Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2038

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
05-06-2015
Zaaknummer
20-003065-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:8406, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte voor doodslag in het kader van een seksspel (wurgseks) en voor de daarop volgende diefstal van de pinpas, telefoon en geld van het slachtoffer, tot een gevangenisstraf van 12 jaren. Strafmaatappel van de officier justitie tegen een vonnis van de rechtbank Limburg waarbij de verdachte voor dezelfde feiten tot een gevangenisstraf van 8 jaren was veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-003065-14

Uitspraak : 5 juni 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 1 oktober 2014 in de strafzaak met parketnummer 04-850164-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde en ter zake van het meer subsidiair ten laste gelegde, te weten:

  • -

    (sub A) doodslag;

  • -

    (sub B) diefstal;

  • -

    (sub C) diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

  • -

    de verdachte zal vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    de verdachte terzake van het meer subsidiair onder A), B) en C) ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging heeft:

  • -

    bepleit dat de verdachte van de primair, subsidiair onder A) en meer subsidiair onder A) ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken;

  • -

    zich met betrekking tot bewezenverklaring van de subsidiair onder B) en C) ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van het hof;

  • -

    voor het geval het hof toch tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde doodslag zou komen, bepleit dat geen hogere gevangenisstraf zal worden opgelegd dan in eerste aanleg is opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet

- tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt, althans, uitwendig inwerkend botsend mechanisch geweld toegepast op/tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- tape op/over de mond van die [slachtoffer] geplakt en/of

- een snoer om de hals van die [slachtoffer] gewikkeld en/of dat snoer (met kracht) aangetrokken en/of samendrukkend en/of omsnoerend en/of direct botsend geweld op de hals en/of de mondbodem van die [slachtoffer] uitgeoefend,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

subsidiair

A)

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het lichaam van die [slachtoffer], geslagen en/of gestompt, althans, uitwendig inwerkend botsend mechanisch geweld toegepast op/tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- tape op/over de mond van die [slachtoffer] geplakt en/of

- een snoer om de hals van die [slachtoffer] gewikkeld en/of dat snoer (met kracht) aangetrokken en/of samendrukkend en/of omsnoerend en/of direct botsend geweld op de hals en/of de mondbodem van die [slachtoffer] uitgeoefend,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

en/of

B)

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas en/of een telefoon (merk: LG), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

C)

hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 te Roermond en/of te Amsterdam, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

meer subsidiair

A)

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet,

- tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het lichaam van die [slachtoffer], geslagen en/of gestompt, althans, uitwendig inwerkend botsend mechanisch geweld toegepast op/tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- tape op/over de mond van die [slachtoffer] geplakt en/of

- een snoer om de hals van die [slachtoffer] gewikkeld en/of dat snoer (met kracht) aangetrokken en/of samendrukkend en/of omsnoerend en/of direct botsend geweld op de hals en/of de mondbodem van die [slachtoffer] uitgeoefend,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

en/of

B)

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas en/of een telefoon (merk: LG), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

C)

hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 te Roermond en/of te Amsterdam, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

meest subsidiair

A)

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond, althans in Nederland, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, beide enkels en/of polsen van [slachtoffer] heeft omwikkeld met tape, en/of (vervolgens) de polsen/armen en/of de enkels/benen van die [slachtoffer] met tie-wraps (bij elkaar) heeft vastgebonden, en/of

rondom het hoofd van die [slachtoffer] tape heeft aangebracht en/of tape op/over de mond van die [slachtoffer] heeft geplakt

en/of

een (stuk) elektriciteitssnoer, althans een snoer om de hals/nek van die [slachtoffer] heeft gewikkeld, en/of

dat elektriciteitssnoer - dat om de hals/nek van die [slachtoffer] zat gewikkeld- (met kracht) heeft aangetrokken en/of

aangetrokken gehouden en/of samendrukkend en/of omsnoerend en/of direct botsend geweld op de hals en de mondbodem van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] geen, althans minder zuurstof/lucht kreeg althans de zuurstoftoevoer van die [slachtoffer] werd bemoeilijkt en/of de bloedtoevoer naar de hersenen werd belemmerd en/of (met kracht) die [slachtoffer] op/tegen de rug, althans het lichaam, heeft gestompt en/of geslagen en/of

(met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of hals, althans tegen het hoofd van die [slachtoffer], heeft geslagen en/of gestompt, althans uitwendig inwerkend botsend mechanisch geweld heeft toegepast op/tegen het gezicht en/of de hals, althans, tegen het hoofd van die [slachtoffer],

waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat die [slachtoffer], aan de gevolgen daarvan, is overleden;

en/of

B)

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te Roermond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas en/of een telefoon (merk: LG), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

C)

hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 te Roermond en/of te Amsterdam, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Onder primair is ten laste gelegd de gekwalificeerde doodslag (kort gezegd: doodslag gevolgd door diefstal en gepleegd om de uitvoering van die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken). Onder subsidiair is ten laste gelegd: moord (A) gevolgd door diefstallen (B en C). Met de advocaat-generaal en de verdediging acht het hof niet bewezen dat sprake is geweest van voorbedachte raad. Daarom zal het hof vrijspreken van de onder A) ten laste gelegde moord en van de in combinatie met moord onder B) en C) ten laste gelegde diefstallen.

