Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2763

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-07-2015
Datum publicatie
23-07-2015
Zaaknummer
200.140.026
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

medische aansprakelijkheid

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 453
Burgerlijk Wetboek Boek 7 454
Burgerlijk Wetboek Boek 7 462
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2015-0320
GJ 2015/101

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.140.126_01

arrest van 21 juli 2015

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. H.G.M. Hilkens te Echt,

tegen

Stichting voor Medische en verpleegkundige Zorgverlening Sint Jans Gasthuis,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als Sint Jans Gasthuis,

advocaat: mr. D. Zwartjens te Utrecht,

op het bij exploot van dagvaarding van 23 december 2013 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 20 maart 2013 en 25 september 2013, gewezen tussen [appellant] als eiser en Sint Jans Gasthuis als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/04/120412/ HA ZA 13-5)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met één productie;

  • -

    de memorie van antwoord met één productie.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

  1. Op 30 augustus 2005 is in het Sint Jans Gasthuis de galblaas van [appellant] (geboren [geboortedatum] 1958) verwijderd door chirurg [de behandelend chirurg] (hierna: [de behandelend chirurg] ). [de behandelend chirurg] was destijds in dienst van het Sint Jans Gasthuis.

  2. [de behandelend chirurg] is de operatie laparoscopisch gestart, maar daarna overgegaan op een open buikoperatie.

  3. Na de operatie vertoonde [appellant] symptomen van geelzucht.

  4. Uit onderzoeken op 6 september 2005 en 8 september 2005 is gebleken dat sprake was van een totale stop in de hoofdgalbuis ter hoogte waar de rechter en de linker leverbuis samenkomen (ductus hepatocholedochus communis).

  5. Op 9 september 2005 is in het AMC te [plaats] bij [appellant] een galdrain geplaatst om galsappen uitwendig op te vangen. Tevens is een sonde aangebracht door welke [appellant] de vrijgekomen sappen in de twaalfvingerige darm moest terug spuiten. Vanaf 14 september 2005 verbleef [appellant] weer thuis.

  6. Op 14 oktober 2005 is [appellant] wederom in het AMC opgenomen waar op 17 oktober 2005 een hersteloperatie is uitgevoerd.

  7. Op 25 oktober 2005 is [appellant] na een succesvolle operatie uit het AMC ontslagen.

  8. Bij brief van 3 november 2005 heeft [appellant] het Sint Jans Gasthuis aansprakelijk gesteld.

  9. Bij brief van 22 augustus 2007 heeft MediRisk, de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van het Sint Jans Gasthuis, aansprakelijkheid van het Sint Jans Gasthuis afgewezen.

  10. Op verzoek van [appellant] is op 14 september 2007 door zijn medisch adviseur [medisch adviseur] (verzekeringsarts, bedrijfsarts, forensisch geneeskundige; hierna: [medisch adviseur] ) een advies over de mogelijke aansprakelijkheid van de chirurg [de behandelend chirurg] uitgebracht.

  11. Op 30 juli 2009 heeft [chirurg van het UMC] (chirurg; hierna: [chirurg van het UMC] ), van het Universitair Medisch Centrum [plaats] , op verzoek van beide partijen een concept- rapport uitgebracht over het handelen van [de behandelend chirurg] bij de galblaasoperatie van [appellant] . Bij brieven van 13 augustus 2009 respectievelijk 15 januari 2010 hebben [medisch adviseur] en [medisch adviseur Medirisk] (hierna: [medisch adviseur Medirisk] ), medisch adviseur van Medirisk, op het concept-rapport van [chirurg van het UMC] gereageerd. Bij zijn brief heeft [medisch adviseur Medirisk] onder andere een brief van [collega van behandelend chirurg] , collega van [de behandelend chirurg] , overgelegd.

  12. Bij brief van 10 maart 2010 schrijft de advocaat van [appellant] aan het Sint Jans Gasthuis “dat cliënt zich uitdrukkelijk alle rechten voorbehoud voor wat betreft de nakoming van de verbintenis uit de wet ontstaan als gevolg van de beroepsfout die destijds door de desbetreffende operateur werd gemaakt. Een en ander betekent dat de verjaring wordt gestuit, alle bescheiden betrekkelijk tot de ingreep en alles wat daarbij behoort dienen uwerzijds te worden bewaard.”

