Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:300

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-01-2015
Datum publicatie
06-03-2015
Zaaknummer
13-00983
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:5688, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft op koopzondag geparkeerd op een locatie waar parkeerbelasting verschuldigd is, maar heeft deze parkeerbelasting niet voldaan. Naheffingsaanslag vernietigd, omdat op grond van artikel 6 van de Verordening van de verschuldigde belasting per tijdseenheid op de parkeerapparatuur kennis dient te worden gegeven, maar dit ten aanzien van het parkeren op zondag niet is gebeurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/481
V-N 2015/19.20.5
Belastingblad 2015/158
FutD 2015-0601
NTFR 2015/1304 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Enkelvoudige Belastingkamer

Kenmerk: 13/00983

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 29 juli 2013, nummer AWB 13/1199 in het geding tussen

belanghebbende,

en

de Heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk

hierna: de Heffingsambtenaar,

betreffende na te melden naheffingsaanslag parkeerbelasting.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is onder aanslagnummer [aanslagnummer] een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd ten bedrage van € 54,50.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraak de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.2.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 44. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de Heffingsambtenaar gelast aan belanghebbende het door deze betaalde griffierecht te vergoeden.

1.3.

Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van

€ 118. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

Op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht heeft belanghebbende vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.5.

De zitting heeft plaatsgehad op 3 december 2014 te ‘s-Hertogenbosch.

Aldaar is toen verschenen en gehoord namens de Heffingsambtenaar, de heer [A]. Belanghebbende en zijn gemachtigde zijn beiden, met bericht van verhindering, niet verschenen.

1.6.

Het Hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan.

2.1.

De Verordening parkeerbelastingen 2012, door de Raad van de gemeente Waalwijk vastgesteld op 10 november 2011, luidt voor zover hier van belang als volgt:

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

(…)

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam parkeerbelastingen worden de volgende belastingen geheven:

a een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

(…)

Artikel 3 Belastingplicht

1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degenen die het voertuig heeft geparkeerd.

(…)

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 6

1 De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door middel van het bij aanvang van het parkeren werpen van geld in de parkeerapparatuur, door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur of het met behulp van een mobiele telefoon, computer of ander communicatie-middel inloggen op de centrale computer van een belparkeerprovider. Indien de parkeerapparatuur is voorzien van een automatische slagboom moet de belasting worden betaald op het tijdstip waarop het parkeren eindigt. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennis gegeven. Het college van burgemeester en wethouders geeft omtrent een en ander nadere regels.

(…)

In de Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2012 is voor zover van belang, het volgende vermeld:

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening Parkeerbelastingen 2012 bedraagt voor de op de bijbehorende kaart aangegeven zones:

Zone Gebied dagen tarief per uur parkeerduur

3 Unnaplein maan-t/m € 1,10 onbeperkt

donderdag

3 Unnaplein vrij- t/m € 1,50 onbeperkt

Zondag

(….)

Verklaringen

(…)

Zone gebied Locaties

Zone 3 Unnaplein Unnaplein, St. Janspoort, Vredesplein.

(…)

Periodes betaald parkeren

(…)

koopzondag 12.00 uur – 17.00 uur

2.2.

Belanghebbende heeft op 23 december 2012 om 13.46 uur een personenauto van het merk [B], kleur grijs, met kenteken [kenteken], geparkeerd aan het Vredesplein te Waalwijk. Het Vredesplein in een locatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening (hierna: de locatie). Belanghebbende heeft ter zake van voormeld parkeren geen parkeerbelasting voldaan.

2.3.

Aan de buitenzijde van de parkeerautomaat is geen informatie omtrent de verschuldigde belasting per tijdseenheid aangebracht. Wel is informatie omtrent de verschuldigde belasting per tijdseenheid beschikbaar via de knop “Tariefinfo” aan de voorzijde van de parkeerautomaat. Na het intoetsen van de toets “Tariefinfo” op het display is het volgende zichtbaar:

“TARIEF

Maandag t/m donderdag € 1,10 per uur

Vrijdag en zaterdag € 1,50 per uur

BETAALD PARKEREN

Maandag t/m zaterdag 09.00 - 18.00

Vrijdag en overige koopavonden 18.00 - 21.00

Koopzondagen 12.00 – 17.00”

2.4.

