bedrag(en) aan geld, zoals hierna vermeld, tot een totaalbedrag groot € 1.610.000 of daaromtrent, in elk geval één of meer bedrag(en) aan geld, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan één of meer van de hierna genoemde personen, te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 7] tot een bedrag van € 90.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 10] tot een bedrag van € 120.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 11] tot een bedrag van € 150.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 12] tot een bedrag van € 170.000 of daaromtrent,

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan de B.V. en/of haar mededader(s) en welk(e) bedrag(en) aan geld, althans welk(e) goed(eren) de B.V. en/of haar mededader(s) (telkens) als obligatielening(en) van door de B.V. en/of haar mededader(s) aan de beleggers uitgegeven obligatie(s) en aldus/in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend, terwijl hij, verdachte, tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en);

4.

A. primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) één of meer van de hierna genoemde personen (telkens) heeft bewogen tot afgifte(n) van één of meer bedrag(en) aan geld, te weten:

 [benadeelde 2] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 of daaromtrent en/of

 [benadeelde 1] tot een bedrag van € 197.925 of daaromtrent en/of

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 17] en/of [rechtspersoon] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

(telkens) aan die personen voorgesteld, althans doen of laten voorstellen, om (nagenoeg) risicoloos in (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] te investeren, door afname van door (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] uit te geven deelnamecertificaten, ter financiering van door (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] aan te kopen Amerikaanse levenspolissen (life settlements), waarbij aan die personen, mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van deelnamecertificaten verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(s) over (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] en/of over de door (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] uit te geven deelnamecertificaten en/of in de door [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] opgemaakte en/of ondertekende deelnamecertificaten is voorgehouden en/of met die personen (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken:

- dat (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] ter financiering van de beleggingen in levenspolissen (life settlements), (telkens) deelnamecertificaten wensen/wenst uit te geven en/of leningovereenkomsten wensen/wenst te sluiten met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar, met die personen, en/of

- dat de leningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenspolissen (life settlements) en/of

- dat de aflossingen van de hoofdsommen van de leningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of

- dat over de hoofdsommen van de leningen (telkens) een gedurende de looptijd van de leningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8,7% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of

- dat die personen de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen,

waardoor er bij die personen (telkens) (een) valse voorstelling(en) van zaken werd(en) gewekt en/of (vervolgens) die personen (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n);

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) één of meer van de hierna genoemde personen (telkens) heeft bewogen tot afgifte(n) van een of meer bedrag(en) aan geld, te weten:

 [benadeelde 2] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 of daaromtrent en/of

 [benadeelde 1] tot een bedrag van € 197.925 of daaromtrent en/of

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 17] en/of [rechtspersoon] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent,

immers hebben/heeft [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] en/of (één of meer van) hun/haar mededader(s), toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:

(telkens) aan die personen voorgesteld, althans doen of laten voorstellen, om (nagenoeg) risicoloos in (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] te investeren, door afname van door (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] uit te geven deelnamecertificaten, ter financiering van door (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] aan te kopen Amerikaanse levenspolissen (life settlements), waarbij aan die personen, mondeling en/of in versies van de uitgegeven en/of op internet gepubliceerde en/of aan (potentiële) afnemers van deelnamecertificaten verstrekte prospectus(sen) en/of informatiebrochure(s) over (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] en/of over de door (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] uit te geven deelnamecertificaten en/of in de door [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] opgemaakte en/of ondertekende deelnamecertificaten is voorgehouden en/of met die personen (telkens) (onder meer) mondeling en/of schriftelijk is afgesproken:

- dat (respectievelijk) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] ter financiering van de beleggingen in levenspolissen (life settlements), (telkens) deelnamecertificaten wensen/wenst uit te geven en/of leningovereenkomsten wensen/wenst te sluiten met een looptijd van (minimaal) 7 jaar en (maximaal) 10 jaar, met die personen, en/of

- dat de leningen (telkens) uitsluitend, althans voor (minimaal) 70% van de inleg zullen worden aangewend voor de financiering van de beleggingen in Amerikaanse levenspolissen (life settlements) en/of

- dat de aflossingen van de hoofdsommen van de leningen (telkens) (uiterlijk) aan het einde van de looptijden zullen plaatsvinden en/of

- dat over de hoofdsommen van de leningen (telkens) een gedurende de looptijd van de leningen maandelijks uit te betalen rente van (minimaal) 8,7% of 9% per jaar wordt gegarandeerd en/of

