Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:3739

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
HD 200.082.100_01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

samenvatting: tekortkoming nakoming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.082.100/01

arrest van 29 september 2015

in de zaak van

1 [appellante 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [appellant 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

appellanten in principaal appel,

geïntimeerden in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als [appellante 1] respectievelijk [appellant 2] en gezamenlijk aan te duiden als [appellanten] ,

advocaat: mr. J.C.A. Froon te Amsterdam,

tegen

Technoprint B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als Technoprint,

advocaat: mr. M.H. den Otter te Breda,

op het bij exploot van dagvaarding van 19 januari 2011 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Breda van 10 november 2010, gewezen tussen [appellanten] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en Technoprint als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 579296 CV EXPL 09-11926)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de akte van 15 februari 2011;

  • -

    de memorie van grieven met producties;

  • -

    de memorie van antwoord en van grieven in incidenteel appel met producties;

  • -

    de memorie van antwoord in incidenteel appel;

  • -

    het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

  1. Op 27 juni 2008 hebben Technoprint, als verkoper, en [appellanten] en [appellant 2] B.V. (hierna: [appellant 2] B.V.) als kopers een huurkoopovereenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst). Bij die overeenkomst zijn de vroegere activiteiten van Technoprint, behoudens die met betrekking tot de productie van buttons, door Technoprint aan [appellanten] en [appellant 2] B.V. in huurkoop verkocht.

  2. Huurkopers zouden de activiteiten van Technoprint gaan voortzetten onder de naam Gift Power.

  3. De overeenkomst houdt, voor zover relevant, onder meer het volgende in:

“(…)

2.2

De voormelde koopsom zal door de koper moeten worden voldaan op de navolgende wijze:

- 75.000 euro in een termijn (…)

- 40 maandelijkse termijnen van elk 2.500,- (…)

2.3.

Alle betalingen ingevolge deze overeenkomst door de koper te doen (…). Bij niet-voldoening van enige termijn, overeenkomstig het hier voor bepaalde, zal de koper verbeuren een boete van 500 euro voor elke ingegane week, dat hij langer dan een week na de bij de aan hem door de verkoper uit te brengen ingebrekestelling bepaalde dag nalatig blijft om zijn verplichting na te komen, tenzij de verkoper op grond van die niet-betaling gebruikmaakt van het recht om overeenkomstig het in artikel 3.2 bepaalde terug te nemen. (…)

3.2.

In alle gevallen waarin:

a. de koper in gebreke blijft, na deswege in gebreke te zijn gesteld, in het betalen van een of meer der huurkoopsom,

b. de koper enige uit kracht der wet af van deze overeenkomst op hem rustende verplichting niet nakomt, na deswege in gebreke te zijn gesteld en ter zake nalatig blijvende,

(…)

zal de verkoper gerechtigd zijn te zijner keuze het gekochte terug te nemen, of het uit deze overeenkomst verschuldigde terstond en in zijn geheel op te eisen. De tekortkomende partij is alsdan verplicht aan de wederpartij de schade te vergoeden die deze (het hof leest:) lijdt doordat géén wederzijdse nakoming doch ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt.

(…)”

Uit hoofde van deze overeenkomst heeft [appellant 2] B.V. aan Technoprint eenmalig een bedrag van € 75.000,- betaald en vervolgens acht maandtermijnen van € 2.500,-, derhalve in totaal € 90.000,-.

Bij brief van 5 mei 2009 heeft Technoprint aan [appellanten] en [appellant 2] B.V. doen berichten akkoord te gaan met het opschorten van de betaling over de maand mei 2009 en de maand juni 2009.

Bij brief van 18 juni 2009 heeft Technoprint aan [appellanten] en [appellant 2] B.V. doen berichten:

“Na het gesprek van 4 mei 2009 heb ik namens cliënte bericht dat wij medewerking wilden verlenen om u de kans te geven om de gerezen problemen op te lossen.

Helaas zien wij ons thans genoodzaakt om op grond van de huidige omstandigheden de overeenkomst te ontbinden en alle als “koper” aangeduide partijen, waaronder u beiden in privé, aansprakelijk te stellen voor het onbetaald gebleven bedrag, alsmede voor alle huidige en toekomstige rente en kosten die hiermee verband houden.

Cliënte zal op grond van de met u afgesloten overeenkomst haar goederen terughalen c.q. onder zich nemen en indien nodig afvoeren.”

