Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4430

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
HD 200.153.809_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

execution-only verhouding tussen cliënt en nederlandse bank; geld overgemaakt naar niet bestaande vennootschap; in concrete omstandigheden geen waarschuwingsplicht bank

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RF 2016/22
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.153.809/01

arrest van 3 november 2015

in de zaak van

[Beheer] Beheer B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [Beheer] B.V.,

advocaat: mr. R.K. van der Brugge te 's-Gravenhage,

tegen

Coöperatieve Rabobank Hart van de Meijerij U.A., rechtsopvolgster van Coöperatieve Rabobank [plaats] U.A.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als Rabobank,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,

op het bij exploot van dagvaarding van 8 april 2014 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch (voorheen:

's-Hertogenbosch) van 4 mei 2011, 7 november 2012 en 8 januari 2014, gewezen tussen [Beheer] B.V. als eiseres en Rabobank als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 184438/HA ZA 08-2315)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis;

  • -

    de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;

  • -

    de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;

  • -

    het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

3.1.1. In het vonnis van 4 mei 2011 heeft de rechtbank onder 2.1 tot en met 2.10 vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. De door de rechtbank vastgestelde feiten vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Voorts staan nog enkele andere feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, tussen partijen vast. Het hof zal hierna een overzicht geven van de relevante feiten.

3.1.2. a. De heer [directeur van Beheer B.V.] (hierna: [directeur van Beheer B.V.] ) is statutair directeur van [Beheer] B.V..

b. Op 15 januari 2004 heeft [Beheer] B.V., in de persoon van [directeur van Beheer B.V.] , ten kantore van Rabobank aan deze mondeling opdracht gegeven om ten laste van haar bij Rabobank aangehouden rekening een bedrag van $ 1.000.000,- over te maken naar een bankrekening in Zwitserland.

c. Rabobank heeft deze opdracht aanvaard. Het door Rabobank daarbij gebruikte formulier is in het bijzijn van [directeur van Beheer B.V.] ingevuld door mevrouw [medewerker Rabobank] , medewerkster van Rabobank en door [directeur van Beheer B.V.] ondertekend. Op het formulier was onder meer het volgende vermeld (waarbij de cursieve tekst het met de hand ingevulde deel weergeeft):

Buitenlandoverboeking

Tot en met EUR 50.000,- of tegenwaarde

(..)

5. Gegevens bankrelatie begunstigde

Banknaam Vestigingsplaats

Credit Suisse [vestigingsplaats]

Land Swiftadres

Zwitserland [adres]

6. Gegevens begunstigde

Rekeningnummer

[rekeningnummer]

Naam

SDC Bank International AG

Woonplaats

[vestigingsplaats]

Land

Zwitserland

7. Mededelingen begunstigde

[Beheer] Beheer B.V.

No. [nummer]

d. In de toelichting bij dit formulier staat onder meer vermeld: “Dit formulier (7177 mag gebruikt worden voor overboekingen tot en met EUR 50.000,- of tegenwaarde in EUR of vreemde valuta. Voor hogere bedragen dient gebruik gemaakt te worden van het formulier A (3607).

e. De door [Beheer] B.V. aan Rabobank vermelde gegevens met betrekking tot SDC Bank International AG waren afkomstig van informatie van ‘SDC Bank International’ in Nieuw-Zeeland, opgegeven in een brief van 7 januari 2004 aan de heer [naam] ten behoeve van [Beheer] B.V.:

Thank you for opening a Current Account with us. Your business account relationship manager is [manager] (..) The account number allocated to your account is [nummer] (..)

Common Depository: Credit Suisse

(..)