Onder meer subsidiair is ten laste gelegd doodslag (A) gevolgd door diefstallen (B en C); dit zijn dezelfde diefstallen als bedoeld in het subsidiair ten laste gelegde, doch thans in combinatie met doodslag. Het hof komt tot bewezenverklaring van de meer subsidiair ten laste gelegde doodslag en diefstallen.

Bewijs 1

Feitelijke gebeurtenissen

Op 25 mei 2012 omstreeks 21.58 is een 112-melding2 binnengekomen bij de meldkamer van de politie van [getuige 1] inhoudende dat hij op de Bredeweg 369 te Roermond zijn huisbaas vastgebonden had aangetroffen in de slaapkamer.

Verbalisant [verbalisant 1]3 verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:

Op 25 mei 2012 ging ik omstreeks 21.58 naar de [adres 1] te Roermond. Ik betrad samen met enkele collega’s het pand. Ik liep naar boven en betrad de laatste kamer aan de linkerzijde van de gang. Ik zag een bed waar twee matrassen in lagen. Voor dit bed lag een man. Ik zag dat deze man op zijn linkerzijde tegen het voeteneinde van het bed op de grond lag. Hij lag met zijn hoofd op wit bed textiel. Ik zag dat de man geen kleren droeg. Ik zag dat rondom het hoofd van de man, bij de mond, tape zat. Deze tape zat volledig rondom het hoofd en over de bovenlip van de man. Ik zag dat onder de tape de onderlip van de man stak. In het rechteroor was een doorzichtige vloeistof zichtbaar en bij de mond zat een rode vloeistof. Ook zag ik dat op het witte textiel waar het hoofd lag, ter hoogte van de mond, een rode vloeistof zat. Rondom de nek van de man zat een oranje stroomkabel gewikkeld. Vervolgens zag ik dat de handen van de man op de rug gekneveld waren. Beide polsen waren omwikkeld met zwarte tape, waarover tie-wraps zaten. Hierdoor werden beide handen van de man op de rug bij elkaar gehouden. Vervolgens zag ik dat de beide benen van de man ook met zwarte tape gekneveld waren. Beide benen waren omwikkeld met zwarte tape en ter hoogte van de enkels zaten tie-wraps gewikkeld. Ik zag dat het lichaam van de man een bleke kleur had. Ik hoorde dat collega [verbalisant 2] tegen mij zei dat hij geen hartslag voelde bij de man. Gezien de uiterlijke kenmerken van de man concludeerde ik dat hij overleden was. Ik concludeerde dit, omdat ik geen ademhaling voelde, de man vermoedelijk lijkvlekken en lijkstijfheid vertoonde en collega [verbalisant 2] geen hartslag voelde.

Op 29 mei 2012 worden er foto’s van de aangetroffen man getoond aan getuige [getuige 2]4, waarbij [voornaam slachtoffer] [slachtoffer] wordt herkend.

Uit het dossier blijkt dat op 25 mei 2012 om 17.47 uur met de computer Acer Veriton in de woning van het slachtoffer verbinding is gemaakt met de site Rabobank internetbankieren en op naam en rekeningnummer van het slachtoffer het saldo van de rekening is opgevraagd.5

Uit onderzoek komt naar voren dat er op 25 mei 2012, tussen 18.14 uur en 18.16 uur, van de rekening van het slachtoffer een bedrag van € 1250,- is gepind bij de pinautomaat in de hal van het Laurentiusziekenhuis te Roermond. Op de camerabeelden van deze pintransactie wordt verdachte [verdachte] herkend.6

Bij verder onderzoek naar de pintransacties van de rekening van het slachtoffer komt bovendien naar voren dat er in de periode van 25 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 verschillende pintransacties hebben plaatsgevonden in Amsterdam tot de limiet van de rekening was bereikt.7

Voorts blijkt uit het telecommunicatieonderzoek8 dat [slachtoffer] vanaf 4 mei 2012 gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] in een toestel met het imeinummer [imeinummer]. Uit onderzoek blijkt dat het toestel met genoemd imeinummer tot 25 mei 2012 omstreeks 16.41 uur dagelijks herhaaldelijk telefonisch actief is. Daarna is er geen telefonische activiteit meer.

In de woning van het slachtoffer wordt een lege doos bestemd voor een LG-P970 Titanium Black aangetroffen. Op 31 mei 2012 wordt bij de aanhouding van verdachte en getuige [medeverdachte] in de woning gelegen aan de [adres 2] te Amsterdam een LG-P970 aangetroffen met hetzelfde imeinummer als vermeld op de in de woning van het slachtoffer aangetroffen doos.9

Getuige [medeverdachte] verklaart de betreffende LG telefoon op 25 mei 2012 van verdachte te hebben gekregen.10

Forensisch onderzoek

Er is technisch onderzoek uitgevoerd aan de bij het sporenonderzoek11 aan en rond het slachtoffer aangetroffen sporen. Uit deze onderzoeken komt – zakelijk weergegeven – het volgende naar voren:

De nagels van het slachtoffer zijn bemonsterd en in de bemonstering van de nagel van de linker middelvinger (AACC2664NL#01) is celmateriaal aangetroffen waaruit een onvolledig DNA-profiel is verkregen dat matcht met verdachte. De berekende frequentie of matchkans DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard12.