Op 22 juni 2009 heeft [appellant 2] B.V. aan Technoprint een bedrag van 25.268,32 BarterEuro’s betaald.

Bij brief van 12 juli 2009 heeft [appellante 1] als bestuurder van [appellant 2] B.V. aan het UWV bericht dat de bedrijfsactiviteiten met ingang van 1 juli 2009 zijn beëindigd.

Bij brief van 1 september 2009 hebben [appellanten] aan Technoprint doen berichten dat zij de overeenkomst ontbinden.

Op 15 september 2009 is [appellant 2] B.V. in staat van faillissement verklaard.

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert Technoprint in conventie:

a. [appellanten] te veroordelen tot betaling van de niet betaalde huurkooptermijnen tot een bedrag van € 80.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

b. [appellanten] te veroordelen tot betaling van de in artikel 2.3 van de overeenkomst overeengekomen boete bestaande uit 32 termijnen van € 500,-, derhalve een bedrag van € 16.000,-;

c. te ontbinden de tussen partijen bestaande overeenkomst wegens wanprestatie van [appellanten] met veroordeling van [appellanten] tot betaling van de overige schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

d. [appellanten] te veroordelen in de proceskosten;

alles met dien verstande dat indien de ene schuldenaar aan de verplichtingen heeft voldaan ook de andere zal zijn bevrijd.

3.2.2.

[appellanten] hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

[appellanten] vorderden in reconventie, na vermindering van eis, betaling van

€ 120.268,32, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf 15 september 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede teruggave van de eigendommen van [appellanten] op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 10.000,- met veroordeling van Technoprint in de proceskosten.

3.3.

In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank in conventie en reconventie de vorderingen afgewezen en Technoprint in conventie en [appellanten] in reconventie veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat Technoprint niet gerechtigd was de overeenkomst per 18 juni 2009 te ontbinden en dat Technoprint daarnaast ten onrechte haar eigendommen heeft teruggenomen door [appellanten] niet meer toe te laten in haar perceel waar de zaken stonden opgesteld. Als gevolg van dit handelen is Technoprint tekortgeschoten in haar verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst en waren [appellanten] gerechtigd de overeenkomst per 1 september 2009 te ontbinden. De rechtbank heeft tenslotte geoordeeld dat [appellanten] de door hun gestelde schade niet hebben aangetoond, mede gelet op het feit dat de betalingen aan Technoprint door [appellant 2] B.V. en niet door [appellanten] zijn gedaan.

3.4.

[appellanten] hebben in hoger beroep hun eis gewijzigd. Zij hebben het gevorderde bedrag van € 120.268,32 vermeerderd tot € 307.662,63. Voorts vorderen zij in hoger beroep een verklaring voor recht dat de ontbinding van de overeenkomst per 1 september 2009 een gevolg is geweest van een tekortkoming aan de zijde van Technoprint, en dat Technoprint derhalve gehouden is tot voldoening van de door [appellanten] geleden schade, nader op te maken bij staat. Technoprint heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [appellanten] . Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.

3.5.

[appellanten] hebben in hoger beroep naast hun eisvermeerdering drie grieven aangevoerd. [appellanten] hebben geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van hun vorderingen zoals in hoger beroep gewijzigd.

Technoprint heeft in incidenteel hoger beroep zes grieven aangevoerd. Technoprint heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen in conventie.

Incidenteel appel

3.6.

Het incidenteel appel heeft betrekking op de vorderingen in conventie. De grieven richten zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Technoprint niet gerechtigd was de overeenkomst op 18 juni 2009 te ontbinden en lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

3.6.1.

Technoprint stelt zich in hoger beroep niet meer op het standpunt dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden op de grond dat de kopers niet langer aan hun betalingsverplichtingen uit hoofde van de overeenkomst voldeden (het standpunt van Technoprint in eerste aanleg). In hoger beroep grondt Technoprint haar vordering op de mededeling van [appellanten] dat zij de activiteiten van de onderneming van [appellant 2] zouden overnemen waarna het faillissement van [appellant 2] B.V. zou worden aangevraagd. Technoprint stelt dat sprake is van een mededeling als bedoeld in artikel 6:83 onder c BW waardoor het verzuim intreedt zonder ingebrekestelling. Voorts vreesde Technoprint voor een bodembeslag door de belastingdienst nu [appellant 2] B.V. niet in staat bleek te zijn aan haar betalingsverplichtingen jegens de belastingdienst te voldoen.

