Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:4107

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
20-000205-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 5 jaar gevangenisstraf ter zake van verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en mishandeling, begaan tegen verdachtes (stief)kind(eren).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 20-000205-14

Uitspraak: 14 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 april 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-840059-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Kongo Kinshasa) op [geboortedag] 1963,

wonende te [adres] , [woonplaats] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

- verkrachting, meermalen gepleegd en

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd,

beide feiten in eendaadse samenloop gepleegd (feit 1) en

- mishandeling begaan tegen zijn kinderen, meermalen gepleegd (feit 2)

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de eerste rechter beslist over schadevergoeding voor de benadeelde partij

[slachtoffer 1] .

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair en onder 2 ten laste is gelegd en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede de gehele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van €10.000,- zal toewijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Door de raadsvrouwe van verdachte is primair integrale vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. Daarnaast heeft de eerste rechter verzuimd de bewijsmiddelen uit te werken.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot 01 juli 2009 te Oss, in elk geval in Nederland, en/of Ravels, in elk geval in België door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte (telkens) zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of (daarbij) op en neer gaande bewegingen gemaakt en/of zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens)

- al dan niet in de nachtelijke uren die [slachtoffer 1] bij zich ontbood en/of die [slachtoffer 1] zich liet ontkleden en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat ze niet mocht huilen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat, als ze niet zou gehoorzamen, ze terug moest naar Congo en/of dat haar moeder niet terug zou keren uit Congo en/of

- misbruik/gebruik heeft gemaakt van het fysieke en/of geestelijke overwicht dat hij, verdachte (als (stief)vader en/of als volwassene), had over die [slachtoffer 1]

en/of aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot 01 juli 2009 te Oss, in elk geval in Nederland, en/of Ravels, in elk geval in België, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit:

- het betasten van en/of zuigen en/of likken aan/bij de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van en/of laten trekken aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens)

- al dan niet in de nachtelijke uren bij zich ontbieden van die [slachtoffer 1] en/of het zich laten ontkleden van die [slachtoffer 1] en/of

- zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat ze niet mocht huilen en/of

- zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat, als ze niet zou gehoorzamen, ze terug moest naar Congo en/of dat haar moeder niet terug zou keren uit Congo en/of

- misbruik/gebruik maken van het fysieke en/of geestelijke overwicht dat hij, verdachte (als (stief)vader en/of als volwassene) had over die [slachtoffer 1] ;

subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot 06 april 2008 te Oss, in elk geval in Nederland en/of Ravels, in elk geval in België, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 1992), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of (daarbij) op en neer gaande bewegingen gemaakt en/of zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en/of (aan) de borsten en/of (aan/bij) de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of gezogen en/of gelikt en/of die [slachtoffer 1] zijn penis laten betasten en/of aan zijn penis laten trekken;

2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot 01 juli 2009 te Oss, in elk geval in Nederland, en/of Ravels, in elk geval in België, (telkens) opzettelijk mishandelend een of meer van zijn (stief)kind(eren), althans een of meer perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , (telkens) (al dan niet met een riem of slipper/schoen) heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt, waardoor deze (telkens) letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2007 tot 01 juli 2009 te Oss en/of Ravels, in België, door feitelijkheden en bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte (telkens) zijn, verdachtes, penis in de vagina en anus van die [slachtoffer 1] geduwd en zijn, verdachtes, tong in de vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met feitelijkheden hierin dat verdachte (telkens)

- al dan niet in de nachtelijke uren die [slachtoffer 1] bij zich ontbood en/of die [slachtoffer 1] zich liet ontkleden en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat, als ze niet zou gehoorzamen, ze terug moest naar Congo en

- misbruik heeft gemaakt van het fysieke en/of geestelijke overwicht dat hij, verdachte (als stiefvader en als volwassene), had over die [slachtoffer 1]

en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2007 tot 01 juli 2009 te Oss en/of Ravels, in België, (telkens) door feitelijkheden en bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, (telkens) bestaande uit:

- het betasten van en zuigen aan de borsten van die [slachtoffer 1] en

- het laten trekken aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1]

en bestaande die feitelijkheden en die bedreiging met feitelijkheden uit het (telkens)

- al dan niet in de nachtelijke uren bij zich ontbieden van die [slachtoffer 1] en/of het zich laten ontkleden van die [slachtoffer 1] en/of

- zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat, als ze niet zou gehoorzamen, ze terug moest naar Congo en