Met betrekking tot de stukken zwarte tape rondom het slachtoffer (AACC2657NL, AACC2661NL, AACC2674NL en AACC2688NL) en de aangetroffen rol zwarte tape aan het hoofd van het slachtoffer (AACC2677NL) is vergelijkend tape-onderzoek en soucheonderzoek uitgevoerd.

De verkregen resultaten bij het materiaal onderzoek van het vergelijkend tape-onderzoek zijn voor genoemde stukken waarschijnlijker wanneer de stukken tape rondom het slachtoffer afkomstig zijn van de genoemde rol tape aan het hoofd van het slachtoffer dan wanneer deze afkomstig zijn van één of meerdere willekeurige rollen zwarte tape.13

Voorts is er bij het soucheonderzoek een combinatie overeenkomsten waargenomen tussen de genoemde stukken tape rond het slachtoffer en de rol tape aan het hoofd van het slachtoffer, welke alleen verwacht worden wanneer de betreffende delen oorspronkelijk één geheel hebben gevormd. Bovendien wordt met betrekking tot de volgorde van het aanbrengen van de tape (schematisch) gerapporteerd dat er eerst tape is aangebracht om de enkels van het slachtoffer (AACC2661NL), toen aan de polsen (AACC2657NL), dan het hoofd (AACC2674NL), vervolgens de mond (AACC2688NL) en tenslotte de rol tape om het hoofd is gedraaid en de rol is vast blijven zitten (AACC2677NL).14

Aan de kleefzijde van het stuk tape dat om de polsen van het slachtoffer (AACC2657NL) zat is een stukje latex handschoen aangetroffen. In de bemonstering van dit stukje latex (AACC2657NL#03) is celmateriaal aangetroffen waaruit een DNA mengprofiel is verkregen dat matcht met verdachte en waarbij het slachtoffer niet kan worden uitgesloten.15

Voorts is er op de rugzijde van de rol tape aan het hoofd van het slachtoffer een dactyloscopisch spoor (AACC2677NL#D01) aangetroffen16 dat overeenkomsten vertoont met de handpalm van verdachte17.

Op zowel het lange (AACC2675NL) als het korte (AACC2676NL) uiteinde van het elektrische snoer om de hals van het slachtoffer is celmateriaal aangetroffen waaruit DNA-mengprofielen zijn verkregen. Van het lange uiteinde is een DNA-mengproflel van twee personen verkregen dat matcht met slachtoffer en met verdachte. Van het korte uiteinde is een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen verkregen dat matcht met het slachtoffer en waarbij verdachte niet kan worden uitgesloten.18

Op de lange zijde van de tie-wraps om de polsen van het slachtoffer is celmateriaal aangetroffen, waaruit een DNA-mengprofiel is verkregen dat matcht met het slachtoffer en waarbij verdachte niet kan worden uitgesloten.19

Ook is er celmateriaal aangetroffen op de (toppen van) latex handschoenen die naast de benen van het slachtoffer en op het bed zijn aangetroffen (AACC2672NL#01, AACC2672NL#02, AACC2673NL#01, AACC2678NL#01, AACC2678NL#02, AACC2679NL#01 en AAEY6137NL#02). Uit dit celmateriaal zijn DNA-mengprofielen van twee personen verkregen die matchen met slachtoffer en verdachte.20

Het rapport ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’21 wijst uit dat tijdens de op 28 mei 2012 verrichte uit- en inwendige schouwing van het lijk van [slachtoffer] het volgende is gebleken:

“Er waren als gevolg van bij leven opgelopen uitwendig inwerkend mechanisch botsend geweld onderhuidse bloeduitstortingen, onder andere in het gezicht. Ze kunnen zijn ontstaan door slaan/stompen. Er waren daarnaast als gevolg van bij leven opgelopen samendrukkend en/of omsnoerend geweld en/of direct botsend geweld op de hals en de mondbodem bloeduitstortingen in de weke delen van de hals en de mondbodem. Het strottenhoofd toonde een breuk met begeleidende bloeduitstorting aan de voorzijde. Het overlijden kan worden verklaard als gevolg van verstikkingsverschijnselen door het geweld op de hals. Het is waarschijnlijk dat het bij leven opgelopen geweld op het gezicht tot slijmvlieszwellingen in de bovenste luchtwegen heeft geleid met daarbij verminderde doorgankelijkheid van de bovenste luchtwegen. Het geweld op het gezicht kan als gevolg van daardoor opgetreden bijkomende verstikkingsverschijnselen aan het overlijden hebben bijgedragen. Het overlijden van [slachtoffer] is te verklaren op grond van verstikkingsverschijnselen als gevolg van bij leven opgelopen samendrukkend en/of omsnoerend en/of direct botsend geweld op de hals.”

