Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:1933

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-05-2015
Datum publicatie
29-05-2015
Zaaknummer
F 200 158 066_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 28 mei 2015

Zaaknummer: F 200.158.066/01

Zaaknummer eerste aanleg: 3000573 BH VERZ 14-4697

in de zaak in hoger beroep van:

[de dochter] ,

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de dochter,

advocaat: mr. L.L.A. Cox,

als belanghebbenden in de onderhavige zaak kunnen worden aangemerkt:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats],

de rechthebbende,

hierna te noemen: de vader,

[dochter 1 van de vader] ,

wonende te [woonplaats],

dochter van de vader,

[dochter 2 van de vader] ,

wonende te [woonplaats],

dochter van de vader,

[dochter 3 van de vader] ,

wonende te [woonplaats],

dochter van de vader,

[zoon van de vader] ,

wonende te [woonplaats],

zoon van de vader,

Force Bewind Coöperatief B.A.,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: de bewindvoerder.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 6 augustus 2014 en de herstelbeschikking van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 27 augustus 2014.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 16 oktober 2014, heeft de dochter verzocht voormelde beschikkingen te vernietigen en voor zover nodig opnieuw rechtdoende:

  • -

    de bewindvoerder als bewindvoerder en mentor over de vader te ontslaan en te benoemen tot bewindvoerder en mentor: de dochter;

  • -

    te bepalen dat de ontslagen bewindvoerder eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan de dochter binnen twee maanden na dagtekening van de in dezen te geven beschikking.

2.2.

Ter griffie van het hof is geen verweerschrift ingekomen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 april 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de dochter, bijgestaan door mr. Cox;

  • -

    de bewindvoerder, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de bewindvoerder];

  • -

    [dochter 1 van de vader];

  • -

    [dochter 2 van de vader];

  • -

    [dochter 3 van de vader];

  • -

    [zoon van de vader].

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de dochter d.d. 27 oktober 2014;

  • -

    de brief met één bijlage van [divisiemanager Wonen & Zorg bij Vivent], divisiemanager Wonen & Zorg bij Vivent, d.d. 17 maart 2015;

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de dochter d.d. 9 april 2015.

2.4.1.

De dochter heeft bezwaar gemaakt tegen toelating van voormelde stukken d.d. 27 maart 2015, daar zij daarvan pas één dag voor de zitting kennis heeft kunnen nemen en derhalve onvoldoende in staat is gesteld zich tegen de inhoud daarvan te verweren.

Het hof is van oordeel dat de brief en de bijlage (van in totaal drie bladzijden) kort en eenvoudig te doorgronden zijn. Hoewel de dochter terecht heeft aangevoerd dat Vivent in deze zaak niet als een belanghebbende is aangemerkt, is Vivent wel de instelling waarin de vader wordt verzorgd. Met het oog op het bepaalde in artikel 1:432 lid 2 en 1:451 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), merkt het hof Vivent in dezen aan als informant. Op grond van het voorgaande beslist het hof dat voornoemde stukken worden toegelaten.

3 De beoordeling

3.1.

Bij beschikking d.d. 13 december 2012 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch, met ingang van 13 december 2012:

  • -

    een bewind ingesteld over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan de vader en de dochter tot bewindvoerder benoemd;

  • -

    een mentorschap ingesteld over de niet-vermogensrechtelijke belangen van de vader en de dochter tot mentor benoemd.

3.2.

Bij de bestreden beschikking d.d. 6 augustus 2014, hersteld bij beschikking d.d. 27 augustus 2014, heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, met ingang van 6 augustus 2014 de dochter ontslagen als bewindvoerder en mentor over de vader en Force Bewind Coöperatief, voornoemd, tot opvolgend bewindvoerder en mentor benoemd en bepaald dat de dochter eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan de bewindvoerder binnen twee maanden na dagtekening van die beschikking van 6 augustus 2014.

3.3.

De dochter kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

De dochter voert – kort samengevat – het volgende aan.

De kantonrechter heeft naar de mening van de dochter in strijd met de goede procesorde gehandeld. De dochter is opgeroepen voor de zitting d.d. 18 juli 2014; daarbij werd zij niet geïnformeerd over de aanleiding van de zitting. De klacht van 22 april 2014 van mevrouw [dochter 1 van de vader] (haar oudste zus) van 9 pagina’s kreeg zij ter zitting overhandigd, zodat zij daardoor werd overrompeld. De dochter heeft onvoldoende verweer kunnen voeren.

De dochter betwist voorts dat sprake is van een gespannen familieverhouding en dat de communicatie tussen haar, haar broers en zussen en de rechthebbende erg moeizaam zou verlopen. Alleen de verhouding tussen de dochter en haar oudste zus is op dit moment niet goed. De dochter stelt echter dat zij geen of nauwelijks contact heeft met haar broers en zussen. De relatie tussen hen is niet gewijzigd sinds de benoeming van de dochter tot bewindvoerder en mentor. Wat daar ook van zij, een en ander staat aan de communicatie met de vader niet in de weg, aldus de dochter. De dochter heeft het contact tussen de vader en haar broer en zussen altijd gestimuleerd. Zij wisten dat zij te allen tijde informatie konden verkrijgen over de vader.

