Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4264

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-10-2015
Datum publicatie
18-07-2017
Zaaknummer
F 200.153.792/01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:999
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3656
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gezag en omgang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 15 oktober 2015

Zaaknummer: F 200.153.792/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/272767 / FA RK 13-6869

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. A.A.M. Olde Loohuis,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. A.A.M. van IJzendoorn.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

mevrouw drs [de bijzondere curator], in haar hoedanigheid van bijzondere curator,

kantoorhoudende te [kantoorplaats] .

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

vestiging: [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de raad.

5 De beschikking d.d. 19 maart 2015

Bij die beschikking heeft het hof mevrouw drs [de bijzondere curator] tot bijzondere curator benoemd en de procedure aangehouden.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het rapport met bijlagen van de bijzondere curator van 31 juli 2015;

- de reactie op dat rapport van de advocaat van de vader bij brief van 3 september 2015;

- de reactie op dat rapport van de advocaat van de moeder bij brief van 7 september 2015.

7 De bevindingen van de bijzondere curator en de reacties van partijen

7.1.

De bijzondere curator constateert dat de minderjarige op beide ouders is gesteld. De ouders zijn in een machtsstrijd verwikkeld, waarin de minderjarige bekneld lijkt te raken. Om uit die strijd te geraken lijkt niet de oplossing de moeder eenhoofdig met het gezag te belasten. Deze oplossing zou de relatie tussen de minderjarige en de vader (kunnen) schaden. De weg naar het doen oplossen van de machtsstrijd ligt in het creëren van mogelijkheid en bereidheid van ouders elkaars verschillen te onderkennen en te accepteren. Daarbij kunnen de ouders aansluiting zoeken bij een instantie die hen zou kunnen begeleiden indien er vervolgens onenigheid ontstaat. Deze instantie zou het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen zijn. Daarnaast adviseert de bijzondere curator de ouders in mediation te gaan voor het opstellen van een (gedetailleerd) ouderschapsplan. Dit plan dient ouders voldoende houvast te bieden, daar waar een flexibele instelling en graden van vrijheid waarbinnen ouderschap (ook) kan worden ingevuld, in deze omstandigheden niet haalbaar zijn gebleken. Vervolgens kunnen de ouders dan gedurende een door de bijzondere curator geadviseerde proeftijd laten zien dat zij tot de-escalatie van conflicten kunnen geraken.

Tenslotte adviseert de bijzondere curator tot een bijstelling van de thans lopende contactregeling: in plaats van eenmaal per veertien dagen van vrijdagmiddag tot dinsdagochtend een regeling van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school. In de week dat de minderjarige niet naar de vader gaat zou dan een dag naar de vader afgesproken kunnen worden, bij voorkeur tijdens de geadviseerde mediation.

7.2.

De vader stemt in met de verwijzing naar een mediator, bij voorkeur mevrouw drs. [de bijzondere curator] . De vader is ook bereid begeleiding van het Centrum voor Jeugd en Gezin te aanvaarden. De vader is het niet eens met het advies van de bijzondere curator de thans lopende contactregeling aan te passen. Dit advies komt voor de vader als een verrassing. De argumenten die de bijzondere curator aanhaalt onderschrijft de vader niet. Integendeel, hij ziet er eerder een achteruitgang van de situatie door optreden dan een verbetering.

7.3.

De moeder stemt in met verwijzing naar een mediator. Zij geeft de voorkeur aan een andere persoon dan mevrouw [de bijzondere curator] als mediator. De moeder is ook bereid contact te leggen met het Centrum voor Jeugd en Gezin, waarbij zij er van uit gaat dat het hier individuele begeleiding zal betreffen. De moeder stelt tenslotte dat in de rapportage van de bijzondere curator aantoonbare onjuistheden zijn geslopen. De moeder wenst daar in dit stadium niet nader op in te gaan omdat zij hoopt dat de verwijzingen uitkomst zullen bieden. Zij behoudt zich wel het recht voor daar zonodig later op terug te komen.

8 De verdere beoordeling

8.1.

Nu beide partijen gemotiveerd zijn een mediationtraject in te gaan zal het hof hen naar mediation verwijzen. Gelet op de problemen die spelen en het specifieke karakter daarvan acht het hof het geraden de ouders te verwijzen naar een gedragskundige met tevens een juridische achtergrond. Het hof zal de ouders verwijzen naar mr drs I. Sandig, [mediation] mediation, [adres] , [postcode] [kantoorplaats] , telefoon: [mobielnummer] .

Mevrouw Sandig heeft zich bereid verklaard deze verwijzing op te volgen. De advocaat van de moeder wordt verzocht mevrouw Sandig van afschriften van de processtukken te voorzien.

8.2.

Daarnaast zal het hof de partijen naar het Centrum voor Jeugd en Gezin verwijzen. Het hof is het met de bijzondere curator eens dat een indicatie voor hulp aan en begeleiding van de ouders nodig is, in het belang van de minderjarige. Het hof kan niet beoordelen in hoeverre de aldaar te verkrijgen begeleiding zal bestaan uit individuele, dan wel gezamenlijke begeleiding, dan wel een samenstel daarvan. Het hof adviseert de ouders op voorhand positief te staan tegenover een begeleidingsaanbod en, op geleide van de adviezen van Jeugd en Gezin, te verkennen waar het rendement van de begeleiding uiteindelijk voor ouders en de minderjarige gevonden kan worden.

8.3.

Ten aanzien van de contactregeling ziet het hof op dit moment geen aanleiding die bij te stellen. Zo nodig kunnen de ouders tijdens de mediation de contactregeling nader bespreken. Gedurende de aanhouding van de zaak blijft de regeling zoals die geldt, tenzij partijen in het kader van de mediation in goed onderling overleg tot andere afspraken komen.

8.4.

Gelet op het voorgaande zal het hof de zaak pro forma aanhouden tot 28 januari 2016, met het verzoek aan de partijen het hof voor die datum te berichten over de stand van zaken. Het hof gaat er daarbij van uit dat de bijzondere curator de zaak op de achtergrond zal blijven volgen en nader kan optreden indien zij dit in het belang van de minderjarige nodig acht.

9 De beslissing

Het hof:

verwijst de partijen in het kader van mediation naast rechtspraak naar de mediator: mr drs I. Sandig, [mediation] mediation, [adres] , [postcode] [kantoorplaats] en verstaat dat de advocaat van de moeder afschriften van de processtukken aan de mediator zal doen toekomen;

bepaalt dat (de advocaten van) de partijen per ommegaande adressen en telefoon- of e-mail

gegevens van de ouders aan de mediator ter kennis brengen, zodat zo spoedig als

mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt;

verwijst de ouders ter verkrijging van hulp en begeleiding, in het belang van de minderjarige, naar de Stichting Centrum voor Jeugd en Gezin, (CJG [regio] , althans de bevoegde CJG );

verzoekt de partijen het hof schriftelijk nader te berichten vóór 28 januari 2016;

houdt iedere verdere beslissing pro forma aan tot 28 januari 2016.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, C.D.M. Lamers en J.H.J.M. Mertens-Steeghs, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2015.