Uit het radiologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van radioloog dr. [deskundige], blijkt van de volgende bevindingen:22

De radiologische bevindingen wijzen op stomp inwerkend geweld op het aangezicht. Omdat deze zwellingen zowel links als rechts in het aangezicht aanwezig zijn en omdat er aan de neus geen afwijkingen worden gezien is het waarschijnlijk dat er sprake is geweest van ten minste twee verschillende geweldsinwerkingen.

De zwellingen in de halsregio en de fractuur van het schildkraakbeen kunnen verklaard worden door een strangulatie. Het longoedeem is dan het gevolg van de asphyxie (verstikking).

Conclusie: Er zijn tekenen van stomp inwerkend geweld op het aangezicht, linker boven arm en linker boven been. Er zijn aanwijzingen voor een doorgemaakte strangulatie met ook tekenen van verstikking.

In eerste aanleg is nader onderzoek23 verricht door forensisch arts dr. [deskundige 2], waaruit onder meer de volgende bevindingen naar voren zijn gekomen:

Het slachtoffer had bij aantreffen een snoer om diens nek gewikkeld. Er was een bandvormige uitsparing in de huidverkleuringen en huidkneuzingen circulair om de hals doorlopend in de nek. De forensisch geneeskundige concludeert dat er, bij leven, heftig uitwendig (samendrukkend en/of omsnoerend en/of botsend) mechanisch geweld (veel kracht gedurende langere tijd) op de hals van het slachtoffer moet hebben plaatsgevonden.

De forensisch arts concludeert dat vanwege de verspreiding van de letsels over het gelaat en aanwezigheid van meerdere locaties met letsel in de schedelhuid boven op het hoofd, sprake moet zijn geweest van meermalige geweldsinwerking op het gelaat en hoofd, zoals bij meermalig slaan, stoten, vallen enzovoorts. Het geheel aan letsel aan gelaat en hoofd past vanwege voornoemde verspreiding niet bij een eenmalige val of glijbeweging met het hoofd vanaf de rand van het voeteneinde van het bed op of tegen het grondoppervlak.

Gezien de omstandigheden, in casu een slachtoffer op de buik liggend met diens handen gefixeerd op de rug, terwijl verdachte (al dan niet deels) op het slachtoffer ligt, is mechanische asfyxie (belemmering van de ademhalingsbewegingen) zeer wel denkbaar als bijdragende factor inzake de in het sectierapport genoemde verstikking als doodsoorzaak (naast in dit geval andere factoren zoals geweld op de hals, slijmvlieszwelling in neus en/of bovenste luchtwegen, en aanwezigheid van tape op/bij mond).

Verklaringen verdachte

De verdachte heeft gedurende de strafprocedure een aantal verklaringen afgelegd, die –voor zover van belang en zakelijk weergegeven– het volgende inhouden.

Ter terechtzitting van de rechtbank Limburg van 19 november 2013 24 :

“Het begon op 25 mei 2012 met een massage die ik [voornaam slachtoffer] gaf. Hij vroeg mij vervolgens om ook andere dingen bij hem te doen in de zin van seksuele handelingen. [voornaam slachtoffer] vroeg mij hem vast te binden. Hij wilde dat zelf en hij had de tie-wraps ook al klaar gelegd. [voornaam slachtoffer] vroeg mij om hem vast te binden en ik heb dat vervolgens ook gedaan. [voornaam slachtoffer] vroeg mij ook om een stuk elektriciteitssnoer of touw om zijn nek te doen. [voornaam slachtoffer] vroeg mij vervolgens ook of ik het snoer licht wilde aantrekken zodat hij minder zuurstof zou krijgen. Het was een soort van wurgen. Ik heb dat ook gedaan.

[voornaam slachtoffer] wilde ook dat ik hem zou vernederen, tenminste zo kwam het op mij over. Hij vroeg of ik hem licht wilde slaan op zijn rug en de zijkant van zijn hoofd. Op een gegeven moment haalde ik de tape van zijn mond en toen bewoog hij niet meer.

Ik haalde de tape van zijn hoofd en ik zag dat er bloed uit zijn mond of neus liep.

Ik moest weg en kon niet langer blijven. Ik heb in ieder geval de kast opengebroken. In de kast lagen papieren en zijn portemonnee, die heb ik gepakt. Er zat onder andere zijn pinpas in. Er zat ook een briefje met de pincode in de portemonnee, zodoende wist ik ook de code. Ik heb nog via internetbankieren gekeken hoeveel saldo [voornaam slachtoffer] nog op zijn rekening had. Vervolgens ben ik weggegaan.

