Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:3956

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
07-10-2015
Zaaknummer
20-000845-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:3199, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ruim 20 vermogensdelicten, waaronder een woningoverval, ramkraken, inbraken en autodiefstallen. Gevangenisstraf van 9 jaar en herroeping VI van 669 dagen. Bewijs niet verkregen door onherstelbaar vormverzuim en geen schending 6 EVRM (Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000845-14

Uitspraak : 7 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zitting houdende te ’s-Hertogenbosch, van 14 maart 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-849739-12, 01-209250-12 en 01-845234-12 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot herroeping V.I. zaaknummer 99-000006-28 (parketnummer 01-889016-08), in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans gedetineerd in P.I. Arnhem, locatie Arnhem Zuid.

Hoger beroep

Bij vonnis, waarvan beroep, is de verdachte – kort gezegd – ter zake van het (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) plegen van een aantal (pogingen tot) inbraken, helingen en een woningoverval veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank beslist over schadevergoeding voor de benadeelde partijen en de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De ‘akte beroep’ van 17 maart 2014 houdt niet in dat het hoger beroep bij het instellen daarvan is beperkt. Het hoger beroep is later evenmin bij akte beperkt door partiële intrekking daarvan.

Het hof zal op grond van het bepaalde in artikel 404, eerste lid, jo. artikel 407 van het Wetboek van Strafvordering de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraken van hetgeen in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 7, 8, 9a en 13a is ten laste gelegd.

Omvang van het hoger beroep

De rechtbank heeft de benadeelde partijen [persoonsnaam] en [persoonsnaam] niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot schadevergoeding. De vordering van benadeelde partij [persoonsnaam] is ingediend ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 7 ten laste gelegde en de vordering van benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 9a ten laste gelegde. Nu de rechtbank de verdachte van die feiten heeft vrijgesproken en die feiten niet aan het oordeel van het hof zijn onderworpen, zijn de vorderingen van de benadeelde partijen in hoger beroep niet meer aan de orde.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a, 1b, 2a, 2b, 3 primair, 4a, 4b, 4c, 4d, 4e, 4f (ter zake van opzetheling), 5a, 5b, 6a, 6b, 9b (ter zake van medeplegen opzetheling), 9c, 10, 11a, 11b, 11c, 12, 13b en 14 primair ten laste gelegde, alsmede het in de zaken met de parketnummers 01-209250-12 en 01-845234-12 ten laste gelegde, zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 9 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat op de onder verdachte in beslag genomen goederen zal worden beslist conform het aan haar schriftelijke requisitoir gehechte overzicht.

Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof op de vorderingen van de benadeelde partijen zal beslissen conform de beslissing van de rechtbank, inclusief de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen, met uitzondering van feit 4b. Te dien aanzien heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 540,50 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vervangende hechtenis. Tenslotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel zal worden toegewezen.

Door de verdediging is bepleit dat:

  • -

    sprake is van onherstelbare vormverzuimen ten gevolge waarvan de verklaringen van [de zoon van verdachte] van het bewijs dienen te worden uitgesloten, dan wel – subsidiair – dat zijn verklaringen als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt zodat ze niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt;

  • -

    verdachte dient te worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a, 1b, 2a, 2b, 3, 4a, 4b, 4e, 4f, 5a, 5b, 9b (diefstal), 11a, 12, 13b en 14 ten laste gelegde, alsmede van het in de zaken met de parketnummers 01-209250-12 en 01-845234-12 ten laste gelegde;

  • -

    bij vrijspraak de aan dat feit gekoppelde benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Daarnaast zijn ten aanzien van sommige vorderingen specifieke verweren gevoerd;

  • -

    het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

De verdediging heeft zich voor wat betreft een bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c, 4d, 6a, 6b, 9b (voor wat betreft heling), 9c, 10, 11b en 11c ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-849739-12:
1.
hij in of omstreeks de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012 te Langenboom, gemeente Mill en Sint Hubert, en/of te Megen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

a. een tankstation ( [persoonsnaam] ) gelegen aan de Zeelandseweg 35 te Langenboom, gemeente Mill en Sint Hubert, weg te nemen één of meer goed(eren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tankstation [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of die hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk het glas en/of het kozijn van een toegangsdeur van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (delict 7)

en/of in/uit

b. een tankstation (Texaco) gelegen aan Noord Zuid 2 te Megen weg te nemen één of meer goed(eren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Texaco, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk een ruit en/of ijzerwerk van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (delict 9);

2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012 te Sint Hubert en/of te Lithoijen, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

a. uit de Troefmarkt, gelegen aan de Sint Hubertse Binnenweg 58 te Sint Hubert, een kassalade en/of een geldbedrag (754,20 euro), toebehorende aan Troefmarkt [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft/hebben weggenomen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich toegang tot de Troefmarkt heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (delict 8)

en/of

b. uit Tankstation [persoonsnaam] VOF, gelegen aan de Lithoijensedijk 36 te Lithoijen, gemeente Oss, meerdere rookwaren (Drum en/of Marlboro en/of L&M en/of Huibbe en Treinders), toebehorende aan Oliehandel [persoonsnaam] VOF, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft/hebben weggenomen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich toegang tot Tankstation [persoonsnaam] heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (delict 10)

3
3.
hij op of omstreeks 04 december 2012 te Berghem, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit KC Tennisshop heeft weggenomen een kassalade en/of een geldbedrag (174,15 euro) en/of meerdere kledingstukken (merk Wilson) en/of meerdere schoenen (merk Adidas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] en/of KC Tennisshop, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (delict 11);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 12 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meerdere kledingstukken (merk Wilson) en/of schoenen (merk Adidas) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de betreffende kledingstukken en/of schoenen wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2012 tot en met 28 januari 2013 te Oss en/of te Reek, gemeente Landerd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere, althans één, personenauto('s) en/of zich daarin bevindende goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten:

a. in of omstreeks de periode van 9 december 2012 tot en met 10 december 2012 te Oss een Saab 9000 CS (met [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 14)

en/of

b. in of omstreeks de periode van 10 december 2012 tot en met 11 december 2012 te Oss een Volkswagen Golf (met [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 15)

en/of

c. in of omstreeks de periode van 18 december 2012 tot en met 19 december 2012 te Oss een Saab 9000 (met [kenteken] ) en/of een wandelwagen (I'coo) en/of een trainingspak en/of een luiertas en/of een jas (merk Northface), in elk geval enig goed geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 19)

en/of

d. in of omstreeks de periode van 27 januari 2013 tot en met 28 januari 2013 te Oss een Volvo (met [kenteken] ) en/of een gereedschapskoffer en/of een iPad en/of twee accuboormachines, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] en/of Goossens Wonen en Slapen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 35)

en/of

e. in of omstreeks de periode van 10 december 2012 tot en met 11 december 2012 te Reek, gemeente Landerd, een Volkswagen Golf (met [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 51)

en/of

f. in of omstreeks de periode van 11 december 2012 tot en met 12 december 2012 te Oss, kentekenplaten met het [kenteken] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 60),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 09 december 2012 tot en met 12 februari 2013 te Oss en/of te Sint Hubert en/of te Lithoijen, gemeente Oss en/of te Rijkevoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. een Saab 9000 CS (met [kenteken] ) (delict 14) en/of

b. een Volkswagen Golf (met [kenteken] ) (delict 15) en/of

c. een Saab 9000 (met [kenteken] ) en/of een wandelwagen (I'coo) en/of een trainingspak en/of en luiertas en/of een jas (Northface) (delict 19) en/of

d. een Volvo (met [kenteken] ) en/of een gereedschapskoffer en/of een iPad en/of twee accuboormachines (delict 35) en/of

e. een Volkswagen Golf (met [kenteken] ) (delict 51) en/of

f. kentekenplaten met [kenteken] (delict 60)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van bovengenoemde auto('s) en/of goederen, wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 11 december 2012 te Lithoijen, gemeente Oss, en/of Geffen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten:

a. uit Tankstation [persoonsnaam] VOF, gelegen aan de Lithoijensedijk 36 te Lithoijen, gemeente Oss, meerdere rookwaren, toebehorende aan [persoonsnaam] en/of Oliehandel [persoonsnaam] VOF, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich toegang tot het betreffende tankstation heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (delict 16)

en/of

b. uit Autofood, gelegen aan de Papendijk 25a te Geffen, een kassalade en/of een geldbedrag (326,00 euro) en/of sleutels en/of meerdere rookwaren, toebehorende aan Autofood Geffen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich toegang tot Autofood heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (delict 17)

6.
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 28 januari 2013 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, en/of te Sint Anthonis, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

a. een tankstation ( [persoonsnaam] Tankstation Wanroij) gelegen aan de Millseweg 25 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, weg te nemen één of meer goed(eren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] Tankstation Wanroij, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk een ruit van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid (delict 36)

en/of uit

b. een tankstation ( [persoonsnaam] ) gelegen aan de Breestraat 5 te Sint Anthonis weg te nemen één of meer goed(eren) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk een ruit en/of een kozijn van een toegangsdeur van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid (delict 37);

9.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 februari 2013 tot en met 12 februari 2013 te Boxmeer en/of te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, en/of te Geffen, gemeente Maasdonk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere, althans één personenauto('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten:

b. in of omstreeks de periode van 8 februari 2013 tot en met 9 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, een Volkswagen Golf GTI ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 43)

en/of

c. in of omstreeks de periode van 11 februari 2013 tot en met 12 februari 2013 te Geffen, gemeente Maasdonk, een Volkswagen Polo ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (delict 46)