- dat die personen de uitstaande saldi van de hoofdsommen (telkens) terstond en in zijn geheel tussentijds (gedurende de looptijd) kunnen opeisen,

waardoor er bij die personen (telkens) (een) valse voorstelling(en) van zaken werd(en) gewekt en/of (vervolgens) die personen (telkens) werden bewogen tot voornoemde afgifte(n), terwijl hij, verdachte, tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en);

en/of

B. primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 24 januari 2008, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (één of meer) bedrag(en) aan geld, zoals hierna vermeld, tot een totaalbedrag groot € 1.494.425 of daaromtrent, in elk geval één of meer bedrag(en) aan geld, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan één of meer van de hierna genoemde personen, te weten:

 [benadeelde 2] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 of daaromtrent en/of

 [benadeelde 1] tot een bedrag van € 197.925 of daaromtrent en/of

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 17] en/of [rechtspersoon] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent,

in elk geval (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) en welke bedrag(en) aan geld verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) uit hoofde van hun/zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als feitelijk en/of al dan niet middellijk directeur en/of bestuurder en/of werknemer van/bij (de beherende besloten vennootschap van) [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] , als leningen van door [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] aan die perso(o)n(en) uitgegeven deelnamecertificaten, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich hebben/heeft toegeëigend;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met
24 januari 2008, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand september 2006 tot en met de maand januari 2008, in de gemeente Helmond en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (één of meer) bedrag(en) aan geld, zoals hierna vermeld, tot een totaalbedrag groot € 1.494.425 of daaromtrent, in elk geval één of meer bedrag(en) aan geld, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan één of meer van de hierna genoemde personen, te weten:

 [benadeelde 2] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 of daaromtrent en/of

 [benadeelde 1] tot een bedrag van € 197.925 of daaromtrent en/of

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 of daaromtrent en/of

 [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000 of daaromtrent en/of

 [belegger 17] en/of [rechtspersoon] tot een bedrag van € 100.000 of daaromtrent,

in elk geval (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een ander of anderen dan aan [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] en/of (één of meer van) haar/hun mededader(s) en welk(e) bedrag(en) aan geld [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] en/of haar/hun mededader(s)

(telkens) als leningen van door [C.V. 1] en/of [C.V. 2] en/of [C.V. 3] aan die perso(o)n(en) uitgegeven deelnamecertificaten (en aldus) in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich hebben/heeft toegeëigend, terwijl hij, verdachte, tot de/het bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging(en).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

B.1

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is niet komen vast te staan dat bij verdachte de bedoeling voorstond om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen op het moment dat de in de tenlastelegging genoemde personen werden bewogen te beleggen in de in de tenlastelegging genoemde vennootschappen. Voorts kan uit het voorhanden bewijs niet volgen dat verdachte op dat moment moet hebben geweten dat zijn handelen als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg met zich bracht dat hij of een ander wederrechtelijk bevoordeeld werd of zou worden.

Gelet hierop schiet het voorhanden bewijs erin tekort dat verdachte het oogmerk had om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, zodat het hof reeds daarom niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het onder 2. onder A. primair en het onder 4. onder A. primair ten laste gelegde heeft begaan.

B.2

Evenmin is op grond van het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat op het moment dat de in de tenlastelegging genoemde personen werden bewogen te beleggen, [B.V. 1] , [C.V. 1] , [C.V. 2] dan wel [C.V. 3] het oogmerk had om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, zodat het hof reeds daarom niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte het onder 2. onder A. subsidiair en het onder 4. onder A. subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

B.3

Het hof zal de verdachte bijgevolg vrijspreken van het hem onder 2. onder A. primair en subsidiair, en het hem onder 4. onder A. primair en subsidiair, ten laste gelegde.

