Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4422

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
HD 200.126.684_01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

uitkering autoverzekering bij diefstal?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2016, afl. 1, p. 41
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.126.684/01

arrest van 3 november 2015

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. J.A.J. Dappers te Ravenstein,

tegen

AllSecur B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als AllSecur,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 9 juli 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant onder zaaknummer 859819/12-9820 gewezen vonnis van 24 januari 2013.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 9 juli 2013 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 augustus 2013;

  • -

    de memorie van grieven;

  • -

    de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep (met tien producties);

  • -

    de memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte in principaal appel;

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg

6 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de beide memories.

7 De beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

7.1.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

  1. [appellant] heeft op 14 februari 2012 bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de te zijnen name staande auto, VW Polo, met het kenteken [kenteken] , in de nacht van 13 op 14 februari 2012 (prod. 1 inl. dagv.).

  2. [appellant] had deze auto op 27 april 2011 bij AllSecur verzekerd. [appellant] heeft – na een bericht van AllSecur d.d. 14 februari 2012 dat zij een schademelding betreffende de auto had ontvangen (prod. 2 inl. dagv.) - bij een op 23 februari 2012 door AllSecur ontvangen schadeformulier (prod. 1 cva) opgave gedaan van het schadevoorval.

  3. De betreffende auto (verder: de auto) is als auto met schade op 11 april 2011 verkocht voor een bedrag van € 4.700,= (incl. een bedrag van € 308,= aan 19% BTW) door autobedrijf JTI te [vestigingsplaats 2] . De voor die verkoop afgegeven factuur is ten name van [appellant] , [woonplaats] , gesteld (prod. 2 mva). Op de verkoopfactuur is een afgelezen kilometerstand van 70.000 kilometer vermeld. Het kenteken van de auto werd op de dag van aankoop gesteld op naam van ene [verkoper] doch op 12 april 2011 overgeschreven op naam van [appellant] .

  4. Op de auto stond een zogenaamd WOK-signaal (wachten op keuring) dat op 20 januari 2012 na een keuring van de auto is verwijderd. In het APK-keuringrapport is voor de auto een kilometerstand van 49413 vermeld.

  5. Naar aanleiding van de aangifte van [appellant] van het schadevoorval (de door [appellant] gemelde diefstal van de auto) heeft AllSecur een onderzoek doen instellen door Iteb B.V. In het rapport d.d. 28 maart 2012 van dat onderzoek (prod. 3 cva) maakt de rechercheur [rechercheur] onder meer melding van de hiervoor onder c en d vermelde feiten. Verder schrijft [rechercheur] in het rapport over de opgave van [appellant] en verder verricht onderzoek onder meer:
    “LEVERING/ AANKOOP
    De auto werd gebruikt gekocht bij een vriend, genaamd [verkoper] te [woonplaats] . (..) Voor de auto werd geen bedrag betaald, maar er zou een schuld van € 8000,= mee zijn ingelost (…)
    (…)
    STAAT AUTO

Volgens opgave verkeerde de auto in een schadevrije staat.
SLOTEN EN SLEUTELS

Bij aflevering van de auto werden 2 sleutels ontvangen. Beide sleutels waren nog in bezit van [appellant] en werden overhandigd. (…) Blijkens de afgelegde verklaring zijn er nimmer sleutels bijgemaakt.
(…)
BEZOEK AAN BESTUURDER
Op 16 februari 2012 bracht ik na een daartoe gemaakte afspraak een bezoek aan [appellant] op zijn woonadres te [woonplaats] .
Verklaring:
“Ik heb de onderhavige auto van een vriend, [verkoper] , gekocht. Als ik in eerste instantie heb verklaard dat mijn vriend een aanrijding met de auto heeft gehad is dat niet juist, mijn vriend heeft de auto ook met schade gekocht. (..) Bij aankoop van de auto heb ik 2 sleutels ontvangen. Als ik eerst heb verklaard dat met beide sleutels de auto kon worden gestart heb ik mij vergist, want met de sleutel, waarvan u zegt dat die niet origineel is, kon de auto niet worden gestart. Ik herinner mij nu dat [verkoper] had gezegd dat deze sleutel nog moest worden ingeleerd. (..) Na aankoop van de auto heb ik deze gestald bij garage Fastfit te [woonplaats] . De auto is daar altijd blijven staan. Ik heb de schade in eigen beheer hersteld met behulp van vrienden. Alle onderdelen van de auto heb ik via marktplaats gekocht, ik heb geen aankoopfacturen. (…) Ik ben niet meer bekend met het telefoonnummer en adres van [verkoper] omdat hij is verhuisd en ik niet zoveel contact meer met hem heb.”
(...)
SLEUTELONDERZOEK
Uit het sleutelonderzoek is komen vast te staan dat één van de door [appellant] ingeleverde sleutels een falsificaat betreft (…)
(…) ”

