Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:3934

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
HD 200.136.844_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2013:10809, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Geen causaal verband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.136.844/01

arrest van 6 oktober 2015

in de zaak van

[appellant] h.o.d.n. Taxi [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

hierna: [appellant] ,

appellant,

advocaat: mr. M.G.M. Reinaerts te Kerkrade,

tegen

1 Efecto B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

hierna: Efecto,

2. Carlink International B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

hierna: Carlink International,

geïntimeerden,

hierna tezamen: Efecto c.s.,

advocaat: mr. G.M.O. Puddu te Sittard,

op het bij exploten van dagvaarding van 10 oktober 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg van 10 juli 2013, gewezen tussen [appellant] als eiser en Efecto c.s. als gedaagden.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/168352/HA ZA 12-33)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het vonnis in het incident van 18 april 2012.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met 2 producties;

  • -

    de memorie van antwoord met 5 producties;

  • -

    de akte van [appellant] met 2 producties;

  • -

    de antwoordakte van Efecto c.s.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

De feiten

[appellant] heeft geen grieven gericht tegen de door de rechtbank vastgestelde feiten. Ook het hof gaat van deze feiten, die voor zover nodig zijn aangevuld door het hof, uit.

a. [appellant] (prod. 6 cva Efecto) is als eenmanszaak actief in het vervoer per taxi en in de verhuur van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s.

b. Efecto (prod. 1 cva Efecto), dat ook de handelsnaam Carlink Outlet hanteert, is actief in handel, reparatie en verhuur van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s; bestuurder en enig aandeelhouder is [bestuurder Carlink] (hierna: [bestuurder Carlink] ).

c. Carlink International (prod. 3 Efecto), dat ook de handelsnamen Carlink en Carlink Outlet hanteert, is actief in handel, reparatie en verhuur van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s en in import van nieuwe personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s; bestuurders zijn Gotcha B.V. (hierna: Gotcha) en 2Pay B.V. Gotcha is voor 2/3 aandeelhouder van Carlink International. Enig aandeelhouder en bestuurder van Gotcha is Stichting Administratiekantoor Gotcha, in handen van [bestuurder Gotcha] (hierna: [bestuurder Gotcha] ) (prod. 2 cva Efecto).

d. Automotive Group Zuid B.V. (hierna: Automotive) is met ingang van 2 maart 2010 in staat van faillissement verklaard. Automotive hanteerde ook de handelsnamen Taxi [appellant] [vestigingsplaats 3] , Airport Shuttle Service, Taxi [X.] , [X.] [vestigingsplaats 3] en Taxicentrale TCT. Enig aandeelhouder en bestuurder was [appellant] Beheer B.V. (hierna: [appellant] Beheer). Enig aandeelhouder en bestuurder van [appellant] Beheer is [broer appellant] (hierna: [broer appellant] ), de broer van [appellant] (prod. 4 en 5 cva Efecto).

e. In januari 2009 is een leaseovereenkomst gesloten tussen Haute Voiture Lease B.V. (hierna: Haute Voiture Lease) (lessor) en Gotcha (lessee) met betrekking tot een Lincoln Towncar federal coach stretched limousine (hierna: de limousine) (prod. 1 inl. dagv.).

3.2.

Het geschil in eerste aanleg

[appellant] heeft met een beroep op ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW) aanspraak gemaakt op vergoeding van zijn schade tot het bedrag van de verrijking van [bestuurder Gotcha] (Carlink International) en [bestuurder Carlink] (Efecto). [appellant] vordert (ook in hoger beroep) hoofdelijke veroordeling van Efecto en Carlink International tot betaling aan [appellant] van € 32.743,83, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 11 januari 2011, alsmede € 1.158,-- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.

De rechtbank heeft het gevorderde afgewezen, kort gezegd, op de grond dat [appellant] - nog daargelaten of er sprake is van verrijking en verarming - niet aan zijn stelplicht met betrekking tot het vereiste verband tussen de verrijking en verarming heeft voldaan.

3.3.

Met zijn twee grieven heeft [appellant] het geschil in volle omvang aan het hof voorgelegd.

3.4.