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of, verbreking;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 09 februari 2013 tot en met 12 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, en/of te Geffen, gemeente Maasdonk, en/of te Reek en/of te Oss, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meerdere, althans één personenauto('s) (VW Golf met [kenteken] en/of Volkswagen Polo met [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

10.
hij op of omstreeks 12 februari 2013 te Gassel, gemeente Grave, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een snoepautomaat bij Esso tankstation gelegen aan Maasveld 19 weg te nemen één of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Automaten Totaal Service, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of hoeveelheid geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk het inwerpmechanisme en/of een plexiglasplaat heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid (delict 44);

11.
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 12 februari 2013 te Geffen, gemeente Maasdonk, en/of te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, en/of te Reek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

a. uit supermarkt Attent gelegen aan de Kapelstraat 11a te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, frisdrank (een vierpak cola), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] en/of supermarkt Attent, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (delict 45)

en/of

b. uit autobedrijf [persoonsnaam] , gelegen aan Bedrijvenweg 7 te Geffen, een laptop (merk Acer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan autobedrijf [persoonsnaam] en/of [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (delict 47)

en/of

c. uit een bestelbus (Opel Vivaro, [kenteken] ) heeft weggenomen meerdere, althans één, gereedschapskoffer(s) (zwartkleurige koffer met daarin meetapparatuur en/of een koffer van het merk Beta) en/of een boormachine (merk Bosch), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] en/of [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (delict 49);

12.
hij op of omstreeks 14 december 2012 te Berghem, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of rijbewijs en/of meerdere pasjes en/of een geldkistje en/of identiteitsboekjes van honden en/of een kentekenbewijs deel III (van auto met [kenteken] ) en/of meerdere, althans één sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [persoonsnaam] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

  • -

    de woning van die [persoonsnaam] is/zijn binnengegaan met (een) bivakmuts(en) op het hoofd, althans onherkenbaar, en/of

  • -

    die [persoonsnaam] met een koevoet in de/een hand(en) is/zijn genaderd en/of een koevoet heeft/hebben voorgehouden/getoond en/of

  • -

    die [persoonsnaam] vast heeft/hebben gepakt en/of vervolgens (met kracht) op de grond geduwd heeft/hebben en/of

  • -

    tegen die [persoonsnaam] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Kop dicht, kop dicht, geld, geld.", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

  • -

    tape over de mond en/of neusgaten van die [persoonsnaam] heeft/hebben geplakt en/of

  • -

    tegen die [persoonsnaam] heeft/hebben geroepen/gezegd: "als je dit nog een keer doet sla ik je met de koevoet voor je kop.", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

  • -

    die [persoonsnaam] (met kracht) in/tegen de rug heeft/hebben geschopt en/of

  • -

    de polsen van die [persoonsnaam] heeft/hebben vastgebonden met tiewraps (delict 50);

13.
hij op of omstreeks 12 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

b. een laptop (Fujitsu Siemens Amilo) (delict 55)

heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de betreffende laptop wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

14
hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2013 tot en met 11 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur/garage gelegen tegenover de woning in de [adres] heeft weggenomen meerdere, althans één, (stukken) gereedschap (een sleutel en/of een set schroevendraaiers en/of een set Kraftwerk dopsleutels en/of twee bako's) en/of een televisie (Philips lcd) en/of een kaart voor digitale tv-ontvangst (KPN), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] en/of [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (delict 59);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in of omstreeks 12 februari 2013 te Oss en/of te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, en/of te Grave en/of te Cuijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een momentsleutel en/of een meerdere schroevendraaiers (met een oranje handvat) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de betreffende momentsleutel en/of schroevendraaiers wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Zaak met parketnummer 01-209250-12:
hij op of omstreeks 14 april 2012 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Zaak met parketnummer 01-845234-12:

hij in of omstreeks de periode van 15 mei 2012 tot en met 22 juli 2012 te Rijkevoort en/of Oss, in elk geval in Nederland, één of meer fiets(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde fiets(en) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van feit 13b in de zaak met parketnummer 01-849739-12 (delict 55)

Uit de aangifte van [persoonsnaam] blijkt dat in de periode van 14 tot en met 17 november 2012 uit zijn woning is gestolen een laptop van het merk Fujitsu Siemens Amilo met registratienummer XI2528 en als bouwjaar 2011 (p. 2165). Uit de door verbalisant [verbalisant] opgemaakte kennisgeving van inbeslagneming naar aanleiding van de doorzoeking op het [adres verdachte] te Rijkevoort (registratienummer PL21YO 2012126312-32) blijkt dat op 12 februari 2013 in de woning van verdachte en zijn echtgenote, medeverdachte [naam echtgenote] , is aangetroffen een zilverkleurige notebook van het merk/type Siemens Amilo met serienummer 00043-690-912-681 en met registratienummer 10600712032 (goed met volgnummer 21).

Uit het vorenstaande blijkt dat de beide registratienummers niet overeenkomen. Wel wordt in het relaasproces-verbaal van verbalisant [verbalisant] gerelateerd dat de gegevens van de aangetroffen laptop overeenkomen met de gegevens verstrekt door de aangever (dossierpagina 2154), doch het is niet duidelijk door wie dit is geconstateerd, om welke gegevens het gaat en of daaruit kan worden afgeleid dat de in de woning van de verdachte aangetroffen laptop de gestolen laptop betreft. Voorts zijn er onvoldoende aanwijzingen dat, indien het om de gestolen laptop zou gaan, de verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de laptop wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a, 1b, 2a, 2b, 3 primair, 4a primair, 4b primair, 4c primair, 4d primair, 4e primair, 4f primair, 5a, 5b, 6a, 6b, 9b primair, 9c primair, 10, 11a, 11b, 11c, 12 en 14 primair en in de zaak met parketnummer 01-209250-12 en in de zaak met parketnummer 01-845234-12 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 01-849739-12:

1a.
hij in de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012 te Langenboom, gemeente Mill en Sint Hubert, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tankstation ( [persoonsnaam] ) gelegen aan de Zeelandseweg 35 te Langenboom, gemeente Mill en Sint Hubert, weg te nemen enig goed, toebehorende aan Tankstation [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen door middel van braak, met voormeld oogmerk het glas van een toegangsdeur van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (delict 7);

1b.

hij in de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012 te Megen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tankstation (Texaco) gelegen aan Noord Zuid 2 te Megen weg te nemen enig goed, toebehorende aan Texaco, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen door middel van braak, met voormeld oogmerk een ruit en ijzerwerk van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (delict 9);

2.
hij in de periode van 2 december 2012 tot en met 3 december 2012 te Sint Hubert en te Lithoijen, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

a. uit de Troefmarkt, gelegen aan de Sint Hubertse Binnenweg 58 te Sint Hubert, een kassalade en een geldbedrag (754,20 euro), toebehorende aan Troefmarkt [persoonsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededader zich toegang tot de Troefmarkt hebben verschaft door middel van braak (delict 8);

en

b. uit Tankstation [persoonsnaam] VOF, gelegen aan de Lithoijensedijk 36 te Lithoijen, gemeente Oss, rookwaren (Drum, Marlboro, L&M en Huibbe en Treinders), toebehorende aan Oliehandel [persoonsnaam] VOF, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, heeft weggenomen, waarbij verdachte en zijn mededader zich toegang tot Tankstation [persoonsnaam] hebben verschaft door middel van braak (delict 10);

3
hij op 04 december 2012 te Berghem, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit KC Tennisshop heeft weggenomen een kassalade, een geldbedrag (174,15 euro) en kledingstukken (merk Wilson) en schoenen (merk Adidas), toebehorende aan [persoonsnaam] en/of KC Tennisshop, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (delict 11);

4a.
hij in de periode van 9 december 2012 tot en met 10 december 2012 te Oss, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Saab 9000 CS (met [kenteken] ), toebehorende aan [persoonsnaam] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (delict 14);

4b.

hij in de periode van 10 december 2012 tot en met 11 december 2012 te Oss, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Volkswagen Golf (met [kenteken] ), toebehorende aan [persoonsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking (delict 15);

4c.

hij in de periode van 18 december 2012 tot en met 19 december 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Saab 9000 (met [kenteken] ) en een wandelwagen (I'coo), een trainingspak, een luiertas en een jas (merk Northface) toebehorende aan [persoonsnaam] (delict 19);

4d.

hij in de periode van 27 januari 2013 tot en met 28 januari 2013 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Volvo (met [kenteken] ) en een gereedschapskoffer, een iPad en twee accuboormachines, toebehorende aan [persoonsnaam] en/of Goossens Wonen en Slapen (delict 35);

4e.

hij in de periode van 10 december 2012 tot en met 11 december 2012 te Reek, gemeente Landerd, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Volkswagen Golf (met [kenteken] ) toebehorende aan [persoonsnaam] (delict 51);

4f.

hij in de periode van 11 december 2012 tot en met 12 december 2012 te Oss, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kentekenplaten met het [kenteken] , toebehorende aan [persoonsnaam] (delict 60);
5a.
hij op 11 december 2012 te Lithoijen, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit Tankstation [persoonsnaam] VOF, gelegen aan de Lithoijensedijk 36 te Lithoijen, gemeente Oss, rookwaren toebehorende aan [persoonsnaam] en/of Oliehandel [persoonsnaam] VOF,

waarbij verdachte en zijn mededader zich toegang tot het betreffende tankstation hebben verschaft door middel van braak (delict 16);

5b.

