Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:2013

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-06-2015
Datum publicatie
04-06-2015
Zaaknummer
HD 200.111.205_01
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

schade na arbeidsongeval; 7:658 BW; val van laadklep

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/998
AR-Updates.nl 2015-0532
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.111.205/01

arrest van 2 juni 2015

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. J.J. Lauwen te Oss,

tegen

Dekro Horeca Totaal B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.J. Laatsman te Oss,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 28 mei 2013, 23 september 2014 en 13 januari 2015 in het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch, onder zaaknummer 11-10255 790939/346 gewezen vonnis van 31 mei 2012.

12 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 13 januari 2015;

  • -

    de memorie na tussenarrest van [appellant] met drie producties;

  • -

    de antwoordmemorie na tussenarrest van Dekro.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

13 De verdere beoordeling

13.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld zijn schade inzichtelijk te maken. [appellant] heeft een schadestaat opgemaakt en deze voorzien van een toelichting in het geding gebracht onder verwijzing naar onderliggende stukken. Dekro heeft de door [appellant] gestelde schade (grotendeels) betwist.

Kilometervergoeding

13.2.

[appellant] heeft gesteld dat hij vier keer voor een nacontrole in het ziekenhuis is geweest. Voorts heeft [appellant] gesteld dat hij drie keer naar de arbo arts is gereisd. Dekro heeft een en ander betwist.

13.3.

Het hof zal een kilometervergoeding toekennen voor één nacontrole in het ziekenhuis. Uit de verklaring van chirurg [chirurg] (productie 4 bij akte van 19 maart 2012) blijkt dat een afspraak is gemaakt voor een poliklinische nacontrole. Dekro heeft terecht aangevoerd dat [appellant] geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat hij meerdere keren naar het ziekenhuis is geweest voor een nacontrole (bijvoorbeeld een afspraakkaart). Tussen partijen is niet in geschil dat de afstand 5 kilometer bedraagt en dat gerekend dient te worden met € 0,24 per kilometer. Dat levert € 2,40 op.

13.4.

Het hof verwerpt het verweer van Dekro tegen de kilometervergoeding voor het reizen naar de arbo arts, omdat dit verweer niet kan worden beschouwd als een afdoende betwisting van de vordering, nu het niet veel meer betreft dan suggesties. [appellant] kan niet op eenvoudige wijze bewijsstukken van zijn bezoeken in het geding brengen, terwijl Dekro bij haar eigen arbodienst kan opvragen hoe vaak en/of het [appellant] is geweest die de arbo arts heeft bezocht dan wel het de arbo arts is geweest die [appellant] heeft bezocht. Tussen partijen is niet in geschil dat de afstand 24 kilometer bedraagt en dat gerekend dient te worden met € 0,24 per kilometer. Dat levert € 34,56 op.

Huishoudelijke hulp

13.5.

[appellant] heeft onder verwijzing naar de Richtlijn Huishoudelijke Hulp van de Letselschaderaad voor de eerste drie weken € 390,- gevorderd en gesteld dat hij toen zwaar beperkt was. Voor de daarop volgende tien weken heeft hij € 650,- gevorderd en gesteld dat hij toen licht beperkt was. Volgens Dekro dient deze schadepost volledig afgewezen te worden.

13.6.