  13. Bij brief van 18 maart 2010 heeft [chirurg van het UMC] op de brief van [medisch adviseur] van 13 augustus 2009 gereageerd. Bij brief van 17 maart 2010 heeft [chirurg van het UMC] op de brief van [medisch adviseur Medirisk] van 15 januari 2010 gereageerd.

  14. Op 17 maart 2010 respectievelijk 18 maart 2010 heeft [chirurg van het UMC] zijn definitieve rapport aan [medisch adviseur Medirisk] en [medisch adviseur] aangeboden. Het rapport is, kennelijk per abuis, gedateerd op 17 maart 2009.

  15. Bij brief van 20 april 2010 heeft Medirisk aansprakelijkheid van het Sint Jans Gasthuis opnieuw afgewezen.

  16. Op verzoek van Medirisk heeft [collega van behandelend chirurg] (hierna: [collega van behandelend chirurg] ), chirurg, op 19 juli 2010 een rapport uitgebracht aangaande zijn bevindingen over het handelen van [de behandelend chirurg] bij de operatie van [appellant] op 30 augustus 2005.

  17. Op 6 januari 2010 heeft [medisch adviseur] nogmaals advies uitgebracht.

3.2.1.

Bij inleidende dagvaarding van 12 december 2012 heeft [appellant] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt en gevorderd het Sint Jans Gasthuis te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 92.606,00, wegens door [appellant] geleden materiële en immateriële schade, met rente, proceskosten en nakosten.

Aan zijn vordering heeft [appellant] ten grondslag gelegd dat [de behandelend chirurg] bij de operatie van [appellant] op 30 augustus 2005 een medische fout heeft gemaakt, dat [de behandelend chirurg] onvoldoende nazorg heeft betracht (artikel 7:453 BW) en dat [de behandelend chirurg] zijn dossierplicht heeft geschonden (artikel 7:454 BW).

3.2.2.

Bij vonnis van 20 maart 2013 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. Van de comparitie, gehouden op 27 mei 2013, is proces-verbaal opgemaakt.

3.2.3.

Bij vonnis van 25 september 2013 heeft de rechtbank de vorderingen van [appellant] afgewezen en [appellant] in de proceskosten veroordeeld.

3.3.1.

Bij memorie van grieven heeft [appellant] geconcludeerd tot vernietiging van beide voornoemde vonnissen, en tot veroordeling van het Sint Jans Gasthuis tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 92.606,00 ter zake materiële en immateriële schade met, kort gezegd, wettelijke rente vanaf 30 augustus 2005 en met veroordeling van het Sint Jans Gasthuis in de proceskosten in beide instanties en de nakosten.

3.3.2.

Met de grieven legt [appellant] het geschil in volle omvang aan het hof voor.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft [appellant] de door hem gestelde aansprakelijkheid van het Sint Jans Gasthuis gebaseerd op toerekenbaar tekortschieten van [de behandelend chirurg] in de nakoming van zijn uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst voortvloeiende zorgverplichting jegens [appellant] (artikel 7: 462 BW).

3.3.3.

Grief 1 is gericht tegen het vonnis van 20 maart 2013.

Naar het oordeel van het hof berust deze grief op een verkeerde lezing van dat vonnis. Anders dan [appellant] betoogt, heeft de rechtbank daarin nog geen enkel oordeel gegeven, maar slechts het Sint Jans Gasthuis verzocht om nadere inlichtingen te verschaffen. Een tijdsverloop van 7,5 jaar maakt niet dat het Sint Jans Gasthuis bij voorbaat daartoe niet in staat zou zijn.

3.3.4.

De grieven 2 tot en met 10 zijn alle gericht tegen het vonnis van 25 september 2013. [appellant] betoogt dat [de behandelend chirurg] niet als goed zorgverlener in de zin van artikel 7:453 BW heeft gehandeld nu hij bij de operatie op 30 augustus 2005 een medische fout heeft gemaakt, onvoldoende nazorg heeft verleend en zijn dossierplicht (artikel 7: 454 BW) heeft geschonden. Voorts betoogt [appellant] dat van hem niet kan worden verwacht dat hij ter onderbouwing van zijn stellingen meer aanvoert dan hij heeft gedaan. Nu [appellant] slechts de beschikking heeft over een summier operatieverslag heeft het Sint Jans Gasthuis aan [appellant] geen aanknopingspunten verschaft ter onderbouwing van zijn stellingen dat [de behandelend chirurg] niet als goed zorgverlener heeft gehandeld, aldus [appellant] .

