Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2746

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-07-2015
Datum publicatie
23-07-2015
Zaaknummer
20-000013-15
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:11160, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren ter zake van diefstal met geweld, poging tot zware mishandeling van een politieambtenaar, pogingen tot doodslag op vier politieambtenaren en op zijn dochter, mishandeling en het verlaten van de plaats van een ongeval.

Anders dan de rechtbank spreekt het hof verdachte vrij van het onttrekken van zijn dochter aan het wettig over haar gestelde gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000013-15

Uitspraak : 21 juli 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van
24 december 2014 in de strafzaak met parketnummer 03-659510-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1976,

thans verblijvende in PI Limburg Zuid - Gev. De Geerhorst te Sittard.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep werd de verdachte ter zake van:

  • -

    opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is,

  • -

    diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

  • -

    poging tot doodslag, meermalen gepleegd,

  • -

    mishandeling,

  • -

    poging tot doodslag, en

  • -

    overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994,

veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 5 jaren.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft bepleit dat:

  • -

    verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder 1., 3. primair, 4. en 5. primair ten laste gelegde;

  • -

    de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf zal worden gematigd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 december 2013 te Swalmen, in elk geval in de gemeente Roermond, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 2010), heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte genoemde [slachtoffer 1] , tegen de wil van de moeder van deze [slachtoffer 1] , in zijn, verdachtes, auto meegenomen en is met haar weggereden, terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was;

2.

hij op of omstreeks 5 december 2013 te Belfeld, in elk geval in de gemeente Venlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel en/of een (personen)auto (merk Renault, type Twingo, [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan dat hij, verdachte,

  • -

    die [slachtoffer 2] heeft vastgegrepen/vastgepakt en haar (vervolgens) (met kracht) op de grond heeft gegooid, althans naar de grond heeft gebracht/gewerkt en/of

  • -

    die [slachtoffer 2] in haar gezicht/tegen haar hoofd heeft geslagen en/of

  • -

    die autosleutel uit de hand(en) van die [slachtoffer 2] heeft getrokken;

3.

A. primair

hij op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement/de provincie Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [verbalisant 1] (inspecteur van politie) van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid, althans met volle snelheid, althans met aanzienlijke snelheid, terwijl die [verbalisant 1] (op de autosnelweg A73) in een door hem bestuurde auto rechts voor en/of rechts naast verdachte reed, tegen en/of in de richting van het door die [verbalisant 1] bestuurde motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/ politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement/de provincie Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [verbalisant 1] (inspecteur van politie), zijnde een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid, althans met volle snelheid, althans met aanzienlijke snelheid, terwijl die [verbalisant 1] als ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (op de autosnelweg A73) in een door hem bestuurde auto rechts voor en/of rechts naast verdachte reed, tegen en/of in de richting van het door die [verbalisant 1] bestuurde motorrijtuig (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

B. primair

hij op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement/de provincie Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [verbalisant 2] (brigadier van politie) en/of [verbalisant 3] (agent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met volle snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met aanzienlijke snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), terwijl die [verbalisant 2] en/of die [verbalisant 3] (op de autosnelweg A73) met ongeveer gelijke snelheid in een auto voor verdachte reden en/of die snelheid minderden, meermalen, althans eenmaal dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 2] en/of die [verbalisant 3] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) van achteren inhalend en/of aan de achterzijde en/of aan de rechterzijde heeft geramd, althans daartegenaan is gereden en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/ politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement/de provincie Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [verbalisant 2] (brigadier van politie) en/of [verbalisant 3] (agent van politie), zijnde (een) ambtena(a)r(en) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met volle snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met aanzienlijke snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), terwijl die [verbalisant 2] en/of die [verbalisant 3] als ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening (op de autosnelweg A73) met ongeveer gelijke snelheid in een auto voor verdachte reden en/of die snelheid minderden, meermalen, althans eenmaal dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 2] en/of die [verbalisant 3] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) van achteren inhalend en/of aan de achterzijde en/of aan de rechterzijde heeft geramd, althans daartegenaan is gereden en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

C. primair

hij meermalen, althans eenmaal op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement/de provincie Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [verbalisant 4] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 5] (hoofdagent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid, althans met volle snelheid, althans met aanzienlijke snelheid, terwijl die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] (op de autosnelweg A73) verdachte in een auto inhaalden en/of links naast hem reden, fors naar links heeft gestuurd en/of tegen dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden en/of dat motorrijtuig heeft geramd en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, en/of vervolgens en verderop met die door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met volle snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met aanzienlijke snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), terwijl die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] (op de autosnelweg A73) met ongeveer gelijke snelheid in een auto rechts naast verdachte reden, fors naar rechts heeft gestuurd en/of tegen dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden en/of dat motorrijtuig heeft geramd en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij meermalen, althans eenmaal op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement/de provincie Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [verbalisant 4] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 5] (hoofdagent van politie), zijnde (een) ambtena(a)r(en) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid, althans met volle snelheid, althans met aanzienlijke snelheid, terwijl die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] als ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening (op de autosnelweg A73) verdachte in een auto inhaalden en/of links naast hem reden, fors naar links heeft gestuurd en/of tegen dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden en/of dat motorrijtuig heeft geramd en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, en/of vervolgens en verderop met die door hem, verdachte, bestuurde personenauto met (zeer) hoge snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met volle snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), althans met aanzienlijke snelheid (van (ruim) boven 100 km/u), terwijl die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] als ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening (op de autosnelweg A73) met ongeveer gelijke snelheid in een auto rechts naast verdachte reden, fors naar rechts heeft gestuurd en/of tegen dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 4] en/of die [verbalisant 5] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden en/of dat motorrijtuig heeft geramd en/of heeft getracht dat/die motorrijtuig/politieauto van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 5 december 2013 te Swalmen, in elk geval in de gemeente Roermond, en/of (elders) in het arrondissement/de provincie Limburg, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3] (telkens) heeft geslagen en/of (telkens) (met een vuist) heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

5. primair

hij op of omstreeks 5 december 2013 te Swalmen, in elk geval in de gemeente Roermond, in elk geval in het arrondissement/de provincie Limburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 2010) van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, terwijl die [slachtoffer 1] (zonder gordel) op de bijrijdersstoel van deze personenauto en/of bij hem, verdachte, op de schoot zat, met (zeer) hoge, althans aanzienlijke snelheid, tegen en/of in de richting van één of meer motorrijtuig(en) (politieauto(’s) met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden, althans heeft getracht die politieauto(’s) van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, waarbij eenmaal de door hem, verdachte, bestuurde personenauto is gaan tollen en/of de vangrail heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 5 december 2013 te Swalmen, in elk geval in de gemeente Roermond, in elk geval in het arrondissement/de provincie Limburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 2010) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, terwijl die [slachtoffer 1] (zonder gordel) op de bijrijdersstoel van deze personenauto en/of bij hem, verdachte, op de schoot zat, met (zeer) hoge, althans aanzienlijke snelheid, tegen en/of in de richting van één of meer motorrijtuig(en) (politieauto(’s) met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) is gereden, althans heeft getracht die politieauto(’s) van de weg te rijden, althans opzij en/of weg te drukken, waarbij eenmaal de door hem, verdachte, bestuurde personenauto is gaan tollen en/of de vangrail heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement Limburg, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel op/aan de Kesselseweg, de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten aan een personenauto toebehorende aan [slachtoffer 4] ) schade was toegebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1. en het onder 3. onder A. primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde schiet het voorhanden bewijs ervoor tekort dat verdachte [slachtoffer 1] heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag. Immers, op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet ondubbelzinnig worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 1] heeft meegenomen tegen de wil van haar moeder, [slachtoffer 3] .