hij op 11 december 2012 te Geffen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit Autofood, gelegen aan de Papendijk 25a te Geffen, een kassalade, een geldbedrag (326,00 euro), sleutels en rookwaren, toebehorende aan Autofood Geffen, waarbij verdachte en zijn mededader zich toegang tot Autofood hebben verschaft door middel van braak (delict 17);

6.
hij op tijdstippen op 28 januari 2013 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, en te Sint Anthonis, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

a. een tankstation ( [persoonsnaam] Tankstation Wanroij) gelegen aan de Millseweg 25 te Wanroij, gemeente Sint Anthonis, weg te nemen enig goed, toebehorende aan [persoonsnaam] Tankstation Wanroij, en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen door middel van braak, met voormeld oogmerk een ruit van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid (delict 36);

en uit

b. een tankstation ( [persoonsnaam] ) gelegen aan de Breestraat 5 te Sint Anthonis weg te nemen enig goed, toebehorende aan [persoonsnaam] , en zich daarbij de toegang tot dat tankstation te verschaffen door middel van braak, met voormeld oogmerk een ruit en een kozijn van een toegangsdeur van dat tankstation heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid (delict 37);

9b.
hij in de periode van 8 februari 2013 tot en met 9 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Volkswagen Golf GTI ( [kenteken] ) toebehorende aan [persoonsnaam] (delict 43);

9c.

hij op 12 februari 2013 te Geffen, gemeente Maasdonk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Volkswagen Polo ( [kenteken] ) toebehorende aan [persoonsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking (delict 46);

10
hij op 12 februari 2013 te Gassel, gemeente Grave, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een snoepautomaat bij Esso tankstation gelegen aan Maasveld 19 weg te nemen enig goed, toebehorende aan Automaten Totaal Service, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, en die/dat weg te nemen goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van verbreking, met voormeld oogmerk het inwerpmechanisme en een plexiglasplaat heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid (delict 44);

11.
hij op tijdstippen op 12 februari 2013 te Geffen, gemeente Maasdonk, en te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, en te Reek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

a. uit supermarkt Attent gelegen aan de Kapelstraat 11a te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, frisdrank (een vierpak cola), toebehorende aan [persoonsnaam] en/of supermarkt Attent, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (delict 45);

en

b. uit autobedrijf [persoonsnaam] , gelegen aan Bedrijvenweg 7 te Geffen, een laptop (merk Acer), toebehorende aan autobedrijf [persoonsnaam] en/of [persoonsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (delict 47);

en

c. uit een bestelbus (Opel Vivaro, [kenteken] ) heeft weggenomen gereedschapskoffers (zwartkleurige koffer met daarin meetapparatuur en een koffer van het merk Beta) en een boormachine (merk Bosch), toebehorende aan [persoonsnaam] en/of [persoonsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking (delict 49);

12.
hij op 14 december 2012 te Berghem, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, rijbewijs, pasjes, een geldkistje, identiteitsboekjes van honden, een kentekenbewijs deel III (van auto met [kenteken] ) en sleutels, toebehorende aan [persoonsnaam] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [persoonsnaam] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededader:

  • -

    de woning van die [persoonsnaam] zijn binnengegaan met bivakmutsen op het hoofd en

  • -

    die [persoonsnaam] met een koevoet in de hand zijn genaderd en

  • -

    die [persoonsnaam] vast hebben gepakt en vervolgens met kracht op de grond hebben geduwd en

  • -

    tegen die [persoonsnaam] hebben geroepen "Kop dicht, kop dicht, geld, geld.", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en

  • -

    tape over de mond en neusgaten van die [persoonsnaam] hebben geplakt en

  • -

    tegen die [persoonsnaam] hebben geroepen: "als je dit nog een keer doet sla ik je met de koevoet voor je kop", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en

  • -

    die [persoonsnaam] met kracht in de rug hebben geschopt en

  • -

    de polsen van die [persoonsnaam] hebben vastgebonden met tiewraps (delict 50);

14
hij in de periode van 10 februari 2013 tot en met 11 februari 2013 te Rijkevoort, gemeente Boxmeer, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur gelegen tegenover de woning in de [adres] heeft weggenomen gereedschap (een sleutel, een set schroevendraaiers, een set Kraftwerk dopsleutels en twee bako's), een televisie (Philips lcd) en een kaart voor digitale tv-ontvangst (KPN), toebehorende aan [persoonsnaam] en/of [persoonsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (delict 59);

Zaak met parketnummer 01-209250-12:
hij op 14 april 2012 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen, toebehorende aan [persoonsnaam] ;

Zaak met parketnummer 01-845234-12:

hij in de periode van 15 mei 2012 tot en met 22 juli 2012 te Rijkevoort twee fietsen en te Oss één fiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde fietsen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit of die bewezen verklaarde feiten waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Verklaringen van medeverdachte/getuige [de zoon van verdachte]

De verdediging heeft ten aanzien van de verklaringen van medeverdachte/getuige [de zoon van verdachte] afgelegd bij de politie betoogd:

  • -

    primair: dat deze verklaringen ten gevolge van vormfouten dienen te worden uitgesloten van het bewijs en

  • -

    subsidiair: dat deze verklaringen als onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt, zodat daaraan zeer weinig tot geen waarde moet worden toegekend en deze verklaringen ten gevolge daarvan niet als bewijs kunnen worden gebruikt.

Ten aanzien van het primaire verweer heeft de verdediging aangevoerd dat bij deze verhoren geen gevolg is gegeven aan het bepaalde in de Aanwijzing auditieve en audiovisuele registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (Aanwijzing AVR).

Uit deze Aanwijzing volgt dat auditief moet worden geregistreerd als het delict waarover verdachte/getuige wordt gehoord bedreigd wordt met een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer. Audiovisuele registratie is eveneens verplicht als de persoon die wordt verhoord kwetsbaar is en er sprake is van een feit met een strafbedreiging van twaalf jaar of meer.

Bij de verhoren van [de zoon van verdachte] is volgens de verdediging niet aan deze verplichting(en) voldaan, terwijl het verhoor mede omvatte een diefstal met geweld in vereniging gepleegd en [de zoon van verdachte] tevens als kwetsbaar persoon diende te gelden. Er is sprake van een vormfout (als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering) die tot bewijsuitsluiting dient te leiden.

Ten aanzien van dit primaire verweer overweegt het hof het volgende.

Ten tijde van het verhoor van medeverdachte/getuige [de zoon van verdachte] was van toepassing de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (datum inwerkingtreding 01-09-2010, registratienummer: 20101A018). (Verder: Aanwijzing).

Uit de inhoud van de Aanwijzing blijkt dat de achtergrond ervan is het belang van de waarheidsvinding. De auditieve en audiovisuele registratie zijn in de eerste plaats hulpmiddelen ten behoeve van de toetsbaarheid van de verhoren in een latere fase van het strafproces. De Aanwijzing bevat regels voor het auditief respectievelijk audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten.

In de Aanwijzing is opgenomen wanneer het verplicht is om verhoren auditief dan wel audiovisueel vast te leggen en wanneer daartoe facultatief zou kunnen worden overgegaan.

Met de rechtbank stelt het hof vast dat uit de Aanwijzing de verplichting voortvloeide om de verhoren van na 17 februari 2013 auditief te registreren, in ieder geval omdat het toen voor de verbalisanten duidelijk moet zijn geweest dat [de zoon van verdachte] als verdachte gehoord zou worden over de woningoverval op de [adres] , diefstal met geweldpleging in vereniging gepleegd, derhalve een misdrijf met een strafbedreiging van 12 jaar of meer.


In zoverre is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van de stelling van de verdediging dat [de zoon van verdachte] als verstandelijk beperkt en derhalve als kwetsbare verdachte had moeten worden aangemerkt in de betekenis van de Aanwijzing, overweegt het hof dat hetgeen de verdediging daartoe feitelijk heeft aangevoerd, en gelet op hetgeen de verbalisanten daaromtrent bij de rechter-commissaris hebben verklaard, alsmede gelet op de inhoud van de verhoren zelf, de verhorende verbalisanten geen aanleiding hebben hoeven geven om te twijfelen aan de intellectuele vermogens van [de zoon van verdachte] .

In gevolge jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376) kan bewijsuitsluiting als in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen. De toepassing van bewijsuitsluiting kan echter tevens noodzakelijk zijn ter verzekering van het recht van verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM.

De Aanwijzing dient het belang van de toetsbaarheid door de verdediging van de door een (mede-)verdachte/getuige afgelegde verklaring. De verplichting(en) voortvloeiend uit de Aanwijzing ziet/zien niet op het verkrijgen van het bewijs. In zoverre kan niet worden gezegd dat het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen.

Evenmin is gebleken dat door het niet naleven van de Aanwijzing het recht van verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM is geschonden, in het bijzonder niet nu de verdediging in de gelegenheid is gesteld bij de rechter-commissaris [de zoon van verdachte] , alsmede de verbalisanten die de verhoren hebben afgenomen, te horen.

Het primaire verweer wordt verworpen.

Ten aanzien van het subsidiaire verweer van de verdediging overweegt het hof als volgt.