3.3.5.

Aan zijn stellingen dat [de behandelend chirurg] onzorgvuldig heeft gehandeld heeft [appellant] het advies van [medisch adviseur] van 14 september 2007, het advies van [medisch adviseur] d.d. 6 januari 2010 en het advies van [chirurg van het UMC] van 17 maart 2010 ten grondslag gelegd.

[medisch adviseur] schrijft onder andere dat uit onderzoek van het AMC te [plaats] is gebleken dat [de behandelend chirurg] het verkeerde gedeelte van de galwegen heeft verwijderd. Naar het hof begrijpt doelt [medisch adviseur] op de brief van [chirurg van het AMC] (hierna: [chirurg van het AMC] ) van het AMC te [plaats] van 24 juli 2007, in welke brief [chirurg van het AMC] schrijft “Er is dus tijdens de operatie een stuk van de proximale galweg verwijderd en patiënt kwam in aanmerking voor een reconstructie.” Voorts schrijft [medisch adviseur] dat het ondanks dat sprake was van oedeem en verklevingen vrijwel niet mogelijk lijkt om “(…) bij goed onderzoeken van de hals van de galblaas deze structuur te verwisselen met de hoofdgalweg. Immers, door de galblaas aan te haken wordt de hals van de galblaas opgerekt en duidelijk zichtbaar, in ieder geval duidelijk voelbaar. Deze structuur verwisselen met een andere structuur, en met name de hoofdgalweg, mag een chirurg niet overkomen (…)”.

[chirurg van het UMC] schrijft in zijn rapport:

“(…) Letsel van de ductus hepato choledochus tijdens een laparoscopische of open cholecystectomie is een zeldzame doch meest gevreesde complicatie van deze operatie en wordt in de literatuur vermeld met een frequentie van 0,4 tot 0.7% van de gevallen. In Nederland is daar uitgebreid onderzoek over gedaan door [chirurg van het AMC] et al. De complicatie hoeft niet direct een gevolg te zijn van onzorgvuldig handelen maar wordt ook wel beschouwd als een complicatie intrinsiek aan de operatie die ook een redelijk bekwaam chirurg kan overkomen. Echter door een systematische en zorgvuldige operatietechniek kan deze complicatie tot vrijwel 0% worden terug gebracht.

Om de vraag te beantwoorden of de chirurg bij de operatie op 29-08-2005 van patiënt [appellant] zorgvuldig heeft gehandeld staat mij slechts één document ter beschikking en dat is het relatief summiere operatieverslag. Helaas biedt het verslag weinig aanknopingspunten om na te gaan wat er tijdens de operatie precies is misgegaan. Na laparoscopische inspectie van de galblaas wordt vermeldt: “de galblaas is verdikt en oedemateus en gevangen in adhesies”(letterlijke tekst). Vervolgens staan er 5 sterretjes. Mogelijk is hier in het operatieverslag tekst weggevallen. Vervolgens wordt gemeldt: “de procedure blijkt scopisch niet goed uitvoerbaar zodat wordt overgegaan op een conventionele, open procedure”. Het operatieverslag vermeldt niet waarom de laparoscopische procedure wordt afgebroken. Het operatieverslag vermeldt ook niet of een poging is ondernomen om in de literatuur beschreven “critical view of safety” te bereiken en met name of in de galblaasregio laparoscopisch is gemanipuleerd en mogelijk clips zijn geplaatst. Na de conversie tot een open operatie wordt vermeldt dat de ductus cysticus en arteria cystica worden geïdentificeerd doch in retrospectief blijkt hier van een misidentificatie sprake te zijn. Het converteren van een laparoscopische naar een open procedure kan als bewijs van zorgvuldigheid worden opgevat, echter niet kan worden vastgesteld of het letsel voor of na de conversie is opgetreden. Feit blijft dat er een medische fout in de operatieve benadering is gemaakt met voor de patiënt zeer ernstige gevolgen.(…) Bij adequaat medisch handelen zouden geen gevolgen of beperkingen zijn opgetreden (…).”