Ik heb de tape en tie-wraps gebruikt om [voornaam slachtoffer] vast te binden. [voornaam slachtoffer] deed het snoer zelf om zijn nek. Ik heb daarna pas zijn handen vast gebonden. Ik heb eerst zijn voeten getaped, daarna deed hij het snoer om zijn nek en vervolgens heb ik zijn handen vastgemaakt met tape. De tie-wraps heb ik als laatste gedaan. [voornaam slachtoffer] deed het snoer om zijn nek en ik heb het daarna vastgepakt. [voornaam slachtoffer] wilde dat het snoer werd aangetrokken tijdens de penetratie. Bij het penetreren heb ik hem van achteren benaderd en het snoer ondertussen aangetrokken. [voornaam slachtoffer] antwoordde op enig moment niet meer.

Ik heb niet meer geprobeerd [voornaam slachtoffer] tot bewustzijn te brengen.

Ik begreep wel dat het gevaarlijk was waar wij mee bezig waren en dat het wellicht op enig moment niet goed zou kunnen gaan met hem.”

Ten overstaan van de rechter-commissaris in de rechtbank Limburg op 31 januari 2014 25 :

“Wij hadden geen afspraken gemaakt over een teken om te stoppen.

Ik weet dat wurgseks gevaarlijk is. Ik besefte dat wel een beetje.

Vraag: welk gevaar dan?

Antwoord: Dat zie je. Hij is eraan overleden.

Ik heb gepenetreerd en de snoer lag om zijn nek en daar trok ik aan. [voornaam slachtoffer] wilde dat ik de snoer zachtjes aantrok en hem daarbij lichtjes sloeg. Ik bevond mij in een liggend/zittende houding. [voornaam slachtoffer] ligt op zijn buik.

Ik merkte dat hij minder lucht kreeg. Hij werd wat roder.”

Ter terechtzitting van de rechtbank Limburg van 17 september 2014 26 :

“Ik denk dat alle soorten verwurgingen op seksueel gebied gevaarlijk zijn. Het afplakken van de mond en het bemoeilijken van de ademhaling in het bijzonder. Het kan best zijn dat ik harder aan het snoer heb getrokken dan ik eerder heb verklaard. Ik heb [voornaam slachtoffer] op zijn verzoek geslagen en wellicht is ook dat harder geweest dan licht slaan.

Ik wilde zo snel mogelijk weg en daar had ik geld voor nodig.

Ik heb de LG telefoon van [voornaam slachtoffer] aan [medeverdachte] gegeven.”

Ter terechtzitting van het hof van 22 mei 2015 27 :

Het klopt dat ik op 25 mei 2012 samen met [voornaam slachtoffer] [slachtoffer] aanwezig was in zijn woning te Roermond.

Hij vroeg aan mij of ik bij hem wurgseks wilde doen. Hij wilde vastgebonden en getaped worden.

Hij wilde een zuurstoftekort door verwurging en dat ik hem licht sloeg. Dat was zo besproken.

Het begon met een massage waarbij ik latex handschoenen droeg. Vervolgens vroeg [voornaam slachtoffer] mij om hem vast te binden. [voornaam slachtoffer] had al die tape, die tie-wraps en een elektriciteitssnoer klaargelegd. Hij wilde zowel met tape als met tie-wraps worden vastgemaakt.

Het was de bedoeling dat ik hem licht op zijn hoofd en op zijn rug zou slaan. Met hoofd bedoel ik gezicht.

[voornaam slachtoffer] lag op zijn buik, met zijn hoofd aan het voeteneind van het bed. Hij lag met zijn hoofd opzij.

Terwijl hij zo lag heb ik hem vastgepakt bij het elektriciteitssnoer dat om zijn nek zat en hem anaal gepenetreerd. Ik zat bovenop [voornaam slachtoffer] en trok met dat snoer zijn hoofd naar achteren. Het letsel aan zijn been en arm kan zijn ontstaan doordat ik met mijn knieën op hem zat.

[voornaam slachtoffer] had zelf dat snoer om zijn nek gedaan. Ik heb aan dat snoer getrokken dat om de nek van [voornaam slachtoffer] was gewikkeld. Ik heb [voornaam slachtoffer] ook geslagen.

Het kan zijn dat door de seksuele opwinding die bij mijzelf als gevolg van het spel met [voornaam slachtoffer] ontstond, ik te hard aan dat snoer heb getrokken en dat ik hem te hard heb geslagen. Het trekken aan het elektriciteitssnoer zal te hard geweest zijn, want [voornaam slachtoffer] is er niet meer.

Ik was me wel bewust van het feit dat er risico’s aan wurgseks kleefden. Ik was me er bewust van dat mensen misschien bewusteloos raken omdat ze minder zuurstof krijgen.

Ik zag op een gegeven moment bloed rond de mond en de neus van [voornaam slachtoffer] en toen was het te laat. Ik merkte dat hij buiten bewustzijn was. Hij is naast het bed gevallen.

Daarna heb ik in de computer van [voornaam slachtoffer] zijn banksaldo nagekeken. Ik heb vervolgens de pinpas van [voornaam slachtoffer] meegenomen. Het klopt dat ik in de periode van 25 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 te Roermond en te Amsterdam meermalen met die pinpas geld heb gepind.

Ik heb tijdens het seksuele contact met [voornaam slachtoffer] het elektriciteitssnoer dat om zijn nek was gewikkeld de hele tijd vastgehad. In het begin trok ik losjes aan dat snoer en na langere tijd heb ik er harder aan getrokken.