[Het bewijs]

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

D.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

E.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 2. onder B. primair en onder 4. onder B. primair ten laste gelegde, aangezien niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Daartoe is – zakelijk samengevat – aangevoerd dat:

- verdachte geen opzet op wederrechtelijke toe-eigening had;

- de ingelegde bedragen conform de afspraken zijn beheerd, de renteverplichtingen tot de aanhoudingen zijn voldaan en de teruggave van de gelden conform de afspraken destijds nog mogelijk was;

- de ingelegde bedragen niet (helemaal) zijn verduisterd, aangezien er levenspolissen van zijn gekocht en er veel kosten zijn gemaakt;

- verdachte alles heeft teruggegeven via de vaststellingsovereenkomst;

- de totale som van de in de tenlastelegging vermelde ingelegde gelden nog aanwezig was op het moment van de aanhouding, zodat niet kan worden vastgesteld dat het geld van de in tenlastelegging genoemde beleggers is verduisterd.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

E.2

Zoals blijkt uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen hebben – naast de hierna in de bewezenverklaring onder 4. genoemde beleggers – ook andere beleggers geld ingelegd en middels leningovereenkomsten deelgenomen aan één van de C.V.’s van Easy Life. Tevens hebben meer beleggers – naast de hierna in de bewezenverklaring onder 2. genoemde beleggers – obligatieleningen afgesloten met en geld ingelegd in [B.V. 1] Op de rekeningen van de vennootschappen is het ingelegde geld van de hierna te noemen beleggers vermengd met geld van andere beleggers, met als gevolg dat niet meer per geïndividualiseerd ingelegd bedrag kan worden achterhaald waarvoor dit is aangewend. Het hof is – anders dan de verdediging – van oordeel dat op grond van de omstandigheid dat vermenging heeft plaatsgevonden, nog niet de conclusie kan worden getrokken dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat het geld van specifieke beleggers is toegeëigend.

Indachtig de omstandigheid dat vermenging heeft plaatsgevonden, staat de stelling van de verdediging dat in de betreffende periode meer life settlements zijn aangekocht dan geld is ingelegd door de in de tenlastelegging genoemde beleggers en tevens ten tijde van het uittreden van verdachte een veelvoud van het door de in de tenlastelegging genoemde beleggers ingelegde geld aanwezig was binnen het bedrijf, niet aan een bewezenverklaring van verduistering in de weg.

E.3

De in de tenlastelegging onder 2. onder B. primair en onder 4. onder B. primair voorkomende uitdrukking ‘wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend’ moet geacht worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan de in artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht – in de vervoeging ‘wederrechtelijk zich toe-eigent’ – voorkomende uitdrukking. Van zodanig toe-eigenen is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort.

Van een zodanig beschikken kan afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval (onder meer) ook sprake zijn (i) indien aan een ander dan de verdachte toebehorende gelden aan de verdachte zijn overgemaakt met een bepaald, al dan niet contractueel vastgelegd doel en de verdachte deze gelden tegen de afspraken in beheert of voor andere doeleinden heeft aangewend dan wel (ii) indien teruggave van die gelden door de verdachte onmogelijk is gemaakt of aanmerkelijk is bemoeilijkt.

E.4

Op basis van de bewijsmiddelen (zie onder de kopjes ‘contractuele verplichtingen met de beleggers in de C.V.’s’ en ‘contractuele verplichtingen met de beleggers in de B.V.’) – in onderling verband en samenhang bezien – stelt het hof vast dat:

- de C.V.’s middels de leningovereenkomsten met de beleggers de contractuele verplichtingen zijn aangegaan om (i) minimaal ter waarde van het leningbedrag life settlements aan te kopen, (ii) na het verstrijken van de looptijd het volledige leningbedrag (al dan niet aangevuld met het door sparen opgebouwde bedrag) terug te betalen aan de beleggers en (iii) over het geleende bedrag tot de datum van aflossing aan de beleggers periodiek een percentage aan rente te voldoen;

- [B.V. 1] door middel van de obligatieovereenkomsten met de beleggers de contractuele verplichtingen is aangegaan om (i) 70% van de obligatielening aan te wenden voor de aankoop van life settlements dan wel 100% van de obligatielening aan te wenden voor de financiering van de belegging in life settlements, (ii) aan het einde van de looptijd van de obligatielening de volledige inleg af te lossen op een bankrekening van de belegger en (iii) over het ingelegde bedrag tot de datum van aflossing (of de datum waarop een bedrag opeisbaar is) periodiek aan de beleggers een percentage aan rente te voldoen.

E.5

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in de periode van 1 september 2006 tot en met 31 december 2007 het door beleggers ingelegde geld – waarvan de door de in de bewezenverklaring genoemde beleggers ingelegde bedragen deel uitmaakten – heeft aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor dit geld door de beleggers naar de C.V.’s en/of [B.V. 1] was overgemaakt, namelijk de contractuele doelen zoals hiervoor onder E.4 weergegeven. Bovendien heeft verdachte door aldus te handelen de teruggave van de gelden aan het einde van de looptijd en de periodieke uitbetaling van rente aan de in de bewezenverklaring genoemde beleggers minstgenomen aanmerkelijk bemoeilijkt.