Het hof heeft geen reden om aan de voor het bewijs gebruikte, bij de politie afgelegde verklaringen van [de zoon van verdachte] te twijfelen. [de zoon van verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij met zijn vader, [verdachte] , en [medeverdachte] betrokken is geweest bij een aantal ten laste gelegde inbraken en pogingen daartoe. Weliswaar kan door het ontbreken van opnamen van de verhoren de gang van zaken tijdens die verhoren niet worden getoetst, doch het hof ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd en ook overigens geen aanleiding om te veronderstellen dat de processen-verbaal van de verhoren van [de zoon van verdachte] niet een juiste en voldoende volledige en betrouwbare weergave bevatten van de door hem afgelegde verklaringen dan wel dat de verklaringen die [de zoon van verdachte] heeft afgelegd niet op eigen wetenschap zouden berusten. Dat door de verhorende verbalisanten enkele keren aanknopingspunten zijn gegeven (bijvoorbeeld: ‘Zegt de plaats Langenboom je wat’ (p. 109); ‘In Lithoijen werd ingebroken. Denk nog eens na’ (p. 112), tijdens de verhoren kennelijk een delictenoverzicht op tafel heeft gelegen, aan [de zoon van verdachte] mogelijk beelden zijn getoond dan wel door [de zoon van verdachte] al eerder beelden zijn bekeken geeft het hof geen aanleiding om te veronderstellen dat hetgeen hij heeft verklaard over de betrokkenheid van [medeverdachte] en [verdachte] niet berust op hetgeen hij zelf heeft waargenomen en ondervonden en onjuist zou zijn.

Het hof wijst er in dit verband nog op dat verbalisant [verbalisant] bij de rechter-commissaris is gehoord over de gang van zaken tijdens de verhoren van [de zoon van verdachte] . Door [verbalisant] is verklaard dat in de loop van de verhoren de aangiftes zijn behandeld. Op de vraag wat de verbalisant over de aangiftes heeft voorgehouden heeft hij geantwoord dat hij dan bijvoorbeeld een inbraak in Geffen noemt en misschien nog een datum en dat hij er dan van uitgaat dat de verdachte daarover informatie geeft. [verbalisant] heeft daar aan toegevoegd dat de informatie niet van de kant van de verhoorders is gekomen (proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 24 september 2013).

De verklaringen van [de zoon van verdachte] vinden op onderdelen bevestiging in de overige bewijsmiddelen, zoals aangiftes, getuigenverklaringen of processen-verbaal betreffende beelden van bewakingscamera’s. Zijn verklaringen over de betrokkenheid van [medeverdachte] en [verdachte] in het bijzonder vinden steun in het aantreffen van schoensporen op de band bij de kassa van de Troefmarkt in St. Hubert (waarvan onder meer is gebleken dat de door de schoensporen weergegeven slijtage overeenkomst vertoont met de slijtage van de linkerschoen van [medeverdachte] en een onregelmatigheid qua plaats en globaal in vorm overeenkomt met een beschadiging in de zool van de linkerschoen van [medeverdachte] ; p. 861-862 en 876-2 e.v.) (delict 8), het aantreffen van gestolen kleding en schoenen in de woning van [verdachte] (delict 11) en het aantreffen van een zonnebril met DNA-materiaal van [verdachte] in een gestolen Volkswagen Golf (delict 51).

Het hof acht de voor het bewijs gebruikte verklaringen van [de zoon van verdachte] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Dat [de zoon van verdachte] aanvankelijk andersluidende verklaringen heeft afgelegd staat aan het gebruik van zijn nadien afgelegde verklaringen niet in de weg. Ook de omstandigheid dat hij bij de rechter-commissaris anders heeft verklaard brengt het hof niet tot een ander oordeel; het hof hecht geen geloof aan die andersluidende verklaring.

In hetgeen door de verdediging overigens is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om de bij de politie afgelegde verklaringen van [de zoon van verdachte] uit te sluiten van het bewijs.

Voor wat betreft het ten laste gelegde overweegt het hof mede naar aanleiding van hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht voorts het volgende.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte] auto’s hebben gestolen en vervolgens die gestolen auto’s hebben gebruikt om (pogingen tot) diefstallen, waaronder ook ramkraken, te plegen.

Delicten 7, 8, 9 en 10

[de zoon van verdachte] heeft over de inbraken en pogingen daartoe in de nacht van 2 op 3 december 2012 verklaard dat hij met [medeverdachte] en met zijn vader in de bewuste nacht betrokken is geweest bij de ten laste gelegde inbraken en pogingen daartoe. De uit zijn verklaring blijkende volgorde waarin de feiten hebben plaatsgevonden, komt overeen met de tijdstippen die in de aangiftes worden genoemd.

Delict 7

[de zoon van verdachte] heeft over dit feit verklaard dat hij bij het tankstation in Langenboom op de uitkijk heeft gestaan en dat daar niets is weggenomen (p. 111). Voorts heeft hij verklaard dat hij altijd achterin de auto zat (p. 115).

Uit de beelden van de bewakingscamera blijkt dat drie personen uit de auto zijn gestapt en dat de persoon die achterin de auto zat in de richting van de weg liep, vermoedelijk om op de uitkijk te gaan staan (p. 282). Uit de aangifte blijkt dat er niets is gestolen (p. 815-816).

Delict 8

Volgens [de zoon van verdachte] zijn ze vervolgens doorgereden naar een supermarkt in Sint Hubert waar hij weer op de uitkijk heeft gestaan en waar zijn vader met de achterkant van de auto naar binnen is gereden (p. 111-112).

Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat met de achterkant van een auto de deur van de supermarkt wordt geramd en dat één van de daders via de kassaband achter de kassa klimt (p. 853-854, 861, 863). Op de kassaband worden schoensporen aangetroffen waarvan onder meer is gebleken dat de door de schoensporen weergegeven slijtage overeenkomst vertoont met de slijtage van de linkerschoen van [medeverdachte] en een onregelmatigheid qua plaats en globaal in vorm overeenkomt met een beschadiging in de zool van die linkerschoen van [medeverdachte] (p. 861-862, 876-2 e.v.).

Door de verdediging is aangevoerd dat de verklaring van getuige [persoonsnaam] niet voor het bewijs kan worden gebruikt omdat deze verklaring onvoldoende betrouwbaar is en dat de verklaring van getuige [persoonsnaam] een contra-indicatie oplevert voor de betrokkenheid van [verdachte] .

Het hof overweegt het volgende.

Dat getuige [persoonsnaam] drie weken na het feit een verklaring heeft afgelegd staat aan het gebruik van die verklaring voor het bewijs niet in de weg. Het hof heeft geen aanwijzingen dat die verklaring onjuistheden bevat omdat die verklaring mogelijk ‘besmet’ is door informatie die de getuige na het feit verkregen zou kunnen hebben. Het hof acht de verklaring voldoende betrouwbaar.

Het hof ziet in de door getuige [persoonsnaam] gegeven beschrijving van de daders (p. 858) geen reden om tot een ander oordeel te komen. Het hof hecht waarde aan de verklaring van [de zoon van verdachte] over de betrokkenheid van [medeverdachte] en [verdachte] bij het feit.

Delict 9

Door [de zoon van verdachte] is verklaard dat ze vervolgens naar een tankstation in Megen zijn gereden waar hij zelf binnen is geweest maar waar niets is weggenomen (p. 112).

Uit de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat op camerabeelden van de beveiligingscamera is waargenomen dat het gaat om drie personen en dat één van hen naar binnen gaat en korte tijd later weer naar buiten komt (p. 881-882, 884-885). Er blijkt niets te zijn gestolen (p. 882).

Door de verdediging is aangevoerd dat er geen camerabeelden meer aanwezig zijn. [de zoon van verdachte] verklaart wel in lijn met hetgeen door de verbalisant op de camerabeelden is waargenomen, maar de betrouwbaarheid van zijn verklaring valt niet meer te verifiëren.

Het hof overweegt het volgende.

Dat de camerabeelden niet meer aanwezig zijn is voor het hof geen aanleiding om aan de verklaring van de aangever en aan het proces-verbaal van bevindingen over hetgeen op die beelden werd waargenomen te twijfelen. Dat de verklaring van [de zoon van verdachte] achteraf niet meer valt te verifiëren is voor het hof geen aanleiding om die verklaring van het bewijs uit te sluiten. Het hof verwijst naar hetgeen hiervoor is overwogen.

Delict 10

[de zoon van verdachte] heeft voorts verklaard dat ze ook hebben ingebroken bij een tankstation in Lithoijen en dat sigaretten en shag zijn weggenomen (p. 112). Bij dit tankstation zijn ze nadien nog een keer geweest (p. 119). Gebleken is dat in de nacht van 10 op 11 december 2012 wederom bij het tankstation werd ingebroken (delict 16, p. 1015-1016).

Uit de aangifte van de inbraak in de nacht van 2 op 3 december 2012 blijkt dat er sigaretten en shag zijn gestolen (p. 896-897).

Door de verdediging is aangevoerd dat uit de verklaring van aangeefster blijkt dat het niet zou gaan om een Saab en dat de verklaring van [de zoon van verdachte] onvoldoende specifiek is, en feitelijk onjuist.

Het hof overweegt het volgende.

In hetgeen door de verdediging is aangevoerd ziet het hof ook ten aanzien van dit feit geen aanleiding om aan de verklaring van [de zoon van verdachte] over de betrokkenheid van [medeverdachte] en [verdachte] bij dit feit te twijfelen. Het hof acht de verklaring van [de zoon van verdachte] voldoende specifiek en betrouwbaar.

Het hof merkt in dit verband verder op dat, anders dan door de verdediging wordt gesteld, aangeefster niet heeft verklaard dat het ging om een auto van het merk Opel of Audi, maar dat zij heeft verklaard dat het ging om een groot model auto dat op een Opel of Audi leek (p. 897).

Delict 11

[de zoon van verdachte] heeft over dit feit verklaard dat hij in de bewuste nacht samen was met [medeverdachte] en zijn vader en dat zij toen een kraak hebben gezet bij een tenniswinkel. Ze zijn toen door de magazijndeur naar binnen gereden. Er zijn schoenen, kleding en de kassalade meegenomen (p. 115).