Ten aanzien van het onder 3., onder A. primair, ten laste gelegde kan uit de voorhanden bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat verdachte de intentie had [verbalisant 1] te doden noch dat het opzet van verdachte gericht was op levensberoving. Het hof ziet zich aldus gesteld voor de vraag of er sprake was van voorwaardelijk opzet.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gegevens te ontlenen over de aanvankelijke afstand tussen de auto van verdachte en de auto van [verbalisant 1] , de gereden snelheid en de aanwezigheid van andere weggebruikers. Gelet daarop schiet het voorhanden bewijs ervoor tekort dat dat de kans dat [verbalisant 1] als gevolg van de ten laste gelegde gedragingen van verdachte zou komen te overlijden aanmerkelijk was.

Bewijs1

1. De aangifte van [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats] , [adres] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Ik kwam thuis van mijn werk, het was 5 december 2013. Ik reed over [straat] in [woonplaats] op weg naar huis. Toen ik daar reed zag ik aan mijn linkerkant een man en een meisje lopen. Ik zag dat deze twee mensen in dezelfde richting opliepen als waarin ik reed.

Ik heb de auto op onze oprit geparkeerd. De auto waar ik in reed was een Renault Twingo. De auto behoort mij in eigendom toe.

Ik wilde uitstappen. Toen ik links van mij keek zag ik diezelfde man die ik eerder door de straat had zien lopen naast mijn auto staan. Ik kreeg de ruimte van die man om uit te stappen. Toen vroeg hij mij voor een vuurtje. Ik zei hem dat ik dat niet had.

Toen hoorde ik dat de man vroeg of ik hun naar huis kon brengen. Ik zei tegen de man dat ik dat niet ging doen. Toen heb ik me een kort moment naar de deurbel gewend, maar voordat ik dat voor elkaar kreeg had hij mij tegen de grond gewerkt. Op het moment dat ik me enigszins omdraaide in de richting van de deur, voelde ik dat ik bij mijn schouders werd vastgepakt en dat ik naar de grond werd gebracht. Dat gebeurde met veel kracht. Ik heb voor mijn gevoel een smak gemaakt en dat voel ik ook nog wel. Toen ik op de grond lag kreeg ik een knal tegen mijn hoofd. Ik voelde rechts een hevige klap. Op het moment dat de klap kwam voelde ik geen pijn, daarna heb ik erg veel pijn gehad. Ik heb tot en met gisteren mijn tanden niet op elkaar kunnen zetten. Terwijl ik op de grond lag, had ik de autosleutels in ik denk mijn rechterhand. Ik was mijn autosleutel op een gegeven moment kwijt. Terwijl ik nog op de grond lag, zag ik vanuit mijn ooghoeken dat hij in de Twingo stapte. Ik hoorde dat de man de auto startte en achteruit wegreed van de oprit.

V: Ik toon je nu foto's van een auto wat zie je?

A: Dit is mijn auto.

(noot verbalisant: Ik toonde [slachtoffer 2] 10 foto's van de auto van het merk Renault type Twingo voorzien van het [kenteken 1] )2

2. De geneeskundige verklaring, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Medische informatie betreffende:

[slachtoffer 2]

[adres]

[woonplaats]

Uitwendig waargenomen letsel:

Schaafwonden rechter wang

Moeizaam kiezen op elkaar krijgen

Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 5/12/20133

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 5 december 2013 was ik belast met de functie van officier van Dienst in Limburg Noord.

Ik ben in een opvallend als zodanig kenbaar dienstvoertuig gereden in de richting van Swalmen.

Tijdens het aanrijden in de richting Swalmen hoorde ik dat de verdachte in een blauwe Volkswagen Passat reed die voorzien was van het [kenteken 2] . De verdachte was genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] in [geboorteland] . In het voertuig zou zich tevens een driejarig kind bevinden.

Ik werd gepositioneerd op de rotonde te Belfeld, waarop de navolgende wegen uitkomen te weten de Rijksweg Zuid en de Boxhoven.

Omstreeks 18.00 uur gaf de meldkamer door dat er een man met een klein kind op de arm had aangebeld bij de woning Burg Kesselstraat 1 te Belfeld. Na enkele minuten werd door de meldkamer doorgegeven dat in de omgeving van voornoemd adres bij een andere woning een diefstal met geweld had plaats gevonden. Een vrouw was mishandeld en de dader had haar auto gestolen en was vervolgens met de auto in onbekende richting vertrokken. Het zou hier gaan om een donkerkleurige Renault Twingo voorzien van het [kenteken 1] .

Ik hoorde dat een noodhulpauto met het roepnummer 2501 achter de voornoemde Renault reed. Beide voertuigen kwamen in de richting van de rotonde alwaar ik stond. Inmiddels was ook een tweede noodhulpauto met het roepnummer 2101 op de rotonde aanwezig. Ik zag op een afstand van ongeveer 100 meter een auto komen aanrijden met daarachter een politieauto die zwaailicht voerde.

Op het moment dat de Renault Twingo de rotonde op ongeveer 50 meter genaderd was blokkeerde ik de rijbaan waarop voornoemd voertuig reed. Ik zag echter dat de verdachte van rijbaan verwisselde en op de voor hem rechterrijbaan voor het tegemoetkomend verkeer ging rijden en zo de rotonde opreed en de rotonde rechts volgde tegen het verkeer in. De verdachte vervolgde zijn weg over de Rijksweg Noord in de richting Tegelen. Door ons werd de achtervolging ingezet. Vervolgens reed de verdachte de oprit van de A73 op in de richting van Duitsland en Roermond. Bij de afslag naar Roermond reed de verdachte plotseling met verhoogde snelheid over de A73 richting Roermond.

Tussen Tegelen en Belfeld lukte het mij rechts naast de verdachte te gaan rijden die op dat moment op de linkerbaan reed. Ik kwam iets voor het voertuig van de verdachte te rijden en trachtte hem door langzaam in zijn richting net voor hem te gaan rijden tot stoppen te dwingen. Toen ik schuin voor hem zat en iets vaart minderde zag ik dat de verdachte kennelijk niet voornemens was te remmen. Ondanks dat er voor hem geen ruimte was om door te rijden reed hij met volle snelheid tegen de zijkant van mijn auto aan waarbij hij langs mij wist te komen echter niet zonder de gehele linkerzijkant van mijn voertuig te raken en de linkerzijspiegel van het voertuig te rijden. Vervolgens bleef de verdachte met verhoogde snelheid zijn weg vervolgen in de richting Roermond. Ter hoogte van de afslag Reuver/Beesel zag ik dat de verdachte deze afslag nam en uitgekomen bij de aldaar gelegen rotonde deze rotonde aan de verkeerde kant nam en zijn weg vervolgde in de richting van Swalmen.