Verdachte heeft aldus als heer en meester beschikt over de in de bewezenverklaring genoemde gelden, zodat hij zich deze gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend in de zin van artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht.

E.6

Verdachte was gelet op de gebezigde bewijsmiddelen bekend met de afspraken die voortvloeiden uit de met de beleggers aangegane overeenkomsten. [medeverdachte 1] heeft bovendien verklaard dat in februari 2007 met onder meer verdachte is besproken dat de gelden van [B.V. 1] niet konden worden aangewend voor de aankoop van onroerend goed. Verdachte wist aldus dat het door beleggers ingelegde geld niet vrijelijk mocht worden besteed. Desondanks heeft verdachte aanzienlijke geldbedragen van de rekeningen van [C.V. 2] , [C.V. 3] en [B.V. 1] aangewend voor de aanschaf van onder meer onroerend goed en auto’s. Gelet hierop heeft verdachte het door beleggers ingelegde geld willens en wetens aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor dit geld door de beleggers naar de C.V.’s en [B.V. 1] was overgemaakt.

E.7

Gelet op het vorenoverwogene acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 september 2006 tot en met 30 november 2007 de in de bewezenverklaring genoemde gelden van beleggers heeft verduisterd.

Aan het voorgaande kan niet afdoen dat verdachte heeft verklaard dat gelden gebruikt voor de aanschaf van onroerend goed op een later moment weer zouden terugvloeien naar het Easy Life-concern, aangezien de verduistering reeds was voltooid op het moment dat verdachte het geld van beleggers aanwendde voor een ander doel dan waarvoor het naar de C.V.’s en/of [B.V. 1] was overgemaakt. Zulks geldt evenzeer voor de stelling dat [medeverdachte 1] door middel van de vaststellingsovereenkomst de schuld van verdachte heeft overgenomen.

E.8

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

F.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 1. ten laste gelegde, aangezien niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat het voorhanden bewijs ervoor tekort schiet dat sprake was van een organisatie welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

F.2

Een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen ten minste twee personen.

De organisatie dient het plegen van misdrijven tot oogmerk te hebben. Het is echter niet vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is of dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft misdrijven te plegen. Voor het bewijs van het oogmerk kan betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzame of gestructureerde karakter van de samenwerking en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Er is sprake van deelnemen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht indien de verdachte behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk, te weten: het plegen van misdrijven. Hij dient in dat verband in zijn algemeenheid te weten, in de zin van onvoorwaardelijk opzet, dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de deelnemer enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven, aan enig concreet misdrijf heeft deelgenomen of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad.

F.3

Het hof trekt uit de gebezigde bewijsmiddelen het gevolg dat verdachte in de periode van 1 februari 2007 tot en met 30 november 2007 buiten het kader van de onderneming structureel en duurzaam heeft samengewerkt met andere personen binnen en buiten het Easy Life-concern, onder wie [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Dit samenwerkingsverband had blijkens de gebezigde bewijsmiddelen tot oogmerk het verduisteren van door beleggers in het Easy Life-concern ingelegd geld.

F.4

Voorts blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte een aandeel had in gedragingen die strekten tot, dan wel rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van dat samenwerkingsverband, te weten: het verduisteren van door beleggers in het Easy Life-concern ingelegd geld. Het hof leidt uit het vorenstaande ook af dat verdachte wist dat dit samenwerkingsverband tot oogmerk had het plegen deze misdrijven. Aldus acht het hof het onder 1. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

F.5

Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., onder 2. onder B. primair en onder 4. onder B. primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 1 februari 2007 tot en met 30 november 2007 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een natuurlijke persoon genaamd [medeverdachte 1] en andere natuurlijke personen en hem, verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van verduistering jegens de hierna genoemde beleggers in obligaties uitgegeven door [B.V. 1] , te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 en

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 en

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 en

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 en

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 en

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 en

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000,

en jegens de hierna genoemde beleggers in deelnemerscertificaten van respectievelijk [C.V. 2] en [C.V. 3] , te weten:

