Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4773

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-11-2015
Datum publicatie
27-11-2015
Zaaknummer
20-000796-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:581, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor (o.m.) schietpartij op woonwagenkamp Rijnauwenstraat Breda waarbij 12-jarige jongen overleed. Rechtbank veroordeelde eerder voor doodslag, hof komt tot bewezenverklaring van moord. Medeplegen. Summiere rol van verdachte niet aannemelijk geworden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 289, geldigheid: 2015-11-26
Wetboek van Strafrecht 47, geldigheid: 2015-11-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000796-13

Uitspraak : 27 november 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 1 maart 2013 in de strafzaak met parketnummer 02-811516-10 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië) op [geboortedag] 1986,

thans verblijvende in [penitentiaire instelling] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van - kort gezegd - het medeplegen van de doodslag op [slachtoffer 1] (feit 1), het medeplegen van de poging tot doodslag op [slachtoffer 2] (feit 2), het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (feit 3) en het bezit van een vervalst paspoort (feit 4) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof bewezen zal verklaren alle aan verdachte ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat met betrekking tot de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten telkens de impliciet primair ten laste gelegde variant bewezen zal worden verklaard (medeplegen van moord op [slachtoffer 1] en medeplegen van een poging tot moord op [slachtoffer 2] ).

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake daarvan de bewezen verklaarde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van voorarrest.

Door de verdediging is in hoger beroep bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van zowel de onder 1. en 2. (impliciet) primair ten laste gelegde feiten (medeplegen van moord en medeplegen van poging tot moord) als de onder 1. en 2. subsidiair ten laste gelegde feiten (medeplegen van doodslag en medeplegen van poging tot doodslag).

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor wat betreft de onder 1. en 2. meer subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan doodslag en medeplichtigheid aan poging tot doodslag.

Met betrekking tot de onder 3. en 4. ten laste gelegde feiten heeft de verdediging zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Daarnaast heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 juli 2010 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] ( [geboortedag] 1998) van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogel(s) afgevuurd op die [slachtoffer 1] , althans de woonwagen waarin die [slachtoffer 1] zich bevond, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

een of meer anderen, op of omstreeks 14 juli 2010 te Breda, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] ( [geboortedag] 1998) van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben die ander(en) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogel(s) afgevuurd op die [slachtoffer 1] , althans de woonwagen waarin die [slachtoffer 1] zich bevond, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 14 juli 2010, te Breda en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door het besturen van een bus (Volkswagen Transporter) met daarin bij dit misdrijf betrokken personen en voor dit misdrijf bestemde voorwerpen naar de Rijnauwenstraat te Breda;

2.

hij op of omstreeks 14 juli 2010 te Breda ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogel(s) heeft/hebben afgevuurd op [slachtoffer 2] , althans de woonwagen waarin [slachtoffer 2] zich bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

een of meer anderen, op of omstreeks 14 juli 2010 te Breda, tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door die ander(en) voorgenomen misdrijf opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogel(s) heeft/hebben afgevuurd op die [slachtoffer 2] , althans de woonwagen waarin die [slachtoffer 2] zich bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 14 juli 2010, te Breda en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door het besturen van een bus (Volkswagen Transporter) met daarin bij dit misdrijf betrokken personen en voor dit misdrijf bestemde voorwerpen naar de Rijnauwenstraat te Breda;


3.

hij op of omstreeks 12 april 2011 te Amsterdam (een) wapen(s) van categorie III, te weten een vuurwapen, merk Glock, type 26 van het kaliber 9 x 19 mm en een patroonhouder, merk Ruger en/of munitie van categorie III, te weten 22 patronen van het kaliber 9 x 19 mm, voorhanden heeft gehad;


4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2011 tot en met 12 april 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, in het bezit was van een reisdocument, te weten een paspoort, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hierin dat in/op dat paspoort de naam [naam] met [geboortedatum] stond vermeld en/terwijl in/op dat paspoort een foto van hem, verdachte, was aangebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 14 juli 2010 te Breda tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] ( [geboortedag] 1998) van het leven heeft beroofd, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met vuurwapens kogels afgevuurd op de woonwagen waarin die