Te Swalmen bracht de verdachte zijn voertuig tot stilstand waarna hij door diverse politievoertuigen werd ingesloten en kon worden aangehouden.4

4. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Op 5 december 2013 waren wij in uniform gekleed en reden wij in een opvallend politievoertuig. Ik, [verbalisant 3] , zat als bijrijdster in het voertuig en ik, [verbalisant 2] , was de bestuurder van het voertuig.

Wij namen positie in op de Boxhoverweg te Belfeld, ter hoogte van de daargelegen rotonde, aan de Rijksweg-Noord. Wij hoorden dat de noodhulppatrouille, roepnummer 25, achter de Renault aanreed en de achtervolging had ingezet. Wij zagen vervolgens dat de Renault en de noodhulppatrouille 25 de rotonde passeerden. Wij zagen dat er nog een opvallend dienstvoertuig, met daarin de Officier van Dienst [verbalisant 1] , zich bij ons had gevoegd. Wij zijn vervolgens achter de noodhulppatrouille 25 aan gereden. Wij zagen dat de noodhulppatrouille 25 met optische en geluidsignalen reed en dat zij het stopbord (verlichte transparant boven op het dak het politievoertuig) voerde. Wij voerden op dat moment ook de optische en geluidssignalen.

Vervolgens zagen wij, rijdend over de A73, dat de noodhulppatrouille 25, naast de Renault reed, met hierin de verdachte en het driejarige meisje. Wij zagen dat de Renault, het voertuig van de 25, ramde. Wij zagen op dat moment onderdelen van de voertuigen afkomen en op het wegdek raakten. Vanaf dit moment werd de snelheid van de Renault opgevoerd tot ongeveer 140 kilometer per uur. Om de Renault toch te doen stoppen, besloten wij, om de Renault, in te halen en voor de Renault te gaan rijden. Door langzamer voor de Renault te gaan rijden, probeerden wij, de Renault tot stoppen te dwingen. Bij het inhalen van de Renault, zagen wij dat op de schoot van de verdachte, een kind zat.

Op het moment dat wij voor de Renault reden en snelheid minderden, zijn wij gedurende de rit, aan de achterzijde van ons dienstvoertuig, tweemaal geramd. De Renault haalde ons meerdere malen in en heeft ons gedurende het inhalen, tweemaal aan de rechterzijde geramd. Dit ging met een snelheid van ongeveer 120/140 kilometer per uur. Toen de Renault ons voertuig voor de tweede maal aan de achterzijde ramde zagen wij dat de Renault enkele malen om zijn as over de A73 draaide/tolde. Wij zagen dat de Renault tot stilstand kwam, doch enkele seconden later wederom zijn weg vervolgde over de A73. Wij zagen dat de Renault zich ook meerdere malen over de vluchtstrook verplaatste.

Bij de afslag Belfeld, Reuver, Beesel zagen wij dat de Renault de afslag nam. Wij zagen dat de Renault de rotonde links tegen het verkeer in nam. Op dat moment kwam er een personenauto uit tegengestelde richting en die moest door deze manoeuvre remmen om een aanrijding te voorkomen.

Wij zijn achter de Renault aan blijven rijden, over de Rijksweg in de richting van Swalmen.

Op de Rijksweg-Zuid zagen wij dat de Renault, stopte naast een voertuig van de politie. Op het moment dat wij zagen dat de Renault wilde wegrijden, besloten wij om ons voertuig voor de Renault te plaatsen, zodat de Renault niet meer weg kon. Wij bemerkten dat de Renault tegen de rechterzijkant/voorportier van ons dienstvoertuig botste en hierdoor tot stilstand werd gedwongen.

Hierop zijn wij uit ons voertuig gestapt. Ik, [verbalisant 2] , liep naar de bestuurderszijde. Ik zag dat het meisje nog steeds op de schoot van de verdachte zat.5

5. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Tijdens het volgen van de Renault Twingo, voorzien van het Nederlandse [kenteken 1]
[kenteken 1] , op de A73 zagen wij dat de Renault het dienstvoertuig 25 ramde. Wij zagen dat de Twingo met zijn linkerflank tegen de rechterflank van de 25 stuurde/botste waardoor beide voertuigen kort maar flink bewogen door de kracht van het rammen. Op dat moment zagen wij dat er onderdelen van de voertuigen afkwamen en op het wegdek raakten.

Nadat wij de Twingo hadden ingehaald ging ik, [verbalisant 2] , voor de Twingo rijden. Hierbij minderde ik vaart waardoor ik de verdachte wilde dwingen ook zijn snelheid te minderen. Ik reed op dat moment tussen de 120 en de 140 km/uur. De verdachte botste echter vol tegen de achterzijde van het dienstvoertuig. Ik, [verbalisant 2] , had moeite het dienstvoertuig recht te houden en moest met stuurcorrecties het voertuig in bedwang en recht te houden.

Bij een van deze rampogingen van de Twingo op ons dienstvoertuig, zag ik, [verbalisant 2] , in de achteruitkijkspiegel dat de Twingo diverse malen om zijn as tolde maar weer met de voorzijde ‘in de goede richting’ nagenoeg tot stilstand kwam. De verdachte vervolgde zijn weg.

De Twingo kon ons enkele malen inhalen. Op het moment dat de Twingo naast ons reed ramde deze met de linkerflank onze rechterzijde. Ik, [verbalisant 2] , moest hard remmen en stuurcorrecties uitvoeren om ons dienstvoertuig recht houden.

Ik, [verbalisant 3] , zag, toen wij de Twingo voor de 3e maal inhaalden dat er een kind op de schoot van de verdachte zat.6

6. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Op 5 december 2013 omstreeks 17.35 uur waren wij, beiden gekleed in politie-uniform, rijdend in een opvallend dienstvoertuig.

Wij hoorden een gedeeltelijke melding. De verdachte en het kind zaten in een Volkswagen Passat voorzien van het Nederlandse [kenteken 2] . Wij reden richting Swalmen om te assisteren.

Wij hoorden dat het voertuig gesignaleerd was in de richting van Beesel. Eenmaal in Beesel aangekomen hoorde wij berichtgeving dat het voertuig een aanrijding had gehad in het centrum van Reuver en de plaats van het ongeval had verlaten. Vervolgens kwam zich een persoon melden die de aanrijding had zien gebeuren. Vervolgens gingen wij ter plaatse waar het verkeersongeval had plaats gevonden. Dit was de kruising Kesselseweg / Beeselseweg te Reuver.