[appellant] heeft zicht voorts beroepen op het op verzoek van het Sint Jans Gasthuis verrichte onderzoek door [collega van behandelend chirurg] . In zijn rapport d.d. 19 juli 2010 schrijft [collega van behandelend chirurg] : “Ik heb de röntgenopnames van de ERCP opgevraagd en een afdruk bijgevoegd van de ERCP dd 09-08-05 en 29-08-05 (pré-operatief) en van 08-09-05 (postoperatief). Het valt op, dat de ductus cysticus vrij hoog, juist distaal van de bifurcatie, aftakt (…). Doorgaans is er enige ruimte tussen de bifurcatie en de plaats van de aftakking van de ductus cysticus (…). Bij ligeren van een zo hoge aftakking is de kans op laederen van de ductus hepatocholedochus communis groter. (…). Ik veronderstel dat de ductus cysticus zo krap op de ductus choledochus is geligeerd, dat de ligatuur tevens om de opgetrokken ductus choledochus is gelegd.”

In het rapport van 6 januari 2010 van [medisch adviseur] staat vervolgens:

“(…) Zelfs als collega [collega van behandelend chirurg] gelijk heeft met zijn stelling, dat de uitgang van de afvoergang van de galblaas naar de gang tussen lever en twaalfvingerige darm zeer hoog was gelegen, (hij concludeert dit aan de hand van afbeeldingen waar wij niet de beschikking over hebben) en dat daardoor het risico van tevens onderbinden van de gang tussen lever en twaalfvingerige darm, samen met de afvoergang van de galblaas naar deze verhoogd was, ontslaat dit niet de chirurg van de verplichting om enerzijds deze bevinding mee te nemen in zijn beoordeling, en anderzijds daar expliciet melding van te maken. Nergens blijkt dat de heer [de behandelend chirurg] met dit gegeven rekening heeft gehouden. Dan wel aan deze mogelijkheid heeft gedacht. (…) Ontstekingen en verklevingen rond de galblaas worden bij operaties geregeld gezien (…) Dit gegeven op zich kan dus niet de reden zijn voor een verkeerde afloop. Ook anatomische varianten in het gebied van de galblaas komen veel voor.(…).

Indien de interpretatie van de foto’s van collega [collega van behandelend chirurg] klopt, was de chirurg dus ook vooraf aan de operatie gewaarschuwd voor een mogelijke afwijkende anatomie. Extra zorgvuldigheid ware dan op zijn plaats geweest. Ook dit is niet gebeurd, althans wordt nergens gedocumenteerd, mijn conclusie kan dan ook alleen maar zijn dat hier sprake is geweest van in ieder geval foutief onderbinden van de gang tussen lever en twaalfvingerige darm, dat deze handeling niet is onderkend door de chirurg gedurende de operatie, en dat dit dus te wijten was aan een verkeerd uitgevoerde operatie (…) Het is kwalijk dat als een dergelijke ingrijpende fout gemaakt wordt niet meer contact is gelegd tussen de chirurg en in dit geval het slachtoffer (…).

Conclusie .

Aan de hand van deze gegevens kan worden geconcludeerd, dat er dus tegenstrijdige interpretaties zijn van de gang van zaken. Alle gegevens nog eens op een rij zettend, en analyseren laat naar mijn mening alleen maar als conclusie zien, dat zowel via de ene, als via de andere weg het handelen van collega [de behandelend chirurg] in deze alleen terug te voeren is op zaken als onzorgvuldigheid en zelfs foutief handelen. Ook de nazorg en documentatie laten wat dat betreft hiaten zien. De verzekeraar van de aansprakelijk gestelde partij wijst naar mijn mening op niet terechte gronden de ontwikkeling rondom de operatie aan als complicatie. Naar mijn mening is hierboven voldoende aangetoond, dat deze complicatie, zo deze er was, voorkomen had kunnen worden bij meer zorgvuldig handelen. Dan wel dat iedere documentatie ontbreekt waaruit kan worden geconcludeerd, dat de chirurg zich getroost heeft de extra zorgvuldigheid in acht te nemen die gezien de eventueel wat ingewikkelde operatie – situatie noodzakelijk was.”

De omstandigheid dat [medisch adviseur] geen chirurg is, staat naar het oordeel van het hof niet aan de geloofwaardigheid van zijn conclusies in de weg, temeer niet nu zijn conclusies dezelfde strekking hebben als die van de chirurg [chirurg van het UMC] , die door beide partijen is aangezocht.

3.3.6.

