Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2674

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-07-2015
Datum publicatie
15-07-2015
Zaaknummer
HD 200.162.970_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

incident artikel 843a Rv, tussentijds cassatie

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 843a, geldigheid: 2015-07-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.162.970/01

arrest van 14 juli 2015

gewezen in het incident ex artikel 843a Rv

in de zaak van

1 Stuurgroep Holland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. Stuurgroep Fleet (Netherlands) B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat: mr. Ch.Y.M. Moons te Amsterdam,

tegen

GMAC Nederland N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,

op het bij exploot van dagvaarding van 23 juni 2014 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewezen vonnis van 2 april 2014 tussen appellanten – Hertz – als eiseressen en geïntimeerde – GMAC – als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/259215 / HA ZA 13-72)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnis alsmede het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 april 2013.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de “incidentele memorie van eis ex artikel 843a van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (mede houdende verzoek om de hoofdzaak gedurende het incident te schorsen)”;

  • -

    de antwoordmemorie in het incident van GMAC .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

Bij het bestreden vonnis van 2 april 2014 heeft de rechtbank de vorderingen van Hertz afgewezen met veroordeling van Hertz in de proceskosten aan de zijde van GMAC .

3.2.1.

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

Stuurgroep Fleet (Netherlands) BV beheert sinds 1 januari 2008 feitelijk het Nederlandse wagenpark van de huurauto’s die door Hertz in Nederland worden verhuurd. Voor 1 januari 2008 werd dit door Stuurgroep Holland BV gedaan.

Nedam-Automobielmaatschappij, [vestigingsnaam] BV (hierna: Nedam) verkocht via het Rental Programma van General Motors Nederland BV (hierna: GM) nieuwe Opels aan Hertz en kocht deze Opels na de verhuurperiode als Ex-rentals weer terug van Hertz .

GMAC verkocht via voornoemd Rental Programma van GM de nieuwe Opels aan Nedam en kocht na de verhuurperiode de Ex-rentals weer terug van Nedam.

Tussen Nedam en GMAC bestond vanaf het najaar van 2008 een rekening-courantverhouding. GMAC heeft in december 2008 driemaal namens Nedam een betaling aan Hertz gedaan voor in totaal € 2.300.000,- uit het saldo van deze rekening-courantverhouding. Aan het verzoek van Nedam op 19 maart 2009 om een bedrag van € 1.000.000,- namens haar aan Hertz te betalen heeft GMAC geen gehoor gegeven. Op 15 april 2009 is Nedam failliet gegaan. Nedam maakte onderdeel uit van het [concern] . [corporation] Corporation is op 31 maart 2009 failliet gegaan.

Hertz stelt zich op het standpunt dat GMAC Ex-rentals van Nedam heeft gekocht, die Nedam op haar beurt van Hertz had betrokken waarvoor Nedam niet aan Hertz de kooprijs heeft voldaan. Hertz heeft zich bij brief van 23 april 2009 jegens GMAC beroepen op haar eigendomsvoorbehoud ten aanzien van ten minste 76 voertuigen.

3.2.2.

Hertz vordert in het incident GMAC te veroordelen tot afgifte van bescheiden en bestanden die betrekking hebben op kredietverschaffing door GMAC aan Nedam en andere [corporation] -vennootschappen in de periode voorafgaand aan het faillissement van Nedam. Hertz denkt daarbij aan de kredietovereenkomst, andere kredietdocumentatie en documenten waaruit de voorwaarden blijken waaronder financiering werd verstrekt, e-mail en andere correspondentie en interne memo’s, zowel over de rekening-courantverhouding tussen Nedam en GMAC als over de financiële situatie waarin Nedam en de andere [corporation] -vennootschappen zich in de maanden voorafgaand aan hun faillissementen bevonden en de verschaffing van financiële documentatie aan GMAC .

3.2.3.

Hertz voert daartoe aan dat uit de faillissementsverslagen van de curatoren van Nedam volgt dat GMAC reeds in 2007 financiële ondersteuning van € 24.500.000,- aan het [concern] verleende en dat die op enige moment daarna was opgelopen tot

€ 95.000.000,-. Daarnaast stelt Hertz dat het bestuur van Nedam in november 2008 van mening was dat GMAC bepaalde afspraken met betrekking tot die financiële ondersteuning niet nakwam. Volgens Hertz zijn rond die tijd aanvullende afspraken tussen beide partijen gemaakt en is gesproken over het gefaseerd overdragen van een aantal activiteiten binnen het [concern] aan GMAC . Daar is volgens Hertz als gevolg van het faillissement niets meer van gekomen. De rekening-courantverhouding heeft na de faillietverklaringen tot een terugbetaling door GMAC aan de boedel van Nedam geleid.