Enkele minuten later hoorden wij berichtgeving dat de verdachte mogelijk was gezien in Belfeld. Wij reden naar Belfeld. Eenmaal in Belfeld aangekomen hoorden wij vrij snel berichtgeving dat er een carjacking had plaatsgevonden waarbij mogelijk onze verdachte een overval had gepleegd om aan een ander voertuig te komen. Wij hoorden dat de verdachte zich een zwarte Renault Twingo eigen had gemaakt. Dit voertuig was voorzien van het Nederlandse [kenteken 1] .

Ik, [verbalisant 5] , zette ons voertuig stil op de Stationstraat te Belfeld. Na enkele minuten zagen wij het betreffende voertuig, de Twingo, ons van rechts naderen. Wij zagen dat het voertuig het [kenteken 1] voerde.

Wij zetten de achtervolging in en zagen dat het voertuig rechtsaf de Rijksweg-Noord richting Tegelen opreed.

Eenmaal achter het voertuig voerden wij onze blauwe zwaailampen en het "stop politie" teken aan de voorzijde van ons voertuig. Wij zagen dat de verdachte hier geen gehoor aan gaf en doorreed.

Eenmaal bij de kruising Rijksweg-Noord / Boxshoverwerg te Belfeld zagen en hoorden wij dat de hulpofficier van Justitie alsnog besloot om de verdachte tot stoppen te dwingen. Wij zagen dat een dienstvoertuig onze rijbaan blokkeerde. Wij zagen dat de verdachte dit voertuig ontweek en tegen het verkeer de rotonde nam. Wij zagen dat hij vervolgens rechtdoor reed in de richting van Tegelen. Wij zagen dat het voertuig twee à drie personenauto’s inhaalde. Wij zagen dat de verdachte tegen het verkeer in het overige verkeer passeerde.

Vervolgens reden wij over de Venloseweg in de richting van Venlo. Eenmaal aangekomen bij de kruising Venloseweg / A73 zagen wij dat de verdachte linksaf sloeg en door het rode verkeerslicht de snelweg A73 opreed in de richting van Duitsland.

Wij zagen dat de verdachte meteen op de oprit over de vluchtstrook ging rijden. Ik, [verbalisant 5] , zag kans om de verdachte links in te halen. Ik besloot om voor het voertuig te gaan rijden en hem af te gaan remmen middels ons dienstvoertuig.

Op het moment dat wij het voertuig links passeerden en over de normale rijbaan reden zagen wij dat de bestuurder zijn personenauto fors naar links in onze richting stuurde. Wij zagen, hoorden en voelden dat de personenauto ons met forse kracht in onze rechterflank ramde.

Wij zagen dat het voertuig wederom voor ons kwam te rijden. Wij zagen dat we met zijn allen de A73 richting Roermond opreden. Vervolgens bleef de verdachte de A73 richting Roermond volgen.

Op het traject tussen Tegelen en Belfeld probeerden wij en de overige patrouilles de verdachte tot stilstand te dwingen. Wij zagen dat de verdachte met zijn voertuig meermalen op de overige patrouilles inreed en hun raakte. Ik, [verbalisant 5] , zag kans om rechts naast het voertuig te gaan rijden terwijl een ander dienstvoertuig al voor de verdachte reed. Op het moment dat wij rechts naast het voertuig reden zagen wij dat de bestuurder wederom met een forse stuurbeweging in onze richting stuurde. Wij zagen, hoorden en merkten dat zijn voertuig ons in onze linker flank raakte. Ik, [verbalisant 4] , keek op dat moment op de snelheidsmeter en zag dat wij 134 km/u reden. Ik, [verbalisant 5] , voelde dat wij uit de richting werden gedrukt door deze botsing maar kon het voertuig toch nog onder bedwang houden.

Hierna zagen wij de verdachte een vrachtauto met oplegger rechts over de vluchtstrook passeren. Wij zagen een ander dienstvoertuig dezelfde vrachtauto samen met ons links passeren. Op het moment dat wij de vrachtauto gepasseerd waren en dus de verdachte ook weer in zicht kregen, zagen wij dat de andere patrouille voor de verdachte ging rijden. Wij zagen dat de verdachte de politieauto van achteren aanreed. Daardoor raakte de verdachte in een slip en schoot naar links voor ons en de vrachtauto langs. Wij konden het voertuig niet meer ontwijken en kwamen wederom in botsing met de verdachte. Onze linkervoorzijde kwam in botsing met zijn linkerportier. Vervolgens zagen wij dat het voertuig voor ons rond tolde en vervolgens de vangrail raakte. Wij zagen dat de verdachte wederom kans kreeg om te vluchten. Tijdens het tollen van de verdachte zag ik, [verbalisant 4] , dat er een kind op de verdachte zijn schoot zat.7

7. De verklaring van [verbalisant 4] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

We waren de eerste patrouille die achter de verdachte is aangereden na de carjacking in Belfeld. We zijn achter de verdachte aan gaan rijden. We hebben een stopteken gegeven, waaraan geen gevolg werd gegeven.

Ik kan me nog herinneren dat ik gezien heb dat collega [verbalisant 1] naast de auto van verdachte reed en dat het voertuig van verdachte en collega [verbalisant 1] met elkaar in botsing kwamen.

Ik heb gezien dat collega’s een vrachtauto inhaalden terwijl de verdachte rechts van die vrachtauto op de vluchtstrook reed. Die betreffende collega’s kwamen voor de auto van verdachte. De auto van verdachte is daarop tegen de achterkant van de auto van de collega’s gereden. Door die aanrijding kwam de auto van verdachte schuin voor onze auto. We hebben toen de auto van verdachte geraakt. De auto van verdacht is gaan tollen en kwam ook heel even tot stilstand. In de situatie dat wij de auto van verdachte raakten, heb ik ook gezien dat de man een kind op zijn schoot had.8

8. De verklaring van [verbalisant 5] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik kan me herinneren dat verdachte een ruime bocht maakte de A73 op en daardoor op de vluchtstrook terecht kwam. Ik wilde toen voor de auto van verdachte gaan rijden om de snelheid laag te houden. Ik zag toen dat de bestuurder plotseling naar links stuurde en ons ramde.

Ik kan me herinneren dat ook de auto van de officier van dienst werd geramd. De spiegel van de auto werd eraf gereden.

Als geprobeerd werd de auto in te halen dan stuurde de verdachte telkens naar links of naar rechts om te voorkomen dat hij werd ingehaald.

Op enig moment haalde de verdachte een vrachtauto rechts op de vluchtstrook in. Een andere collega haalde de vrachtauto links in en kwam voor de auto van verdachte terecht. De verdachte reed toen tegen de auto van die collega aan. De auto van verdachte tolde recht voor onze neus. Ik heb toen de auto van de verdachte in de flank geraakt. Op het moment dat de auto voor ons was kon ik zien dat in de auto de verdachte zat met het kind op zijn schoot.9

9. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Op 5 december 2013 reed ik in een onopvallend videosurveillance voertuig.

Ik kreeg te horen dat de verdachte in Belfeld met geweld een personenauto had gestolen en met het kind was weggereden. De verdachte zou rijden in een zwarte Renault Twingo voorzien van het [kenteken 1] .