Uit de aangifte blijkt dat het raam van de magazijndeur stuk was en dat er schoenen van het merk Adidas, kleding van het merk Wilson en een kassalade zijn gestolen (p. 919-920). In de woning van [verdachte] zijn kleding van het merk Wilson en schoenen van het merk Adidas aangetroffen (p. 322). Door de aangever worden deze goederen herkend aan de unieke stickers en labels (p. 930).

Door de verdediging is aangevoerd dat onvoldoende is gebleken aan de hand van welke specifieke kenmerken de aangever de goederen heeft herkend.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof heeft geen reden om aan de herkenning van de goederen door de aangever te twijfelen. Kennelijk zijn de goederen zelf, dus geen foto’s daarvan, aan hem getoond en heeft hij die goederen toen herkend.

Delicten 14, 15, 16, 17, 51 en 60

Uit de verklaring van [de zoon van verdachte] blijkt dat hij met zijn vader en [medeverdachte] in de nacht van 10 op 11 december 2012 in een gestolen Saab naar Reek is gereden en dat daar een zwarte Volkswagen Golf is gestolen; hij stond zelf op de uitkijk. De Saab was eerder in Oss gestolen. Zijn vader is met de Golf weggereden, hij zat zelf ook in de Golf als bijrijder. [medeverdachte] is met de Saab weggereden. Omdat de Saab kapot ging is die auto achtergelaten op een plaats tussen Reek en Schaijk. [medeverdachte] is toen bij [verdachte] en [de zoon van verdachte] in de Golf gestapt (p. 118).

Eerder heeft [de zoon van verdachte] verklaard dat zijn vader [verdachte] steeds degene is die als bestuurder optreedt (p. 111).

Delict 14

De gestolen Saab is op 11 december 2012 omstreeks 5.07 uur aangetroffen tegen een lantaarnpaal op de Waterstraat te Schaijk, met draaiende motor (p. 982). Deze locatie ligt tussen Reek en het centrum van Schaik. De Saab blijkt te zijn gestolen in Oss in de nacht van 9 op 10 december 2012 (p. 984). Het contactslot bleek te zijn verbroken (p. 987).

Uit de omstandigheid dat door [de zoon van verdachte] eerder is verklaard dat [verdachte] steeds degene is die als bestuurder optreedt (p. 111) en de omstandigheid dat [verdachte] korte tijd na de diefstal, te weten de nacht na de diefstal, in het bezit was van de gestolen Saab, zonder dat hij daarvoor een redelijke verklaring heeft gegeven, leidt het hof af dat [verdachte] degene is geweest die de Saab heeft gestolen.

Delict 51

Volgens [de zoon van verdachte] is de zwarte Volkswagen Golf gestolen in Reek. [medeverdachte] en zijn vader waren daar bij aanwezig. Zelf heeft hij op de uitkijk gestaan. Zijn vader is met de Golf weggereden, hij is zelf ook in de Golf gestapt. Nadat de Saab is achtergelaten is ook [medeverdachte] in de Golf gestapt (p. 118).

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het gaat om de Volkswagen Golf met [kenteken] . De auto wordt door de politie op 14 december 2012 teruggevonden in Lithoijen. In de auto wordt een zonnebril aangetroffen met DNA-materiaal van [verdachte] (p. 2018, p. 2030-2032, p. 2045, p. 2050, rapport NFI d.d. 22 november 2013).

De Volkswagen Golf is die nacht door [medeverdachte] en [verdachte] gebruikt om diefstallen te plegen (delict 15 en 16).

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, af dat de Volkswagen Golf door [medeverdachte] en [verdachte] is weggenomen. In hetgeen door de verdediging is aangevoerd ziet het hof geen reden om aan de verklaring van [de zoon van verdachte] over de betrokkenheid van [medeverdachte] en [verdachte] te twijfelen.

Delict 60

Als de Volkswagen Golf in Lithoijen wordt aangetroffen blijkt de auto te zijn voorzien van het [kenteken] (p. 2045). Deze kentekenplaten blijken te zijn gestolen in de nacht van 11 op 12 december 2012 (p. 2258).

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat [verdachte] één van de daders is geweest van de woningoverval op 14 december 2012 te Berghem en dat hij bij die overval gebruik heeft gemaakt van de Volkswagen Golf (delict 50). Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] (p. 1990) leidt het hof af dat de auto ten tijde van de overval was voorzien van de gestolen kentekenplaten.

Uit de omstandigheid dat [verdachte] betrokken was bij de diefstal van de Volkswagen Golf en dat het hof bewezen acht dat hij één van de daders van de overval is geweest, bij welke overval gebruik is gemaakt van die Volkswagen Golf die toen inmiddels was voorzien van de gestolen kentekenplaten, en mede gelet op het korte tijdsbestek tussen de diefstal van de kentekenplaten en het bezit ervan, leidt het hof af dat [verdachte] degene is geweest die de kentekenplaten heeft gestolen.

Delict 15

Door [de zoon van verdachte] is verder verklaard dat in de nacht van 10 op 11 december 2012 nog een Volkswagen Golf is gestolen, in de buurt van de [adres medeverdachte] van [medeverdachte] (hof: [adres medeverdachte] te Oss). [de zoon van verdachte] noemt dit de Golf 2. Ze zijn vanuit Oss met beide auto’s naar Lithoijen gereden. [medeverdachte] reed in de Golf 2, zijn vader en hijzelf in de zwarte Golf. Bij het tankstation is met de Golf 2 het toegangshek open gereden (delict 16) (p. 119).

Volgens de aangifte is de Volkswagen Golf gestolen in de avond/nacht van 10 op 11 december 2012 te Oss, [adres] (p. 1001). Dit is gelegen in de buurt van [adres medeverdachte] . Bij het aantreffen van de Volkswagen Golf blijkt het contactslot te zijn verwijderd (p. 1016).

Gelet op de verklaring van [de zoon van verdachte] en op de omstandigheid dat de Volkswagen Golf is gebruikt voor de inbraak bij een tankstation in Lithoijen (delict 16), acht het hof bewezen dat de Volkswagen Golf is weggenomen door [medeverdachte] , [verdachte] en [de zoon van verdachte] .

Delict 16

Door [de zoon van verdachte] is verklaard dat ze in Lithoijen bij hetzelfde tankstation zijn geweest als waar hij eerder over heeft gesproken (hof: delict 10). Met de Golf 2 is het toegangshek open gereden. Zijn vader heeft de ruit ingeslagen. [medeverdachte] en zijn vader zijn binnen geweest, zelf heeft hij op de uitkijk gestaan. De Golf 2 is daar achtergebleven (p. 119-120).

Uit de aangifte blijkt dat de poort is vernield en dat de ruit van de toegangsdeur naar de winkel stuk was. Er is shag weggenomen (p. 1015-1016). Voor de poort wordt de eerder gestolen rode Volkswagen Golf aangetroffen (p. 1016).

Delict 17

Door [de zoon van verdachte] is verder verklaard dat ze ook bij een tankstation in Geffen zijn geweest. Daar heeft zijn vader een ruit ingeslagen, [medeverdachte] is naar binnen gegaan. Zelf heeft hij aan de weg op de uitkijk gestaan. Er zijn sigaretten en een kassalade meegenomen (p. 118-119).

Uit de aangifte blijkt dat er een geldlade en sigaretten zijn gestolen (p. 1029-1031). Een getuige bevestigt dat een persoon naar de weg liep en op de uitkijk ging staan (p. 1035).

Gelet op de bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat beide inbraken (delict 16 en 17) zijn gepleegd door [medeverdachte] en [verdachte] .

In hetgeen door de verdediging overigens is aangevoerd ziet het hof geen reden om te komen tot een ander oordeel. Het hof acht de verklaringen die [de zoon van verdachte] heeft afgelegd betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Delict 43

Uit de aangifte van [persoonsnaam] blijkt dat tussen 8 februari 2013 te 20.00 uur en 9 februari 2013 te 10.00 uur op het adres [adres] te Rijkevoort een Volkswagen Golf met [kenteken] is gestolen (p. 1655).

Aan de hand van gegevens van een peilbaken, aangebracht onder een Volkswagen Golf met [kenteken] , welke auto in gebruik was bij [verdachte] , wordt waargenomen dat deze auto op 9 februari 2013 te 00.06 uur stilstaat in de omgeving van [adres] te Rijkevoort (p. 1662). Op 11 februari 2013 wordt de gestolen Volkswagen Golf met [kenteken] aangetroffen op de Parkweg te Rijkevoort, dit is in de nabijheid van de woning van [verdachte] (p. 1662, 1652). De auto wordt vervolgens voorzien van een peilbaken en op de binnenbekleding van de voorzijde voorzien van zgn. flockvezel (p. 1657, 1662). Op 11 februari 2013 omstreeks 21.20 uur wordt waargenomen dat [verdachte] bestuurder is van de auto en [medeverdachte] bijrijder (p. 1664). Die nacht worden door [verdachte] en [medeverdachte] op meerdere plaatsen diefstallen dan wel een poging daartoe gepleegd waarbij zij gebruik maken van de gestolen Volkswagen Golf. Op 12 februari 2013 wordt [verdachte] als bestuurder van de gestolen Volkswagen Golf aangehouden (p. 1666).

Door de verdediging is vrijspraak bepleit van diefstal van deze Volkswagen Golf. Voor wat betreft de subsidiair ten laste gelegde heling heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Het hof overweegt het volgende.

