Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:3006

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-08-2015
Datum publicatie
24-12-2015
Zaaknummer
HD 200.159.533_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:1915
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Schimmel. Executiegeding. Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2015:1915.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.159.533/01

arrest van 4 augustus 2015

in de zaak van

Woningbouwvereniging Volksbelang,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

verder te noemen Volksbelang,

advocaat: mr. E. de Ruiter te Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

verder te noemen [geintimeerden c.s.] ,

advocaat: mr. R.S.S. IJff te Eindhoven,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 26 mei 2015 in het hoger beroep van het onder zaaknummer C/01282815/KG ZA 14-532 in kort geding gewezen vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 13 oktober 2014, tussen Volksbelang als eiseres en [geintimeerden c.s.] als gedaagden.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 26 mei 2015;

  • -

    de akte van Volksbelang met vijf producties;

  • -

    de antwoordakte van [geintimeerden c.s.] met drie producties.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij genoemd tussenarrest is de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van aktes. Partijen hebben een akte genomen.

6.2.

Het hof volhardt bij hetgeen werd overwogen en beslist in het tussenarrest.

6.3.

In deze zaak gaat het om de vraag of Volksbelang dwangsommen heeft verbeurd en/of [geintimeerden c.s.] recht hebben op voortgezette huurvermindering, als bepaald bij vonnis van de kantonrechter van 22 mei 2014.

De dwangsomveroordeling uit dat vonnis luidt:

veroordeelt Volksbelang om de schimmelschade in de badkamer grondig te laten reinigen door een gespecialiseerd schoonmaakbedrijf, zodat alle sporen van schimmelgroei, in kitwerk en aan het plafond worden gedood, (…).

6.4.

In het tussenarrest is, in rov. 3.5, geoordeeld dat de vraag of de werkzaamheden deugdelijk zijn uitgevoerd dient te worden getoetst aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Doel en strekking van de veroordeling dient daarbij tot uitgangspunt te worden genomen.

In rov. 3.7 van het tussenarrest oordeelde het hof dat Volksbelang met de in haar opdracht uitgevoerde werkzaamheden (vervanging van het stucwerk op het plafond en van het kitwerk) in beginsel heeft voldaan aan de haar opgelegde verplichting. Daaraan is toegevoegd: Dit kan anders zijn indien de werkzaamheden ondeugdelijk zijn uitgevoerd en als gevolg daarvan weer nieuwe schimmelvorming is ontstaan.

Voorts is in overweging genomen dat [geintimeerden c.s.] zich op het standpunt stellen dat de nieuwe schimmelvorming – het ontstaan daarvan wordt niet betwist – niet aan haar te wijten valt. Partijen zijn toegelaten zich daaromtrent nader uit te laten.

6.5.

Het hof neemt eerst in overweging dat Volksbelang is veroordeeld de badkamer, althans plafond en kitwerk, grondig te laten reinigen. In het woord reinigen ligt besloten een eenmalig uit te voeren werk tot verwijderen van de bestaande schimmel(plekken), maar daarin ligt niet de verplichting besloten om ervoor zorg te dragen dat er in de toekomst geen schimmelvorming zal optreden.

Anders dan [geintimeerden c.s.] in hun akte van 31 maart 2015 betogen is Volksbelang niet veroordeeld tot verwijdering van schimmelgroei, in de betekenis dat in de badkamer geen schimmels meer zullen groeien. Met het woord schimmelgroei wordt door kantonrechter gedoeld op de reeds opgetreden groei. Die schimmels dienen gedood te worden.

Met de vervanging van het stucwerk en het kitwerk is daarom in beginsel voldaan aan de veroordeling tot reinigen. Een verderstrekkende opdracht aan Volksbelang dan reinigen c.q. vervangen (bijvoorbeeld de groei stoppen) stuit overigens af op de onmogelijkheid daaraan te voldoen. Van die onmogelijkheid is sprake als het onredelijk zou zijn van Volksbelang meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan zij heeft gedaan (laatstelijk HR 6 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:396). Instaan voor het niet meer optreden van schimmelvorming kan van Volksbelang niet worden gevergd, temeer niet omdat de schimmelgroei mede afhankelijk is van omstandigheden die Volksbelang niet kan beheersen of veranderen, zoals de wijze van gebruik van de badkamer door [geintimeerden c.s.] en het feit dat de badkamer inpandig is (wat tot problemen met de beluchting leidt), nog daargelaten dat schimmelvorming – als een uiting van de natuur – nooit helemaal valt tegen te gaan.

6.6.