Korte tijd hierna hoorde ik dat een noodhulpeenheid het betreffende voertuig was tegen gekomen en dat men het voertuig volgde vanaf Belfeld over de Rijksweg in de richting van Tegelen.

Op 5 december 2013, omstreeks 18.34 uur, kreeg ik de betreffende Renault Twingo in zicht op A73 in de richting van Roermond ter hoogte van de afrit Belfeld.

Ik zag dat de betreffende personenauto gevolgd werd door een viertal opvallende politie surveillance voertuigen, welke optische en geluidssignalen voerden. Ook mijn videosurveillance voertuig voerde optische signalen.

Ik zag dat men ongeveer met een snelheid van 120 km/u reed. Verder zag ik dat het zicht slecht was als gevolg van regen.

Omstreeks 18.35 uur zag ik dat de verdachte met zijn personenauto op de vluchtstrook ging rijden en hierbij een vrachtwagen rechts passeerde. Kort hierna zag ik dat de betreffende personenauto in aanraking kwam met een politieauto, éénmaal volledig om zijn as draait en met de linkerzijde van het voertuig tegen de linker vangrail botste en in botsing kwam met een politieauto. De verdachte reed weer weg.

Ik zag dat de verdachte met zijn personenauto op de vluchtstrook ging rijden. Ik ben vervolgens met mijn videosurveillance voertuig naast hem gaan rijden. Ik zag dat de verdachte op dat moment een kind op zijn schoot had.

Omstreeks 18.44 uur zag ik dat de verdachte zijn voertuig tot stilstand bracht. Ik zag dat het betreffende voertuig werd klem gereden, waarna de verdachte werd aangehouden.10

10. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Op 5 december 2013 reden wij in een opvallend dienstvoertuig richting de A73 ter hoogte van Roermond.

In de omgeving van de snelweg A73 was op dit moment een achtervolging gaande.

Het voertuig dat werd achtervolgd betrof een Renault Twingo, met het [kenteken 1] .

Wij hoorden dat de achtervolging zich had verplaatst op de Rijksweg richting Swalmen.

Toen wij op de Rijksweg-Zuid reden hoorden wij dat de collega's inmiddels ook over deze weg reden in de richting van Roermond. Wij hebben toen ons dienstvoertuig geparkeerd aan de zijkant van de Rijksweg-Zuid, dit zodat de achtervolgende collega's ons konden passeren.

Op een gegeven moment zag ik, [verbalisant 6] , in de achterruitkijkspiegel dat er meerdere blauwe zwaailichten ons van achter benaderden. Ik zag dat er op een gegeven moment een voertuig onze richting op reed. Ik zag dat het voertuig vervolgens naast ons dienstvoertuig stopte. Ik keek vervolgens door het bestuurdersraam en zag dat er een Renault Twingo aan de linkerkant van ons voertuig stilstond. Ik zag dat het raam aan de bijrijderskant opstond. Ik opende het raam van de bestuurderszijde en zag dat er een persoon achter het stuur zat met een kind op zijn schoot.

Ik zag dat het voertuig door meerdere dienstauto's geblokt werd zodat hij zijn weg niet kon vervolgen. Ik heb mijn voertuig vervolgens verplaatst richting de zojuist geblokte Renault

Twingo. Vervolgens hebben wij ons dienstvoertuig verlaten en zijn wij richting de collega’s gelopen die de verdachte zojuist hadden aangehouden.

Verdachte [verdachte] (man), geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] in [geboorteland]11

11. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Blijkens onderzoek in de Gemeentelijke Basis administratie is [slachtoffer 1] geboren op [geboortedag] 2010.12

12. De aangifte van [slachtoffer 3] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 5 december 2013, omstreeks 12:48 uur, kreeg ik een telefoontje van mijn ex-vriend genaamd [verdachte] . [verdachte] is vandaag uit de gevangenis gekomen.

Voordat ik het wist kreeg ik een klap in mijn gezicht. Ik bedoel hiermee dat hij opzettelijk en met kracht mij met een gebalde vuist tegen mijn rechter kaak aansloeg. Door de pijn van de slag begon ik te huilen.

De kleur van de auto is grijs/blauw en het betrof een Volkswagen Station Passat.

We zijn gaan rijden. Ik ben de snelweg de A73 opgereden. Voor dat we de tunnel naderden ben ik gestopt met de auto. Ik kreeg toen 5 à 6 keer klappen met de vuist van [verdachte] op en tegen mijn hoofd. Dit deed hij met kracht en opzettelijk. Ik voelde dat de klappen pijn deden.

Ik ben vervolgens weer door gaan rijden. Ik mocht ter hoogte van Sittard van de snelweg af en ik ben bij een tankstation dat onbemand was gaan stoppen. We zijn vervolgens weer gaan rijden met de auto.

We wilden wat gaan eten. Ik was in Sittard de Mc Donald aan het zoeken maar vond deze niet. Ik ben vervolgens weer de snelweg opgereden. We zijn naar Roermond gereden. We zijn vervolgens naar het tankstation gereden die tegenover het politiebureau ligt. Hier is hij uit de auto gestapt met [slachtoffer 1] en toen heb ik mijn gsm gepakt.

Ik heb vervolgens [getuige 1] ge-sms’t. In het berichtje stond: “Ik zit in de shit. Help!”

We zijn vervolgens in Roermond naar de Burger King gereden. Bij de Burger King heb ik [getuige 1] nog een bericht gestuurd. Ik had in het bericht gezet dat ik klappen had gekregen. Ik heb er tevens ingezet dat hij de politie voor mij moest bellen.

We zijn vervolgens vanuit de Burger King naar huis gereden. Ik bedoel daarmee naar mijn woning.

Ik heb op het moment pijn op mijn hoofd, mond en kaken.

Opmerking verbalisant: Het letsel is door de verbalisanten waargenomen.13

13. De verklaring van [slachtoffer 3] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[verdachte] is op 5 december 2013 vrijgekomen. Hij heeft mij toen gebeld. Ik heb hem toen opgehaald bij autobedrijf Heuts in de buurt van Roermond.

[verdachte] kwam bij mij in de auto en daar kreeg ik een klap.

Ik heb [verdachte] dus opgehaald, samen met [slachtoffer 1] . Ik moest toen van [verdachte] gaan rijden en dat heb ik ook gedaan. Voordat wij bij de Roertunnel waren, heb ik nog een aantal klappen gekregen. We zijn toen uiteindelijk gestopt in Sittard.

Later zijn wij naar Roermond gereden en zijn wij nog gestopt tegenover het politiebureau bij een tankstation. Ik heb [getuige 1] korte tijd later bij de Burger King een sms gestuurd om te vragen de politie te bellen.14

14. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

Op 5 december 2013, om 16.45 uur, kwam bij de meldkamer Limburg-Noord de melding van [getuige 1] binnen. [getuige 1] meldde kort weergegeven het volgende:

“Vriendin [slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ) zit in de shit. Vriend van haar zou vandaag vrijgelaten worden uit de gevangenis en zou spullen komen halen. SMS gekregen met de tekst ‘Ik zit zwaar in de problemen, help me’.”