Het Sint Jans Gasthuis heeft verweer gevoerd en in de eerste plaats betoogd dat de schade aan de hoofdgalweg van [appellant] niet bij het laparoscopisch deel van de operatie is ontstaan, maar nadat tot een openbuikoperatie was overgegaan. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit beeldvormende diagnostiek die na de operatie van 30 augustus 2005 is verricht, niet is gebleken dat reeds tijdens het laparoscopisch deel tot “clippen” is overgegaan. Voorts heeft zij verwezen naar het rapport van [collega van behandelend chirurg] .

Het Sint Jans Gasthuis heeft voorts betoogd dat [de behandelend chirurg] bij de openbuikoperatie de galblaas van [appellant] heeft aangehaakt en de ductus cysticus heeft geïdentificeerd en geligeerd. Zo staat het volgens het Sint Jans Gasthuis ook in het operatieverslag. Zij heeft niet betwist dat de hals van de galblaas bij aanhaken van de galblaas kan worden herkend en eigenlijk niet kan worden verwisseld met de hoofdgalbuis. Het hof begrijpt het standpunt van het Sint Jans Gasthuis aldus dat zij stelt dat [de behandelend chirurg] de ductus cysticus ook heeft herkend en niet heeft verwisseld met de hoofdgalbuis.

4.4.1.

Het hof stelt voorop dat het aan [appellant] is om te bewijzen dat [de behandelend chirurg] niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend chirurg in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht. Het hof zal de drie verwijten die [appellant] het Sint Jans Gasthuis maakt (een medische fout bij de operatie, onvoldoende nazorg en een onvolledig operatieverslag) achtereenvolgens behandelen.

Medische fout

4.4.2.

Hoewel [de behandelend chirurg] bij de comparitie bij de rechtbank heeft verklaard dat de hoofdgalweg waarschijnlijk langzaam verstopt is geraakt, is tussen partijen niet in geschil dat de hoofdgalweg van [appellant] bij de operatie op 30 augustus 2005 is geligeerd (afgebonden), zie cva sub 2.4. Tussen partijen is evenmin in geschil dat de operatie laparoscopisch werd aangevangen en dat deze is geconverteerd in een openbuikoperatie, nadat [de behandelend chirurg] had vastgesteld dat de galblaaswand verdikt was en oedemateus en gevangen in verklevingen.

4.4.3.

Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de overgang naar een openbuikoperatie een zorgvuldige keuze was van de chirurg.

Wel is tussen partijen in geschil of het afbinden van de hoofdgalweg van [appellant] het gevolg is van handelen van [de behandelend chirurg] anders dan van een redelijk bekwaam en redelijk handelend chirurg in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht.

4.4.4.

Vast staat dat bij de operatie de hoofdgalweg is afgebonden (geligeerd) en dat dat niet had moeten gebeuren. Daarmee ontstaat naar het oordeel van het hof het vermoeden dat bij de operatie een fout is gemaakt en is het aan het Sint Jans Gasthuis om omstandigheden aan te voeren die verklaren en verontschuldigen hoe dat kan zijn gebeurd, zodat de gebeurtenis niet als een (verwijtbare) medische fout maar als een (niet verwijtbare maar soms onvermijdelijke) complicatie moet worden gekwalificeerd. Voor zover het Sint Jans Gasthuis in dit verband heeft aangevoerd dat de anatomische structuur bij [appellant] in dit opzicht afweek van het normale, geldt het volgende. [collega van behandelend chirurg] heeft in zijn rapport geschreven dat de ductus cysticus bij [appellant] hoog aftakt op de hoofdgalbuis en dat bij het ligeren van een zo hoge aftakking de kans op het laederen van de hoofdgalweg groter is dan bij een meer standaard lagere aftakking. Het Sint Jans Gasthuis heeft dit niet betwist, en heeft evenmin betwist dat [de behandelend chirurg] van deze bijzondere anatomische structuur op de hoogte was of had behoren te zijn. Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend chirurg mag verwacht worden dat deze, naarmate de kans op schade groter is, ook een grotere zorgvuldigheid in acht neemt. Het Sint Jans Gasthuis heeft echter niets gesteld over in hoeverre en op welke wijze [de behandelend chirurg] met deze bijzondere structuur rekening heeft gehouden. Het Sint Jans Gasthuis heeft behalve deze afwijkende anatomische structuur niets gesteld ter verklaring van het feit dat bij de operatie de hoofdgalweg is geligeerd, wat, zoals overwogen, beslist niet de bedoeling was. Uit de rapporten van [medisch adviseur] en [chirurg van het UMC] , die beiden concluderen dat de chirurg een verkeerd gedeelte van de galwegen heeft verwijderd en dat van een misidentificatie sprake is geweest en een fout is gemaakt, valt evenmin iets af te leiden dat zou kunnen verklaren en verontschuldigen waardoor deze fout is gemaakt. [collega van behandelend chirurg] beschrijft alleen dat als de operateur nauwkeurig heeft vrijgeprepareerd en de structuren arteria en ductus cysticus heeft geïdentificeerd en de driehoek van Calot heeft geïnspecteerd en er toch beschadiging (in casu: afbinden) van de ductus hepatocholedochus optreedt, er sprake is van een complicatie, en dat de operateur kennelijk niet heeft getwijfeld aan het juist uitvoeren van de ligaties, maar daarmee is nog niet verklaard hoe de fout in dit geval heeft kunnen plaatsvinden. Daaromtrent heeft het Sint Jans Gasthuis, behalve de afwijkende anatomie bij [appellant] , niets gesteld, zodat een bewijsopdracht niet aan de orde is.
Het hof concludeert mitsdien dat vast is komen te staan dat [de behandelend chirurg] niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend chirurg bij een operatie als bij [appellant] mocht worden verwacht.