Partijen verschillen van mening over de feitelijke gang van zaken. Alvorens te beoordelen of aan de in 3.5. te noemen vereisten voor ongerechtvaardigde verrijking is of kan zijn voldaan, zal het hof hun stellingen - samengevat - weergeven.

3.4.1.

Stellingen [appellant]

heeft samen met zijn broer [broer appellant] (Automotive) geïnvesteerd in de limousine. De aankoop van de limousine gebeurde in nauwe samenspraak tussen [appellant] , [broer appellant] , [bestuurder Gotcha] (directeur purchase van Carlink International, voorheen Gotcha) en [bestuurder Carlink] (directeur van Efecto, tevens sales manager van de nevenvestiging van Carlink International, Carlink Outlet) (website Carlink International, prod. 2 inl. dagv.). Carlink International (voorheen Gotcha) en Efecto betaalden de leasekosten, [broer appellant] (Automotive) betaalde de verzekering, de loonkosten en het onderhoud. Het kenteken ( [kenteken] ) is op naam van [appellant] gesteld (gegevens RDW, prod. 1 inl. dagv., prod. bij brief 8 oktober 2012 aan de rechtbank). De BPM-teruggaaf van € 38.690,-- (prod. A akte [appellant] in appel) werd door [appellant] aan Carlink International overgemaakt (prod. B akte [appellant] in appel) volgens afspraak tussen [bestuurder Gotcha] en [appellant] , omdat [appellant] in zijn hoedanigheid van eigenaar van Taxi [appellant] aanspraak kon maken op BPM-teruggaaf bij voertuigen die strekken tot vervoer van ten hoogste 8 personen buiten de bestuurder (e-mail van [bestuurder Carlink] aan [broer appellant] van 27 januari 2009, prod. A mvg).

Tussen [appellant] en [broer appellant] bestaat een rekening-courantverhouding.

Nadat Automotive op 2 maart 2010 in staat van faillissement was verklaard hebben [bestuurder Gotcha] en [bestuurder Carlink] besloten de limousine weg te halen uit Limburg. Wegens het feit dat [appellant] de limousine niet langer als de taxi kon inzetten, heeft de belastingdienst [appellant] beboet op grond van onterechte BPM-teruggaaf. [appellant] heeft in de periode 6 juli 2010 tot 2 augustus 2011 totaal € 38.587,-- aan de belastingdienst (terug) betaald. [bestuurder Gotcha] wist welk fiscaal nadeel voor [appellant] zou ontstaan wanneer de limousine niet vanaf 2 maart 2010 als taxi dienst zou doen. [bestuurder Gotcha] en [bestuurder Carlink] hebben de afspraken eenzijdig geschonden.

[appellant] heeft aan [bestuurder Carlink] voorgerekend welke posten tussen partijen verrekend zouden moeten worden om onder de streep een netto surplus van € 32.743,83 te ontvangen (e-mail van [appellant] aan [bestuurder Carlink] van 11 januari 2011, prod. 3 inl. dagv.). De limousine is naar het buitenland geëxporteerd. Vanaf 26 november 2010 stond het kenteken op naam van Carlink International; met ingang van die datum is het kenteken niet meer geldig (prod. bij brief 8 oktober 2012). Carlink International en Efecto hebben door de export een rest-BPM-teruggaaf ontvangen van € 15.667,-- (prod. 1 mva). Carlink International en Efecto hebben een winst gemaakt van € 38.690,-- oorspronkelijke BPM-teruggaaf + € 15.667,-- BPM-teruggaaf na export (prod. 1 mva) + € 29.000,-- verkoopsom (prod.5 mva) = € 83.357,-- minus € 47.539,-- aankoop van Haute Voiture Lease (prod. 2 mva) = € 35.818,--.

De verarming is volgens [appellant] , zo begrijpt het hof, gelegen in de door [appellant] terugbetaalde BPM ad € 38.772,-- (excl. rente en kosten) plus € 3.300,-- door [appellant] betaalde wegenbelasting (incl. boete en rente) minus € 9.328,17 aan door Gotcha betaalde leasetermijnen in de periode februari 2009 tot maart 2010, is € 32.743,83 (prod. 3 inl. dagv.). De verrijking is kennelijk volgens [appellant] een bedrag van € 35.818,--, zie hiervoor. Subsidiair berekent [appellant] de verrijking, zo begrijpt het hof, op € 22.571,--, te weten de (theoretische) rest-BPM bij verkoop (prod. B mvg).