Uit de bewijsmiddelen, met name de omstandigheid dat de bij [verdachte] in gebruik zijnde auto in de nacht van 8 op 9 februari 2013 heeft stilgestaan in de omgeving van de plaats waar de Volkswagen Golf is gestolen, en het korte tijdsverloop tussen de diefstal van de auto en het als bestuurder gebruik maken van de auto, leidt het hof af dat [verdachte] de Volkswagen Golf heeft gestolen. Het hof merkt daarbij op dat hij geen verklaring heeft gegeven over het bezit van de auto.

Delict 45

Aan de hand van de bakengegevens van de gestolen Volkswagen Golf is geconstateerd dat op 12 februari 2013 tussen 01.38 uur en 01.41 uur de auto stilstaat op de Kapelstraat te Rijkevoort. Op de bakengegevens is te zien dat de auto tussen deze tijdstippen exact bij supermarkt Attent stilstaat (p. 1761). Door de eigenaar van de supermarkt wordt op 12 februari 2013 verklaard dat hij die ochtend is gebeld door de bakker die hem vertelde dat op 12 februari 2013 omstreeks 07.30 uur de deur naast de grote kanteldeur van het magazijn open stond. Op 11 februari 2013 omstreeks 18.00 uur heeft de eigenaar van de supermarkt nog alles gecontroleerd en heeft toen geen onregelmatigheden geconstateerd. Er blijken colaflessen te zijn weggenomen (p. 1752-1753). Uit onderzoek blijkt dat het slot van de deur is geforceerd.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat [verdachte] deze inbraak heeft gepleegd. De modus operandus wijkt af van de overige delicten en in de woning van [verdachte] is geen cola aangetroffen. De mogelijkheid bestaat dat een ander de inbraak heeft gepleegd, zeker gelet op de omstandigheid dat het carnaval was, aldus de verdediging.

Het hof overweegt het volgende.

Gelet op de omstandigheid dat uit de bakengegevens is gebleken dat de auto, waarmee door [verdachte] en [medeverdachte] die nacht op meerdere plaatsen diefstallen zijn gepleegd, korte tijd precies op de betreffende locatie heeft stilgestaan, acht het hof bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte] de inbraak hebben gepleegd. In hetgeen door de verdediging is aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.

Woningoverval (delict 50)

Tussen 10 december 2012 te 21.00 uur en 11 december 2012 te 06.00 uur wordt een Volkswagen Golf met [kenteken] gestolen vanaf [adres] te Reek. Onder feit 4e van de tenlastelegging 01/849753-12 is bewezen verklaard dat verdachte betrokken was bij de diefstal van de betreffende Volkswagen Golf (delict 51).

Aangever [persoonsnaam] heeft verklaard dat de Volkswagen Golf was voorzien van xenonverlichting aan de voorzijde en dat de zijruiten en achterruit beplakt waren met donkere folie (p. 2033).

Getuige [persoonsnaam] heeft verklaard dat hij op 14 december 2012 omstreeks 10.05 uur op

de Tussenrijtstraat te Berghem een donkergekleurde Volkswagen Golf met

hoge snelheid zag rijden (hof: de Tussenrijtstraat ligt op ongeveer 1500 meter van de [adres] ). In deze auto zaten twee personen. De bestuurder was een

blanke man met een groot rond, bol gezicht en hij droeg iets donkers op zijn hoofd. Deze

auto had volgens de getuige getinte achterruiten en xenonverlichting aan de voorzijde (p. 1995).

Getuige [persoonsnaam] heeft verklaard dat op 14 december 2012 omstreeks 10.20 uur op de [adres] haar een kleine zwarte auto met mogelijk getinte ruiten langzaam tegemoet kwam gereden. De bestuurder had een donkere mogelijke zwarte muts op en de col van een donkere jas hoog opgetrokken. Zij kon nog wel wat van de huid zien. Het betrof een blank persoon. De passagier droeg een bivakmuts, een met twee gaten voor de ogen (p. 1997).

Op 14 december 2012 tussen 10.15 uur en 10.30 uur werd aangeefster [persoonsnaam] in

haar woning aan de [adres] te Berghem overvallen door twee mannen met bivakmutsen. Op enig moment heeft zij aan de daders kunnen ontkomen en heeft zij op haar vlucht met een stoeptegel de linker achterruit van de auto van de daders ingeslagen. De daders renden kort daarna vanuit de woning naar deze auto, stapten in en zijn hard weggereden. Aangeefster beschrijft deze auto als een zwarte personenauto, waarschijnlijk een ouder model Volkswagen Golf of Polo, waarvan de achter- en achterzijramen donkergetint waren.

Zij heeft verklaard dat zij daar alleen woont. Ze woont helemaal aan het einde van de [adres] aan de rand van Berghem en tegen de bosrand (p. 1976-1979).

Getuige [persoonsnaam] heeft verklaard dat hij op 14 december 2012 op de [adres] een vrouw hoorde schreeuwen en dat hij zag dat ze met iets tegen de daar geparkeerde auto sloeg. De vrouw zei dat ze werd overvallen en dat de mannen nog in haar woning waren. Hij zag twee mannen rennend de woning van de vrouw uit komen. Eén van de twee mannen had een typische loop, hij zette zijn voeten neer als Charlie Chaplin. De mannen stapten in de auto en reden vol gas weg (p. 1999).

[de zoon van verdachte] heeft bij de politie verklaard dat zijn vader O-benen heeft en overdreven bewegend met schouders en benen loopt (p. 2069).

Op 14 december 2012 tussen omstreeks 10.32 uur en 11.00 uur zag verbalisant [verbalisant] op de [adres] te Berghem een zwarte Volkswagen Golf met hoge snelheid rijden. Zij zag dat de ruit aan de linker achterzijde van deze auto kapot was. Zij dacht dat het kenteken van de auto [kenteken] was (p. 1990).

Getuige [persoonsnaam] ziet omstreeks 10.40 uur dezelfde donkergekleurde Golf weer met zeer hoge snelheid rijden in de richting van de Megensebaan. Wat hem opviel was dat de ruit links achter kapot was. Er zaten weer twee personen in de auto.

Op 14 december 2012 omstreeks 17.47 uur werd een Volkswagen Golf voorzien van het [kenteken] door de politie aangetroffen op de Polderdijk te Lithoijen. De ruit achter aan de bestuurderszijde was kapot. Uit onderzoek van de aangetroffen Volkswagen Golf bleek dat als origineel kenteken voor dit voertuig was afgegeven [kenteken] . In de auto lag een baksteen. Verder werd in de auto een brillenkoker met daarin een zonnebril aangetroffen. Deze zonnebril is bemonsterd op DNA-sporen en uit het rapport van het NFI d.d. 22 november 2013 is gebleken dat een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen is aangetroffen, waaronder het DNA-profiel van verdachte.

[de zoon van verdachte] heeft bij de politie verklaard dat zijn vader en diens vrouw [naam echtgenote] hem een jaar eerder al gevraagd hadden mee te doen met een overval op een woning van een alleenstaande vrouw in Berghem. Het huis zou vlakbij de bossen in Berghem staan. [naam echtgenote] kende deze vrouw in Berghem. Ze hebben toen nog wel een paar keer aangedrongen om mee te doen (p. 2075).

[persoonsnaam] heeft verklaard dat zij [naam echtgenote] kent. [naam echtgenote] was meerdere malen bij haar binnen geweest. Soms kwam ze meerdere keren in de week. De laatste keer goed 1 tot 1,5 jaar geleden (p. 1984).

Van de zijde van de verdediging is betoogd dat de betrokkenheid van verdachte bij deze overval niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, temeer niet nu er contra-indicaties zijn bestaande uit het signalement van de dader(s) zoals gegeven door aangeefster [persoonsnaam] en getuige [persoonsnaam] . Eerstgenoemde heeft verklaard dat beide overvallers donkerbruine ogen met zwarte wenkbrauwen hadden. Laatstgenoemde geeft aan dat de grootste dader grote, hele sprekende donkere ogen had.

Het hof overweegt hierover dat hetgeen door de verdediging is aangevoerd het hof geen aanleiding geeft om tot een ander oordeel te komen. Het hof wijst er in dit verband op dat getuige [persoonsnaam] de bestuurder van de auto beschrijft als een blanke man met een groot rond, bol gezicht en getuige [persoonsnaam] ten aanzien van één van de daders spreekt van een steviger persoon, met een opmerkelijke manier van lopen. Deze beschrijvingen kunnen zeer wel bij verdachte passen.

Het hof stelt voorts vast dat uit de verklaring van [de zoon van verdachte] blijkt dat hij door zijn vader en [naam echtgenote] is benaderd om de overval te plegen. Het hof heeft geen reden om aan die verklaring te twijfelen.

Op grond van de feiten en omstandigheden als hiervoor weergegeven, met name de gegevens dat de auto die bij de overval is gebruikt (mede) door verdachte is gestolen, dat na de overval de zonnebril van verdachte in deze auto is aangetroffen, de verklaring van [de zoon van verdachte] dat verdachte hem eerder had gevraagd mee te doen met een overval op een woning van een alleenstaande vrouw in Berghem, alsmede in aanmerking genomen hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen naar aanleiding van het verweer omtrent het signalement van één van de overvallers, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte (tezamen met een mededader) deze overval heeft gepleegd.

Delict 59

In de avond/nacht van 10 op 11 februari 2013 wordt ingebroken in een schuur in Rijkevoort. Er worden onder meer een flatscreen en gereedschap gestolen (p. 2226).