Op 5 december 2103, omstreeks 17.15 uur meldde zich [getuige 1] aan het politiebureau te Roermond. [getuige 1] toonde ons een gesprek waarin het volgende stond:

“ [getuige 1] hij heeft me 5 keer op mn gezicht geslagen ik moet van hem overal heen rijden hij laat me niet gaan ik ben zo bang.

Bel de politie aub ik zit nu bij burger king. Stuur me niks meer anders heb ik een probleem.

Zeg ook is een kind bij aub.”

Zie als bijlage het gesprek van melder [getuige 1] .15

15. De eigen waarneming van het hof dat op de foto, als bijlage gevoegd bij het hiervoor onder 14. weergegeven proces-verbaal en opgenomen op dossierpagina 86, het volgende zichtbaar is:

Zit in de shit help

16:43

[getuige 1] hij heeft me 5 keer op mn gezicht geslagen ik moet van hem overal heen rijden hij laat me niet gaan ik ben zo bang

16:57

Bel de politie aub ik zit nu bij burger king. Stuur me niks meer anders heb ik een probleem

16:59

Zeg ook is een kind bij aub

16:59

16. De verklaring van [getuige 1] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt.

V: Wat is er op die donderdag 5 december 2013 gebeurd?

A: [slachtoffer 3] vertelde mij dat ze naar haar woning zou gaan. Haar ex-vriend [verdachte] zou naar die woning toe komen om wat spullen op te halen. Ze had wat spullen achter in de auto gezet die van [verdachte] waren en hij zou zijn auto met de spullen dan komen ophalen. Hij wilde meteen de kleine even zien.

V: Met die kleine bedoel je?

A: [slachtoffer 1] hun dochtertje.

Ik kreeg de sms’jes die ik ook 5 december 2013 op het politiebureau heb laten zien. Ik heb toen meteen 112 gebeld en ben toen naar het politiebureau te Roermond gelopen.

V: Ik toon je een afdruk van een foto die door de politie is gemaakt die donderdag van jouw telefoon en de betreffende sms’jes. Zijn dit de betreffende sms’jes die jij van [slachtoffer 3] ontvangen hebt?

A: Ja, dat klopt.16

17. De verklaring van [getuige 2] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik was op 5 december 2013 thuis in mijn woning aanwezig. Ik maakte de toegangsdeur vanuit mijn woning open en toen zag ik dat [slachtoffer 3] naar boven kwam.

Ik zag dat [slachtoffer 3] huilde en ik vroeg aan haar wat er was gebeurd.

Ik hoorde dat [slachtoffer 3] zei dat haar ex-vriend haar zwaar had mishandeld.17

18. De aangifte van [getuige 3] , voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben namens de benadeelde [slachtoffer 4] gerechtigd tot het doen van aangifte.

Op 5 december 2013, omstreeks 17:30 uur, reed ik in de personenauto van mijn moeder. Dit betreft een Opel Corsa. Ik reed over de Kesselseweg in de richting van de Heerstraat in Reuver. Ik reed met een snelheid van ongeveer 30 kilometer per uur. Omdat ik het kruispunt van de Kesselseweg met de Beeselseweg naderde, minderde ik vaart. Ik heb naar links en naar rechts gekeken of de weg vrij was om deze rechtdoor over te steken. Ik reed op dat moment stapvoets en omdat ik had gezien dat de weg vrij was, gaf ik gas bij om het kruispunt over te steken. Plotseling voelde ik een harde klap tegen de rechterkant van mijn auto. Door deze klap werd ik hard van rechts naar links geschud in mijn auto. Ik voelde dat mijn auto een keer om zijn as draaide. Op het moment dat ik stil stond zag ik nog dat er een auto hard wegreed. Ik zag dat dit een blauwe Volkswagen Passat was. Deze auto is vanuit de richting Beesel aan komen rijden.

Nadat ik de blauwe Volkswagen Passat weg zag rijden, zag ik dat er een wit busje achteraan reed. Deze is later terug gekomen en vertelde mij dat hij achter het voertuig welke doorgereden was aangereden was. Ook had hij het kenteken nog genoteerd. Dat kenteken betrof: [kenteken 2] .

Na de aanrijding heb ik gekeken naar hoe mijn auto eruit ziet. Ik zag dat de rechter voorzijde ter hoogte van de verlichting compleet ingedeukt was en flinke lakschade had. De lampen waren kapot en ik miste zelfs een stuk.18

19. De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

V: Wat is er gebeurd toen je vrij bent gekomen?

A: Ik ben naar Roermond gekomen, heb een telefoon gekocht en heb [slachtoffer 3] opgebeld om te komen. We hadden afgesproken bij de Action bij de benzinepomp. Vervolgens ben ik daar naartoe gelopen, ze was er nog niet en toen ben ik verder gelopen. Ik heb haar toen gebeld. Ze kwam mij tegemoet rijden samen met [slachtoffer 1] in de auto. we gingen een rondje rijden. [slachtoffer 3] reed. We zijn toen de snelweg opgegaan.

We zijn bij Sittard eraf gegaan en zijn bij een of ander benzinestation gaan staan.

A: We wilden naar de Mc Donalds gaan maar die konden we niet vinden, uiteindelijk zijn we bij de Burger King aangegaan. Eerst zijn we nog naar een benzinepompstation gegaan. Ik ben hier naar binnen gegaan met [slachtoffer 1] .

Toen zouden we gewoon naar huis gaan en toen stonden we voor de deur. Ze zou de auto van [getuige 1] wegbrengen. Ik ben toen achter haar aangereden en toen stond ik daar en zag ik een politie auto aankomen.

V: Waar zat [slachtoffer 1] toen in de auto?

A: Die zat achter in de auto.

V: Waar ben je toen naartoe gereden?

A: Ik ben een rondje gaan rijden en ben op een gegeven moment gestopt. Ik ben verder gaan rijden en toen kreeg ik een ongeluk. Volgens mij kreeg ik een lekke band of zo.

V: Wat ben je toen gaan doen?

A: Ben ik gaan stilstaan. Toen ben ik gaan lopen met [slachtoffer 1] , toen liep ik langs een huis ik zag dat er een vrouw thuis kwam. Ik vroeg die vrouw om een vuurtje. Die vrouw had geen vuurtje. Ik vroeg aan haar om me naar Swalmen te brengen. Dit deed ze niet. Ik zag dat ze de autosleutels in haar handen had en die greep ik uit haar handen.

Ik ben vertrokken met [slachtoffer 1] in de auto. Toen ik weg reed zag ik dat de politie achter mij aan kwam.19

20. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 10 december 2014, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

De auto met het [kenteken 2] is mijn auto. Op een gegeven moment, ik meen ergens in Reuver, werd ik aangereden. Ik ben doorgereden en heb de bestuurder van de andere auto niet gesproken.