For payments in USD

Swift Code : [adres]

Account No : [rekeningnummer]

Account Name : SDC Bank International AG

Reference Credit to : [Beheer] Beheer B.V. [nummer]”.

f. Het opgegeven SWIFT adres bleek niet juist. Het correcte SWIFT adres van Credit Suisse bleek te zijn [adres] . Rabobank heeft het SWIFT adres op de betalingsopdracht aangepast na overleg met [directeur van Beheer B.V.] .

g. Blijkens het rekeningafschrift van Rabobank is het bedrag van $ 1.000.000,- op valutadatum 16 januari 2004 afgeschreven van de rekening van [Beheer] B.V. bij Rabobank en overgeboekt naar begunstigde SDC Bank International AG met rekeningnummer [rekeningnummer] , aangehouden bij Credit Suisse.

h. Blijkens een bericht van Credit Suisse (prod. 5 inl. dagv.) is het bedrag van

$ 1.000.000,- op valutadatum 21 januari 2004 bijgeschreven op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van SDC Bankcard International AG te [vestigingsplaats] onder vermelding van [Beheer] Beheer BV no. [nummer] .

i. Tussen partijen staat vast dat Credit Suisse eigener beweging in afwijking van de door Rabobank opgegeven overboekingsopdracht zowel de naam en de vestigingsplaats van de begunstigde heeft gewijzigd door in plaats van SDC Bank International AG te [vestigingsplaats] te vermelden SDC Bankcard International AG te [vestigingsplaats] en dat zij tevens het opgegeven bankrekeningnummer heeft gewijzigd van [rekeningnummer] naar [rekeningnummer] .

j. Vast staat eveneens dat Credit Suisse hierover tevoren geen contact heeft opgenomen met Rabobank.

k. Tussen partijen staat voorts vast dat SDC Bank International AG (de door [Beheer] B.V. opgegeven begunstigde) geen bestaande entiteit is.

l. [directeur van Beheer B.V.] heeft Rabobank begin april 2004 geïnformeerd dat het overgemaakte bedrag niet door de begunstigde was ontvangen.

m. Naar aanleiding van door haar gedane navraag ontving Rabobank op 7 april 2004 per SWIFT bericht van Credit Suisse de bevestiging (i) dat het bedrag van $ 1.000.000,- door haar was ontvangen (ii) wat de opdracht van Rabobank was geweest (begunstigde SDC Bank International AG te [vestigingsplaats] rekeningnummer [rekeningnummer] ) en (iii) hoe Credit Suisse daaraan uitvoering heeft gegeven (begunstigde SDC Bankcard International AG te [vestigingsplaats] rekeningnummer [rekeningnummer] ).

n. Op 19 april 2004 schreef [Beheer] B.V. aan Rabobank:

Betreft: terugboeking gelden

(..)

Dat de door ons persoonlijk opgegeven SWIFT opdracht met de daarbij behorende Bank Coördinaten totaal niet overeenkomen met de ontvangen bankcoördinaten op ons rekeningafschrift. Onze US Dollar $ 1.000.000,-- zijn dan ook foutief/incorrect aangekomen bij de ontvangende bank in Zwitserland (CH). Ons geld staat op dit moment op [e]en verkeerd Bankrekeningnummer, verkeerde rekeningnaam en is op de verkeerde plaats aangekomen.

Wij verzoeken u daarom vriendelijk doch zeer dringend om onvoorwaardelijke terugboeking van onze $ 1.000.000,-- USD vanuit de bank in Zwitserland (..)

Wij vertrouwen op uw verantwoordelijkheden en uw zorgplicht naar uw cliënten toe en verwachten de gelden dan ook met spoed op onze rekening terug.”

o. Op 24 november 2004 schreef [Beheer] B.V. een brief met vergelijkbare inhoud aan Rabobank.

In antwoord hierop schreef Rabobank Nederland op 6 december 2004 onder meer aan [Beheer] B.V. dat zij diverse keren had gereclameerd bij Credit Suisse, maar zonder resultaat. Zij vermeldde dat zij geen invloed had op het handelen van Credit Suisse.

p. [Beheer] B.V. heeft, na eigen onderzoek in Zwitserland, uiteindelijk $ 400.000,- via een civiele voeging in een Zwitserse strafzaak tegen personen die hebben gehandeld onder de naam “SDC Bank(card)” teruggekregen.

q. IBAN (International Bank Account Number) is een unieke code. Het IBAN is in Nederland vanaf 1 januari 2007 wettelijk verplicht gesteld. Het IBAN kan slechts door de begunstigde of de bank van begunstigde worden verstrekt aan de opdrachtgever van de overboeking.