Op 12 februari 2013 omstreeks 06.45 uur wordt [verdachte] als bestuurder van de Volkswagen Golf met [kenteken] aangehouden (p. 2236). In de auto wordt gereedschap aangetroffen dat wordt herkend door de aangever als zijnde zijn eigendom (p. 2239, 2244).

Bij [medeverdachte] wordt op 12 februari 2013 het gestolen beeldscherm aangetroffen (p. 194, p. 2223).

Verder is gebleken dat de Volkswagen Golf is gestolen door [verdachte] en dat wordt waargenomen dat [verdachte] in de nacht van 11 op 12 februari 2013 de bestuurder is van de Volkswagen Golf (delicten 43 en 44). Hieruit leidt het hof af dat de Volkswagen Golf vanaf het moment van de diefstal van de auto in gebruik is geweest bij [verdachte] .

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Niet duidelijk is waar de aangever het gereedschap aan herkend kan hebben. Voorts valt niet uit te sluiten dat [medeverdachte] het gereedschap heeft meegenomen. Bovendien blijkt uit de observatieverslagen niet dat verdachte in de avond/nacht van 10 op 11 februari 2013 betrokken is geweest bij de inbraak, zulks terwijl de observatie toen al liep.

Het hof overweegt het volgende.

Het gereedschap is herkend door de aangever. Het hof ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd geen reden om aan die herkenning te twijfelen. Het hof merkt nog op dat ook de hoeveelheid van het gereedschap een omstandigheid is die mede bepalend kan zijn voor de herkenning.

Verdachte had als bestuurder van de Volkswagen Golf het gereedschap onder zich. Gelet op het korte tijdsbestek tussen de inbraak en het onder zich hebben van het gereedschap zonder dat verdachte daarvoor een redelijke verklaring heeft gegeven acht het hof bewezen dat verdachte, met [medeverdachte] , de inbraak heeft gepleegd. Dat uit de observatieverslagen niet blijkt dat verdachte die nacht betrokken is geweest bij de inbraak leidt niet tot een ander oordeel. Het hof merkt in dit verband op dat op 11 februari 2013 omstreeks 08.30 uur wordt gezien dat de Volkswagen Golf geparkeerd staat op de Parkweg in Rijkevoort en dat op die datum het baken onder de Volkswagen Golf is geplaatst (p. 1662). Vervolgens is de observatie gestart op 11 februari 2013 omstreeks 21.00 uur (p. 1663), derhalve na de inbraak in de schuur.

Zaak met parketnummer 01-209250-12

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontkend dat hij de aanhanger heeft gestolen en heeft verklaard dat iedereen in de auto (Fiat) kon rijden waaraan de gestolen aanhanger was bevestigd, omdat de sleutel gewoon op die auto zat. Het hof begrijpt zijn verklaring aldus dat een ander of anderen de diefstal heeft/hebben gepleegd. Zijn raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit wegens gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de opgegeven signalementen niet overeen komen met dat van verdachte.

Het hof overweegt als volgt.

Getuige [persoonsnaam] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat de aanhanger werd gestolen door een man, grijs/zwart kleurig haar, kaal boven op zijn hoofd. Deze man koppelde de aanhanger aan een Fiat met het [kenteken] , waarin aan de bijrijderszijde een vrouw zat, waarna zij samen in die auto wegreden (p. 14). Getuige [persoonsnaam] heeft verklaard dat de vrouw lang blond haar had. Het door hem gegeven signalement van de man die de aanhanger achter de Fiat koppelde komt overeen met het signalement zoals door [persoonsnaam] is verstrekt (p. 15-16). [verbalisant] heeft bevonden dat de betreffende Fiat toen op naam stond van de partner van verdachte, medeverdachte [naam echtgenote] , en dat zij op dat moment lange blonde haren had (p. 17). [naam echtgenote] heeft bevestigd dat die Fiat op haar naam stond (p. 19).

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, past het signalement van de man bij het signalement van verdachte en past ook het signalement van de vrouw bij dat van zijn echtgenote [naam echtgenote] .

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de aanhangwagen. Het hof hecht geen geloof aan verdachtes, eerst ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde en niet nader geconcretiseerde, verklaring dat toen kennelijk één of meer anderen van de Fiat gebruik moeten hebben gemaakt.

Zaak met parketnummer 01-845234-12

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde opzet- dan wel schuldheling van de fietsen. Hiertoe is aangevoerd dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, omdat ten tijde van verdachtes staandehouding en het kijken onder het zeil van de aanhangwagen ten aanzien van verdachte geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit, zodat bewijsuitsluiting dient te volgen.

Het hof acht – met de rechtbank – de aanwijzingen van de anonieme bron, waarbij concreet een naam, tijdstip en auto zijn genoemd en waarbij wordt gesproken over gestolen fietsen, voldoende om een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit aan te nemen. De verbalisanten mochten onder deze omstandigheden de bestuurder van de auto staande houden en onder het zeil van de aanhanger kijken. Zij hebben niet onrechtmatig gehandeld. Alleen al op deze grond ziet het hof geen aanleiding om tot bewijsuitsluiting over te gaan.

Opzetheling

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij regelmatig fietsen opkoopt, dat meestal de sleutels daarvan ontbreken en dat hij voor zo’n fiets gemiddeld € 50,- tot € 55,- betaalt (p. 67, 70 en 71).

Uit de omstandigheid dat de sleutel van een bepaalde fiets ontbreekt leidt het hof af dat die fiets op slot staat/afgesloten is. Blijkens de aangiftes stonden ook de onderhavige fietsen op slot. Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat afgesloten merkfietsen die voor een lage prijs te koop worden aangeboden veelal van diefstal afkomstig zijn.

Mitsdien acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte bij de aankoop van de drie op slot staande merkfietsen, waarvan de sleutels ontbraken, voor een relatief lage prijs minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze fietsen van diefstal afkomstig waren en dat hij zich derhalve schuldig heeft gemaakt aan (het meermalen plegen van) opzetheling.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1b bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2a bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2b bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4a bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4b bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4d bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4e bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4f bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 5a bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 5b bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 6a bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 6b bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 9b bewezen verklaarde levert op:

diefstal

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 9c bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 10 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11a bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11b bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11c bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 12 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 14 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 01-209250-12 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 01-845234-12 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

De verdachte heeft zich – al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen – schuldig gemaakt aan vele vermogensdelicten, waaronder een gewelddadige woningoverval (feit 12) en bedrijfsinbraken dan wel pogingen daartoe.

Verdachte heeft deze feiten gepleegd in een relatief korte periode waarbij meerdere feiten in een nacht werden gepleegd. Verdachte is met de medeverdachte herhaaldelijk op rooftocht gegaan waarbij ook gebruik werd gemaakt van een daarvóór gestolen auto. In een aantal gevallen werd de toegang geforceerd met behulp van de gestolen auto.

Met name de woningoverval rekent het hof de verdachte zwaar aan. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een overval in de woning van mevrouw [persoonsnaam] , een alleenstaande vrouw. Zij zijn haar woning binnengedrongen, gewapend met een koevoet en met bivakmutsen op. Zij hebben het slachtoffer bedreigd en jegens haar geweld toegepast. Ze hebben tape op haar mond, en in eerste instantie ook voor haar neusgaten, geplakt en haar vastgebonden met tiewraps. Vervolgens hebben zij goederen uit haar woning gestolen. Hiermee hebben verdachte en de mededader een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit aangetast.

De (overige) vermogensdelicten waaraan verdachte zich heeft schuldig gemaakt veroorzaken veel schade en overlast voor de slachtoffers, zowel voor ondernemers als particulieren. Ook zorgt het voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte heeft zich hiervan niets aangetrokken en zich kennelijk enkel laten leiden door financieel gewin. Uit het handelen van verdachte spreekt minachting voor andermans eigendom.

Blijkens het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 juni 2015 is de verdachte meermalen eerder onherroepelijk veroordeeld tot (langdurige) gevangenisstraffen voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden om opnieuw dergelijke delicten te plegen. Bovendien heeft verdachte de onderhavige strafbare feiten gepleegd in de proeftijd van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak met parketnummer 01-889016-08 (zie de vordering tot herroeping).