Tussen partijen staat vast dat [appellant] van 15 april tot en met 18 april 2009 in het ziekenhuis opgenomen is geweest ter observatie in verband ‘met een zeer fors hematoom op de linkerflank’, dat hij vanaf medio mei 2009 aangepast werk heeft verricht en vanaf 17 augustus 2009 volledig de eigen werkzaamheden heeft hervat (zie rov. 4.1.2. tussenarrest van 28 mei 2013). [appellant] is dus van 18 april 2009 tot medio mei 2009 volledig arbeidsongeschikt geweest vanwege de hematoom. Het hof acht het voldoende aannemelijk dat [appellant] tot zijn gedeeltelijke werkhervatting beperkt is geweest in het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Voor een volledige afwijzing van de onderhavige vordering ziet het hof daarom geen aanleiding. Weliswaar heeft [appellant] geen namen genoemd van de personen die hem hebben geholpen in het huishouden, maar in eerste aanleg heeft [appellant] gesteld dat zijn familie en vrienden hem daarbij hebben geholpen, hetgeen het hof voldoende aannemelijk acht. Het hof acht de stelling van [appellant] dat hij toen zwaar beperkt was onvoldoende toegelicht. [appellant] heeft slechts zeer beperkt stukken in het geding gebracht en in het geheel niet gesteld welke werkzaamheden hij niet kon verrichten die hij voorheen wel verrichtte. Het hof zal daarom rekenen met het normbedrag volgens de voornoemde Richtlijn (van 2009) voor lichte beperkingen (€ 60,- voor een alleenstaande) gedurende drie weken, dus € 180,-. Het hof ziet geen aanleiding om voor de daaropvolgende weken ook een vergoeding toe te kennen, aangezien [appellant] vanaf die periode gedeeltelijk arbeidsgeschikt werd geacht en hij, zoals hiervoor al is overwogen, zijn vordering onvoldoende heeft toegelicht.

Directe kledingschade

13.7.

[appellant] heeft aanspraak gemaakt op € 100,- ter zake schade aan de spijkerbroek die hij droeg ten tijde van het ongeval.

13.8.

Het hof acht voldoende aannemelijk dat [appellant] deze schade heeft geleden en verwerpt het verweer van Dekro dat een spijkerbroek door een val niet scheurt en dat de medewerkers die [appellant] hebben opgehaald niets is opgevallen aan de broek. Een beschadiging hoeft niet per definitie te bestaan uit een scheur.

Aanschaf diversen

13.9.

[appellant] heeft gesteld dat hij ten behoeve van de ziekenhuisopname een pyjama en een joggingpak heeft aangeschaft.

13.10.

Het hof zal deze vordering afwijzen. Dekro heeft terecht aangevoerd dat niet valt in te zien waarom [appellant] geen pyjama en kamerjas van huis heeft meegenomen naar het ziekenhuis, nu hij niet direct maar pas een dag later in het ziekenhuis is opgenomen en [appellant] voorts geen afschriften van aankoopbonnen of pinbetalingen in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat hij deze kosten heeft gemaakt.

Bij het voorgaande komt dat het hierna te noemen ziekenhuisdaggeld reeds kosten voor ziekenhuiskleding insluit.

Ziekenhuisdaggeld

13.11.

[appellant] heeft onder verwijzing naar de Richtlijn Ziekenhuis- en Revalidatiedaggeldvergoeding van de Letselschaderaad aanspraak gemaakt op vier keer een daggeldvergoeding van € 26,- dus op € 104,-. Dekro heeft daartegen ingebracht dat [appellant] niet vier maar drie dagen is opgenomen geweest en dat in 2009 de daggeldvergoeding niet € 26,- was maar € 25,-.

13.12.

Het hof zal Dekro volgen in haar verweer en een vergoeding toewijzen voor drie dagen ad € 25,-. [appellant] heeft immers ongemotiveerd in afwijking van stellingen in eerdere processtukken een vergoeding voor vier dagen gevorderd. [appellant] heeft bij inleidende dagvaarding (pagina 5) gesteld dat hij drie dagen in het ziekenhuis opgenomen is geweest. Hij heeft dat herhaald bij akte van 19 maart 2012 (p. 3). Dekro heeft voorts terecht gewezen op het feit dat in 2009 het aanbevolen bedrag ter zake daggeldvergoeding een euro lager was dan gevorderd.

Gerealiseerd eigen risico

13.13.

[appellant] heeft € 149,75 gevorderd ter zake gerealiseerd eigen risico ziektekostenverzekering. Dekro heeft deze schade niet betwist, zodat deze schadepost zal worden toegewezen.

Diversen

13.14.

[appellant] heeft een vergoeding gevorderd voor kosten die geen nut hebben gehad, te weten de contributie van de tennisvereniging ad € 115,- en lesgeld voor het volgen van keyboardlessen ad € 270,-. Dekro heeft deze schade niet betwist zodat deze schadeposten zullen worden toegewezen.

13.15.