Bij brief van 3 april 2012 heeft AllSecur (prod. 3 inl. dagv.) naar aanleiding van de bevindingen van [rechercheur] [appellant] op een aantal punten om een nadere toelichting verzocht. In deze brief schrijft AllSecur: “(…) Door u werd een beroep op de polis gedaan en door ons werd een onderzoeker ingeschakeld. Uit het onderzoek kwamen feiten en omstandigheden naar voren die het voor ons op dit moment niet mogelijk maken om een standpunt in te nemen. Voordat wij tot een standpuntbepaling kunnen overgaan verzoek wij u om te volgende punten toe te lichten dan wel op te helderen. (…) Na ontvangst van uw reactie op de genoemde punten zullen wij ons standpunt meedelen. (…)”

[appellant] heeft bij brief van 13 april 2012 op voormelde brief van AllSecur gereageerd, waarna AllSecur haar afwijzing van de claim kenbaar heeft gemaakt bij brief van 6 juni 2012 (prod. 4 en 5 mva pr. appel, mvg inc. appel).
In haar brief van 6 juni 2012 schrijft AllSecur: “(…) Op grond van een of meer uitsluitingsgronden zoals opgenomen in de artikelen 17 en 19 van de van toepassing zijnde voorwaarden Auto 003 en overige geconstateerde feiten/omstandigheden kunnen wij de claim niet honoreren. (..)”

In art. 19 van de voorwaarden Auto 003 (prod. 1 cva) is onder meer bepaald: “Tenslotte geven wij geen dekking: - Als u ons opzettelijk onjuiste informatie heeft gegeven bij aanvang van de verzekering of bij schade (…)”.

Door Iteb Schadeservices werd op 29 maart 2012 aan de auto een dagwaarde van € 3.750,= toegekend (prod. 6 mva pr.appel).

7.1.2. [appellant] heeft in het geding in eerste aanleg veroordeling van AllSecur gevorderd tot (i) betaling van een schadevergoeding van € 9.500,=, subsidiair € 4.700,=, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. [appellant] vorderde verder (ii) een bedrag van € 600,= aan kosten ter vaststelling van de schade en buitengerechtelijke kosten, vast te stellen op 10% van de hoofdsom en (iii) veroordeling van AllSecur in de proceskosten.

7.1.3. AllSecur heeft de vordering van [appellant] gemotiveerd betwist. AllSecur betwist dat er sprake is geweest van een onder de verzekering gedekt evenement en voert verder aan dat door [appellant] onjuiste informatie is verstrekt met als doel om haar te misleiden tot het doen van een uitkering. Volgens AllSecur is zij daarom niet tot enige uitkering gehouden. AllSecur heeft zich voor haar verweer beroepen op de bevindingen van de rechercheur [rechercheur] in diens onderzoeksrapport van 28 maart 2012.