Alles afwegende acht het hof – met de rechtbank en de advocaat-generaal – de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Beslag

Het hof ziet aanleiding om op de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen te beslissen conform het voorstel van de advocaat-generaal, dat aan haar schriftelijke requisitoir is gehecht, een en ander zoals hierna in het dictum is opgenomen, met dien verstande dat het hof ter zake van de tas met gereedschap die in de Volkswagen Golf lag (505761) niet de teruggave aan de rechthebbende maar bewaring ten behoeve van de rechthebbende zal gelasten, nu niet bekend is aan wie deze tas met inhoud toebehoort.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 910,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en derhalve van rechtswege opnieuw aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2 bewezen verklaarde handelen (feit 2a, delict 8) rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding. Bij vonnis waarvan beroep is de vordering toegewezen voor een bedrag van € 576,50. De vordering is van rechtswege opnieuw aan de orde in hoger beroep. Het hof begrijpt de vordering aldus dat deze een totaalbedrag behelst van € 540,50, bestaande uit een bedrag van € 480,- aan reparatiekosten en € 60,50 aan taxatiekosten.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4b bewezen verklaarde handelen (delict 15) rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.399,- te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen en derhalve van rechtswege opnieuw aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c bewezen verklaarde handelen (delict 19) rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Dat door de benadeelde partij geen originele bonnen zijn overgelegd, maakt dit niet anders.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 3.587,- . Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.587,-. Nu de benadeelde partij zich in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd is de vordering in hoger beroep slechts aan de orde voor zover deze is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4e bewezen verklaarde handelen (delict 51) rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 456,16. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen en derhalve van rechtswege opnieuw aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 9c bewezen verklaarde handelen (delict 46) rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 416,16. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, nu die kosten (€ 40,-) zijn gemaakt ten behoeve van het opsporingsonderzoek en mitsdien niet dienen te worden verhaald op de verdachte. De benadeelde partij kan daarom thans in zoverre niet in de vordering worden ontvangen en deze slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij Autobedrijf [persoonsnaam]

De benadeelde partij Autobedrijf [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 725,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen en derhalve van rechtswege opnieuw aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij Autobedrijf [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11b bewezen verklaarde handelen (delict 47) rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.150,64. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen en derhalve van rechtswege opnieuw aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11c bewezen verklaarde handelen (delict 49) rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof is – met de rechtbank – van oordeel dat uit de vordering tot schadevergoeding genoegzaam blijkt dat de heer Dubbelman als controller van [persoonsnaam] kennelijk bevoegd is om als gemachtigde van de benadeelde partij op te treden. Het hof ziet geen reden eraan te twijfelen dat hij als gemachtigde is opgetreden.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededader zijn naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

De benadeelde partij [persoonsnaam] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.275,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 300,-. Nu de benadeelde partij zich in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd, is de vordering in hoger beroep slechts aan de orde voor zover deze is toegewezen.

[persoonsnaam] heeft zich gevoegd ten aanzien van het bewezen verklaarde onder parketnummer 01-209250-12: de diefstal van een aanhangwagen.

Uit het dossier blijkt dat [persoonsnaam] deze aanhangwagen onder zich had in bruikleen (om niet) van diens schoonvader [persoonsnaam] . In gevolge het bepaalde in artikel 7A:1778 van het BW blijft in dit geval de uitlener [persoonsnaam] eigenaar en is de bruiklener [persoonsnaam] houder. Op de bruiklener rust de verbintenis om de zaak terug te geven in de staat waarin deze zich bij het aangaan van de bruikleenovereenkomst bevond. Voor beschadigingen en verlies is de bruiklener ten opzichte van de uitlener aansprakelijk op voet van art. 6:74 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Gelet op deze uit het Burgerlijk Wetboek voortvloeiende verbintenissen bij bruikleen, is [persoonsnaam] als benadeelde partij ontvankelijk in zijn vordering als bedoeld in artikel 361 van het Wetboek van Strafvordering.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [persoonsnaam] als gevolg van verdachtes in de zaak met parketnummer 01-209250-12 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering tot herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 23 september 2008, parketnummer 01/889016-08, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden. Op 22 november 2011 is de verdachte voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 669 dagen (v.i.-periode). Op 27 mei 2013 heeft het openbaar ministerie te ‘s-Hertogenbosch een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend, te weten voor de duur van 669 dagen, op grond dat verdachte de algemene voorwaarde gesteld bij deze voorwaardelijke invrijheidstelling heeft geschonden. De vordering is door de officier van justitie gekoppeld aan de beslissing om de verdachte te vervolgen voor het plegen van meerdere strafbare feiten, welke feiten aan de verdachte zijn ten laste gelegd in de zaak met het parketnummer 01-849739-12. De vordering is door de rechtbank geheel toegewezen.

De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in deze vordering, omdat deze niet, zoals bepaald in artikel 15i, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, ‘onverwijld’ is ingediend. Daartoe is aangevoerd dat het openbaar ministerie de vordering pas heeft ingediend op 27 mei 2013, terwijl reeds rond april 2012 het openbaar ministerie door de diefstal van de aanhangwagen op 14 april 2012 (zaak met parketnummer 01-209250-12) duidelijk moet zijn geweest dat verdachte een voorwaarde voor de vervroegde invrijheidstelling had overtreden. Ook bij de zaak met parketnummer 01-845234-12, heling van fietsen tussen 15 mei 2012 en 22 juli 2012, moet het voor het openbaar ministerie duidelijk zijn geweest dat verdachte een voorwaarde had overtreden en heeft het nagelaten onverwijld een vordering in te dienen.

Het hof overweegt het volgende.

Art. 15i, twee lid Wetboek van Strafrecht luidt als volgt:

Indien het openbaar ministerie van oordeel is dat de veroordeelde een voorwaarde niet heeft nageleefd en herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling geboden is, dient het onverwijld een daartoe strekkende schriftelijke vordering in bij de rechtbank. De vordering bevat de grond waarop zij berust.

Zo er al zou worden vastgesteld dat de vordering niet onverwijld als bedoeld in artikel 15i, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht zou zijn ingediend, dan leidt dit ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad (HR:2014:2647) niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Daarnaast miskent het verweer dat op grond van voornoemde bepaling het openbaar ministerie, indien het een herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet geboden acht, daarvan kan afzien. Het is derhalve ter beoordeling van het openbaar ministerie om te bepalen of, indien de veroordeelde een voorwaarde niet heeft nageleefd, herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling geboden is en een vordering tot herroeping van die voorwaardelijke invrijheidstelling wordt ingediend.

Het hof wijst voorts op het volgende.

De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is door het openbaar ministerie op 27 mei 2013 ingediend omdat volgens het openbaar ministerie de verdachte de algemene voorwaarde dat er tijdens de proeftijd geen strafbaar feit mag worden gepleegd heeft overtreden. De overtreding van de algemene voorwaarde betreft meerdere strafbare feiten gepleegd in de periode van 1 september 2012 tot en met 12 februari 2013. Deze feiten vallen binnen de proeftijd. De verdachte is voor deze feiten gedagvaard op 26 april 2013 voor de zitting in eerste aanleg van 29 mei 2013 (parketnummer 01/849739-12). De vordering ziet niet op het feit met parketnummer 01/209250-12 (diefstal aanhangwagen) gepleegd op 14 april 2012, waarover verdachte voor het eerst gehoord is op 11 september 2012), noch op het feit met parketnummer 01/845234-12 (heling fietsen), gepleegd in de periode van 15 mei 2012 tot en met 22 juli 2012, waarover verdachte voor het eerst gehoord is op 22 juli 2012. Ook deze beide zaken vallen in de proeftijd. De dagvaardingen voor deze zaken zijn opgemaakt op 27 januari 2014 voor de zitting op 21 februari 2014. Deze twee zaken zijn ter terechtzitting van de rechtbank van 21 februari 2014 gevoegd bij de zaken met parketnummer 01/849739-12. Sedertdien zijn de zaken steeds gevoegd behandeld.

Gezien deze gang van zaken stelt het hof vast dat de vordering tot herroeping ziet op strafbare feiten, gepleegd in de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Geen rechtsregel staat er aan in de weg dat daarna nog twee feiten gepleegd op een eerdere datum in de proeftijd zijn aangebracht, terwijl daar de vordering niet op zag.

Het verweer wordt verworpen

Nu is gebleken dat de verdachte zich gedurende zijn voorwaardelijke invrijheidstelling heeft schuldig gemaakt aan nieuwe strafbare feiten, zoals hiervoor bewezen verklaard, zal het hof de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toewijzen en bepalen dat het gedeelte van de vrijheidsstraf die als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog moeten worden ondergaan, te weten 669 dagen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 15j, 36f, 45, 57, 63, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraken van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 7, 8, 9a en 13a ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 13b ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a, 1b, 2a, 2b, 3 primair, 4a primair, 4b primair, 4c primair, 4d primair, 4e primair, 4f primair, 5a, 5b, 6a, 6b, 9b primair, 9c primair, 10, 11a, 11b, 11c, 12 en 14 primair en in de zaak met parketnummer 01-209250-12 en in de zaak met parketnummer 01-845234-12 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 505766 schroevendraaier grijs;

- 505769 moersleutel.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 505761 tas met gereedschap (lag achterin de Volkswagen Golf met kenteken NB-ZF-27).

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 910,00 (negenhonderdtien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 910,00 (negenhonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4b bewezen verklaarde tot het bedrag van € 540,50 (vijfhonderdveertig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4b bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 540,50 (vijfhonderdveertig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.399,00 (duizend driehonderdnegenennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 19 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.399,00 (duizend driehonderdnegenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 19 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4e bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.587,00 (duizend vijfhonderdzevenentachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4e bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.587,00 (duizend vijfhonderdzevenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 9c bewezen verklaarde tot het bedrag van € 416,16 (vierhonderdzestien euro en zestien cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 9 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 416,16 (vierhonderdzestien euro en zestien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij Autobedrijf [persoonsnaam] / [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Autobedrijf [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 725,00 (zevenhonderdvijfentwintig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Autobedrijf [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 725,00 (zevenhonderdvijfentwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11c bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.150,64 (duizend honderdvijftig euro en vierenzestig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 11c bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.150,64 (duizend honderdvijftig euro en vierenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [persoonsnaam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoonsnaam] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-209250-12 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [persoonsnaam] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-209250-12 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Wijst toe de vordering van het openbaar ministerie van 27 mei 2013 tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, betrekking hebbende op de bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 september 2008 (parketnummer 01/889016-08) opgelegde gevangenisstraf van 5 jaren en 6 maanden, en gelast dat de als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf alsnog moet worden ondergaan, te weten 669 dagen.

Aldus gewezen door

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans, voorzitter,

mr. N.J.M. Ruyters en mr. F.P.E. Wiemans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.G.W.M. van der Vleuten, griffier,

en op 7 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.P.E. Wiemans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.