Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:3289

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
24-08-2015
Zaaknummer
20-000923-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Hof spreekt - anders dan de politierechter - verdachte vrij van verduistering van eet- en drinkwaar in een restaurant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000923-15

Uitspraak : 5 augustus 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 24 maart 2015 in de strafzaak met parketnummer 02-050895-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde “medeplegen van verduistering” veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte zal vrijspreken van het haar ten laste gelegde.

De verdediging heeft bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof, anders dan de eerste rechter, niet tot bewezenverklaring komt van het ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

primair
zij op of omstreeks 21 februari 2014 te Goes, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid een medewerker van [restaurant] heeft bewogen tot afgifte van een maaltijd en een aantal drankjes (totale waarde 97,00 Euro), hebbende verdachte en haar medeverdachte(n) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk bedrieglijk zich voorgedaan als bonafide klant(en) die zou(den) betalen voor de gedane bestelling, waardoor een medewerker van [restaurant] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

subsidiair

zij op of omstreeks 21 februari 2014 te Goes tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk eet- en/of drinkwaar, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [restaurant] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten had besteld en/of had genoten en/of aldus onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het haar ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde overweegt het hof dat het voorhanden bewijs ervoor tekortschiet dat verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft gehandeld met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde overweegt het hof als volgt.

Uit het voorhanden bewijs blijkt dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in het restaurant [restaurant] in Goes eten en drinken hebben besteld, het restaurant de eet- en drinkwaar aan verdachte en de medeverdachten hebben verstrekt en verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] na het nuttigen van deze eet- en drinkwaar zijn vertrokken zonder te betalen.

Uit het voorgaande kan bezwaarlijk anders worden afgeleid dan dat de in de tenlastelegging genoemde eet- en drinkwaar op grond van een door verdachte en de medeverdachten met het restaurant mondeling gesloten koopovereenkomst aan hen geleverd is. Dat betekent dat verdachte en de medeverdachten bezitters van de eet- en drinkwaar zijn geworden en de eet- en drinkwaar niet meer voor wederrechtelijke toe-eigening door de verdachte en de medeverdachten vatbaar waren. De enkele omstandigheid dat de verdachte en de medeverdachten vervolgens hebben nagelaten de door hen verschuldigde koopsom te betalen, levert geen grond op om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de desbetreffende eet- en drinkwaar na levering daarvan tot het vermogen van de verdachte en de medeverdachten zijn gaan behoren.

Nu aldus niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte en haar medeverdachten zich de onderhavige eet- en drinkwaar wederrechtelijk hebben toegeëigend, dient de verdachte van het haar subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,

mr. F. van Es en mr. J.G. Sillevis Smitt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 5 augustus 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.G. Sillevis Smitt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.