Op enig moment liep ik met mijn dochter en zag ik een vrouw. Ik vroeg haar om een vuurtje, maar dat had zij niet. Ik trok de sleutels uit de handen van de vrouw en reed vervolgens weg in haar Renault Twingo. Op het moment dat ik wegreed, lag zij half op de grond.

21. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van
7 juli 2015, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben op 5 december 2013 vrijgekomen uit detentie. [slachtoffer 3] is mij komen ophalen in de buurt van Roermond. Ik ben bij haar in de auto gestapt. We zijn een stukje gaan rijden met de auto. [slachtoffer 3] had nog geen letsel toen ik bij haar in de auto stapte.

Vervolgens was het de bedoeling dat ik samen met [slachtoffer 3] een BMW zou wegbrengen naar [naam] . Ik ben toen achter [slachtoffer 3] aangereden. Ik zag politie en ben weg gereden.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

B.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 2. ten laste gelegde geweld, omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Dit verweer behoeft geen bespreking reeds omdat het zijn rechtstreekse weerlegging vindt in de gebezigde bewijsmiddelen.

C.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 3. onder A. subsidiair ten laste gelegde volgt dat verdachte opzettelijk met volle snelheid tegen de zijkant van het door [verbalisant 1] bestuurde politievoertuig is gereden. Naar het oordeel van het hof bestond er door deze gedraging van de verdachte een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten kans dat een aanrijding zou ontstaan ten gevolge waarvan [verbalisant 1] zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. Naar het oordeel van het hof was de gedraging van verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het, nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Het onder 3. onder A. subsidiair ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

D.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 3. onder B. primair ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat:

  • -

    verdachte nooit opzet heeft gehad op de dood van verbalisanten;

  • -

    niet bewezen kan worden dat de stuuracties van de verbalisanten en verdachte zouden kunnen leiden tot een dodelijk ongeval.

Voorts is betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 3. onder C. primair ten laste gelegde, omdat de handelingen van verdachte geen poging tot doodslag kunnen opleveren. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat de uitgevoerde acties niet dusdanig waren dat er een daadwerkelijk risico bestond op een dodelijk ongeval.

Ten slotte is betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem onder 5. primair laste gelegde, aangezien niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het opzet had om [slachtoffer 1] van het leven te beroven. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat verdachte nimmer de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dan wel op de koop toe heeft genomen dat hij door zijn eigen gedragingen zelf het leven zou verliezen en hij dus ook niet de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dan wel op de koop toe heeft genomen dat [slachtoffer 1] het leven zou verliezen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

D.2

Het hof stelt voorop dat de beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

D.3

Verdachte heeft, zoals blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, op de autosnelweg – terwijl het zicht slecht was door regen – opzettelijk met snelheden tussen 120 en 140 kilometer per uur meermalen het dienstvoertuig van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] en eenmaal het dienstvoertuig van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] met de door hem bestuurde personenauto geramd. Op dat moment zat de 3-jarige [slachtoffer 1] bij verdachte op schoot.

Door een dergelijke handelswijze bestond er een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten kans dat een ongeval zou ontstaan als gevolg waarvan [verbalisant 3] , [verbalisant 2] , [verbalisant 4] , [verbalisant 5] , [slachtoffer 1] en/of verdachte zelf om het leven zou komen. De verdachte moet zich daarvan, evenals ieder ander weldenkend mens, bewust zijn geweest.

D.4

De gedragingen van de verdachte dienen naar hun uiterlijke verschijningsvorm te worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de kans daarop, ook ten aanzien van zichzelf en [slachtoffer 1] , bewust heeft aanvaard. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte blijkens de gebezigde bewijsmiddelen bij herhaling zeer gevaarlijk en onaanvaardbaar verkeersgedrag heeft vertoond omdat hij kennelijk koste wat kost uit handen van de politie wilde blijven, waarbij hij het risico op dodelijk letsel voor de verbalisanten, maar ook voor zichzelf en voor [slachtoffer 1] , bewust op de koop toe heeft genomen.

D.5

Gelet op het vorenstaande heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij [verbalisant 3] , [verbalisant 2] , [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [slachtoffer 1] van het leven zou beroven, zodat zijn opzet in voorwaardelijke zin daarop gericht is geweest.

Bijgevolg verwerpt het hof het verweer in al zijn onderdelen.

E.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat hij van het hem onder 4. ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat hij [slachtoffer 3] heeft mishandeld. Daartoe is, op gronden als in de pleitnota verwoord, aangevoerd dat de verklaringen van
[slachtoffer 3] onbetrouwbaar zijn, zodat zij moeten worden uitgesloten van het bewijs.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

E.2

Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat [slachtoffer 3] op onderdelen wisselende verklaringen heeft afgelegd. Naar het oordeel van het hof zijn de verklaringen van [slachtoffer 3] , voor zover het deze heeft gebezigd tot het bewijs, in de kern evenwel consistent en vinden zij in voldoende mate steun in de overige bewijsmiddelen, te weten: in de verklaring van verdachte, de waarneming van het letsel door de verbalisanten, de door [slachtoffer 3] aan [getuige 1] verzonden berichten, de verklaring van [getuige 1] en de verklaring van [getuige 2] , in onderlinge samenhang en tijdsverband bezien.

E.3

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 3] , voor zover deze tot het bewijs worden gebezigd, zou moeten worden getwijfeld. Het hof bezigt deze verklaringen dan ook tot het bewijs.

Bijgevolg verwerpt het hof het verweer.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (als hierboven genoemd), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte onder 2., onder 3. onder A. subsidiair, onder B. primair en onder C. primair, onder 4., onder 5. primair en onder 6. ten laste gelegde ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

2.

hij op 5 december 2013 te Belfeld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel en een personenauto (merk Renault, type Twingo, [kenteken 1] ), toebehorende aan [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin heeft bestaan dat hij, verdachte,

  • -

    die [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en haar vervolgens met kracht naar de grond heeft gebracht en

  • -

    die [slachtoffer 2] tegen haar hoofd heeft geslagen;

3.

A.

hij op of omstreeks 5 december 2013 in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan [verbalisant 1] (inspecteur van politie), zijnde een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met hoge snelheid, terwijl die [verbalisant 1] als ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening op de autosnelweg A73 in een door hem bestuurde auto rechts voor en rechts naast verdachte reed, tegen het door die [verbalisant 1] bestuurde motorrijtuig (politieauto) is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

B.

hij op 5 december 2013 in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk [verbalisant 2] (brigadier van politie) en
[verbalisant 3] (agent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met zeer hoge snelheid (van ruim boven 100 km/u), terwijl die [verbalisant 2] en die [verbalisant 3] op de autosnelweg A73 met ongeveer gelijke snelheid reden, meermalen dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 2] en die [verbalisant 3] reden (politieauto met in werking zijnde optische- en geluidssignalen) aan de achterzijde en aan de rechterzijde heeft geramd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

C.