Het voorgaande wordt niet anders wanneer er met het Sint Jans Gasthuis vanuit moet worden gegaan dat de “critical view of safety” techniek (CVS techniek) ten tijde van de onderhavige operatie nog geen professionele standaard was en deze techniek bovendien niet gold voor een openbuikoperatie. Het zorgvuldig onderkennen van de verschillende structuren in de buik behoort uiteraard tot het zorgvuldig uitvoeren van een operatie, de vraag of deze regel in 2005 al dan niet al in een richtlijn was vastgelegd, speelt geen bijzondere rol.

Onvolledig operatieverslag

4.4.5.

In het operatieverslag is over het ligeren van bepaalde structuren vermeld: “(…) Aanhaken van de galblaas. Identificeren en ligeren van de ductus en arteria cystica. Doornemen van deze structuren waarna(…)”. In het verslag lijkt niet te worden vermeld welke ductus is geligeerd en doorgenomen. In het operatieverslag wordt geen melding gemaakt van een afwijkende anatomische structuur bij [appellant] , noch wordt deze afwijkende structuur, voor zover van belang, beschreven.

Bovendien schrijft [chirurg van het UMC] in zijn brief van 17 maart 2010: “Wat mij in het operatieverslag verbaasde is dat er bij een kennelijk lastige cholecystectomie waarvoor conversie noodzakelijk is zo weinig over de vitale structuren wordt vermeld. Ik zou minstens vermeld willen zien: het waarschijnlijke beloop van de ductus hepatocholedochus en de separate identificatie van de ductus cysticus alsmede een beschrijving van het beloop van de arteria hepatica (…).”

Reeds hieruit moet worden geconcludeerd dat het operatieverslag op relevante punten lacunes vertoont, zodat dit verslag niet in overeenstemming is met art. 7:454 lid 1 BW aangezien het niet alle gegevens bevat die voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk zijn. Ook in zoverre is sprake van schending van de zorgvuldigheidsplicht.

Zoals uit hetgeen hierna omtrent de nazorg zal worden geoordeeld volgt, is evenwel niet gebleken dat schending van de zorgplicht aangaande het operatieverslag heeft geleid tot schade voor [appellant] .

Onzorgvuldige nazorg

4.4.6.

Dat van de zijde van het Sint Jans Gasthuis niet de nazorg is verleend welke van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht, is niet gebleken. De omstandigheid dat eerst op 6 september 2005 de diagnose is gesteld dat sprake was van een totale stop ter hoogte van de hoofdgalweg en eerst daarna van de zijde van het Sint Jans Gasthuis actie is ondernomen tot herstel van het letsel van [appellant] , brengt niet reeds mee dat niet de zorg is verleend welke in het onderhavige geval van een redelijk handelend zorgverlener mocht worden verwacht. Bovendien is niet gebleken dat eerdere behandeling tot eerder en of vollediger herstel van [appellant] zou hebben geleid. Evenmin is gebleken dat de omstandigheid dat het operatieverslag niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, heeft geleid tot onzorgvuldige nazorg.