7.1.4. De kantonrechter heeft bij het vonnis waarvan beroep vordering (i) toegewezen tot een bedrag van € 5.500,= en vordering (ii) afgewezen. De kantonrechter overwoog onder meer:
- dat AllSecur niet uitdrukkelijk heeft betwist dat de auto in de nacht van 13 of 14 februari 2012 is gestolen, zodat dat vaststaat (r.o. 3.2);

- dat het erom gaat of [appellant] onjuiste informatie over de auto of de diefstal heeft verstrekt (r.o. 3.3);

- dat hij, de kantonrechter, onvoldoende reden heeft aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [appellant] te twijfelen;

- dat voldoende aannemelijk is dat de auto ten tijde van de diefstal uiterlijk in onberispelijke staat verkeerde en een hogere waarde had dan de aankoopwaarde van € 4.700,= (r.o. 3.5);

- dat er daarom onvoldoende grond is om aan te nemen dat [appellant] onjuiste informatie heeft verstrekt bij het aangaan van de verzekering of na het ontstaan van de schade en dat AllSecur daarom op grond van de verzekeringsovereenkomst tot schadevergoeding gehouden is;

- dat niet aannemelijk is dat de auto in nieuwstaat verkeerde en dat de schade daarom wordt begroot op € 5.500,=;

- dat de vordering ter zake buitengerechtelijke kosten onvoldoende is onderbouwd.

De kantonrechter veroordeelde AllSecur als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.

7.1.5. In het principaal hoger beroep heeft [appellant] een grief aangevoerd tegen de begroting door de kantonrechter van de schade op een bedrag van € 5.500,= in plaats van het door hem primair gevorderde schadebedrag van € 9.500,=. Tegen de afwijzing van vordering (ii) is door [appellant] geen grief gericht zodat die afwijzing in hoger beroep niet meer ter discussie staat.

7.1.6. In het incidenteel appel heeft AllSecur drie grieven voorgedragen. Grief 1 is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat AllSecur de diefstal niet (uitdrukkelijk) heeft betwist en dat die diefstal daarom vaststaat. In grief 2 bestrijdt AllSecur het oordeel van de kantonrechter dat de verklaring van [appellant] over de gang van zaken bij de koop van de auto en het door hem opgeknapt zijn van die auto geloofwaardig is te achten. Grief 3 is gericht tegen de conclusie van de kantonrechter dat er onvoldoende grond is om aan te nemen dat [appellant] onvoldoende informatie heeft verstrekt, dat de schade kan worden begroot op € 5.500,= en dat vordering tot schadevergoeding tot dat bedrag toewijsbaar is.

7.1.7. Het hof zal hierna eerst de grieven in het incidenteel appel bespreken aangezien die grieven het meest verstrekkend zijn.

het incidenteel appel

7.2.1. Grief 1 slaagt voor zover AllSecur daarin opkomt tegen de overweging van de kantonrechter dat zij de door [appellant] gestelde diefstal niet (uitdrukkelijk) heeft betwist. AllSecur heeft in de onderhavige procedure op grond van de door haar in haar brieven van 3 april 2012 en 6 juni 2012 genoemde feiten en omstandigheden zowel de gestelde diefstal betwist als het verweer gevoerd dat door [appellant] onjuiste informatie is verstrekt (cva 9).

7.2.2. In beginsel rust op [appellant] de bewijslast van de door hem gestelde diefstal (HR 28 oktober 1994, NJ 1995, nr. 141), zij het dat in het geval van diefstal van een geparkeerde auto geen al te zware eisen aan het bewijs mogen worden gesteld. Door de verzekerde kan worden volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat de gestelde diefstal heeft plaatsgevonden. Daarbij kan onder omstandigheden de enkele aangifte van diefstal als voldoende bewijs worden aanvaard (HR 11 april 2003, NJ 2004, nr. 568).

7.2.3. Het hof zal de vraag of in dit geval het proces-verbaal van de aangifte van de diefstal al dan niet als voldoende bewijs kan worden beschouwd in het midden laten en eerst ingaan op het door AllSecur gevoerde verweer dat zij, gezien de door haar gestelde feiten en omstandigheden, op grond van de poliswaarden niet tot schadevergoeding gehouden is.

