Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4768

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
27-11-2015
Zaaknummer
F 200 166 329_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gemeente die bijstand verstrekt geen belanghebbende bij een procedure tussen ex-echtgenoten over partneralimentatie.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 157
Burgerlijk Wetboek Boek 1 159a
Wet werk en bijstand
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 798
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 806
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2015-0347
NJF 2016/15
EB 2016/18
JPF 2016/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 26 november 2015

Zaaknummer: F 200.166.329/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/195515 / FA RK 14-2634

in de zaak in hoger beroep van:

de gemeente Maastricht,

zetelende te Maastricht,

appellante,

hierna te noemen: de gemeente,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. S. Selbach.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 1 december 2014.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 maart 2015, heeft de gemeente verzocht voormelde beschikking te vernietigen dan wel te wijzigen zoals het het hof goeddunkt en de man te veroordelen tot het betalen van de thans nog bij de gemeente openstaande vordering ter zake van achterstand partneralimentatie / onderhoudsbijdrage, zijnde in totaal, exclusief de gemaakte en nog te maken kosten van gerechtsdeurwaarder [gerechtsdeurwaarder] , een bedrag van € 7.936,48.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 29 april 2015, heeft de man verzocht de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen en het hoger beroep van de gemeente Maastricht ongegrond te verklaren.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- namens de gemeente de heer [vertegenwoordiger namens de gemeente] ;

- de man, bijgestaan door mr. Selbach.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de brief van de griffier van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, d.d. 18 maart 2015 met de mededeling dat er in eerste aanleg geen zitting heeft plaatsgevonden.

3 De beoordeling

3.1.

De man is op 15 november 1973 gehuwd met mevrouw [de vrouw] (hierna te noemen: de vrouw).

3.2.

Bij beschikking van 5 december 2007 heeft de rechtbank Maastricht tussen de man en de vrouw de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 11 maart 2008 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.3.

Bij beschikking van 22 oktober 2008 heeft de rechtbank Maastricht bepaald dat de man als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 1.650,- per maand moet voldoen met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand (naar later is gebleken: 11 maart 2008).

3.4.

De gemeente heeft aan de vrouw met ingang van 15 augustus 2006 in verschillende periodes een bijstandsuitkering voor levensonderhoud toegekend.

3.5.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, met wijziging van de onder 3.3. vermelde beschikking, de door de man ten behoeve van de vrouw te betalen bijdrage in haar levensonderhoud met ingang van 11 maart 2008 bepaald op nihil.

3.6.

De gemeente kan zich met deze beslissing niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen.

Voor de stellingen van partijen verwijst het hof naar de inhoud van het beroepschrift en het verweerschrift.

Ontvankelijkheid

3.7.

Ter zitting is de ontvankelijkheid van de gemeente in het hoger beroep aan de orde geweest.

3.8.

Ingevolge artikel 806 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan in een zaak als de onderhavige hoger beroep worden ingesteld door de verzoeker en door een belanghebbende als bedoeld in artikel 798 lid 1 Rv. Dit artikellid bepaalt - voor zover hier van belang - dat onder belanghebbende wordt verstaan ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft’.

3.9.

Het hof dient de vraag te beantwoorden of de gemeente als belanghebbende is aan te merken. De procedure in eerste aanleg is gevoerd tussen de man en de vrouw. Dit betrof een procedure tussen ex-echtgenoten aangaande partneralimentatie.

Het hof is van oordeel dat de gemeente niet behoort tot de kring van belanghebbenden, nu de onderhavige zaak niet rechtstreeks betrekking heeft op de rechten en verplichtingen van de gemeente. Dat de gemeente een financieel (afgeleid) belang heeft bij de partneralimentatie van de vrouw - de gemeente is immers bevoegd de verstrekte bijstandsuitkering geheel dan wel gedeeltelijk te verhalen op een door de vrouw te ontvangen onderhoudsbijdrage van de man - maakt haar nog niet tot een belanghebbende op wiens rechten en verplichtingen de zaak van de man en de vrouw met betrekking tot de onderhoudsplicht van de man rechtstreeks betrekking heeft.

Nu de gemeente niet als belanghebbende is aan te merken in de zin van artikel 798 Rv, dient zij in het door haar ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4 De beslissing

Het hof:

verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. Bijleveld - van der Slikke, C.A.R.M. van Leuven en A.M.M. Hompus en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2015.