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 en

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 en

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 en

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000;

2.

hij in de periode van 1 september 2006 tot en met 31 december 2007 in Nederland telkens opzettelijk bedragen aan geld, zoals hierna vermeld, tot een totaalbedrag groot € 980.000, die toebehoorden aan de hierna genoemde personen, te weten:

 [belegger 1] tot een bedrag van € 100.000 en

 [belegger 2] tot een bedrag van € 55.000 en

 [belegger 3] tot een bedrag van € 130.000 en

 [belegger 4] tot een bedrag van € 250.000 en

 [belegger 5] tot een bedrag van € 80.000 en

 [belegger 8] tot een bedrag van € 75.000 en

 [belegger 9] tot een bedrag van € 290.000,

en welke bedragen aan geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij in de periode van 1 september 2006 tot en met 31 december 2007 in Nederland telkens opzettelijk bedragen aan geld, zoals hierna vermeld, tot een totaalbedrag groot € 1.494.425, die toebehoorden aan de hierna genoemde personen, te weten:

 [benadeelde 2] tot een bedrag van € 100.000 en

 [belegger 13] tot een bedrag van € 180.000 en

 [benadeelde 1] tot een bedrag van € 197.925 en

 [belegger 14] tot een bedrag van € 135.000 en

 [belegger 15] tot een bedrag van € 51.500 en

 [belegger 6] tot een bedrag van € 280.000 en

 [belegger 16] tot een bedrag van € 450.000 en

 [belegger 17] en/of [rechtspersoon] tot een bedrag van € 100.000,

en welke bedragen aan geld verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 2. en 4. bewezen verklaarde levert telkens op:

verduistering, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

G.1

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de onduidelijke dagvaarding in eerste aanleg die in hoger beroep totaal veranderd moest worden, de onvolledige opdrachten aan de deskundigen, het te laat opheffen van de beperkingen, het meegeven van verdachtes dossier aan een derde en het weigeren van de toegang van zijn raadsman mogen worden gezien als vormverzuimen, welke mogen worden verdisconteerd via artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De beste oplossing daarvoor, aldus de verdediging, is dat het hof geen hogere straf zal opleggen dan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

G.2

Van de verdediging die een beroep doet op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de in het tweede lid van die bepaling vermelde factoren wordt aangegeven tot welk in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden, aangezien alleen op een zodanig verweer door de rechter een met redenen omklede beslissing moet worden gegeven. De eerste factor is het belang dat het geschonden voorschrift dient. De tweede factor is de ernst van het verzuim. Bij de beoordeling daarvan zijn de omstandigheden van belang waaronder het verzuim is begaan. Daarbij kan ook de mate van verwijtbaarheid van het verzuim een rol spelen. De derde factor is het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

G.3

Naar het oordeel van het hof voldoet het verweer niet aan de daaraan te stellen eisen. De verdediging volstaat immers met de stelling dat de genoemde punten mogen worden gezien als vormverzuimen, terwijl niet gemotiveerd is aangegeven welk belang het geschonden voorschrift dient, wat de ernst is van het verzuim en welk nadeel daardoor voor de verdachte zou zijn veroorzaakt.

Gelet daarop behoeft het verweer geen verdere bespreking.

H.1

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de mate waarin het bewezen verklaarde tot financiële schade heeft geleid voor de gedupeerden. Uit de verklaringen van de gedupeerden blijkt dat zij naar alle waarschijnlijkheid het door hen ingelegde (vaak met hypotheken beleende) vermogen grotendeels zijn kwijtgeraakt. Zulks met veel financiële problemen en ongemak voor de gedupeerden tot gevolg. Bovendien staat dit in schril contrast met hetgeen de gedupeerden zijn overeengekomen met het Easy Life-concern, namelijk dat zij na de looptijd hun volledige inleg terug zouden ontvangen en gedurende de looptijd periodiek hoge rentes zouden ontvangen;

  • -

    het feit dat verdachte het door de gedupeerden in Easy Life gestelde vertrouwen ernstig heeft geschaad;

  • -

    de mate waarin door het bewezen verklaarde het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in zijn algemeenheid gesteld moet kunnen worden in financiële instellingen schade heeft opgelopen;

  • -

    de mate waarin het bewezen verklaarde tot persoonlijk voordeel voor verdachte heeft geleid;

- de rol van verdachte binnen de criminele organisatie;

- de omstandigheid dat verdachte zich gedurende langere tijd met de bewezen verklaarde strafbare feiten heeft beziggehouden;

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.
7 augustus 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd.