7.3.1. In grief 3 komt AllSecur op tegen de verwerping van dit verweer. In de toelichting op deze grief verwijst AllSecur verder naar de waarschuwing in art. 30 van de Voorwaarden Auto 003, waarin, kort samengevat, onder meer is vermeld dat van de verzekerde wordt verwacht dat deze ‘alle informatie doorgeeft die voor de afhandeling van de schade van belang kan zijn’ en ‘de juiste informatie geeft’ en dat bij een zich niet houden aan die gedragsregels de kans bestaat dat ‘uw dekking niet geldig is en wij de verzekering beëindigen’.

7.3.2. In de toelichting op grief 3 stelt AllSecur verder dat zij ook op grond van het bepaalde in art. 7:928 jo. art. 7:930 BW niet tot schadevergoeding gehouden is. Aan die grondslag voor het verweer van AllSecur gaat het hof echter voorbij nu AllSecur voor de in voormelde artikelen geregelde situatie onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd. Door AllSecur is niet concreet gesteld welke feiten bij het aangaan van de verzekering niet of niet juist zijn meegedeeld en welke gevolgen die feiten, indien wel (juist) meegedeeld zouden hebben gehad voor de afgesloten verzekering. Het hof sluit overigens niet uit dat AllSecur heeft bedoeld te verwijzen naar art. 7:941 BW, in welk artikel in lid 5 wordt voorzien in een verval van het recht op uitkering indien een verzekerde niet aan een informatieverplichting heeft voldaan met het opzet de verzekeraar te misleiden. De zinsnede in haar brief van 6 juni 2012 ‘dat onomstotelijk is vastgesteld dat door [appellant] onjuiste informatie is verstrekt met als doel om AllSecur te misleiden tot het doen van een onterechte uitkering’ is daarmee meer in overeenstemming.

7.3.3. In de brief van 3 april 2012 noemt AllSecur een aantal uit het onderzoek van de rechercheur [rechercheur] gebleken feiten en omstandigheden op grond waarvan zij de opgave van [appellant] ter zake het schadevoorval (de diefstal van de auto) en de daardoor geleden schade niet zonder meer als geloofwaardig accepteert. In de brief noemt AllSecur onder meer de volgende punten:
- de omstandigheid dat [appellant] naar eigen opgave de auto van [verkoper] heeft gekocht als inlossing van een schuld van € 8.000,= van [verkoper] aan hem terwijl het ging om een auto die voor € 4.700,= is gekocht bij een koop waarbij hij, [appellant] , zelf aanwezig was;

- het feit dat op de ten name van [appellant] gestelde aankoopfactuur voor de auto niet het woonadres van [appellant] (maar dat van zijn vriendin) is vermeld;

- de omstandigheid dat er geen bescheiden zijn waaruit blijkt dat de auto is gerepareerd;

- de omstandigheid dat omwonenden van het woonadres van [appellant] ([adres] te [woonplaats] ), waar volgens de aangifte van de diefstal door [appellant] de auto in de nacht van 13 op 14 februari 2012 is gestolen, de auto daar nog nooit in de straat geparkeerd hebben zien staan;

- het feit dat een van de autosleutels een falsificaat is gebleken en dat [appellant] daarna zijn aanvankelijke verklaring dat de auto met beide sleutels kon worden gestart heeft afgedaan als een vergissing;

- de omstandigheid dat de nadere verklaring van [appellant] - dat [verkoper] hem had gezegd dat met die sleutel de auto niet kon worden gestart omdat die nog moest worden ‘ingeleerd’ – niet door een verklaring van [verkoper] is ondersteund;

- het feit dat de kilometerstand van de auto is teruggedraaid (aankoopfactuur 70.000, keuringsrapport 49.413).

7.3.4. In zijn reactie bij brief van 13 april 2012 heeft [appellant] , kort samengevat, laten weten:

- dat hij niet in staat is om zijn zaken te regelen en altijd iemand nodig heeft bij zijn activiteiten;

- dat in dit geval [verkoper] zijn helper was en dat die kennelijk met het aankoopbedrag van de auto heeft gesjoemeld; dat [verkoper] hem zei dat hij een voorbetaling had gedaan;

- dat hij een zwervend bestaan leidt en [verkoper] kennelijk voor hem een gelegenheidsadres heeft opgegeven;