3.6.2.

Het hof overweegt als volgt.

Partijen zijn in artikel 3.2 onder b van de overeenkomst overeengekomen dat, indien [appellanten] en [appellant 2] B.V. een op hen rustende verplichting uit de overeenkomst niet nakomen, na in gebreke te zijn gesteld, Technoprint gerechtigd is ofwel het gekochte terug te nemen ofwel het uit de overeenkomst verschuldigde terstond en in zijn geheel op te eisen.

Tussen partijen is niet in geschil dat Technoprint een dergelijke ingebrekestelling niet voorafgaand aan de brief van 18 juni 2009 naar [appellanten] en [appellant 2] B.V. heeft gezonden. Daar Technoprint in hoger beroep niet langer het standpunt inneemt dat op het moment van verzending van de brief van 18 juni 2009 reeds sprake was van een betalingsachterstand (hetgeen juist lijkt gelet op rov. 3.1 onder e) en het hof verder ook niet is gebleken van enig nalaten door [appellanten] is het hof van oordeel dat op het moment van ontbinding van de overeenkomst door Technoprint geen sprake was van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [appellanten]

3.6.3.

Ingevolge artikel 6:83 onder c BW treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten.

Door Technoprint is gesteld dat [appellant 2] op of omstreeks 18 juni 2009 aan Technoprint (in de persoon van de heer [vertegenwoordiger Technoprint] ) en in aanwezigheid van mevrouw [vertegenwoordiger Technoprint] heeft laten weten het faillissement van [appellant 2] B.V. aan te zullen vragen. Voorts heeft [appellant 2] B.V. in deze periode te kennen gegeven dat zij de activiteiten zou beëindigen. Uit die mededeling heeft Technoprint mogen afleiden dat [appellant 2] B.V. tekort zou schieten in de nakoming van de overeenkomst, aldus nog steeds Technoprint.

[appellanten] hebben betwist dat een gesprek met een dergelijke inhoud heeft plaatsgevonden.

Het hof overweegt dat ook indien voornoemd gesprek heeft plaatsgevonden en daarbij door [appellant 2] een dergelijke mededeling is gedaan, het hof van oordeel is dat zich daarmee geen situatie als bedoeld in artikel 6:83 onder c BW heeft voorgedaan. [appellant 2] was in dienst bij [appellant 2] B.V. en geen bestuurder. De bestuurder van [appellant 2] B.V., [appellante 1] , was kennelijk niet bij dit gesprek aanwezig. Niet gesteld of gebleken is dat [appellant 2] bevoegd was dergelijke uitspraken namens [appellant 2] B.V. te doen of dat Technoprint er op mocht vertrouwen dat [appellant 2] deze uitspraken namens [appellant 2] B.V. mocht doen. Evenmin is gesteld of gebleken dat [appellante 1] een dergelijke verklaring tegenover Technoprint heeft afgelegd.

Daarnaast wordt overwogen dat het beëindigen van de activiteiten niet zonder meer met zich brengt dat de toekomstige huurkooptermijnen door [appellanten] onbetaald gelaten zouden worden. De activiteiten zouden door [appellanten] immers elders voortgezet worden, terwijl [appellanten] ook privé waren gebonden. Mede gelet hierop kan de gestelde mededeling van [appellant 2] , indien deze in rechte zou komen vast te staan, niet worden opgevat als een mededeling als bedoeld in artikel 6:83, aanhef en onder c BW. Technoprint mocht daarom de in artikel 82 lid 2 BW bedoelde mededeling niet achterwege laten. Haar brief van 18 juni 2009 kan niet als zodanig gelden nu de inhoud daarvan niet of onvoldoende duidelijk is.

3.6.4.