- misbruik maken van het fysieke en/of geestelijke overwicht dat hij, verdachte (als stiefvader en als volwassene) had over die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot 01 juli 2009 te Oss of Ravels, in België, (telkens) opzettelijk mishandelend zijn (stief)kinderen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (al dan niet met een riem of slipper/schoen) heeft geslagen en geschopt, en [slachtoffer 5] heeft geslagen, waardoor deze pijn hebben ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Door de raadsvrouwe van verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs. Daartoe is aangevoerd - zoals verwoord in de pleitaantekeningen - dat in strijd met de waarheid belastende verklaringen over verdachte zijn afgelegd, voortkomend uit een complot tegen verdachte, opgezet door [moeder] (de moeder van de kinderen) teneinde haar, [moeder] , vanuit Congo weer terug naar Nederland te krijgen.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit is voorts aangevoerd - kort gezegd - dat de verklaring van [slachtoffer 1] als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt omdat deze verklaring tegenstrijdigheden bevat en bovendien op onderdelen afwijkt van de verklaringen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de verdediging aangevoerd - kort gezegd - dat ook deze voor verdachte belastende verklaringen geplaatst en begrepen dienen te worden tegen de achtergrond van het plan om de moeder van de kinderen weer naar Nederland te krijgen.

Het hof verwerpt de verweren van de verdediging en overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof is van oordeel dat de zijdens verdachte bepleite vrijspraak van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de inhoud van het dossier, geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van de verdediging afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

Ten aanzien van feit 1

Anders dan de raadsvrouwe en met de advocaat-generaal en de rechter in eerste aanleg, is het hof van oordeel dat de aangifte van [slachtoffer 1] betrouwbaar is en dientengevolge voor het bewijs kan worden gebezigd. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de aangifte concreet en gedetailleerd is en in de kern overeenkomt met de later door aangeefster bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring.

Voorts neemt het hof in aanmerking dat de verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de waarnemingen die zijn gedaan door haar (stief)zussen, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dat [slachtoffer 1] door verdachte werd geroepen en/of gebeld met de mededeling dat zij naar zijn, verdachtes, slaapkamer moest komen. Ook [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben hun eerder afgelegde verklaringen als getuige bij de raadsheer-commissaris in de kern bevestigd. Door [slachtoffer 4] is als getuige bij de raadsheer-commissaris nog verklaard dat hij zich op enig moment afvroeg waarom [slachtoffer 1] steeds in zijn vaders kamer kwam in de avond.

Door voornoemde verklaringen van de getuigen in samenhang te bezien met de door aangeefster afgelegde verklaring ontstaat naar het oordeel van het hof een consistent beeld van hetgeen zich heeft afgespeeld tussen aangeefster en haar stiefvader. Het hof ziet dan ook in hetgeen door de verdediging is aangevoerd geen aanleiding om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 1] te twijfelen, temeer nu deze steun vindt in de overige bewijsmiddelen.

Uit de verklaring van aangeefster blijkt voorts dat zij van verdachte zwanger is geraakt. In het dossier bevinden zich medische stukken van het Dr. Willy Peers Centrum, waaruit blijkt dat verdachte aanwezig is geweest bij een intakegesprek van de abortuskliniek en dat aangeefster in juli 2009 een abortus heeft ondergaan.

Het hof ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd met betrekking tot de mogelijke onbetrouwbaarheid van de aangifte en de overige verklaringen geen reden om tot een ander oordeel te komen.

Voor de suggestie dat de belastende verklaringen jegens verdachte zouden voortvloeien uit een complot van de moeder gericht op het mogelijk maken van haar terugkeer naar Nederland is geen steun te vinden in het onderzoek.

Het hof merkt voorts op dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 1] de stiefdochter was van verdachte en dat verdachte de zorg had over [slachtoffer 1] .

Ten aanzien van feit 2

De verdachte heeft ontkend dat hij zijn (stief)kinderen heeft mishandeld.

Daartegenover staat dat door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] bij de politie is verklaard dat zij door verdachte al dan niet met een riem of slipper zijn geslagen en geschopt. Deze verklaringen hebben zij tijdens het verhoor bij de raadsheer-commissaris in de kern bevestigd. Ook de jongste zoon van verdachte, [slachtoffer 5] , heeft verklaard dat zijn vader hem heeft geslagen.