Bij de onderhavige overboeking heeft Rabobank niet naar het IBAN van de begunstigde gevraagd en heeft [Beheer] B.V. de overboekingsopdracht niet met het IBAN aangeboden.

r. Op 13 januari 2005 heeft de raadsman van [Beheer] B.V. Rabobank aansprakelijk gesteld voor de door [Beheer] B.V. geleden schade.

3.2.1. [Beheer] B.V. heeft Rabobank in rechte betrokken en kort gezegd gevorderd een verklaring voor recht dat Rabobank toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen althans onrechtmatig heeft gehandeld jegens [Beheer] B.V., met veroordeling van Rabobank tot vergoeding van de door [Beheer] B.V. daardoor geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van Rabobank in de kosten van deze procedure. Kort samengevat verweet [Beheer] B.V. Rabobank dat zij – in de omstandigheden van dit geval - onvoldoende zorg had betracht bij de overboeking. Rabobank heeft volgens [Beheer] B.V. (i) het verkeerde formulier gebruikt bij de overboeking (ii) geen contact opgenomen met [Beheer] B.V. over het gewijzigde SWIFT adres en (iii) niet naar het IBAN van de begunstigde gevraagd.

3.2.2. Rabobank heeft de tekortkoming en de aansprakelijkheid betwist.

3.2.3. Bij tussenvonnis van 4 mei 2011 heeft de rechtbank geoordeeld dat [Beheer] B.V. onvoldoende had gesteld over verwijten (i) en (ii) en bovendien geen causaal verband bestaat tussen deze verwijten en het niet gecrediteerd zijn van het door [Beheer] B.V. opgegeven rekeningnummer. Over verwijt (iii) heeft de rechtbank geoordeeld dat Rabobank onvoldoende gemotiveerd verweer heeft gevoerd op het punt van het causaal verband tussen het niet vragen van het IBAN en de gestelde schade, zodat de rechtbank van dit causaal verband is uitgegaan. Het IBAN dient ertoe, aldus de rechtbank, verkeerde overboekingen te voorkomen. Over de vraag of Rabobank in januari 2004 bij een overboeking als de onderhavige (in Amerikaanse dollars naar een rekening in Zwitserland) had moeten vragen naar het IBAN, heeft de rechtbank een deskundigenbericht gelast. Aan de (drie) deskundigen werd tevens gevraagd of er in 2004 (interne) richtlijnen bestonden voor Nederlandse banken voor dit soort betalingsopdrachten.

3.2.4. De deskundigen hebben hun bericht uitgebracht. Bij eindvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat het in januari 2004 niet verplicht of gebruikelijk was dat banken navraag deden naar het IBAN bij betalingen zoals de onderhavige. Zij oordeelde dat geen sprake is van een door Rabobank gemaakte fout en dat in het midden kan blijven wat er zou zijn gebeurd indien Rabobank wel navraag had gedaan naar het IBAN. Omdat geen sprake is van een door Rabobank gemaakte fout, is evenmin sprake van een toerekenbaar tekortschieten van Rabobank in haar verplichtingen jegens [Beheer] B.V. dan wel een onrechtmatig handelen en is Rabobank niet gehouden de door [Beheer] B.V. geleden schade te vergoeden. De vorderingen werden afgewezen met veroordeling van [Beheer] B.V. in de proceskosten.

3.3.1. Tegen dit oordeel is [Beheer] B.V. opgekomen met vier grieven. Zij heeft het hof gevraagd een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen. Voorts heeft zij haar eis gewijzigd en tevens gevorderd dat het hof voor recht zal verklaren dat [Beheer] B.V. de betalingstransactie buitengerechtelijk heeft vernietigd op 19 april 2004, dan wel op 24 november 2004.