Dat [appellanten] voornemens was het faillissement van [appellant 2] B.V. aan te vragen, zoals door Technoprint aangevoerd, blijkt ook niet uit de feitelijke gang van zaken in de periode waarin de overeenkomst door Technoprint is ontbonden. Tussen partijen staat immers vast dat [appellant 2] B.V. op 22 juni 2009 een bedrag van 25.268,32 BarterEuro’s aan Technoprint heeft voldaan. Daaruit kan zoals de rechtbank ook al heeft overwogen worden afgeleid dat [appellanten] en [appellant 2] B.V. zich zijn blijven inspannen om, al dan niet bij wege van betaling of het stellen van zekerheid, aan hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst te voldoen. Dat [appellanten] en/of [appellant 2] B.V. het merendeel van de zaken heeft overgebracht naar een andere locatie wordt door [appellanten] betwist en is door Technoprint niet voldoende onderbouwd. Bovendien stellen [appellanten] dat zij geen toegang meer hebben gehad tot de bedrijfsruimte nu Technoprint daarvan de sloten had laten veranderen. Daarnaast hebben [appellanten] gesteld, met verwijzing naar productie IV bij de memorie van antwoord in incidenteel appel dat Technoprint in november 2012 nog 8 dagen een uitverkoop in het bedrijfspand heeft gehouden terwijl aldaar vrijwel alleen goederen vallende onder de overeenkomst tussen partijen aanwezig waren, zodat de stelling van Technoprint dat [appellanten] alleen waardeloze zaken had laten staan evenmin aannemelijk wordt. De wijziging van de voicemail tekst dient in het licht van de door Technoprint ingeroepen ontbinding van de overeenkomst en het ontzeggen van de toegang tot de bedrijfsruimte te worden gezien.

Ook de stelling van Technoprint dat zij de sloten pas heeft laten vervangen nadat [appellant 2] B.V. het pand eind juni 2009 had verlaten en dat [appellanten] tijdens kantooruren nog toegang had tot de hal en ook via de buitendeur kan Technoprint niet baten. Technoprint heeft de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden van [appellant 2] B.V. en [appellanten] in het bedrijfspand onmogelijk gemaakt door de ontbinding van de overeenkomst en het veranderen van sloten. Voorts is in confesso dat het faillissement van [appellant 2] B.V. niet op eigen aangifte is uitgesproken.

3.6.5.

Technoprint heeft daarnaast verwezen naar voornoemde brief van [appellante 1] van 12 juli 2009 aan het UWV waarin niet wordt gesproken over de ontbinding van de overeenkomst door Technoprint. Volgens Technoprint ondersteunt deze brief haar stelling dat [appellant 2] heeft medegedeeld dat het faillissement van [appellant 2] B.V. zou worden aangevraagd.

Het hof volgt deze redenering van Technoprint reeds niet nu in de genoemde brief geen melding wordt gemaakt van enig faillissement. Voor het overige verwijst het hof naar de voorgaande overwegingen 3.6.3 en 3.6.4.

3.6.6.

Hetgeen Technoprint heeft aangevoerd over een dreigend bodembeslag moet volgens Technoprint als een bijkomstige reden worden beschouwd om de sloten van de deuren te veranderen die toegang gaven tot de ruimte waar zowel [appellant 2] B.V. als Technoprint hun onderneming dreven. Een (geldige) reden voor ontbinding van de overeenkomst levert dit ook naar eigen stellingen van Technoprint niet op.

3.6.7.

Hetgeen Technoprint voor het overige heeft aangevoerd kan niet tot vernietiging van het vonnis leiden. Ook overigens zijn door Technoprint met betrekking tot de door haar ingestelde vorderingen geen feiten of omstandigheden gesteld, die, indien bewezen, tot een ander oordeel leiden, zodat haar bewijsaanbod als niet relevant gepasseerd wordt.

3.6.8.

De conclusie uit het voorgaande is dat alle grieven in het incidenteel appel falen. Het vonnis zal voor wat betreft de conventie bekrachtigd worden met veroordeling van Technoprint in de kosten van het incidenteel appel.

Principaal appel

3.7.

Het principaal appel heeft betrekking op de vorderingen in reconventie. Grief één betreft een zogenaamde bezemgrief. Met grief twee komen [appellanten] op tegen de overwegingen van de rechtbank dat de door [appellanten] gevorderde bedragen niet door hen maar door [appellant 2] B.V. zijn betaald en dat [appellanten] hun stelling dat zij ook schade hebben geleden onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt. De derde grief is gericht tegen de afwijzing van de vorderingen en de veroordeling van [appellanten] in de proceskosten. De vierde grief betreft de vermeerdering van eis.

Het hof zal de grieven gezamenlijk bespreken.

3.7.1.