Vorenstaande neemt niet weg dat de door Volksbelang uitgevoerde werkzaamheden ondeugdelijk kunnen zijn uitgevoerd in die zin dat het middel erger is dan de kwaal of dat het middel zelf (de vervanging) ondeugdelijk is. Bij de beoordeling daarvan neemt het hof tot uitgangspunt dat Volksbelang de stuclaag en het kitwerk niet zelf heeft vervangen, maar dat heeft laten doen. Volksbelang mag in dat geval er in beginsel op vertrouwen dat de opdracht correct wordt uitgevoerd, vgl. HR 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5887 (opdracht aan de notaris).

Anders dan [geintimeerden c.s.] betogen is de vraag of hen iets te verwijten valt niet relevant voor de vraag of Volksbelang dwangsommen heeft verbeurd. Voor het antwoord op de vraag of Volksbelang aan de veroordeling heeft voldaan komt het aan op de beoordeling van de handelwijze van Volksbelang.

6.7.

[geintimeerden c.s.] wijzen op het rapport van De Huizenspecialist, productie 3 bij de laatste akte van Volksbelang. Ing. [opsteller van het rapport De Huizenspecialist] , de opsteller van dat rapport, schrijft onder meer (pag. 5):

De oorzaak van het losgelaten stucwerk en de schimmelvorming is niet te wijten aan de huurders van de onderhavige woning maar aan de minimale afzuigcapaciteit van het toegepaste ventilatiesysteem en het onjuiste ontwerp van de aanwezige ventilatiekanalen.

Dat de oorzaak van de nieuw opgetreden schimmel een gevolg is van een onjuiste reiniging c.q. vervanging van het stucwerk blijkt hieruit niet.

6.8.

Volksbelang wijst op het rapport door haar overgelegd als productie 4 bij haar laatste akte. In dat rapport wordt gesteld dat de afzuigcapaciteit wel toereikend is, althans voldoet aan de gestelde (bouw)normen. Dit oordeel is niet betwist door [geintimeerden c.s.] Zij hebben enkel gesteld dat zij meer waarde hechten aan het rapport van De Huizenspecialist. Hoe het ook zij, zoals overwogen (rov. 6.7) volgt uit het rapport van De Huizenspecialist niet dat de door Volksbelang ter uitvoering van het vonnis van 22 mei 2014 verrichte werkzaamheden ondeugdelijk zijn uitgevoerd als gevolg waarvan weer nieuwe schimmelvorming is ontstaan.

6.9.

Naar het voorlopig oordeel van het hof leidt hetgeen in het tussenarrest en hiervoor wordt overwogen ertoe dat niet kan worden aangenomen dat van Volksbelang meer gevergd had kunnen worden om aan de dwangsomveroordeling te voldoen, dan zij deed, noch dat de uitgevoerde reinigingswerkzaamheden c.q. de vervanging van het stuclaag en het kitwerk als ondeugdelijk kunnen worden aangemerkt met als gevolg dat nieuwe schimmelvorming is ontstaan. De conclusie is dan dat geen dwangsommen zijn verbeurd. De vorderingen van Volksbelang dienen mitsdien in zoverre te worden toegewezen.

6.10.

In het vonnis van 22 mei 2014 heeft de kantonrechter voorts voor recht verklaard dat de door [geintimeerden c.s.] verschuldigde huur van € 597,71 per maand met 5% wordt verlaagd tot € 567,82 vanaf zes maanden voorafgaand aan de datum waarop de tot dat vonnis leidende dagvaarding is betekend tot aan de datum waarop de badkamer is gereinigd door Volksbelang. De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis van 13 oktober 2014 – onbetwist – geoordeeld (rov. 2.7) dat deze datum 6 juni 2014 is. Gelet op hetgeen hiervoor werd overwogen hebben [geintimeerden c.s.] voor de periode ná 6 juni 2014 geen recht op huurverlaging. De daarop geënte vordering van Volksbelang is toewijsbaar.

6.11.

[geintimeerden c.s.] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen.

7 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw recht doende:

verbiedt [geintimeerden c.s.] het tussen hen en Volksbelang gewezen vonnis van 22 mei 2014 voor wat betreft de verbeurte van dwangsommen en voor wat betreft de verlaging van de huurprijs (vanaf 7 juni 2014) ten uitvoer te leggen;

veroordeelt [geintimeerden c.s.] in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Volksbelang worden begroot op

€ 97,74 aan dagvaardingskosten eerste aanleg

€ 608,- aan griffierecht eerste aanleg

€ 816,- aan salaris advocaat in eerste aanleg

€ 97,74 aan dagvaardingskosten hoger beroep

€ 704,- aan griffierecht hoger beroep

€ 1.264,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep (2 punten tariefgroep I);

en verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, M.G.W.M. Stienissen en M.A. Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 augustus 2015.

griffier rolraadsheer