[slachtoffer 1] zich bevond, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij op 14 juli 2010 te Breda ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met vuurwapens kogels heeft afgevuurd op de woonwagen waarin [slachtoffer 2] zich bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 12 april 2011 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen, merk Glock, type 26 van het kaliber 9 x 19 mm en munitie van categorie III, te weten 22 patronen van het kaliber 9 x 19 mm, voorhanden heeft gehad;


4.

hij in de periode van 11 maart 2011 tot en met 12 april 2011 in Nederland, in het bezit was van een reisdocument, te weten een paspoort, waarvan hij wist dat het reisdocument vervalst was, bestaande de vervalsing hierin dat in dat paspoort de naam [naam] met [geboortedatum] stond vermeld terwijl in dat paspoort een foto van hem, verdachte, was aangebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot het onder 1. en 2. bewezen verklaarde

Schietincident

Op 14 juli 2010, omstreeks 23.06 uur, is geschoten op de woonwagen van [getuige 1] , zijn vrouw [slachtoffer 2] en hun zoon [slachtoffer 1] , welke woonwagen gelegen is aan de Rijnauwenstraat [huisnummer] te Breda. [slachtoffer 1] en zijn moeder, [slachtoffer 2] , waren op dat moment op de benedenverdieping in de woonwagen aanwezig, aan de keukentafel.

[getuige 1] bevond zich op de bovenverdieping, op zijn slaapkamer.

Van de beschieting zijn camerabeelden gemaakt in het kader van [ander strafrechtelijk onderzoek] .

Uit de beschrijving van deze beelden blijkt het volgende:

  • -

    om 23.06.03 uur stopt een bestelbusje op de toegangsweg naar het woonwagenkamp aan de Rijnauwenstraat te Breda voor de woonwagen van [getuige 1] .

  • -

    om 23.06.11 uur stapt een persoon uit via het rechter voorportier en drie personen lopen aan de zijde van het rechter achterportier (schuifdeur) langs het voertuig.

  • -

    zij lopen richting het bordes met voordeur van de woonwagen.

  • -

    nog twee personen stappen uit en lopen achter de vier personen aan.

  • -

    via het linker voorportier van de bestelbus stapt een persoon uit.

  • -

    een persoon met een petje op loopt in de richting van de trappen aan de rechterzijde van het bordes.

  • -

    deze persoon loopt terug naar een persoon aan de kant.

  • -

    de persoon die aan de kant staat en waar de man met het petje naartoe kwam gelopen had een voorwerp in diens hand dat boven zijn rechterschouder uitstak.

  • -

    om 23.06.27 draait dezelfde persoon zich weer om en loopt weg bij de persoon waar hij naartoe was gelopen en liep in de richting van het bordes.

  • -

    gelijktijdig kijkt de persoon met het lange voorwerp in diens hand naar personen achter hem en loopt richting de voorzijde van de woonwagen.

  • -

    twee andere personen lopen gelijktijdig mee.

  • -

    de persoon met het petje loopt het bordes op met een voorwerp in diens linkerhand.

  • -

    drie personen gaan voor het bordes staan.

  • -

    te zien is dat de verlichting in de woonwagen ontstoken is.

  • -

    de persoon op het bordes pakt de deurklink vast en probeert die vermoedelijk, gelet op de bewegingen die hij maakt, te openen.

  • -

    de deur ging niet open, waarna deze persoon op het raam klopt.

  • -

    om 23.06.34 pakt de persoon het voorwerp over van de linkerhand in diens rechterhand, het is een voorwerp gelijkend op een vuistvuurwapen.

  • -

    de persoon op het bordes trekt zijn been op (en in) en schopt tweemaal met kracht met zijn voet tegen de toegangsdeur.

  • -

    inmiddels hebben zich nog twee personen bij de drie personen voor en rechts naast het bordes gevoegd.

  • -

    om 23.06.35 pakt de persoon met het lange voorwerp deze in beide handen en richt het op de voorzijde van de woning, het blijkt een geweer te zijn.

  • -

    om 23.06.37 kijkt de persoon naar diens vuurwapen en het ziet eruit alsof deze persoon met het wapen bezig was (mogelijk dat het vuurwapen een storing vertoonde of doorgeladen moest worden).

  • -

    om 23.06.38 waren vijf personen nabij het bordes en 1 persoon op het bordes te zien.

  • -

    om 23.06.40 richt de persoon dat vuurwapen, dat mogelijk een storing vertoonde, weer op de woning en vuurt een schot af, een lichtflits is te zien.