Voorts heeft [appellant] aanspraak gemaakt op € 200,- voor extra verteer/bedankjes. Daartoe heeft hij gesteld dat hij extra veel bezoek heeft gehad en dat hij daarvoor extra kosten moest maken om het bezoek van verteer te voorzien. Dekro heeft daartegen ingebracht dat [appellant] na ongeveer een maand al weer werkzaam was en dat voor € 50,- heel veel koffie, thee en andere consumpties kan worden geserveerd. Het hof acht het door [appellant] gevorderde bedrag in dit verband buitensporig en zal, overeenkomstig het verweer van Dekro, € 50,- toewijzen.

Verlies arbeidsvermogen

13.16.

[appellant] heeft aanspraak gemaakt op een chauffeursvergoeding van € 75,- per maand over de maanden mei en juni 2009. [appellant] heeft gesteld dat uit de door hem in het geding gebrachte loonstroken blijkt dat hij deze chauffeursvergoeding gewoonlijk ontving. Volgens Dekro kan deze post niet worden toegewezen nu het gaat om een vergoeding voor kosten die [appellant] vanwege zijn afwezigheid niet heeft gemaakt.

13.17.

Ook dit verweer acht het hof terecht naar voren gebracht. Uit de overgelegde loonstroken blijkt dat de chauffeursvergoeding netto betalingen betreft. Daaruit dient te worden afgeleid dat sprake is van een vergoeding voor kosten. Wanneer het een beloning zou betreffen dan zou deze vergoeding zijn belast. Ook het feit dat deze vergoeding volgens de loonstroken in hoogte fluctueert wijst erop dat sprake is van een vergoeding voor gemaakte of te maken kosten. Nu [appellant] niet heeft betoogd, en evenmin is gebleken, dat hij deze kosten ook tijdens zijn (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid heeft moeten maken, wijst het hof zijn vordering af.

Smartengeld

13.18.

[appellant] heeft onder verwijzing naar de smartengeldgids van de ANWB (2012) aanspraak gemaakt op € 1.850,-. Hij heeft daartoe gesteld dat aangeknoopt dient te worden bij letsel met een wat langere herstelperiode van ongeveer vier tot zes maanden met een uiteindelijk restloos herstel, waarvoor medische en/of therapeutische behandeling heeft plaatsgevonden. [appellant] heeft gesteld dat uit de Smartengeldgids valt af te leiden dat voor dergelijk letsel smartengeld is toegekend variërend van € 1.100,- tot € 2.025,- (overigens zonder vermelding van de vindplaatsen in de Smartengeldgids).

Dekra heeft onder verwijzing naar de Richtlijn Licht Letsel incl. smartengeld van de Letselschaderaad betoogd dat aan [appellant] hooguit € 750,- dient te worden toegekend.

13.19.

Het hof constateert dat [appellant] kennelijk aansluiting heeft gezocht bij hetgeen in de Richtlijn Licht Letsel incl. smartengeld van de Letselschaderaad wordt vermeld. Daarin staat het volgende:

“a. Tot € 825 bij oppervlakkig en beperkt letsel met een herstelperiode van ongeveer twee maanden. Hierbij is onder meer te denken aan schaafwonden, kneuzingen, brandwonden van de eerste graad en beperkte, niet-ontsierende littekens.

b. Van € 550 tot € 1.650 bij letsel waarvoor korte medische en/of therapeutische behandeling heeft plaatsgevonden en waarbij sprake is van een herstelperiode van twee tot vier maanden. Hierbij is onder meer te denken aan (lichte) hersenschudding of whiplash met restloos herstel, forse verzwikking of verstuiking, een gebroken rib en enkele dagen arbeidsongeschiktheid.

c. Van € 1.100 tot € 2.025 bij letsel met een wat langere herstelperiode van ongeveer vier tot zes maanden, maar met een uiteindelijk restloos herstel (op eventueel wat beperkte, niet-ontsierende littekens na) , waarvoor medische en/of therapeutische behandeling heeft plaatsgevonden. Hierbij is onder meer te denken aan gevallen van korte ziekenhuisopname, bij ‘eenvoudige’ botbreuken, wanneer sprake is van een aantal weken tot enkele maanden arbeidsongeschiktheid en tijdelijke hulpbehoevendheid. (Onder arbeidsongeschikt wordt tevens verstaan het niet of niet volledig kunnen uitvoeren van taken, bijvoorbeeld in de huishouding.)