Ten aanzien van de omstandigheid dat [de behandelend chirurg] , naar door het Sint Jans Gasthuis niet is betwist, na de operatie slechts eenmaal met [appellant] heeft gesproken en wel om de complicatie en het te verwachten verloop uit te leggen, oordeelt het hof dat dit feit kennelijk weliswaar pijnlijk is geweest voor [appellant] , maar dat dat op zichzelf nog niet meebrengt dat die beperkte belangstelling een schending van de zorgplicht betekent als bedoeld in artikel 7:453 BW.

Causaal verband en schade

4.4.7.1. [appellant] heeft gesteld dat hij als gevolg van de operatie buik- en darmklachten, continu diarree en (als gevolg van onzorgvuldige nazorg) psychische klachten heeft.

Het Sint Jans Gasthuis heeft het condicio sine qua non-verband tussen de onzorgvuldige operatie en de door [appellant] gestelde klachten met de daaruit volgens [appellant] voortvloeiende schade, als mede de hoogte van de gevorderde schade, betwist voor zover deze het verlies aan arbeidsvermogen betreft. Voor zover het de door [appellant] gevorderde schade betreffende zelfredzaamheid betreft heeft het Sint Jans Gasthuis betwist dat deze schade haar geheel als gevolg van de operatie kan worden toegerekend en heeft zij evenzeer de hoogte van de schade betwist. In het licht van de brief van [chirurg van het AMC] d.d. 24 juli 2007 valt, aldus het Sint Jans Gasthuis, zonder nadere medische gegevens niet in te zien dat causaal verband bestaat tussen de operatie en de door [appellant] gestelde schade. In genoemde brief is immers vermeld “(…) Patiënt (…) werd in april 2007 nog op de poliklniek gezien (…) Bij onderzoek is er behalve locale drukpijn geen afwijking (…)” Voor zover het het door [appellant] gevorderde smartengeld betreft, heeft het Sint Jans Gasthuis de hoogte daarvan betwist.

De door [appellant] onder de post “Kosten in verband met medische behandelingen waaronder reiskosten” ad in totaal € 2.982,77 gevorderde schade is in het geheel niet door het Sint Jans Gasthuis betwist, zodat deze post zal worden toegewezen.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten heeft het Sint Jans Gasthuis slechts betwist voor zover het de factuur ad € 1.145,38 betreffende de beoordeling van [medisch adviseur] betreft.

4.4.7.2. Nu het Sint Jans Gasthuis het causaal verband en/of de hoogte van de schadeposten zelfredzaamheid, verlies aan arbeidsvermogen en smartengeld gemotiveerd heeft betwist, kan het hof nog geen oordeel geven over deze onderdelen van de vordering van [appellant] voordat meer zicht bestaat op het causaal verband van bedoelde schade met de operatie.

In het rapport van [chirurg van het UMC] , die destijds door beide partijen is aangezocht is tenminste een aanwijzing te vinden voor het bestaan van causaal verband tussen de klachten en de fout. Het Sint Jans Gasthuis heeft in dit verband gesteld dat de pijnklachten ook veroorzaakt kunnen zijn door (voor de operatie al bestaande) verklevingen. Verschillende wijzen van aanpak zijn thans mogelijk:

  • -

    de benoeming van een deskundige, te weten een chirurg dan wel een maag darm lever arts, om te rapporteren over de medische situatie van [appellant] en de oorza(a)k(en) van zijn klachten, waarna eventueel ook nog een rapportage van een verzekeringsgeneeskundige noodzakelijk is om de beperkingen van [appellant] voor zover deze voortvloeien uit zijn medische situatie in kaart te brengen;

  • -

    een inlichtingen comparitie, welke comparitie tevens zal worden benut om de mogelijkheid van een schikking te onderzoeken;

  • -

    partijen komen op basis van hetgeen het hof inmiddels heeft beslist, zelf tot overeenstemming aangaande de te vergoeden schade.

Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor akte zijdens [appellant] . Hij kan zich daarin als eerste uitlaten over de te volgen aanpak, waarna Sint Jans Gasthuis daarop bij antwoordakte kan reageren.

5 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 18 augustus 2015 voor het nemen van akte aan de zijde van [appellant] , met het onder 4.4.7.2 genoemde doel, waarna het Sint Jans Gasthuis daarop bij antwoordakte kan reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, M.J.H.A. Venner-Lijten en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 juli 2015.

griffier rolraadsheer