hij op 5 december 2013 in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk [verbalisant 4] (hoofdagent van politie) en
[verbalisant 5] (hoofdagent van politie) van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met zeer hoge snelheid (van ruim boven 100 km/u), terwijl die [verbalisant 4] en die [verbalisant 5] op de autosnelweg A73 met ongeveer gelijke snelheid in een auto rechts naast verdachte reden, fors naar rechts heeft gestuurd en tegen dat motorrijtuig waarin die [verbalisant 4] en die [verbalisant 5] reden (politieauto met in werking zijnde optische en geluidssignalen) heeft geramd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij meermalen op 5 december 2013 in het arrondissement Limburg opzettelijk mishandelend
[slachtoffer 3] heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

5.

hij op 5 december 2013 in het arrondissement Limburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 2010) van het leven te beroven, met dat opzet meermalen met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, terwijl die [slachtoffer 1] zonder gordel) bij hem, verdachte, op de schoot zat, met (zeer) hoge snelheid, tegen motorrijtuigen (politieauto’s, waarvan enkele met in werking zijnde optische en geluidssignalen) is gereden, waarbij eenmaal de door hem, verdachte, bestuurde personenauto is gaan tollen en de vangrail heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 5 december 2013 in het arrondissement Limburg, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Reuver, op de Kesselseweg, de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander, te weten aan een personenauto toebehorende aan [slachtoffer 4] , schade was toegebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2. bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

en

poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Het onder 4. bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 5. bewezen verklaarde levert op:

poging tot doodslag.

Het onder 6. bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat rekening moet worden gehouden met de zwakbegaafdheid van verdachte.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Verdachte heeft na aanvankelijk te hebben meegewerkt aan het psychologisch onderzoek door drs. S. Labrijn, GZ-psycholoog, zijn verdere medewerking aan dit onderzoek geweigerd op advies van zijn raadsman. Vervolgens heeft verdachte zijn medewerking aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum geweigerd, wederom op advies van zijn raadsman. De gedragsdeskundigen hebben als gevolg van de weigering van verdachte niet kunnen vaststellen of verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en evenmin of daar sprake van was ten tijde van het ten laste gelegde. Het hof ziet dan ook geen mogelijkheid om bij de beoordeling van het ten laste gelegde rekening te houden met de door de raadsman gestelde zwakbegaafdheid van verdachte.

Ook overigens zijn er geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de mate waarin een feit als het onder 2. bewezen verklaarde in het algemeen schade teweeg brengt aan de eigenaar van het goed dan wel diens verzekeraar, alsmede de mate van overlast en ergernis die door dergelijke delicten wordt veroorzaakt aan de gedupeerde;

  • -

    de mate waarin door de 2. en 4. bewezen verklaarde feiten pijn en/of lichamelijk letsel is toegebracht aan de slachtoffers;

  • -

    het gewelddadig karakter van de onder 2., 3., 4. en 5. bewezen verklaarde feiten;

  • -

    de omstandigheid dat slachtoffers als gevolg van feiten als de onder. 2., 3. en 5. bewezen verklaarde – naast de lichamelijk gevolgen – nog langdurig last kunnen hebben van nadelige psychische gevolgen, zoals gevoelens van angst en onveiligheid;

  • -

    de omstandigheid dat het onder 3. bewezen verklaarde is begaan tegen politieambtenaren gedurende en terzake de rechtmatige uitoefening van hun bediening, waardoor het ambtelijk gezag is aangetast;

  • -

    de omstandigheid dat het onder 3. en 5. bewezen verklaarde gewelddadig feiten zijn waardoor de rechtsorde wordt geschokt en die in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg brengen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.
    12 mei 2015, waaruit blijkt dat hij eerder ter zake gewelds- en vermogensdelicten onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld;

  • -

    de inhoud van het hem betreffend reclasseringsadvies van Leger des Heils
    Jeugdzorg & Reclassering d.d. 12 februari 2014;

  • -

    de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan op grond van het vorenstaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het hof heeft wat betreft de duur van deze straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd. In verband daarmee heeft het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren tot uitgangspunt genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken.

Nu verdachte zijn auto als wapen heeft gebruikt, acht het hof het voorts van belang dat mede ter bescherming van de verkeersveiligheid en voor een duur als hieronder vermeld aan de verdachte ter zake van het onder 3. en 5. bewezen verklaarde de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen zal worden ontzegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 57, 287, 300, 302, 304 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 176 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1. en het onder 3., onder A. primair, ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2., het onder 3., onder A. subsidiair, onder B. primair en onder C. primair, het onder 4., het onder 5. primair en het onder 6. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 3. en 5. bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Aldus gewezen door

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. M.L.P. van Cruchten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 21 juli 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. O.M.J.J. van de Loo is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Hierna wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar ambtsedige processen-verbaal van politie en andere bescheiden, opgenomen in het proces-verbaal van Politie regio Limburg Noord, district Midden-Limburg, recherche-eenheid Midden-Limburg, registratienr. PL233R-2014000827.

2 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL233R-2013109778-1, d.d. 7 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 18] , hoofdagent van politie, dossierpagina’s 145-146.

3 De geneeskundige verklaring, d.d. 17 december 2013, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [arts] , dossierpagina 155.

4 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL2324-2013109339-14, d.d. 6 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 1] , inspecteur van politie, dossierpagina’s 66-67.

5 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL2321-2013109339-9, d.d. 5 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 3] , agent van politie, en [verbalisant 2] , brigadier van politie, dossierpagina’s 70-71.

6 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL2321-2013109339-24, d.d. 11 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 3] , agent van politie, en [verbalisant 2] , brigadier van politie, dossierpagina’s 76-77.

7 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL2325-2013109339-11, d.d. 5 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beiden hoofdagent van politie, dossierpagina’s 80-82.

8 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [verbalisant 4] , d.d. 27 oktober 2014, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg.

9 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [verbalisant 5] , d.d. 27 oktober 2014, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg.

10 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL2322-2013109339-21, d.d. 6 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, dossierpagina’s 94-95.

11 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL233D-2013109339-3, d.d. 5 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 6] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 7] , aspirant van politie, dossierpagina’s 92-93.

12 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL233R-2013109339-42, d.d. 12 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 8] , brigadier van politie, dossierpagina 61.

13 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL233R-2013109339-7, d.d. 5 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 16] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 17] , hoofdagente van politie, dossierpagina’s 36-38.

14 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 3] , d.d. 14 juli 2014, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg.

15 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL233C-2013109339-6, d.d. 5 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 10] en R. [verbalisant 11] , beiden hoofdagent van politie, dossierpagina’s 83 en 85.

16 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor getuige, proces-verbaalnr. PL2300-2013109339-25, d.d. 8 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 12] , hoofdagent van politie, dossierpagina’s 123-124.

17 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor getuige, proces-verbaalnr. PL233R-2013109339-46, d.d. 27 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 13] , brigadier van politie, dossierpagina’s 127-128.

18 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL2323-2013109349-1, d.d. 27 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 13] , brigadier van politie, dossierpagina’s 160-161.

19 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor verdachte, proces-verbaalnr. PL233R-2013109339-26, d.d. 8 december 2013, opgemaakt door [verbalisant 14] en [verbalisant 15] , beiden hoofdagent van politie, dossierpagina’s
23-25.