3.3.2. Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel geappelleerd tegen de overwegingen van de rechtbank in het tussenvonnis en het eindvonnis met betrekking tot de doelstelling van het IBAN.

in principaal appel

3.4.1. Het hof zal de grieven van [Beheer] B.V. gezamenlijk bespreken.

Allereerst constateert het hof dat geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de verwijten (i) en (ii) niet tot toewijzing van de vordering kunnen leiden, zodat de beoordeling van de vordering op grond van deze verwijten als zodanig niet aan het oordeel van het hof is onderworpen. Wel heeft [Beheer] B.V. deze beide kwesties aangehaald in het kader van haar verwijt (iii) dat Rabobank niet heeft voldaan aan haar waarschuwingsplicht.

3.4.2. [Beheer] B.V. heeft in hoger beroep geen bezwaren (meer) geuit tegen het deskundigenonderzoek of de inhoud van het door de deskundigen uitgebrachte rapport. Dit betekent dat het hof – net als de rechtbank – de bevindingen van de deskundigen tot uitgangspunt zal nemen.

3.4.3. De grieven van [Beheer] B.V. stellen aan de orde (1) of de zorgverplichting van Rabobank jegens [Beheer] B.V. in 2004 in het algemeen, dan wel in de omstandigheden van het geval, meebracht dat zij bij de acceptatie van de betalingsopdracht [Beheer] B.V. had moeten waarschuwen tegen het risico dat een betalingsopdracht als die waartoe [Beheer] B.V. opdracht had gegeven zou kunnen mislukken en de begunstigde het over te maken bedrag niet zou ontvangen, en (2) of Rabobank navraag had moeten doen naar het IBAN van SDC Bank International.

Daarnaast stelt [Beheer] B.V. in hoger beroep (3) dat zij, indien zij had geweten dat er een risico bestond dat het over te maken bedrag niet op de rekening van de begunstigde terecht zou komen, de betreffende betalingsopdracht nooit zou hebben verstrekt. Zij verkeerde in de onjuiste veronderstelling dat de SWIFT en IBAN nummers een correcte uitvoering van de betalingsopdracht verzekeren en zij wist niet dat SDC Bank International AG niet bestond. Er is derhalve sprake van dwaling aan de zijde van [Beheer] B.V. en zij heeft de betalingsopdracht buitengerechtelijk vernietigd op 19 april 2004, dan wel op 24 november 2004.

3.5.1. Om met dit laatste te beginnen: de vraag of [Beheer] B.V. een beroep op vernietiging wegens dwaling heeft gedaan in genoemde brieven, is er een van uitleg, nu de brieven zelf het begrip “vernietiging” in een of meer varianten niet bevatten. Bij de uitleg van schriftelijke verklaringen als de onderhavige geldt dat, ook indien meer of minder gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van gekozen bewoordingen, de overige omstandigheden van het geval op zichzelf reeds kunnen meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan die verklaringen moet worden gehecht. Beslissend blijft aldus de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze brieven van [Beheer] B.V. mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Deze verwachtingen over en weer tussen partijen worden bepaald door wat tussen hen is voorgevallen.

3.5.2. Rabobank weerspreekt (bij memorie van antwoord en pleidooi) dat zij de uiting in genoemde brieven heeft opgevat of moest opvatten als een beroep op vernietiging, nu genoemde brieven in het geheel geen beroep op vernietiging inhielden noch op enigerlei wijze aan dwaling refereerden. Rabobank wijst erop dat de brief van de advocaat van [Beheer] B.V. van 13 januari 2005 wel een aansprakelijkstelling bevat, maar ook geen beroep op vernietiging. [directeur van Beheer B.V.] heeft ook nooit enig gevolg gegeven aan de gestelde vernietiging.

3.5.3. Naar het oordeel van het hof kan uit de brieven van 19 april en/of 24 november 2004 geen beroep op vernietiging wegens dwaling worden gedestilleerd en behoefde Rabobank dat ook niet als zodanig te begrijpen. Nergens verklaart [Beheer] B.V. in deze brieven dat zij de opdracht niet zou hebben gegeven als zij destijds had geweten wat zij naderhand te weten kwam en in de periode daarna – tot aan de memorie van grieven – wordt ook op geen enkele wijze aan vernietiging wegens dwaling of de rechtsgevolgen daarvan gerefereerd.