- dat zijn zwervend bestaan verklaart dat buurbewoners hem niet altijd zien;

- dat hij de auto inderdaad met schade heeft gekocht;

- dat hij totaal in de war was met de sleutels; er waren twee sleutels, een originele en een namaak, hij gebruikte de originele;

- dat het kan dat de kilometerstand verschillend was omdat de kilometerteller kapot was en hij een gebruikte kilometerteller in de auto heeft aangebracht;

7.3.5. AllSecur heeft in die reactie geen bevredigende toelichting dan wel opheldering gelegen geacht. Zij beroept zich in haar brief van 6 juni 2012 op een of meer uitsluitingsgronden zoals opgenomen in art. 17 en 19 van de voorwaarden. AllSecur noemt daarvoor in de brief van 6 juni 2012 een aantal argumenten. Zij wijst onder meer op de door [appellant] genoemde koopprijs van € 8.000,= terwijl de auto blijkens de factuur voor € 4.700,= is gekocht, het achterhouden van de informatie dat de auto met schade was gekocht, het niet kunnen onderbouwen van de gestelde herstelkosten, het bewust opgeven van een lagere kilometerstand en de aanvankelijke uitdrukkelijke verklaring van [appellant] dat twee originele sleutels van de auto waren overgelegd. Volgens AllSecur kunnen het noemen van een hogere aankoopprijs van de auto en het bewust opgeven van een lagere kilometerstand geen ander doel hebben gehad dan haar te misleiden.

7.3.6. Het hof volgt AllSecur in het oordeel dat [appellant] haar opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt. De aanschafwaarde en de kilometerstand waren op de ten name van [appellant] gestelde factuur vermeld, zodat mag worden aangenomen dat [appellant] met die gegevens bekend is geweest. [appellant] heeft geen, althans onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan dat niet zou mogen worden aangenomen. Aanschafwaarde en kilometerstand zijn geen onbelangrijke gegevens voor de waarde van een auto, zodat het hof het onaannemelijk acht dat [appellant] daarvan ‘per ongeluk’ niet de juiste gegevens aan AllSecur heeft verstrekt. Tot de geloofwaardigheid van de latere verklaring van [appellant] , dat hij ten gevolge een vervanging van de kilometerteller niet de juiste kilometerstand ten tijde van de gestelde diefstal heeft opgegeven, draagt bovendien niet bij dat [appellant] in zijn eerdere verklaring aan de rechercheur [rechercheur] over een vervanging van de kilometerteller niet heeft gerept en hij daarover ook thans geen details en verifieerbare gegevens heeft verstrekt. Dat laatste geldt eveneens voor zijn latere verklaring, dat [verkoper] kennelijk met het aankoopbedrag van de auto heeft gesjoemeld en dat bij zijn weten meer voor de auto was betaald. Naast aanschafwaarde en kilometerstand is ook de staat waarin een auto verkeert van belang voor de waarde daarvan. De pas latere erkenning van [appellant] dat de auto met schade is gekocht en het door hem niet verstrekken van concrete en verifieerbare informatie over de kosten van het door hem gestelde herstel, doen eveneens afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [appellant] omtrent de staat van de auto ten tijde van de diefstal.

7.3.7. Bij de comparitie in eerste aanleg en in de memorie van grieven in principaal appel heeft [appellant] – voor het eerst – enige informatie over de herstelkosten gegeven in die zin dat hij stelt dat hij zelf ongeveer 200 uren aan de auto heeft gewerkt, een vriend genaamd [getuige 1] een vijftiental uren en een vriend genaamd [getuige 2] omstreeks 30 uren en dat hij ongeveer € 2.000,= aan materiaalkosten heeft gehad, zodat, indien de uren worden gesteld op € 15,= per uur, met het herstel een bedrag van € 3.675,= gemoeid is geweest. [appellant] legt in het principaal appel die gegevens ten grondslag aan zijn stelling dat, uitgaande van een aanschafwaarde van de auto van € 4.700,=, de auto ten tijde van de gestelde diefstal wel degelijk een waarde van ten minste € 9.500,= had. Deze gegevens leiden het hof niet tot een ander dan het in r.o. 7.3.6 gegeven oordeel. Deze gegevens kunnen wellicht bijdragen tot enige onderbouwing van de door [appellant] gestelde waarde van de auto ten tijde van de gestelde diefstal maar doen tegelijkertijd afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [appellant] aan de rechercheur [rechercheur] ‘dat de auto bij de aankoop in beschadigde staat altijd nog een waarde van € 8.000,= vertegenwoordigde’. Overigens heeft [appellant] ook in de memorie van grieven in principaal appel de gestelde materiaalkosten op geen enkele wijze gespecificeerd. In die memorie heeft hij alleen uitdrukkelijk bewijs aangeboden van de aan het opknappen van de auto bestede uren door het horen van hemzelf, [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen.

