Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2667

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-07-2015
Datum publicatie
20-07-2015
Zaaknummer
HD 200.158.866_01
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

weigering afstand van instantie wegens ontbreken bijzondere machtiging ex artikel 250 lid 2 Rv; afstand gedaan van het recht een memorie van grieven te nemen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 250, geldigheid: 2015-07-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.158.866/01

arrest van 14 juli 2015

in de zaak van

[Bewindvoering] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [saniet],

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

appellante,

hierna aan te duiden als [Bewindvoering],

advocaat: mr. P.A. Schippers te 's-Hertogenbosch,

tegen

Stichting Zayaz,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als de stichting,

advocaat: mr. J.A. Trimbach te De Meern, gemeente Utrecht,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 24 maart 2015 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats
's-Hertogenbosch onder zaak-/rolnummer 3023225 / 14-4074 gewezen vonnis van
24 juli 2014.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 24 maart 2015;

  • -

    de akte van [Bewindvoering];

  • -

    de rolbeslissing van het hof om [Bewindvoering] in de gelegenheid te stellen de bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 250 lid 2 Rv bij akte over te leggen;

  • -

    de antwoordakte van de stichting.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof het volgende overwogen. Niet duidelijk is of [Bewindvoering] afstand van instantie wil doen als bedoeld in artikel 249 Rv. Indien [Bewindvoering] geen afstand van instantie doet en de zaak evenmin op eenstemmig verzoek wordt doorgehaald, is het de vraag of [Bewindvoering] afstand wil doen van het recht om van grieven te dienen. Volgens de rolkaart is het recht daartoe nog niet vervallen.
Het hof heeft de zaak verwezen naar de rol om [Bewindvoering] in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of zij afstand wil doen van de instantie of van het recht om van grieven te dienen, dan wel een memorie van grieven te nemen, en heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

6.2.

De nadien door [Bewindvoering] genomen akte heeft de volgende inhoud. [Bewindvoering] wil afstand van de instantie doen. Rechthebbende heeft de huurwoning inmiddels verlaten en heeft onderdak gevonden in maatschappelijke opvang, zodat de procedure thans geen belang meer kent.

6.3.

Het hof heeft [Bewindvoering] vervolgens in de gelegenheid gesteld de bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 250 lid 2 Rv over te leggen. [Bewindvoering] heeft de bijzondere volmacht niet overgelegd.

6.4.

De stichting heeft bij antwoordakte laten weten geen incidenteel appel te willen instellen en heeft verzocht arrest te wijzen.

6.5.

Het hof overweegt het volgende. Nu de daartoe vereiste bijzondere machtiging ontbreekt, dient de door [Bewindvoering] gedane afstand van instantie te worden geweigerd.

Door eerst bij H8 formulier te berichten dat zij intrekking van de zaak wenst voor memorie van grieven en vervolgens bij akte na het tussenarrest geen memorie van grieven te nemen en te berichten dat zij afstand van instantie wil doen en dat de procedure geen belang meer kent, heeft [Bewindvoering] er naar het oordeel van het hof ondubbelzinnig blijk van gegeven de procedure niet te willen voortzetten en geen memorie van grieven te willen nemen. Het hof is van oordeel dat [Bewindvoering] aldus afstand heeft gedaan van het recht een memorie van grieven te nemen.

6.6.

Nu er tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd zijn, dient [Bewindvoering] niet-ontvankelijk te worden verklaard in het beroep. Verder zal [Bewindvoering] in de proceskosten worden veroordeeld.

7 De uitspraak

Het hof:

verklaart [Bewindvoering] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt [Bewindvoering] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van de stichting worden begroot op € 704,00 aan verschotten en op € 316,00 aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en
M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 juli 2015.

griffier rolraadsheer