Als eerste zijn de enkels van [voornaam slachtoffer] vast getaped door één van ons. Ik heb vervolgens de polsen van [voornaam slachtoffer] achter zijn rug vast getaped. Daarna heb ik tape om zijn hoofd gewikkeld. Ik heb ook de tie-wraps bij [voornaam slachtoffer] aangebracht.

Ik heb [voornaam slachtoffer] in zijn gezicht geslagen. Het kan zijn dat ik met mijn vuist heb geslagen of met de binnenkant van mijn handpalm.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

I.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van doodslag op [slachtoffer], omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat bij de verdachte opzet bestond op de dood van het slachtoffer.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - leidt het hof af dat de verdachte [slachtoffer], tijdens wurgseks in diens woning, heeft vastgebonden aan diens enkels en – terwijl de handen van het slachtoffer zich op zijn rug bevonden – aan diens polsen met tape en zogeheten tie-wraps, tape om diens hoofd en over diens mond heeft aangebracht en voorts dat verdachte, terwijl [slachtoffer] op zijn buik op bed lag, bovenop zijn lichaam is gaan liggen/zitten en hem daarbij krachtig in het gezicht heeft geslagen, hij het om de hals van [slachtoffer] gewikkelde elektriciteitssnoer krachtig heeft aangetrokken en daarmee het hoofd van het slachtoffer naar achteren/omhoog heeft getrokken. Het slachtoffer is als gevolg van verstikkingsverschijnselen door het toegepaste geweld op de hals overleden, waarbij ook het op het gezicht toegepaste geweld heeft bijgedragen aan de verstikkingsverschijnselen evenals de positie van verdachte op het vastgebonden en ingetapete slachtoffer. Deze handelingen hebben tot de dood van [slachtoffer] hebben geleid.

De verdachte heeft verklaard dat hij zich bewust was van het feit dat er risico’s aan dergelijk handelen kleven, in het bijzonder dat mensen bewusteloos kunnen raken omdat zij minder zuurstof krijgen. De verdachte heeft verklaard dat hij, als gevolg van zijn eigen seksuele opwinding, te hard aan het elektriciteitssnoer dat om de nek van het slachtoffer was gewikkeld heeft getrokken en het slachtoffer te hard tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen. Immers, het slachtoffer had hem gevraagd om hem lichtjes te slaan en het snoer zachtjes aan te trekken.

Door op bovenomschreven wijze te handelen, te weten: door op het lichaam van het slachtoffer, dat op zijn buik op het bed lag terwijl zijn handen op zijn rug en ook zijn enkels waren geboeid, om wiens mond en gezicht tape was gewonden en om wiens nek een elektriciteitssnoer was gewikkeld (waardoor de bloed- c.q. zuurstoftoevoer werd belemmerd), te gaan liggen/zitten en vervolgens in staat van seksuele opwinding, gedurende enige tijd en steeds krachtiger aan dat elektriciteitssnoer te trekken, daarmee het hoofd van slachtoffer naar achteren / omhoog te trekken en het slachtoffer (daarbij) kennelijk krachtig met zijn al dan niet tot vuist gebalde hand(en) in het gezicht te slaan, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer als gevolg daarvan zou komen te overlijden. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat het slachtoffer zodanig was geboeid en dat zijn mond zodanig was afgeplakt, dat hij niet, althans onvoldoende, in staat was – zoals ook de verdachte moet hebben begrepen – om de verdachte een halt toe te roepen, en dat de verdachte kennelijk veel heftiger geweld heeft toegepast dan hij had afgesproken met het slachtoffer en dat de verdachte kennelijk onverschillig was over het gevolg van zijn gedragingen, nu hij het slachtoffer hulpeloos heeft laten liggen terwijl hij de woning doorzocht.

Aan het bovenstaande kan niet afdoen de door verdachte gestelde omstandigheid dat hij tijdens de seks enkele malen heeft gecontroleerd hoe het met het slachtoffer ging, aangezien dat volstrekt onvoldoende is gebleken om het overlijden van het slachtoffer te voorkomen.

Het hof komt tot het oordeel dat de verdachte derhalve minst genomen heeft gehandeld met het voor doodslag vereiste opzet in de zin van voorwaardelijk opzet.

Bijgevolg wordt het verweer van de raadsman verworpen.

II.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, evenals in eerste aanleg, ontkend dat de subsidiair onder B) ten laste gelegde telefoon van het merk LG, toebehorende aan [slachtoffer], heeft gestolen. Volgens de verklaring van de verdachte zou hij deze telefoon enige tijd voorafgaand aan diens dood hebben gekregen van [slachtoffer], omdat deze er niet mee overweg kon.

