Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2520

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-07-2015
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
14-00750
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:4571, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft ter zake van invoer van een gebruikte auto aangifte gedaan met behulp van de koerslijst XRAY. In bezwaar wenst hij gebruik te maken van een andere koerslijst met een correctie daarop in verband met marge-auto’s en parallelimport.

Het Hof is van oordeel dat het niet is toegestaan om een koerslijst aan te passen met behulp van elementen die in een andere koerslijst expliciet zijn benoemd. Het Hof heeft ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van de waarde volgens de koerslijst, aangezien beide koerslijsten tot een ongeveer gelijke waarde concluderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2015-1993
V-N Vandaag 2015/1726
V-N 2015/44.21.2

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 14/00750

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 1 juli 2014, nummer AWB 12/5161, in het geding tussen

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [vestigingsplaats] ,

hierna: de Inspecteur,

betreffende de hierna vermelde op aangifte voldane belasting.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft op 8 mei 2012 aangifte gedaan van de door haar ter zake van de registratie van een personenauto op grond van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM) verschuldigde belasting. Het betreft een personenauto van het merk [merk] , identificatienummer [nummer] (hierna: de auto). Het desbetreffende aangiftebiljet vermeldt een bedrag van € 8.139. Belanghebbende heeft dit bedrag op aangifte voldaan. Naar aanleiding van het door belanghebbende tegen de voldoening op aangifte op 30 mei 2012 gemaakte bezwaar heeft de Inspecteur bij de bestreden uitspraak het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

1.2.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 310.

De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, geen teruggaaf BPM verleend, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 608,50 en gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 310 aan haar vergoedt.

1.3.

Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 493.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

De zitting heeft plaatsgehad op 21 mei 2015 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de heer [A] , directeur van belanghebbende, en de heer [B] , als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens de Inspecteur, de heren [C] , [D] , [E] en mevrouw [F] .

1.5.

Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

1.6.

Het Hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan.

2.1.

Belanghebbende heeft op 8 mei 2012 aangifte BPM gedaan ter zake van de auto. Voor de vermindering van de BPM heeft zij verwezen naar een koerslijst van XRAY. Als catalogusprijs (incl. opties) is aangegeven een bedrag van € 83.666. Het aangegeven afschrijvingspercentage bedraagt 63,61%. De bruto BPM is € 22.367, en de berekende verschuldigde BPM is € 8.139, uitgaande van de inkoopwaarde van € 30.449. Dit bedrag is op aangifte voldaan.

2.2.

De datum van eerste toelating van de auto in het buitenland is 23 december 2008. De auto is op 8 mei 2012 op naam gesteld.

2.3.

Belanghebbende heeft in bezwaar een beroep gedaan op een andere koerslijst, namelijk de koerslijst van Eurotaxglass’s. De uit deze koerslijst volgende inkoopwaarde van € 30.671 heeft belanghebbende vervolgens gecorrigeerd met 92% (correctie marge-auto) en met 95% (correctie zogenaamde parallelimport). Belanghebbende berekent aldus een verschuldigde BPM van € 7.166.

3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

I. Mag belanghebbende voor de vaststelling van de inkoopwaarde uitgaan van de waarde volgens de koerslijst Eurotaxglass’s gecorrigeerd met een percentage voor marge-auto’s en een percentage voor parallelimport?

II. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, dient de verschuldigde belasting te worden verminderd met € 1.085 omdat er minder BPM rust op parallel ingevoerde auto’s?

Belanghebbende is van mening dat deze vragen bevestigend moeten worden beantwoord. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2.

Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

Ter zitting hebben partijen, kort samengevat, het volgende aangevoerd:

Belanghebbende:

Nieuwe auto’s zijn altijd BTW-auto’s. Een auto is nieuw als de auto minder dan 6000 km op de teller heeft of minder dan 6 maanden oud is. Bij koerslijsten zou je dus vanaf de 6000 km een sterke daling in de waarde moeten zien, omdat vanaf die kilometrage marge-auto’s worden opgenomen. Bij zowel Autotelexpro als bij Eurotaxglass’s zie je die daling niet.

Bij Autotelexpro is dit ook terug te zien bij de uitsplitsing van de restwaarde. De restwaarde wordt gesplitst in restwaarde netto catalogusprijs, restwaarde BPM en restwaarde BTW. Daaruit kan worden afgeleid dat uitsluitend officiële import erin zit en niet parallelimport.

Correcties op de koerslijst zijn wel toegestaan. Dit volgt ook uit de rechtspraak van de Hoge Raad, die heeft geoordeeld dat in de koerslijst gemiddelden zitten. Afwijkingen kunnen dus aannemelijk worden gemaakt.