  • -

    de persoon met het petje loopt gelijktijdig het bordes af.

  • -

    om 23.06.41 lost dezelfde persoon nogmaals een schot terwijl hij achterwaarts loopt.

  • -

    om 23.06.42 schiet een tweede persoon van rechts gezien op de woonwagen.

  • -

    alle personen lopen in de richting van de toegang tot het kamp, in de richting van de bestelbus.

  • -

    ondertussen wordt geschoten bij het weglopen in de richting van de woonwagen, dwars door ramen.

  • -

    om 23.06.43 is een lichtflits van schoten te zien.

  • -

    tijdens het schieten zijn achter het raam, rechts naast de voordeur, silhouetten van bewegende personen te zien.

  • -

    om 23.06.45 is mondingsvuur te zien vanuit de richting waar de personen naar toe zijn gelopen.

  • -

    om 23.06.47 is te zien dat een persoon, uit de richting waar eerder genoemde zeven personen naar toe waren gelopen, al rennend, drie keer met een op een geweer gelijkend vuurwapen op de voorzijde van de woonwagen schiet.

  • -

    de personen stappen in de bestelbus.

  • -

    om 23.06.56 rijdt de bestelbus de toegangsweg van het kamp af.

Op grond van het onderzoek van de politie en de door de nationale recherche (in het kader van [ander strafrechtelijk onderzoek] ) gemaakte beeldopnamen van de woonwagen met daarop tevens het schietincident, stelt het hof vast dat een groep van zeven personen schoten heeft afgevuurd. De schietpartij resulteerde in 27 inslagen in de woonwagen. Beschadigingen van schoten zijn onder andere aangetroffen in de voordeur, ramen, spiegel, voorraadkast, haldeur, bronzen beeld, kastdeurtjes keuken, schilderij woonkamer, ruit voorgevel, kast, vaas, eettafel met stoelen en zijgevel schuifpui.

[slachtoffer 1] is door een van de schoten geraakt, ten gevolge waarvan hij is overleden, zo blijkt uit de sectie van diens stoffelijk overschot. [slachtoffer 2] is door een hagelkorrel gewond geraakt aan haar hoofd.

[getuige 1] heeft verklaard dat hij boven op bed lag toen hij ineens een aantal harde klappen/knallen hoorde. Hij hoorde dat zijn vrouw meteen riep dat er werd geschoten. Toen hij naar beneden liep zag hij dat zijn vrouw bloedde aan haar voorhoofd en dat zijn zoon bloedde uit zijn zij.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij de voordeur op slot had gedaan en dat haar zoon [slachtoffer 1] nog ging computeren aan de keukentafel. Zij zaten samen aan de keukentafel toen zij iets hoorde aan de voordeur. Zij stond op en keek richting de voordeur en zag een persoon staan. Zij zag dat de persoon tegen de voordeur trapte. Direct daarop hoorde zij knallen en realiseerde zij zich dat iemand op de woonwagen aan het schieten was. Zij zag dat [slachtoffer 1] geraakt was.

Het gebruikte bestelbusje, een Volkswagen Transporter, is kort na het incident aangetroffen op de kruising Rijnauwenstraat/Amerongenstraat te Breda, op korte afstand van de woonwagen. In de genoemde Transporter zijn door de politie onder meer aangetroffen diverse wapens, waaronder een machinegeweer, merk Zastava (type AK-47), en een jacht/hagelgeweer, merk Browning, schietvesten, bivakmutsen, een strap extension set, handschoenen, jerrycans met benzine, handboeien en busjes pepperspray. Getuigen hebben waargenomen dat uit de bus mannen met bivakmutsen en zware wapens zijn weggerend.

Bij een zoekactie op de dag na het incident zijn in bosschages, gelegen tussen de Rijnauwenstraat ter hoogte van de uitgang van het woonwagenkamp en het parkeerterrein gelegen aan de achterzijde van de tegenoverliggende flat aan de Amerongenstraat, vuurwapens aangetroffen, onder meer een Riotgun, merk Maverick en een (tweede) machinegeweer, merk Zastava (type AK-47).

Getuigen hebben voorts waargenomen dat op een parkeerplaats in de nabijheid van de Rijnauwenstraat mannen in een gereedstaande Audi A2 zijn ingestapt. Bij de plaats waar de Audi heeft gestaan, is een handschoen aangetroffen.