Het hof overweegt dat indien een grief van [appellanten] zou slagen en dat voor Technoprint tot een nadelig dictum leidt, het hof op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep alle door Technoprint ingenomen stellingen en weren opnieuw moet beoordelen. Technoprint heeft betwist in de nakoming van haar verplichtingen te zijn tekortgeschoten. [appellanten] baseren in hoger beroep de gestelde tekortkomingen van Technoprint op het navolgende. Bij brief van 1 september 2009 hebben [appellanten] Technoprint in gebreke gesteld. Ter onderbouwing hebben [appellanten] in die brief aangevoerd dat Technoprint onjuiste gegevens heeft verstrekt over de door Technoprint gegenereerde omzet, dat Technoprint klanten heeft overgedragen welke al geruime tijd geen klant meer van Technoprint waren en dat Technoprint het drijven van een onderneming onder de handelsnaam “Technoprint” heeft gecontinueerd.

Tevens hebben [appellanten] in eerste aanleg gesteld dat Technoprint op grond van artikel 1.1. sub d van de huurkoopovereenkomst verplicht was de machines aan [appellanten] over te dragen, maar dat Technoprint dit heeft nagelaten en een gedeelte van de machines aan een derde heeft verkocht. Voorts hebben [appellanten] gesteld dat Technoprint gebruik is blijven maken van het telefoonnummer dat zij had behoren over te dragen aan [appellanten]

3.7.2

[appellanten] hebben nauwelijks activiteiten ondernomen om de ontbinding van de overeenkomst door Technoprint te bestrijden. De brief van 1 september 2009 is de eerste (schriftelijke) reactie naar Technoprint.

De stelling van [appellanten] dat uit de door Technoprint ter beschikking gestelde stukken een jaaromzet van € 450.000,- bleek en dat [appellanten] erop mocht vertrouwen dat bij een voortzetting van de bedrijfsvoering een vergelijkbare omzet zou worden gehaald, terwijl de werkelijke omzet over de laatste zes maanden van 2008 ca.

€ 65.000,- bedroeg, is gelet op de gemotiveerde betwisting van Technoprint, onvoldoende feitelijk onderbouwd. Bovendien is niet gebleken dat [appellanten] eerder over de omzetcijfers die Technoprint zou hebben laten zien hebben geklaagd. Dit geldt eveneens voor de stellingen van [appellanten] dat Technoprint klanten zou hebben overgedragen die al geruime tijd geen klant meer van Technoprint waren en dat Technoprint klanten van [appellanten] is blijven benaderen. Ook die stellingen zijn door [appellanten] in het licht van de gemotiveerde betwisting van Technoprint onvoldoende feitelijk onderbouwd en bovendien is niet gebleken dat [appellanten] hier eerder over hebben geklaagd.

Ten aanzien van de stelling van [appellanten] dat Technoprint de handelsnaam “Technoprint” heeft gecontinueerd overweegt het hof dat [appellanten] niet hebben weersproken dat het blijven gebruiken van de handelsnaam “Technoprint” door Technoprint nooit een punt van discussie tussen partijen is geweest vóór de brief van 1 september 2009. Onder die omstandigheden hebben [appellanten] de tekortkoming op dit punt onvoldoende onderbouwd.

3.8.

Gelet op het voorgaande hebben [appellanten] naar het oordeel van het hof onvoldoende feiten gesteld om te kunnen concluderen dat sprake is van tekortkomingen door Technoprint. Weliswaar heeft Technoprint aan [appellanten] de toegang tot de bedrijfsruimte ontzegd door de sloten te veranderen, echter niet gebleken is dat [appellanten] daartegen heeft geprotesteerd vóór de brief van 1 september 2009. Ook daarna verlangde [appellanten] geen toegang meer tot de bedrijfsruimte. [appellanten] hebben als gevolg van het ontbreken van een tekortkoming aan de zijde van Technoprint geen belang bij de bespreking van de grieven twee tot en met vier van [appellanten]

3.9.

De conclusie uit het voorgaande is dat alle grieven in het principaal appel falen. Het vonnis zal ook voor wat betreft de vorderingen in reconventie bekrachtigd worden onder verbetering van gronden met veroordeling van [appellanten] in de kosten van het incidenteel appel.

4 De uitspraak

Het hof:

in principaal en incidenteel appel:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda, team kanton Tilburg van 10 november 2010;

veroordeelt [appellanten] in de proceskosten van het principaal hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Technoprint worden begroot op € 1.769,- aan verschotten en op € 9.789,- aan salaris advocaat;

veroordeelt Technoprint in de proceskosten van het incidenteel hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [appellanten] worden begroot op € 1.974,- aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.W.T. Vriezen en M.J. Pesch en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 september 2015.

griffier rolraadsheer