Volgens Hertz hebben de gevorderde bescheiden betrekking op een rechtstreekse contractuele verhouding tussen GMAC en Nedam alsook op een rechtsverhouding tussen Hertz en GMAC . Hertz verwijst voor dit laatste naar de betalingen die GMAC namens Nedam aan Hertz heeft gedaan uit het saldo van de rekeningcourant-verhouding tussen Nedam en GMAC . Ook stelt Hertz , daarbij verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad dat het vereiste van ‘bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarbij degene die inzage vraagt, partij is’ ruim dient te worden uitgelegd.

3.2.4.

GMAC heeft gemotiveerd verweer gevoerd dat hierna bij bespreking van de vordering zal worden betrokken.

3.3.

Vooropgesteld wordt dat Hertz ex artikel 843a eerste lid Rv slechts inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen, geen afgifte (derhalve) van originele bescheiden (HR 31 mei 2002, LJN AA4877). De incidentele vordering van Hertz wordt derhalve aldus gelezen en begrepen dat zij inzage, afschrift of uittreksel vordert van de in rov. 3.2.2 genoemde stukken.

3.4.

Door GMAC is gesteld dat van financiële steun aan het [concern] nooit sprake is geweest, zodat deze stukken niet voorhanden zijn. Eveneens wordt door GMAC betwist dat in november 2008 nadere afspraken tussen haar en Nedam zijn gemaakt en dat sprake was van het overnemen van bedrijfsactiviteiten van het [concern] door GMAC zodat ook die stukken niet voorhanden zijn. Voorts voert zij aan dat de vordering te onbepaald is. Het hof overweegt dat de vordering van Hertz tot verstrekking van inzage in dan wel afschrift of uittreksel van de hiervoor in rov. 3.2.2. genoemde stukken in het kader van dit incident reeds hierop dient af te stuiten.

3.5.

Hertz heeft haar vordering subsidiair gegrond op artikel 22 Rv. Het hof is van oordeel dat gelet op hetgeen in rov. 3.4 is overwogen ook een vordering tot bevel tot overlegging van bescheiden in het kader van dit incident niet voor toewijzing gereed ligt.

3.6.

Het hof zal de vordering van Hertz tot afgifte van stukken afwijzen.

3.7.

Het hof zal Hertz als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van het incident.

In de hoofdzaak

3.8.

Tenslotte heeft Hertz het hof verzocht de hoofdzaak te schorsen zolang in het incident geen arrest is gewezen. GMAC heeft hiertegen verweer gevoerd en stelt dat op het standpunt dat, nu Hertz op de door het hof bepaalde roldatum geen memorie van grieven heeft genomen, aan Hertz alsnog akte niet dienen moet worden verleend.

3.8.1.

Hertz heeft geen belang meer bij haar verzoek tot schorsing nu het hof in onderhavig arrest in het incident beslist. Ten aanzien van de door GMAC gevorderde akte niet dienen overweegt het hof dat de Hoge Raad bij arrest van 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1075 heeft geoordeeld dat de sanctie op het niet in acht nemen van termijnen uit het toepasselijke pilotreglement, zeker nu de toegang tot de (appel)rechter in het geding is, in redelijke verhouding dient te staan tot het verzuim. Nu op grond van het toepasselijke pilotreglement één termijn voor het indienen van memories geldt, die niet wordt verlengd, terwijl bij overschrijding van die termijn, zonder peremptoir stelling of voorafgaande waarschuwing, ambtshalve akte niet-dienen wordt verleend, dient een belangenafweging plaats te vinden. In een geval als het onderhavige dient naar het oordeel van het hof een (korte) termijn van veertien dagen te worden verleend om het verzuim te herstellen.

3.8.2.

Bij brief van 20 mei 2015 verzoekt GMAC het hof toestemming te verlenen voor tussentijds cassatie tegen de rolbeslissing van 2 april 2015. Hertz heeft hierop bij brief van 28 mei 2015 gereageerd. Het hof wijst het verzoek af omdat een tussentijds cassatieberoep thans niet opportuun is.

3.8.3.

De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van grieven aan de zijde van Hertz . Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering af;

veroordeelt Hertz in de proceskosten van het incident, tot op heden aan de zijde van GMAC begroot op € 894,- aan salaris advocaat;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak:

wijst het verzoek tot schorsing van de hoofdzaak af;

verwijst de zaak naar de rol van 28 juli 2015 voor memorie van grieven aan de zijde van Hertz ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 juli 2015.

griffier rolraadsheer