Op de locatie is uitsluitend op de acht zondagen die zijn aangewezen als koopzondag, parkeerbelasting verschuldigd. De overige zondagen is ter zake van het parkeren op de locatie geen parkeerbelasting verschuldigd

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

Belanghebbende is van mening dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. De Heffingsambtenaar is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2.

Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

Partijen hebben hieraan ter zitting het volgende toegevoegd:

Heffingsambtenaar

Ik overleg u een schermprint van de automaatdisplays en een document waaruit blijkt dat de automaat op zondagstarief stond ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag. Ik heb deze stukken pas kort geleden ontvangen. In januari 2013 heeft een wisseling van parkeerdienstverlener plaatsgevonden. Deze zaak betreft nog een zaak van de oude parkeerdienstverlener. Er zijn kennelijk wat strubbelingen geweest met de overdracht van de zaak. Het dossier is al in november 2013 overgedragen, maar vanwege interne problemen ontving ik het dossier pas afgelopen vrijdag. Ik neem kennis van de mededeling van het Hof dat bedoelde stukken tardief worden verklaard en neem deze stukken van het Hof weer in ontvangst.

Belanghebbende stelt dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het geen koopzondag was en dat hij geen parkeerbelasting verschuldigd was. Later stelt hij dat hij zich er niet van bewust was dat het koopzondag was. Daarom heeft hij de parkeerautomaat niet geraadpleegd. Als hij dat wel had gedaan, dan had hij door op de tariefknop te drukken kunnen weten dat hij had moeten betalen. In het bezwaarschrift verklaart hij dat hij de zuil niet heeft geraadpleegd. Maar dat had hij wel moeten doen. In hoger beroep komt belanghebbende met de stelling dat de informatie op die zuil niet volledig zou zijn geweest. Als laatste concludeert belanghebbende dat het afschaffen van het heffen van parkeerbelasting op de koopzondagen is ingegeven door de vele onduidelijkheden, maar dat is niet het geval. De gemeente wilde het winkelgebied aantrekkelijker maken en heeft er daarom voor gekozen om meer parkeergelegenheid te realiseren waar achteraf kan worden betaald, om af te zien van betaald parkeren tijdens koopzondagen en om het tarief op doordeweekse dagen lager te stellen dan het tarief in het weekend.

Op extra koopzondagen worden in algemeen meer naheffingsaanslagen opgelegd, omdat mensen denken dat gratis mag worden geparkeerd. Maar de conclusie dat de informatie niet duidelijk is, is te kort door de bocht. De grote borden staan bij parkeerterreinen waar achteraf betaald kan worden. Bij die parkeerterreinen moeten de tarieven voor het inrijden worden aangegeven.

Op de parkeerautomaat staan onderin het scherm de dagen en tijden vermeld waarop betaald moet worden, de tarieven staan bovenaan vermeld. Belanghebbende heeft een foto overgelegd waarop geen tarief met betrekking tot het parkeren op koopzondag stond vermeld, maar op die datum was op koopzondag geen parkeerbelasting meer verschuldigd. Dus is het logisch dat het op dat moment niet op de automaat was vermeld.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep, vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraak van de Heffingsambtenaar en van de naheffingsaanslag. De Heffingsambtenaar concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep en bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Gronden

4.1.