Normbedragen tot en met 2013 (Opmerking: de factoren en bedragen zijn ontleend aan de uitspraken, gepubliceerd in de bundel ‘Smartengeld’ van de ANWB, Den Haag, 17e druk, 2009).

a. Tot € 750

b. Van € 500 tot € 1.500

c. Van € 1.000 tot € 1.850 ”.

13.20.

Klaarblijkelijk is [appellant] van oordeel dat zijn letsel valt onder de ‘c-categorie’, terwijl Dekro meent dat het letsel dient te vallen onder de ‘a-categorie’.

Het hof zal uitgaan van de ‘c-categorie’. Anders dan Dekro meent, acht het hof wel degelijk van belang dat [appellant] drie dagen opgenomen is geweest in het ziekenhuis. Volgens Dekro heeft de opname op instigatie van [appellant] plaatsgevonden omdat hij alleenstaande is. Het hof gaat ervan uit dat de ziekenhuisopname niet onnodig heeft plaatsgevonden; niet [appellant] maar de arts beslist daartoe. Voorts is van belang dat [appellant] ook onder behandeling is geweest van een fysiotherapeut (negen behandelingen in de periode van 20 mei 2009 tot 14 juli 2009; zie productie 4 bij akte van 19 maart 2012). Klaarblijkelijk bedoelt Dekro te stellen dat de therapie voorkomen had kunnen worden wanneer [appellant] niet opgenomen was geweest, of dat deze voorkomen had kunnen worden wanneer [appellant] voldoende in beweging was gebleven. Voor zover Dekro heeft bedoeld dit verweer te voeren, verwerpt het hof dat verweer, omdat het daarbij slechts gaat om niet nader onderbouwde suggesties van Dekro.

Verder acht het hof van belang dat [appellant] ongeveer een maand arbeidsongeschikt is geweest. Zoals [appellant] zelf heeft gesteld kan het aan hem toe te wijzen bedrag uitkomen ergens tussen het laagste en het hoogste bedrag. Het hof zal daarbij echter uitgaan van de normbedragen tot en met 2013 dus van € 1.000,- tot € 1.850,-. Het hof acht € 1.500,- passend en toewijsbaar.

Slotsom

13.21.

Uit het voorgaande volgt dat de volgende schadeposten (waarbij het gaat om netto bedragen) worden toegewezen:

€ 36,96 ter zake kilometervergoeding ( € 2,40 + 34,56)

€ 180,- ter zake huishoudelijke hulp;

€ 100,- ter zake kledingschade;

€ 75,- ter zake ziekenhuisdaggeld;

€ 149,75 ter zake gerealiseerd eigen risico;

€ 385,- ter zake kosten zonder nut;

€ 50,- ter zake extra verteer;

€ 1.500,- ter zake smartengeld.

In totaal dus € 2.476,71.

De wettelijke rente zal als onvoldoende betwist worden toegewezen vanaf 15 april 2009.

13.22.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt het hof aan nadere bewijslevering niet toe.

13.23.

Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen. Nu het hof de schade van [appellant] heeft vastgesteld en Dekro zal veroordelen om die schade aan [appellant] te vergoeden, heeft [appellant] geen belang meer bij de gevorderde verklaring voor recht en de verwijzing naar de schadestaatprocedure. Het hof zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afwijzen, omdat onbetwist is gebleven dat [appellant] geen buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt omdat hij voor rechtsbijstand is verzekerd. Dekro zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide instanties.

14 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Dekro om aan [appellant] € 2.476,71 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2009 tot de dag der voldoening;

veroordeelt Dekro in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [appellant] worden begroot op € 167,76 aan verschotten en op € 500,- aan salaris gemachtigde in eerste aanleg en op € 431,64 aan verschotten en op € 3.160,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. M. van Ham, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en A.E. Bos en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 juni 2015.

griffier rolraadsheer