Aangetroffen wapens in relatie tot het incident

Uit munitievergelijkend onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) blijkt dat de aangetroffen wapens (machinegeweer Zastava en jacht/hagel geweer Browning, beide aangetroffen in de Transporter, en het machinegeweer Zastava en de Riotgun Maverick, beide aangetroffen in de bosschages nabij de plaats delict) bij het schietincident zijn gebruikt.

[slachtoffer 1] is overleden door een schot, te relateren aan schootsbaan 34, zo blijkt uit het onderzoek van de Unit Forensisch Technische Ondersteuning (hierna: Unit FTO) van de politie. Op grond van de onderzoeksbevindingen van de Unit FTO met betrekking tot de in het lichaam van [slachtoffer 1] aangetroffen projectieldelen, in relatie met de aangetroffen hulzen en de aangetroffen wapens blijkt dat hij is geraakt door een schot afkomstig van het machinegeweer Zastava, aangetroffen in de Transporter.

Aanwezigheid van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij op 14 juli 2010 aanwezig was bij de beschieting van de woonwagen. Hij heeft verklaard dat hij op de heenweg naar Breda in de Transporter heeft gereden, dat hij op het woonwagenkamp aan de Rijnauwenstraat is uitgestapt, evenals de andere inzittenden van de Transporter, dat hij te zien is op de beelden en dat hij voor het bordes te midden van de anderen heeft gestaan.

In de Volkswagen Transporter is een DNA-spoor aangetroffen in een hoofdhaar, aanwezig in de bemonstering van de zitting van de bestuurdersstoel. Het DNA-profiel afgeleid uit (het celmateriaal van) de hoofdhaar matcht met het DNA-profiel van verdachte. Door het NFI is berekend dat de kans dat het aangetroffen DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van een willekeurig ander persoon, 1 op 1 miljard is.

In de Transporter zijn daarnaast op de vloer voor de tweede rij stoelen een paar veterschoenen aangetroffen, merk Onitsuka, waarvan verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat dit zijn schoenen zijn. In de bemonstering van het geknoopte deel van de veter van de rechterschoen is een DNA-spoor aangetroffen, met een profiel dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, met een berekende matchkans van 1 op 1 miljard. In het linker exemplaar van de Onitsuka veterschoenen zijn voorts twee mobiele telefoons aangetroffen, waarvan bij nader onderzoek door de politie is vastgesteld dat verdachte daarvan de gebruiker was.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte aanwezig was bij het schietincident op 14 juli 2010.

Voorbedachte raad

De vragen die vervolgens aan het hof ter beoordeling voorliggen zijn hoe het incident moet worden gekwalificeerd (moord of doodslag) en of verdachtes aanwezigheid moet worden gekwalificeerd als medeplegen dan wel medeplichtigheid. Daaromtrent overweegt het hof het volgende.

Voor bewezenverklaring van moord is vereist dat voorbedachte raad bewezen kan worden.

Voorop staat dat volgens vaste jurisprudentie voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' moet komen vast te staan, dat een verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat een verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

Verdachte heeft naar voren gebracht dat hij voorafgaand aan het ten laste gelegde is benaderd om een bus te regelen. Deze bus was nodig in verband met een actie waarbij een man zou worden opgehaald, meegenomen, hardhandig een lesje geleerd en weer vrijgelaten. Verdachte heeft de personen die hem benaderden verteld dat hij een bus wist en hen in contact gebracht met [medeverdachte 1] . Op de dag zelf is verdachte in de bus meegegaan met de andere leden van de groep, op weg naar Breda. De groep had zich voorzien van tenminste acht wapens, waaronder een afgezaagd jachthagelgeweer merk Browning, twee aanvalsgeweren merk Zastava, twee pistolen merk Sig Sauer, twee pistolen merk Walther, en een riotgun merk Maverick. Voorts bevonden zich in de bus bivakmutsen, handschoenen, gehoorbeschermingsdoppen, handboeien, pepperspray, twee jerrycans met benzine, schietvesten en een strap extension set. De bus was voorzien van valse kentekenplaten en de ramen waren geblindeerd. Uit het dossier blijkt dat de leden van de groep beschikten over mobiele telefoons die eerst in de lucht kwamen op 14 juli 2010, enkele uren voorafgaand aan het incident, en die na afloop van het schietincident weer zijn uitgeschakeld. Voorts blijkt dat de groep de beschikking had over nog minstens één ander voertuig dat in de buurt van het incident door getuigen is gezien.