Alles afwegende neemt het hof een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren tot uitgangspunt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is, behoudens hetgeen hierna zal worden overwogen met betrekking tot de redelijke termijn, niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken.

Voorts is het hof uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat verdachte het laakbare van het bewezen verklaarde handelen onvoldoende onder ogen ziet en geneigd is verder te gaan met zijn eerdere plannen die reeds tot grote benadeling van de beleggers hebben geleid en waarvan het hof van oordeel is dat de kans dat de verdere uitvoering van deze plannen opnieuw tot grote financiële benadeling zal leiden, zeer reëel is te achten. Gelet op dit grote gevaar voor herhaling legt het hof aan verdachte de bijkomende straf van ontzetting uit het recht tot de uitoefening van een beroep in de financiële dienstverlening alsmede van het beroep van leidinggevende in een financiële onderneming op voor na te melden duur. Daarbij heeft het hof acht geslagen op de omstandigheid dat verdachte het onder 2. en 4. bewezen verklaarde heeft begaan in zijn beroep van directeur-grootaandeelhouder van het Easy Life-concern, zijnde een leidinggevende van een onderneming die zich bezighoudt met financiële dienstverlening.

H.2

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden.

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

De termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. In het onderhavige geval moet de termijn worden gerekend vanaf

2 september 2008, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld.

Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 26 april 2012. Aldus is er sprake van een tijdsverloop van meer dan twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn tot aan de afronding van de behandeling in eerste aanleg, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen. Bij dat oordeel heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat hoewel een deel van het tijdsverloop zijn oorzaak vindt in de onderzoekswensen van de verdediging, niet het gehele tijdsverloop daaruit kan worden verklaard.

De verdachte heeft op 26 april 2012 hoger beroep ingesteld. Het hof doet uitspraak meer dan 43 maanden na de datum waarop hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen. Bij dat oordeel heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat hoewel een deel van het tijdsverloop zijn oorzaak vindt in de onderzoekswensen van de verdediging, niet het gehele tijdsverloop daaruit kan worden verklaard.

Een en ander brengt met zich mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden, hetgeen in casu moet leiden tot strafvermindering.

Bij dit oordeel heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid en omvang van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

Het hof ziet in de hiervoor geconstateerde schending van het recht van de verdachte op een openbare behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn aanleiding een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden op te leggen.

Vorderingen van de benadeelde partijen

1. De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 295.667,20. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

Naar het oordeel van het hof staat artikel 26 van de Faillissementswet aan indiening van een civiele vordering als benadeelde partij bij de strafrechter jegens een gefailleerde in de weg: een benadeelde partij dient zich dan tot de curator te wenden. In de onderhavige zaak is vastgesteld dat verzoeker op 12 december 2008 persoonlijk failliet is verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit faillissement niet is opgeheven. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

Het hof zal de proceskosten compenseren in dier voege dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

2. De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 121.324,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

Naar het oordeel van het hof staat artikel 26 van de Faillissementswet aan indiening van een civiele vordering als benadeelde partij bij de strafrechter jegens een gefailleerde in de weg: een benadeelde partij dient zich dan tot de curator te wenden. In de onderhavige zaak is vastgesteld dat verzoeker op 12 december 2008 persoonlijk failliet is verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit faillissement niet is opgeheven. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Het hof zal de proceskosten compenseren in dier voege dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Voorlopige hechtenis

De raadsman heeft ter terechtzitting de opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte verzocht. Het hof wijst het verzoek af, aangezien – gelet op de duur van de door het hof op te leggen gevangenisstraf – het geval van artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich niet voordoet en ook overigens de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleend bevel tot gevangenhouding hebben geleid, ook thans nog onverkort aanwezig zijn.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 28, 31, 47, 57, 140, 321 en 325 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2. onder A. primair dan wel subsidiair en onder 4. onder A. primair dan wel subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1., onder 2. onder B. primair, en onder 4. onder B. primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van een beroep in de financiële dienstverlening alsmede van het beroep van leidinggevende in een financiële onderneming voor de duur van 8 (acht) jaren.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. drs. K.J. van Dijk, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide en mr. R.P. van der Pijl, griffiers,

en op 30 november 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

[Bijlage]