Het hof acht deze verklaring niet geloofwaardig. Desgevraagd naar het tijdstip waarop hij de telefoon zou hebben gekregen heeft verdachte hieromtrent geen duidelijkheid kunnen verschaffen. Uit het uit de bewijsmiddelen naar voren komende belgedrag van het slachtoffer in de periode van 4 mei 2012 tot en met 25 mei 2012 blijkt dat het slachtoffer de telefoon frequent gebruikte en ook op 25 mei 2012 is deze telefoon, met hetzelfde simkaartje als in de periode van 4 mei 2012 tot 25 mei 2012, nog actief tot ver in de middag.28

Het standpunt van de verdachte wordt bijgevolg verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair onder A), B) en C) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

A)

hij op 25 mei 2012 te Roermond opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet,

- tegen het gezicht en de hals geslagen en

- tape op/over de mond van die [slachtoffer] geplakt en

- een snoer om de hals van die [slachtoffer] met kracht aangetrokken en/of omsnoerend en/of direct botsend geweld op de hals en de mondbodem van die [slachtoffer] uitgeoefend,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

en

B)

hij op 25 mei 2012 te Roermond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pinpas en een telefoon (merk: LG) toebehorende aan [slachtoffer];

en

C)

hij in de periode van 25 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 te Roermond en te Amsterdam, meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte dat geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Sub A):

Doodslag.

Sub B):

Diefstal.

Sub C):

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de inhoud van het de verdachte betreffend aanvullend psychologisch rapport, d.d. 8 mei 2014, opgemaakt door GZ- psycholoog [deskundige 3].

Uit voormeld rapport blijkt dat de onderzochte weerstand heeft gehad om inzage te verschaffen en zijn emoties of zijn gedachten niet heeft kunnen of niet heeft willen benoemen.

De deskundige concludeert dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Mogelijk is er bij de verdachte ook sprake van psychopathie en van een zwakbegaafd niveau van intellectueel functioneren. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een aanpassingsstoornis of een depressieve stoornis bij de verdachte. Dit was ook zo ten tijde van het ten laste gelegde. Het is aannemelijk dat

– indien bewezen – de persoonlijkheidsstoornis van verdachte een rol heeft gespeeld bij het ten laste gelegde. Indien bewezen is aannemelijk dat factoren als gebrekkige gewetensfunctie, het gebrek aan empathie, het onvermogen van verdachte om zich te verplaatsen in anderen en zijn neiging om rechten van anderen te schenden waarschijnlijk een rol hebben gespeeld. In welke mate dat gebeurde heeft de psycholoog beantwoordt met: in enige mate.

Het hof neemt voormelde conclusies van de deskundige over en maakt die tot de zijne.

Op grond daarvan komt het hof tot de conclusie dat de bewezen verklaarde feiten de verdachte in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het feit heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de doodslag op [slachtoffer], 45 jaar oud, nachtportier in een hotel van beroep. Verdachte had contact gezocht met het slachtoffer omdat hij op dat moment zonder vaste woon- of verblijfplaats was en zonder inkomsten. In dat kader verbleef hij reeds enige dagen bij het slachtoffer in de woning.

Verdachte heeft het slachtoffer gedood door middel van verwurging met een elektriciteitssnoer en door het uitoefenen van geweld (slaan) op het gezicht en hals van het slachtoffer. Dit is gebeurd tijdens een seksueel contact tussen beiden, waarbij het slachtoffer aan de verdachte heeft verzocht om in het kader van “wurgseks” een om zijn hals gebonden snoer (zachtjes) aan te trekken en hem daarbij licht te slaan.

Het slachtoffer heeft zich daarbij door vastgebonden handen en voeten en een afgeplakte mond volledig overgeleverd aan verdachte. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan heeft verdachte het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde tijdens deze intimiteit op buitengewoon ernstige wijze beschaamd. Het feit dat de verdachte heeft ingestemd met een zekere mate van geweld tegen hem in het kader van seksuele handelingen rechtvaardigt volstrekt niet de gedragingen van de verdachte.

Verdachte heeft een onomkeerbaar verlies teweeg gebracht en groot leed toegebracht aan onder meer de nabestaanden van het slachtoffer, die zich geconfronteerd zagen met de gewelddadige dood van een dierbare.

Door te handelen zoals bewezen verklaard, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan doodslag, één van de ernstigste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. Door een dergelijk delict wordt de rechtsorde zeer ernstig geschokt; het brengt in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg.

Bovendien heeft de verdachte, nadat hij merkte dat het slachtoffer kennelijk het bewustzijn had verloren en niet meer bewoog, het slachtoffer aan zijn lot overgelaten en niet getracht het leven van [slachtoffer] te redden.

Zonder zich verder om het slachtoffer te bekommeren, heeft hij in diens woning een kast opengebroken op zoek naar geld, via de computer diens banksaldo onderzocht, zich de pinpas en de mobiele telefoon van het slachtoffer toegeëigend en vervolgens de woning verlaten, nadat hij een taxi had gebeld. In de dagen na het feit heeft hij met voormelde pinpas de rekening van het slachtoffer leeggehaald, heeft met zijn toenmalige partner [medeverdachte] in hotels verbleven en heeft hij het opgenomen geld gespendeerd in Amsterdam.