7.3.8. Op grond van het voorgaande acht het hof, anders dan de rechtbank, het verweer van AllSecur, dat zij op grond van art. 19 van de op de verzekering van toepassing zijnde Voorwaarden Auto 003 niet tot dekking gehouden is, gegrond. Grief 3 in het incidenteel appel slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, de vordering van [appellant] zal alsnog worden afgewezen.

7.4.1. Nu het slagen van grief 3 reeds tot afwijzing van de vordering van [appellant] leidt, behoeft de vraag of in dit geval de enkele aangifte van de diefstal als voldoende bewijs voor de diefstal kan worden aanvaard, verder geen bespreking.

7.4.2. Ook grief 2 hoeft verder geen afzonderlijke bespreking. Uit hetgeen in verband met grief 3 overwogene kan worden geconcludeerd dat het hof ook deze grief gegrond acht. In het bijzonder de wisselende verklaringen van [appellant] over de gang van zaken bij de verkrijging van de auto, de sleutels en de waarde van de auto bij aankoop (eerst € 8.000,=, later € 4.700,=) en de onjuiste opgave van de kilometerstand doen afbreuk aan de geloofwaardigheid van de door de kantonrechter geloofwaardig geachte verklaring van [appellant] als gerelateerd in r.o. 3.3 van het vonnis waarvan beroep.

het principaal appel

7.5.1. Nu het vonnis waarvan beroep op grond van het slagen van grief 3 in het incidenteel appel zal worden vernietigd en de vordering van [appellant] alsnog zal worden afgewezen vanwege het geslaagde beroep van AllSecur op art. 19 van de op de verzekering van toepassing zijnde Voorwaarden Auto 003, kan de door [appellant] in het principaal appel aangevoerde grief geen doel treffen.

7.5.2. Het door [appellant] aangeboden bewijs van de door hem gestelde waarde van de auto ten tijde van de gestelde diefstal is daarmee verder niet ter zake dienende, zodat aan dat bewijsaanbod voorbij wordt gegaan.

in principaal en incidenteel appel

7.6.1. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en in die van het principaal en het incidenteel appel worden verwezen. De door AllSecur gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de door haar gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als in het dictum vermeld. De vordering van AllSecur ter zake de nakosten zal worden toegewezen. Op vordering van AllSecur zal dit arrest uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

8 De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel hoger beroep

vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van [appellant] af;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en in die van het principaal en het incidenteel hoger beroep, welke kosten tot op heden worden begroot op € 500,= aan salaris gemachtigde in eerste aanleg, op € 683,= aan verschotten en € 817,50 aan salaris advocaat in principaal appel en op € 272,50 aan salaris advocaat in incidenteel appel;

veroordeelt [appellant] voorts in de nakosten, te begroten op € 131,= indien geen betekening van dit arrest plaatsvindt en op € 199,=, te vermeerderen met de kosten van het betekeningsexploit, indien betekening plaatsvindt;

bepaalt dat aan de proceskostenveroordeling dient te worden voldaan binnen 14 dagen na deze uitspraak en dat bij gebreke daarvan over die veroordeling de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de vijftiende dag na deze uitspraak;

wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. T. Rothuizen-van Dijk, J.A.M. van Schaik-Veltman en J.J. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 november 2015.

griffier rolraadsheer