3.4.2.

Stellingen Carlink International en Efecto

Door [bestuurder Carlink] , een bekende van [broer appellant] , en [bestuurder Gotcha] is besloten dat hun vennootschappen Efecto en Gotcha gingen participeren in de exploitatie van de limousine samen met Automotive, de vennootschap van [broer appellant] . [appellant] was hierbij geen partij. Gotcha heeft de verschuldigde BPM voorgeschoten en voldaan aan VDS Automotive Services B.V. Gotcha is een financial leaseovereenkomst voor 48 maanden aangegaan met Haute Voiture Lease. Laatstgenoemde was en bleef eigenaar van de limousine. De leaseprijs is becijferd op de prijs van de limousine ex btw en BPM. Efecto, Gotcha en Automotive zouden de kosten en de winst van de exploitatie van de limousine delen. De BPM is door Gotcha teruggevorderd wegens de vrijstelling die taxi’s genieten. De BPM-teruggaaf is door Automotive terugbetaald aan Gotcha. Automotive betaalde de BPM-teruggaaf bij vergissing aan Carlink International; Carlink International heeft de BPM-teruggaaf doorbetaald aan Gotcha (prod. B akte [appellant] in appel, prod. 9 cva Efecto). Gotcha factureerde de lease- en overige kosten aan Automotive. Deze zijn tot een bedrag van € 9.328,17 niet voldaan aan Efecto en Gotcha (prod. 10 cva Efecto).

Na het faillissement van Automotive is de limousine opgehaald bij Automotive. Efecto en Gotcha besloten na ongeveer een jaar, gedurende welk jaar 11 leasetermijnen à

€ 14.575,-- (€ 1.325,-- ex btw per maand) zijn doorbetaald (prod. 3 mva), de limousine in te leveren bij Haute Voiture Lease. Laatstgenoemde heeft de limousine aan Carlink International verkocht, die op haar beurt de limousine aan Star Limos in Duitsland heeft verkocht. Carlink International had door de verkoop aan het Duitse bedrijf recht op teruggave van de rest-BPM van € 15.567,--. Carlink International heeft verlies geleden, te weten inkoop € 47.539,-- bij Haute Voiture Lease minus verkoop aan Star Limos € 29.000,-- (prod. 3 en 4 mva).

De aan [appellant] opgelegde naheffingsaanslag BPM aan [appellant] heeft te maken met het feit dat niet meer voldaan werd aan het vereiste van taxivervoer. Efecto en Gotcha waren er niet mee bekend dat het kenteken van de limousine door Automotive op naam van [appellant] was gesteld. Efecto en Gotcha ( [bestuurder Gotcha] en [bestuurder Carlink] ) waren niet op de hoogte van een fiscaal nadeel van [appellant] ; Automotive was hun contractspartij. De grondslag van de naheffingsaanslag ontbreekt. Efecto en Gotcha staan buiten de rechtsbetrekking tussen [appellant] en [broer appellant] .

3.5.

Het hof stelt het volgende voorop.

Voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking moeten verrijking en verarming worden vastgesteld. De verarmde kan alleen schadevergoeding vorderen van degene die ten koste van hem is verrijkt. Met andere woorden; er moet een causaal verband aanwezig zijn tussen verrijking en verarming. Daarbij gaat het uitsluitend om ongerechtvaardigde verrijking. Een schadevergoedingsplicht bestaat alleen voor zover die redelijk is.

3.6.

Het hof zal in het navolgende eerst ingaan op het causaal verband tussen de verrijking en de verarming, waarbij in het midden blijft of sprake is van verarming en/of verrijking.

a. [appellant] handhaaft kennelijk ook in hoger beroep de stelling dat hij samen met zijn broer [broer appellant] (Automotive), Efecto ( [bestuurder Carlink] ) en Carlink International ( [bestuurder Gotcha] ) in de limousine heeft geïnvesteerd en voor wat betreft de exploitatie heeft samengewerkt, hetgeen door Efecto en Carlink International gemotiveerd is betwist. [appellant] onderbouwt dit met het feit dat de limousine op 3 februari 2009 op zijn naam is gesteld. [appellant] lijkt er vanuit te gaan dat hij de eigenaar van de limousine was en dat dat zijn aandeel in de investering en de samenwerking bewijst. Dit is echter onjuist, zoals [appellant] ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft erkend: Haute Voiture Lease was eigenaar van de limousine. De enkele tenaamstelling is onvoldoende om een samenwerkingsverband tussen [appellant] enerzijds en Efecto en Carlink International anderzijds aan te nemen.

