Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:3852

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-09-2015
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
20-000140-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3398
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal van een aanhanger door twee of meer verenigde personen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000140-15

Uitspraak : 9 september 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 januari 2015 in de strafzaak met parketnummer 02-234353-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1956,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 weken.

Door de verdediging is primair vrijspraak en subsidiair het opleggen van een taakstraf bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met een nauwkeurig gespecificeerde opsomming van de bewijsmiddelen zonder de inhoud van de bewijsmiddelen weer te geven en deze bewijsmiddelen tegenstrijdigheden bevatten met de bewezenverklaring, waaronder een ontkennende verklaring van de verdachte.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 oktober 2014 te Fijnaart, gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 23 oktober 2014 te Fijnaart, gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen ( [kenteken] ), toebehorende aan [aangever] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Verdachte heeft ontkend de aanhangwagen te hebben gestolen.

Het hof overweegt het volgende.

Dat verdachte de diefstal mede heeft gepleegd, leidt het hof af uit het feit dat verdachte kort na de diefstal in het bezit was van de gestolen aanhangwagen en daarvoor geen redelijke verklaring heeft gegeven. [aangever] heeft de aanhangwagen op 22 oktober 2014 te 23.00 uur nog achter zijn woning in Fijnaart zien staan. Verbalisanten hebben op 23 oktober 2014 omstreeks 00.15 uur gezien dat de aanhangwagen achter de auto hing waarin verdachte zich bevond. Hoewel dit om nadere uitleg vraagt heeft verdachte hiervoor geen redelijke verklaring gegeven.

Dat er bij de diefstal sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de persoon die bij hem in de auto aanwezig was (en waarvan hij de naam niet wenst te noemen) leidt het hof af uit de verklaring van verdachte dat hij de auto te leen had gekregen, dat hij de persoon die bij hem was met de bewuste auto heeft opgehaald, dat zij zijn gaan rijden en dat zij toen zijn aangehouden. Hieruit leidt het hof af dat zij de bewuste avond steeds in elkaars aanwezigheid zijn geweest, dus ook op het moment van de diefstal van de aanhangwagen.

Gelet op het bovenstaande en hetgeen ook overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt, een en ander in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte en zijn mededader de diefstal in vereniging hebben gepleegd.

Hetgeen door de verdediging voorts nog is aangevoerd vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen.

Ook overigens zijn uit het onderzoek ter terechtzitting geen aanwijzingen naar voren gekomen die moeten leiden tot andere oordelen dan hiervoor gegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft daarbij gelet op de omstandigheid dat, blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 13 juli 2015, verdachte voorafgaand aan het plegen van het thans bewezen verklaarde feit meerdere malen onherroepelijk straffen zijn opgelegd voor soortgelijke feiten. Gelet daarop ziet het hof geen ruimte voor de door de raadsman bepleite taakstraf. Het hof komt tot een lagere straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd omdat daarmee de ernst van het feit voldoende tot uitdrukking komt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. H. Eijsenga, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. P.M. Frielink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. C.M. Sweep, griffier,

en op 9 september 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.