Daar komt bij, dat als [Beheer] B.V. zich toen wel op dwaling zou hebben beroepen, dit beroep zonder rechtsgevolg zou zijn gebleven, op de grond dat de gestelde dwaling geheel voor rekening van [Beheer] B.V. zou zijn gebleven, zoals uit het navolgende zal blijken.

3.6.1. Voor wat betreft de overige verwijten aan Rabobank heeft het volgende te gelden. Rabobank heeft de overboeking in kwestie uitgevoerd volgens de instructies van [Beheer] B.V. (nadat de kwestie van het verkeerde SWIFT adres was opgelost). Het staat buiten kijf dat alle informatie omtrent de bij Credit Suisse bankierende begunstigde van de betaling – niet: [Beheer] B.V., zoals [directeur van Beheer B.V.] verklaarde tijdens het pleidooi, maar SDC Bank International AG - afkomstig was van [Beheer] B.V.. Het overgeboekte bedrag is ontvangen door Credit Suisse ten behoeve van die begunstigde.

Credit Suisse heeft eigener beweging een wijziging aangebracht in zowel naam als bankrekeningnummer van de begunstigde, waardoor Credit Suisse minst genomen de fraudeurs achter SDC Bank International in de kaart speelde. Inmiddels is wel komen vast te staan dat deze fraudeurs samenwerkten met of dezelfde personen waren als degenen die zich bedienden van SDC Bankcard International.

3.6.2. Aan Rabobank is door [Beheer] B.V. geen verwijt gemaakt van de handelwijze van Credit Suisse. Evenmin ligt aan de vordering van [Beheer] B.V. ten grondslag dat aan Rabobank wordt verweten dat zij – nadat het geld was verdwenen – niet al het mogelijke heeft gedaan om het bedrag bij Credit Suisse te recupereren. Waar het [Beheer] B.V. om gaat, is dat Rabobank haar erop had moeten wijzen dat zelfs bij correcte invoer van alle gegevens in Nederland, de betalingsopdracht toch zou kunnen mislukken door omstandigheden buiten de invloedssfeer van Rabobank. Omstandigheden die hierbij volgens [Beheer] B.V. van belang kunnen zijn, zijn de hoogte van het bedrag, het oorspronkelijk verkeerd opgegeven SWIFT-adres en het verkeerde overboekingsformulier. Door genoemde waarschuwing niet te geven én door geen navraag te doen naar het IBAN van SDC Bank International AG is Rabobank toerekenbaar tekort geschoten jegens [Beheer] B.V.

3.6.3. Het falen van het aan Rabobank gemaakte verwijt met betrekking tot het IBAN ligt reeds besloten in het in hoger beroep niet betwiste rapport van de deskundigen, waaruit kort gezegd blijkt dat het in januari 2004 niet verplicht en evenmin gebruikelijk was voor banken om bij klanten naar het IBAN te vragen. Voor wat betreft de onderhavige overboeking heeft bovendien te gelden dat de op het IBAN betrekking hebbende verordeningen niet van toepassing waren op betalingen naar landen buiten de EU en ook niet op betalingen in andere valuta dan de euro. Tenslotte is het IBAN in het leven geroepen om grensoverschrijdende betalingen efficiënter en geautomatiseerd te laten verlopen. Het IBAN maakt niet een naam-nummercontrole mogelijk, alleen de bank waar de rekening wordt aangehouden kan zekerheid verschaffen of een rekeningnummer aan een bepaalde (rechts) persoon toebehoort, aldus de deskundigen. Door [Beheer] B.V. is in het licht van deze vaststellingen onvoldoende gesteld op grond waarvan toch een – ongeschreven – verplichting voor Rabobank zou hebben bestaan, om in de omstandigheden van dit geval (zie ook rov 3.6.5. hierna) naar het IBAN van begunstigde SDC Bank International AG (niet van de ontvangende bank Credit Suisse) te vragen, zoals [Beheer] B.V. aanvoert.