Anders dan door de raadsvrouwe is betoogd, acht het hof de door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] afgelegde verklaringen, voor zover tot het bewijs gebezigd, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

In hetgeen door de verdediging is aangevoerd, ziet het hof ook in dit verband geen reden om te twijfelen aan de juistheid dan wel betrouwbaarheid van de gebruikte verklaringen, nu deze verklaringen in de kern – en voor zover voor het bewijs gebruikt – gelijkluidend zijn en over en weer bevestiging in elkaar vinden.

Voorwaardelijk verzoek

Het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om middels de Congolese autoriteiten een afschrift van het tegen [moeder] uitgesproken vonnis te achterhalen, wordt afgewezen, nu het hof een dergelijk onderzoek niet noodzakelijk acht.

Zoals hiervoor is overwogen gaat het hof uit van de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van de kinderen met betrekking tot de ten laste gelegde feiten.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de kinderen hun (stief)vader in strijd met de waarheid hebben belast teneinde (zodoende) [moeder] , de moeder van aangeefster en van de vier andere kinderen, terug naar Nederland te krijgen. Niet valt in te zien dat de reeds door de verdediging ingebrachte en vertaalde stukken dan wel de stukken met betrekking tot de door de verdediging gestelde veroordeling van [moeder] voor valsheid in geschrift nader licht zouden kunnen werpen op de aangevoerde complottheorie tegen verdachte.

Het voorwaardelijk verzoek van de verdediging wordt dan ook afgewezen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Verkrachting, meermalen gepleegd, en

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Mishandeling, begaan tegen zijn (stief)kind, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Met betrekking tot de aard en ernst van het onder 1 bewezen verklaarde heeft het hof bij de bepaling van de straf in het bijzonder gelet op:

- de omstandigheid dat verdachte zijn stiefdochter ernstig seksueel (zowel vaginaal als anaal) heeft misbruikt, waarbij het slachtoffer - na het vertrek van haar moeder naar Congo - de moederrol heeft moeten overnemen en was overgeleverd aan haar stiefvader;

- de omstandigheid dat het slachtoffer als gevolg van het seksueel misbruik zwanger is geraakt van verdachte en een abortus heeft ondergaan (verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina’s 107-110);

- de omstandigheid dat de verdachte door het plegen van deze feiten de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn stiefdochter in ernstige mate heeft geschonden. Het is algemeen bekend dat jeugdige slachtoffers van dergelijke delicten daarvan later zeer nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden;

- de omstandigheid dat verdachte door zijn handelwijze ernstig misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat in hem als volwassene en als stiefvader van het slachtoffer mocht worden gesteld;

- de omstandigheid dat de verdachte zich kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven van de belangen van het slachtoffer en slechts uit was op het bevredigen van zijn eigen lustgevoelens.

Voorts heeft het hof bij de bepaling van de straf rekening gehouden met:

- de omstandigheid dat verdachte zijn (stief)kinderen heeft mishandeld door hen te slaan en/of te schoppen;

- de omstandigheid dat verdachte door zijn handelwijze het vertrouwen dat in hem als volwassene en als (stief)vader van de slachtoffers mocht worden gesteld, ernstig heeft geschaad.

In verband met de persoon van de verdachte heeft het hof tevens gelet op de inhoud van het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie, d.d. 26 augustus 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder ter zake van soortgelijke delicten is veroordeeld.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf zoals door de advocaat-generaal gevorderd en door de rechtbank is opgelegd omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt. Alles afwegend acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden.

De persoonlijke omstandigheden van verdachte, afgewogen tegen de ernst van de bewezen verklaarde feiten, zijn niet van dien aard dat kan worden volstaan met een oplegging van een gevangenisstraf van kortere duur zoals door de raadsvrouwe bepleit.

Bevel gevangenneming

Gelet op het uitblijven van de uitvoering van het bevel tot gevangenneming welke door de rechtbank is gegeven en gelet op het standpunt van de advocaat-generaal dat een bevel tot gevangenneming niet opportuun wordt bevonden, ziet het hof geen aanleiding de gevangenneming van de verdachte te bevelen. Het beroepen vonnis zal dan ook worden vernietigd, met inbegrip van het bevel tot gevangenneming.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 5, 36f, 56, 57, 242, 246, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, met inbegrip van het bevel tot gevangenneming, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van

€ 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans, voorzitter,

mr. N.J.M. Ruyters en mr. J.H. Crijns, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.H. Verhoeven-van der Heijden, griffier,

en op 14 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans en mr. J.H. Crijns zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.