Het hof leidt hieruit af dat de personen die op 14 juli 2010 bij de woonwagen van [getuige 1] aanwezig waren zich te voren hadden voorbereid op hun actie en dat sprake was van een vooropgezet plan. Het hof stelt voorts vast dat die voorbereiding mede omvatte tenminste acht wapens waaronder wapens van zwaar kaliber en mede omvatte beschermende kleding tegen vuurwapengeweld. Het hof leidt hieruit af dat de groep zich geprepareerd had op het gebruik van vuurwapens. Op de beelden van het schietincident is voorts waar te nemen dat de groep zich voor de woning opstelt en dat wapens gereed worden gehouden en dat de eerste man die gaat schieten zijn wapen op de woning heeft gericht.

Naar het oordeel van het hof kan uit deze feitelijke omstandigheden worden afgeleid dat in het kader van de voorbereiding van de actie niet alleen is nagedacht over het ontvoeren van de persoon die het doel was van de actie, maar dat ook rekening is gehouden met het gebruik van vuurwapens en dat derhalve sprake is geweest van gelegenheid om na te denken over de betekenis en de gevolgen van het gebruik van vuurwapens en zich daarvan rekenschap te geven. Dat levensberoving niet in eerste instantie het doel van de actie zou zijn geweest staat, anders dan de kennelijke opvatting van de verdediging, naar het oordeel van het hof niet in de weg aan het aannemen van voorbedachte raad, nu immers de groep bewapend voor de woonwagen is gaan staan en er derhalve vanuit gegaan kan worden dat rekening is gehouden met het gebruik van die vuurwapens.

Dat – zoals de verdediging heeft betoogd - de eerste persoon buiten de afspraak om is gaan schieten en de vervolgacties een soort paniekreactie zijn geweest op het eerste schot terwijl men zich uit de voeten maakt, is het hof niet aannemelijk geworden. Uit de beschrijving van de camerabeelden van het schietincident blijkt namelijk dat de persoon met het petje het bordes van de woonwagen opgaat, de deur tracht te openen, daarop klopt en vervolgens krachtig tegen die deur trapt. In zijn hand is een voorwerp dat lijkt op een vuistvuurwapen zichtbaar. Anderen staan voor het bordes. Terwijl de persoon op het bordes tegen de deur trapt, richt de man met het geweer, die zich voor het bordes bevindt zijn vuurwapen op de woonwagen. Hij kijkt naar zijn wapen, richt opnieuw op de woning en vuurt een schot af. Hij lost nogmaals een schot. Een seconde later schiet een tweede persoon op de woonwagen. De groep begeeft zich richting de bus en schiet ondertussen door de ramen van de woonwagen. Vervolgens schiet een persoon uit de richting waar de personen naar toe zijn gelopen, nogmaals op de voorzijde van de woonwagen, waarna men de bus in stapt en zich verwijdert.

Uit het dossier is verder gebleken dat vanuit de woonwagen niet is geschoten. Volgens de verklaring van [slachtoffer 2] werd er direct nadat tegen de voordeur was getrapt geschoten. Een aanleiding om, uit paniek of ter verdediging, te gaan schieten is het hof derhalve niet gebleken.

Voorts passen de omstandigheden dat persoon 2 (evenals persoon 1) is gaan schieten, dat tijdens het vertrek bij het bordes is geschoten en dat nog steeds wordt geschoten op de woonwagen, nadat men al richting de bus is gegaan, niet in een scenario dat de groep is weggevlucht na het horen van een onverwacht, ongepland schot. Eerder wijst dit naar het oordeel van het hof op een keuze van de groep om, nadat het niet gelukt is om binnen te komen, de woonwagen te beschieten.

Het is het hof gelet op het voorgaande derhalve niet gebleken dat het schieten ongepland is gebeurd of vanuit een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.

Het schieten op een woonwagen, van welke de rolluiken open zijn en waarin de verlichting is aangestoken, met het kaliber wapens als waarvan is gebleken uit het dossier en met het aantal schoten dat onder meer op lichaamshoogte en van korte afstand is afgevuurd op voor- en zijgevel van de woonwagen, waaronder de voordeur en de ramen daarvan, kan naar het oordeel van het hof niet anders worden aangemerkt dan als een handeling die onmiskenbaar gericht is op de dood van personen die zich in die woonwagen bevinden.