3.6.5. Ten aanzien van het door [Beheer] B.V. gemaakte verwijt over het ontbreken van de waarschuwing stelt het hof voorop dat in dit geding slechts de vraag dient te worden beantwoord of Rabobank in de concrete omstandigheden van dit geval een waarschuwingsplicht had. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend.
Tussen partijen staat vast dat het hier ging om een “kale” overboeking en niet om een situatie waarin [Beheer] B.V. tevoren het advies van Rabobank had verzocht (een “execution only”- situatie en geen vermogensadviesrelatie). In het onderhavige geval heeft de betaling de begunstigde niet bereikt vanwege omstandigheden waarop, naar [Beheer] B.V. niet weersproken heeft, Rabobank geen invloed heeft kunnen uitoefenen, namelijk dat de door [Beheer] B.V. opgegeven begunstigde een fraudeur was en er bij Credit Suisse eigenmachtig wijzigingen zijn aangebracht in de betalingsopdracht. Zoals hiervoor is overwogen, bestond voor de bank geen verplichting om bij het verstrekken van de betalingsopdracht naar het IBAN bij [Beheer] B.V. te vragen en had de bank aan de hand daarvan bovendien niet kunnen nagaan welke naam bij dat nummer behoorde. Gesteld noch gebleken is dat Rabobank ermee bekend was of dat zij er, behoudens door het opvragen van het IBAN, mee bekend had kunnen zijn dat de begunstigde in feite geen bestaande entiteit was met een niet bestaand rekeningnummer en evenmin dat met die niet bestaande entiteit, al dan niet tevens bij Credit Suisse, fraude werd gepleegd, zodat een waarschuwing om die reden op zijn plaats zou zijn geweest. [Beheer] B.V. heeft voorts niet gesteld dat fraude zo vaak voorkomt bij het uitvoeren van betalingstransacties als de onderhavige, dat de bank reeds op grond daarvan had moeten waarschuwen tegen de risico’s in verband daarmee. Dat de betalingsopdracht een groot bedrag betrof, is onvoldoende om anders te oordelen

Naar het oordeel van het hof kon Rabobank, gegeven de (beperkte) opdracht van [Beheer] B.V. niet meer doen dan het geld naar de door [Beheer] B.V. opgegeven rekening van SDC Bank International AG bij Credit Suisse over te maken. Het gebruikte overmakingsformulier heeft hiermee niets van doen, omdat – zo heeft Rabobank in hoger beroep onbetwist gesteld - het verschil tussen dit formulier en het formulier dat Rabobank gebruikte voor overboekingen boven € 50.000,- slechts gelegen is in het al dan niet melden van de overmaking aan De Nederlandsche Bank. Gesteld noch gebleken is dat die melding de fraude c.q. het verdwijnen van het geld in Zwitserland had kunnen voorkomen.

3.7.1. De conclusie uit het voorgaande is dat de beroepen vonnissen van de rechtbank zullen worden bekrachtigd omdat de grieven daartegen falen. Er is naar het oordeel van het hof geen aanleiding om, zoals [Beheer] B.V. heeft verzocht, prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen.

3.7.2. Het incidenteel appel is ingesteld onder de voorwaarde dat het principaal appel tot vernietiging van het vonnis zou leiden. Nu die voorwaarde niet is vervuld, behoeft het incidenteel appel niet te worden behandeld.

3.7.3. [Beheer] B.V. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

4 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt de tussen partijen uitgesproken vonnissen van de rechtbank ’s-Hertogenbosch (c.q. de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch) van 4 mei 2011, 7 november 2012 en 8 januari 2014;

veroordeelt [Beheer] Beheer B.V. in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Rabobank tot op heden begroot op € 704,00 aan verschotten en € 2.682,00 aan salaris advocaat;

verklaart de veroordeling in de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, L.W. Louwerse en Th. Groenewald en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 november 2015.

griffier rolraadsheer