De e-mail van 27 januari 2009 (prod. A mvg) levert daarvan eveneens geen bewijs op. Daarin vraagt [bestuurder Carlink] (Efecto) immers aan [broer appellant] of de limousine op diens naam moet worden gesteld.

b. [appellant] wijst er in dat verband verder op dat de BPM door hem op 24 april 2009 is terugontvangen (prod. A akte [appellant] in appel). Voldoende vast staat echter, dat de BPM-teruggaaf door Automotive (en niet door [appellant] ), bij vergissing, aan Carlink International is overgemaakt, die de BPM-teruggaaf op haar beurt aan Gotcha heeft doorbetaald (prod. B akte [appellant] in appel, prod. 9 cva Efecto). De enkele, betwiste, stelling van [appellant] dat tussen hem en zijn broer, althans Automotive een rekening-courantverhouding bestond is onvoldoende om aan te nemen dat sprake was van samenwerking tussen de broers [appellant] en Efecto en Carlink International.

c. Daar komt bij, dat [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat Carlink International bij de exploitatiesamenwerking betrokken was. De (afdruk van) de website van Carlink International (prod. 2 inl. dagv.) is daarvoor onvoldoende.

Onjuist is dat Carlink International voorheen Gotcha was. Dit is betwist en kan uit de onder r.o. 3.1. vermelde uittreksels niet worden afgeleid. Aangenomen moet daarom worden dat Carlink International pas bij de zaak betrokken is geraakt toen zij de limousine kocht van Haute Voiture Lease in september 2010.

d. Er moet vanuit worden gegaan dat het Carlink International geweest is, en niet (ook) Efecto, die de BPM-teruggaaf heeft ontvangen bij de verkoop van de limousine aan Star Limos in Duitsland (prod. 1 mva).

Gelet op het voorgaande staat de door [appellant] gestelde verarming aan zijn kant, die primair uit meer componenten bestaat dan alleen de BPM, niet in verband met de door [appellant] gestelde verrijking aan de kant van Carlink International. Door [appellant] is niet dan wel onvoldoende onderbouwd dat Carlink International ten koste van hem, [appellant] , is verrijkt.

De gestelde verrijking aan de zijde van Efecto is, ook in hoger beroep, niet onderbouwd. Gesteld noch gebleken is dat Efecto bij de verkoop van de limousine en de terugvordering van de BPM betrokken was.

Derhalve is niet voldaan aan het vereiste dat sprake moet zijn van een voldoende verband tussen de (gestelde) verarming van [appellant] enerzijds en de (gestelde) verrijking van Efecto en/of Carlink International anderzijds.

Voor zover [appellant] heeft bedoeld zich (ook) op indirecte verrijking te beroepen is het hof van oordeel dat hij daartoe onvoldoende heeft gesteld.

3.7.

[appellant] heeft in eerste aanleg aangeboden al zijn stellingen te bewijzen door hemzelf en [broer appellant] als getuigen te (doen) horen. Het hof begrijpt dat [appellant] dit bewijsaanbod in hoger beroep heeft herhaald. Voor het geval al geoordeeld zou moeten worden dat [appellant] aan zijn stelplicht heeft voldaan geldt, dat Van [appellant] had mogen worden verwacht dat hij zijn bewijsaanbod zou preciseren in hoger beroep, zeker nu het door [appellant] feitencomplex op vele punten afwijkt van het door Efecto en Carlink International gestelde feitencomplex.

De grieven van [appellant] falen en het vonnis waarvan beroep moet worden bekrachtigd. [appellant] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordeeld te worden.

4 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Efecto en Carlink International worden begroot op € 1.862,-- aan verschotten en op € 1.737,-- aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en J.P. de Haan en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 oktober 2015.

griffier rolraadsheer