Inspecteur:

De directeur van Autotelexpro heeft mij verzekerd dat ook marge-auto’s in de koerslijst zijn verwerkt.

Het standpunt van belanghebbende zou inhouden dat 20% van potentiële transacties niet wordt gebruikt. Dat acht ik onwaarschijnlijk.

De koerslijsten van XRAY en Eurotaxglass’s liggen in dit geval ook niet ver van elkaar. Dat is voor mij een indicatie dat de marge-auto’s er wel in zitten.

De XRAY koerslijst komt tot stand door een groep van ongeveer 85 autohandelaren. Zij brengen allemaal een bod uit op auto’s en zo komt de waarde tot stand. De lijst is dus niet gebaseerd op gerealiseerde transacties.

Het verschil tussen officiële en parallelimport bij XRAY komt tot uitdrukking doordat bij officiële import dezelfde data worden ingevoerd en bij parallelimport verschillende data. Als dat ten onrechte niet is gebeurd, wordt een correctie toegepast van 5% in plaats van het opnieuw opmaken van een juiste koerslijst.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep en – naar het Hof begrijpt – tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank met uitzondering van de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vaststelling van de verschuldigde belasting primair op € 7.166 en subsidiair op € 7.909 en vergoeding van de proceskosten in hoger beroep. De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.

4 Gronden

Ten aanzien van het geschil

4.1.

Belanghebbende heeft aangifte gedaan op basis van een koerslijst waarop een marge‑auto is vermeld en waarbij rekening is gehouden met het feit dat er sprake is van parallel import. Volgens deze koerslijst bedraagt de inkoopwaarde van de auto € 30.449. De in bezwaar door belanghebbende naar voren gebrachte koerslijst van Eurotaxglass’s vermeldt een inkoopwaarde van € 30.671. Belanghebbende wenst deze koerslijst te corrigeren met een factor 0,95 en een factor 0,92, uitkomende op een inkoopwaarde van € 26.806.

4.2.

Het Hof stelt voorop dat belanghebbende diverse mogelijkheden heeft om de afschrijving van de auto te verdedigen. Belanghebbende kan kiezen voor een taxatie van de auto, een waardebepaling aan de hand van een koerslijst dan wel toepassing van de forfaitaire tabel als bedoeld in artikel 8, zesde lid, van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

4.3.

In de praktijk bestaan er diverse koerslijsten die in de branche worden aanvaard. Zowel de koerslijst XRAY als de koerslijst Eurotaxglass’s zijn algemeen aanvaarde koerslijsten en worden ook door de Belastingdienst aanvaard. De verschillende koerslijsten hebben elk hun eigen waarderingssysteem, waarbij sommige waardebepalende factoren expliciet worden benoemd en andere niet. Dit laatste sluit niet uit dat die factoren wel in de koerslijsten zijn verwerkt. Gelet op de verschillende wijze van totstandkoming van de koerslijsten kan naar het oordeel van het Hof niet zomaar een element van de ene koerslijst worden gehanteerd als correctie op een andere koerslijst, aangezien onduidelijk is in hoeverre zo’n element reeds in de andere koerslijst is verwerkt. Indien een belastingplichtige wil afwijken van een door hem gehanteerde koerslijst, zal hij bewijs moeten leveren in hoeverre in het concrete geval de waarde van de auto afwijkt van de waarde die volgt uit de koerslijst. Dit zal veelal moeten plaatsvinden aan de hand van een taxatie van de auto.

In het onderhavige geval heeft belanghebbende volstaan met een algemene toelichting waarom de waarde van de koerslijst Eurotaxglass’s moet worden gecorrigeerd, maar heeft zij dit niet aannemelijk gemaakt aan de hand van concrete op de auto toegespitste cijfermatige gegevens. Het Hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de uit de koerslijst XRAY volgende waarde, temeer niet nu deze waarde nagenoeg gelijk is aan de waarde die volgt uit de koerslijst van Eurotaxglass’s.

4.4.

Gelet op het hiervoor overwogene, faalt zowel het primaire als het subsidiaire standpunt van belanghebbende.

Slotsom

4.5.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de Rechtbank dient te worden bevestigd.

Ten aanzien van het griffierecht

4.6.

Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Inspecteur aan belanghebbende het door haar betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.

Ten aanzien van de proceskosten

4.7.

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5 Beslissing

Het Hof:
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Aldus gedaan op 2 juli 2015 door T.A. Gladpootjes, voorzitter, J. Swinkels en P.A.M. Pijnenburg, in tegenwoordigheid van M.A.M. van den Broek, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH ’s‑Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

  1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

  2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

  1. de naam en het adres van de indiener;

  2. een dagtekening;

  3. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

  4. e gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.