De verdachte heeft ten slotte anderhalf jaar lang ontkend iets met de dood van [slachtoffer] te maken te hebben.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof gelet op de inhoud van:

- het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 mei 2015, waaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan de onderhavige feiten eerder onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld, waaronder meerdere keren terzake van oplichting en mishandeling;

  • -

    een reclasseringsadvies van het Leger des Heils, Jeugdzorg & Reclassering Maastricht, d.d. 31 maart 2015, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker], reclasseringswerker, waaruit blijkt dat het recidiverisico hoog gemiddeld is en sprake is van significante en delict gerelateerde problematiek op diverse leefgebieden;

  • -

    psychologisch rapport, d.d. 15 september 2012, opgemaakt door GZ-psycholoog [deskundige 3];

  • -

    aanvullend psychologisch rapport, d.d. 8 mei 2014, opgemaakt door GZ- psycholoog [deskundige 3];

  • -

    rapport pro justitia van het Nederlands Forensisch Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, d.d. 30 juli 2013, opgemaakt door [deskundige 4], psycholoog, en [deskundige 5], psychiater;

  • -

    de hiervoor vastgestelde licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte;

  • -

    de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een langdurige, onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Alle hiervoor weergegeven omstandigheden in aanmerking genomen, acht het hof oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren alleszins passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 57, 310, 311 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. M.L.P. van Cruchten en mr. J.G. Sillevis Smitt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van R.H. Boekelman, griffier,

en op 5 juni 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Sillevis Smitt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de genummerde pagina’s van het in wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord Recherche eenheid Midden-Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2300-2012050322 d.d. 9 november 2012 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering. Alle processen-verbaal zijn ambtsedig opgemaakt tenzij anders is vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2012, deeldossier C, pagina 118-119.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2012, deeldossier C, pagina 11-14.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 mei 2012, deeldossier B, pagina 87-88.

5 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2012, deeldossier C, pagina 109.

6 Ambtsedig proces-verbaal d.d. 31 mei 2012 met bijbehorend transactieoverzicht, deeldossier C, pagina 71-72 .

7 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juli 2012, deeldossier C, pagina 218-219.

8 Ambtsedig proces-verbaal onderzoek telecommunicatie d.d. 10 juli 2012, deeldossier C, pagina 420-422.

9 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2012, deeldossier C, pagina 99-100.

10 Ambtsedig proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte], deeldossier A, p. 220-223, in het bijzonder p. 222.

11 Ambtsedig proces-verbaal forensisch technisch onderzoek d.d. 14 december 2012, pagina 1993-2008 van het Forensisch dossier 23TG1204.

12 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 28 september 2012, opgemaakt door dr. [deskundige 6], pagina 2265-2289 van het Forensisch dossier 23TG1204.

13 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 18 september 2012, opgemaakt door ing. [deskundige 7] en dr. Ir. [deskundige 11], pagina 2256-2262 van het Forensisch dossier 23TG1204.

14 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 21 december 2012, opgemaakt door ing. [deskundige 8], pagina 2429-2438 van het Forensisch dossier 23TG1204.

15 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 15 november 2012, opgemaakt door ing. [deskundige 9] en dr. [deskundige 6], pagina 2413-2427 van het Forensisch dossier 23TG1204.

16 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 12 september 2012, opgemaakt door ing. [deskundige 12], pagina 2236-2243 van het Forensisch dossier 23TG1204.

17 Ambtsedig proces-verbaal dactyloscopische herkenning d.d. 3 oktober 2012, pagina 2385-2386 van het Forensisch dossier 23TG1204.

18 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 28 september 2012, opgemaakt dr. [deskundige 6], die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige DNA analyse en interpretatie, pagina 2265-2289 van het Forensisch dossier 23TG1204.

19 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 28 september 2012, opgemaakt dr. [deskundige 6], NFI-deskundige DNA analyse en interpretatie, pagina 2265-2289 van het Forensisch dossier 23TG1204.

20 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146 d.d. 28 september 2012, opgemaakt dr. [deskundige 6], NFI-deskundige DNA analyse en interpretatie, pagina 2265-2289 van het Forensisch dossier 23TG1204.

21 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146, d.d. 31 juli 2012, opgemaakt door [deskundige 13], arts en patholoog, p. 2128-2133 van het Forensisch dossier 23TG1204 .

22 Deskundigenrapport van het Forensic Radiology Consultancy, nr. 2012050322 d.d. 20 augustus 2012, opgemaakt door dr. [deskundige], radioloog, p.2213-2221 van het Forensisch dossier 23TG1204

23 Aanvullend deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2012.05.25.146, d.d. 17 juli 2014, opgemaakt drs. [deskundige 10], NFI-zaakverantwoordelijke Interdisciplinair Forensisch Onderzoek (IDFO).

24 Proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, d.d. 19 november 2013.

25 Aanvullend ambtsedig proces-verbaal van verhoor van de verdachte, opgemaakt door de rechter-commissaris in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, d.d. 31 januari 2014.

26 Proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, d.d. 31 januari 2014

27 Proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 22 mei 2015

28 Ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 juli 2012, deeldossier C, pagina 420-422