Het hof concludeert dat opzettelijk en met voorbedachte raad is geschoten.

Medeplegen

Verdachte heeft naar voren gebracht dat er geen sprake is van medeplegen maar van medeplichtigheid nu hij slechts heeft gefunctioneerd als chauffeur, als extra man, dat hij niet beschikte over een wapen, dat hij uit nieuwsgierigheid is meegelopen met de rest en dat hij, toen er ineens geschoten werd, zich heeft gedistantieerd door weg te rennen. Dat hij geen wapen had zou blijken uit het feit dat op de beelden te zien is dat de persoon die hij aanwijst als zichzelf, aan zijn bivakmuts zit te “hannesen” en daarbij niets in handen heeft.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

Naast de vaststelling dat verdachte deel uitmaakte van de groep personen die op de woonwagen waarin de [slachtoffers] aanwezig was heeft geschoten, stelt het hof op grond van de bewijsmiddelen de navolgende feiten en omstandigheden vast:

  • -

    verdachte is naar zijn zeggen van tevoren door derden betrokken bij en is ingelicht over een concreet plan;

  • -

    verdachte heeft daarop aangegeven dat hij een bus had;

  • -

    verdachte heeft de bij het schietincident betrokken Volkswagen Transporter geregeld door de derden in contact te brengen met [medeverdachte 1] ;

  • -

    verdachte is op de dag van het schietincident 14 juli 2010 in de Transporter gestapt; hij zat daarin met zes anderen;

  • -

    verdachte droeg ten tijde van het incident een bivakmuts;

  • -

    verdachte heeft gezien dat er in de Transporter wapens aanwezig waren;

  • -

    hij zag dat de mannen in de Transporter, die uitstapten, wapens droegen;

  • -

    verdachte is uit de Transporter gestapt, en richting de woonwagen gelopen;

  • -

    hij heeft zich opgesteld tussen de anderen terwijl zichtbaar wapens werden gedragen en op de woning werden gericht;

  • -

    verdachte heeft schoenen en telefoons achtergelaten in de Transporter;

  • -

    verdachte heeft zich gelijktijdig met de anderen verwijderd.

Naar het oordeel van het hof is onder deze omstandigheden voldaan aan de vereisten voor medeplegen, in die zin dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Naar het oordeel van het hof was verdachte intensief betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de actie en heeft hij daarmee een wezenlijke bijdrage geleverd. Verdachte is aanwezig geweest tijdens het incident en heeft zich met de anderen gelijktijdig verwijderd door in de bus plaats te nemen. Niet gebleken is dat verdachte zich op enig moment heeft gedistantieerd van de handelingen van de anderen. Het hof heeft niet kunnen vaststellen of de persoon die verdachte op de beelden heeft aangewezen ook daadwerkelijk de verdachte is geweest, omdat voor die aanname geen objectieve aanknopingspunten in het dossier zijn aangetroffen. Of verdachte enkel de bestuurder was van de Transporter en of hij al dan niet een wapen heeft gedragen en zo ja, of hij daarmee heeft geschoten, kan naar het oordeel van het hof in het midden blijven. Het hof houdt alle leden van de groep als medeplegers gelijkelijk verantwoordelijk voor het handelen van de groep als geheel.

(voorwaardelijk verzoek)

In dit verband overweegt het hof nog dat de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep voorwaardelijk heeft verzocht om nader onderzoek te doen naar de camerabeelden, in het bijzonder naar de vraag of op die beelden te zien is of degene die, voorafgaand aan het incident, uitstapt uit de Transporter - welke persoon verdachte heeft aangewezen als zichzelf - al dan niet een wapen draagt. Het hof is van oordeel - nog afgezien van de vraag of het door de verdediging bedoeld technisch onderzoek mogelijk is, hetgeen door de advocaat-generaal is betwist - dat de vraag of verdachte een wapen droeg gelet op het hierboven overwogene onbeantwoord kan blijven.

Het verzoek van de verdediging wordt dan ook afgewezen.

De verweren van de verdachte worden verworpen.

Gelet op het voorgaande heeft de verdachte zich naar het oordeel van het hof schuldig gemaakt aan het medeplegen van moord op [slachtoffer 1] en het medeplegen van de poging tot moord op [slachtoffer 2] .