De Heffingsambtenaar heeft ter zitting van het Hof ter onderbouwing van zijn stellingen schermprints willen overleggen van de informatie die ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag zichtbaar zou zijn nadat de knop “Tariefinfo” op de parkeerautomaat is ingedrukt, alsmede een document waaruit, naar de mening van de Heffingsambtenaar, zou blijken dat de automaat op zondagstarief stond ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag. Het Hof heeft deze stukken niet toegelaten tot het geding uit de overweging dat belanghebbende, na kennisgeving van ziekte, niet ter zitting is verschenen, en derhalve niet in de gelegenheid is om op de inhoud van deze stukken te reageren. De behandeling van de nieuwe stukken zou mitsdien aanhouding van de zaken tot gevolg hebben. Het Hof is van oordeel dat bij een afweging van het belang van de Heffingsambtenaar bij het bij de behandeling van het hoger beroep betrekken van de hierboven vermelde stukken tegenover het belang van belanghebbende alsmede het belang vaneen doelmatige voortgang van de procedure, het bij de behandeling van het hoger beroep betrekken van deze stukken niet in overeenstemming is met een goede procesorde en dat deze stukken van de Heffingsambtenaar daarom als tardief moeten worden beschouwd. Het Hof heeft hiervoor in aanmerking genomen dat sprake is van nieuwe stukken, die, zoals blijkt uit de korte omschrijving ervan hierboven, de kern van het tussen partijen bestaande geschil direct raakt, ter zake waarvan belanghebbende al in een veel eerdere fase van het geding gemotiveerd stelling heeft genomen en de Heffingsambtenaar, zoals hij ter zitting ook heeft erkend, zowel in beroep als in hoger beroep vergelijkbare schermprints, echter van latere datum, heeft overgelegd. Het Hof is voorts van oordeel dat de Heffingsambtenaar de stukken (veel) eerder in het geding had kunnen brengen. De Heffingsambtenaar heeft weliswaar gesteld dat de late inbreng van de stukken werd veroorzaakt doordat vanaf januari 2013 door de gemeente wordt samengewerkt met een andere parkeerdienstverlener en eerst op 29 november 2014 het dossier aan hem is ter hand gesteld, maar dat baat de Heffingsambtenaar niet. De organisatie rond de overdracht van het dossier betreft de interne organisatie van de Heffingsambtenaar. Een tekortschieten in de interne communicatie of werkverdeling komt voor zijn risico.

4.2.

Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd omdat ter plaatse onvoldoende duidelijk was dat voor het parkeren op zondag dient te worden betaald en dat evenmin duidelijk was tot welk bedrag per tijdseenheid parkeerbelasting was verschuldigd.

4.3.

Op grond van artikel 6 van de Verordening dient van de verschuldigde belasting per tijdseenheid op de parkeerapparatuur kennis te worden gegeven. Vaststaat dat op de parkeerapparatuur via de knop “Tariefinfo” kennis wordt gegeven van de verschuldigde belastingen per tijdseenheid op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. Dergelijke informatie ontbreekt echter ter zake van het parkeren op zondag. Weliswaar wordt via de knop “Tariefinfo” kenbaar gemaakt dat op koopzondagen parkeerbelasting is verschuldigd, maar omtrent het alsdan verschuldigde tarief wordt op de parkeerautomaat, via die knop “Tariefinfo” noch anderszins, informatie verstrekt. Het Hof verwerpt het argument dat belanghebbende door het “in werking stellen” van de automaat, dat wil zeggen: door het verrichten van betalingen, het tarief had kunnen achterhalen. Het tarief moet tevoren duidelijk worden weergegeven. Gelet op het voorgaande is het Hof van oordeel dat de naheffingsaanslag in strijd met het bepaalde in artikel 6 van de Verordening is opgelegd en mitsdien moet worden vernietigd.

Slotsom

4.4.

Het gelijk is aan de zijde van belanghebbende. De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de Rechtbank dient, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, te worden vernietigd. Doende wat de Rechtbank had behoren te doen, zal het Hof het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de Heffingsambtenaar vernietigen en de naheffingsaanslag vernietigen.

Ten aanzien van het griffierecht

4.5.

Nu de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd, dient de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door hem ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 118 te vergoeden.

Ten aanzien van de proceskosten

4.6.

Hoewel het hoger beroep gegrond is, acht het Hof geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Belanghebbende heeft niet gesteld en het Hof is ook overigens niet gebleken dat belanghebbende voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft gemaakt.

5 Beslissing

Het Hof

  • -

    verklaart het hoger beroep gegrond,

  • -

    vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht,

  • -

    verklaart het tegen de uitspraak van de Heffingsambtenaar ingestelde beroep gegrond,

  • -

    vernietigt de uitspraak van de Heffingsambtenaar,

  • -

    vernietigt de naheffingsaanslag,

  • -

    gelast dat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 118 vergoedt.

Aldus gedaan op 30 januari 2015 door W.E.M. van Nispen tot Sevenaer, lid van voormelde Kamer, in tegenwoordigheid van A.A. van Wendel de Joode, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

  1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

  2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. een dagtekening;

  3. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

  4. e gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.