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van moord.

Het onder 2. bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot moord.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het onder 4. bewezen verklaarde levert op:

in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet, dat het vervalst is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van medeplegen van moord en poging tot moord, alsmede ter zake van de onder 3. en 4. bewezen verklaarde feiten, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat - subsidiair, in geval het hof verdachte zou veroordelen voor medeplegen - bepleit dat de rol van verdachte ‘aan de onderkant van het medeplegen’ moet worden gesitueerd. Met de beperkte rol van verdachte zou rekening moeten worden gehouden bij de strafoplegging. Daarnaast moet in de visie van de verdediging in strafmatigende zin rekening gehouden worden met de detentieomstandigheden van verdachte.

Bij de bepaling van de op te leggen straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten laste van verdachte is (onder 1. en 2.) bewezen verklaard dat hij samen met anderen de 12-jarige [slachtoffer 1] met voorbedachten raad heeft gedood en heeft geprobeerd om diens moeder, [slachtoffer 2] , te doden. Hij is samen met zes andere personen op 14 juli 2010 laat op de avond naar het woonwagenkamp aan de Rijnauwenstraat te Breda gegaan, in een bus met diverse wapens, bivakmutsen, handschoenen en andere goederen geschikt voor een gewelddadige actie. Bij de woonwagen van [slachtoffer 1] en zijn ouders is de groep uitgestapt en is met zware wapens, te weten twee aanvalsgeweren, type AK-47, een riotgun en een jachtgeweer geschoten op de woonwagen, hetgeen resulteerde in 27 inslagen.

[slachtoffer 1] is getroffen door munitiedelen afkomstig uit één van de AK-47’s. Hij raakte ernstig gewond en overleed kort nadien aan deze verwondingen.

Verdachte heeft [slachtoffer 1] op jonge leeftijd zijn meest fundamentele recht, het recht op leven, ontnomen. Hij heeft geen enkel respect getoond voor het menselijk leven.

[slachtoffer 2] , zelf gewond geraakt, en haar man hebben hun meest kostbare bezit, hun kind, verloren. Verdachte heeft hen en andere dierbaren van [slachtoffer 1] onherstelbaar leed aangedaan.

Met de rechtbank overweegt het hof dat een schietpartij van dit kaliber niet alleen bij betrokkenen, maar ook in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid heeft veroorzaakt. De rechtsorde is door de gewelddadige dood van een onschuldig kind ernstig geschokt.

Naast de (onder 1. en 2.) bewezen verklaarde moord en poging tot moord is bewezen verklaard dat verdachte (onder 3.) een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad en (onder 4.) dat hij een vervalst paspoort in bezit heeft gehad, wetende dat het vervalst was.

Het is algemeen bekend dat het voorhanden hebben van een dergelijk wapen grote veiligheidsrisico's met zich brengt. Het - illegale - bezit van vuurwapens vormt vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting een maatschappelijk kwaad dat ernstig dient te worden bestraft.

Het (voorts) in bezit hebben van vervalste reisdocumenten is schadelijk voor het openbaar vertrouwen en moet om die reden worden bestraft.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met hetgeen daaromtrent ter terechtzitting is gebleken alsmede met hetgeen uit het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 1 oktober 2015 blijkt, te weten de omstandigheid dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is vanwege een veroordeling op 7 juli 2015 door het hof Arnhem-Leeuwarden. Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte in Groot-Brittannië eerder is veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten.

De bewezen verklaarde feiten - in het bijzonder de feiten 1. en 2. - rechtvaardigen oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf houdt het hof rekening met de wijze waarop de schietpartij is begaan: zeer gewelddadig, met zware wapens, in georganiseerd verband. Bovendien heeft het incident plaatsgevonden bij de woning van de slachtoffers, de plaats waar zij zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen.

Voor de beperkte rol die de verdediging aan de verdachte heeft toegeschreven, ziet het hof -zo blijkt uit de bewijsoverwegingen - geen aanknopingspunten. Strafmatiging om die reden is naar het oordeel van het hof dan ook niet aan de orde. Ook overigens ziet het hof in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd geen reden tot strafmatiging.

Het hof is, alle omstandigheden afwegende, van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 47, 57, 63, 231 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) jaar.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. P.J. Hödl, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Dieleman-Dieleman, griffier,

en op 27 november 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.