De brief van de dochter aan de kantonrechter waarin zij vragen stelt over de toekomstige uitvaart van de vader, is geheel verkeerd geïnterpreteerd. De dochter is van mening dat haar vragen in deze niet vreemd waren, gezien de situatie, waarin haar broer en zussen nauwelijks betrokken zijn op de vader.

De dochter stelt dat de vader weinig weet heeft van het feit dat de kinderen geen contact met elkaar hebben. De vader is dementerend en de dochter heeft er bewust voor gekozen de vader er niet mee te belasten. Met de verzorgenden van de vader, die stellen dat de vader veel last heeft van de situatie, heeft de dochter een conflict, zodat deze niet objectief zijn.

De dochter stelt dat haar broer en zussen altijd achter de beslissing hebben gestaan om haar als bewindvoerder en mentor te benoemen; ook thans nog, ondanks de klacht van haar oudste zus. Zij verschillen kennelijk wel van mening over de vraag of de vader goed wordt verzorgd bij Vivent.

De dochter staat het dichtst bij de vader zij weet precies wat haar vader wenst en hoe hij is. Hij wenst dat de dochter zijn belangen behartigt. De vader was daar ook altijd erg trots op. De vader is altijd al eenkennig geweest en wenst alleen maar om te gaan met goede bekenden en familieleden. Hij begrijpt niet dat er nu een nieuwe bewindvoerder is die zijn papieren bekijkt.

De samenwerking tussen de dochter en de bewindvoerder verloopt thans goed, hoewel het ook voorkomt dat zij een andere visie hebben. De dochter heeft ook het idee dat de bewindvoerder het te druk heeft om de belangen van de vader naar behoren te kunnen behartigen.

Tot slot voert de dochter aan dat de kosten voor een professionele bewindvoerder ad € 145,88 per maand (naast de kosten van het intakegesprek ad € 600,- en het bedrag van € 200,- dat aan het einde van het bewind dient te worden voldaan), wel degelijk hoger zijn dan de kostenvergoeding die zij zich zelf toekende ad € 73,55 per maand, die bovendien geheel zijn besteed aan de vader.

3.5.

De bewindvoerder voert – kort samengevat – het volgende aan. Haar contact met de dochter is redelijk intensief is. Volgens de bewindvoerder gaat het goed met de vader in de accommodatie van Vivent. De “misstanden” waarnaar de dochter verwijst, zijn niet ernstig in de ogen van de bewindvoerder. De vader krijgt weinig mee van de onrust. De dochter wil volgens de bewindvoerder het liefst continue voor de vader zorgen, maar dat gaat niet. De vader heeft intensieve zorg nodig, aldus de bewindvoerder.

Men is op zoek gegaan naar een ander tehuis voor de vader. Geen ander tehuis wil de vader echter opnemen vanwege de reden van het gewenste vertrek bij Vivent: de verstoorde verhouding tussen Vivent en de dochter. De dochter heeft zich in het verleden niet altijd netjes uitgedrukt. Hiermee kon Vivent niet omgaan. Zij hebben het idee dat de dochter hen beschuldigt. De bewindvoerder benadrukt dat zij hiermee niet stelt dat de oorzaak van het conflict enkel bij de dochter ligt.

De voorwaarden waaronder de dochter de vader thans mag bezoeken, acht de bewindvoerder te streng. Daar probeert zij wat aan te veranderen. Het is haars inziens in belang van de vader dat hij meer contact krijgt met de dochter.

De dochter enerzijds en haar broer en zussen anderzijds verschillen van mening over de vraag of de vader op een goede plek verblijft. Het is de taak van de bewindvoerder om de belangen van de vader te behartigen. Zij is van mening dat het niet in het belang van een 90-jarige is om zijn verblijfplaats te wijzigingen.

In de avond na de mondelinge behandeling van het hof zullen de dochter en haar broer en zussen samenkomen om, in aanwezigheid van de bewindvoerder, te trachten nader tot elkaar te komen en gezamenlijke belangen te formuleren. De bewindvoerder zal daarbij als mediator optreden. Zij ziet waar in dit geval “de pijn ligt” en zal proberen dit te verhelpen.

3.6.

Het standpunt van de overige belanghebbenden ([dochter 1 van de vader], [dochter 2 van de vader], [dochter 3 van de vader] en [zoon van de vader]) kan als volgt worden samengevat.

Zij zijn van mening dat de vader op een goede plek verblijft en dat hij daar goed wordt verzorgd. Volgens hen is de dochter op een andere manier betrokken op de vader dan zij. Zij bezoeken de vader echter ook regelmatig. Zij zijn van mening dat thans door de huidige bewindvoerder op een goede manier invulling wordt gegeven aan het bewind en het mentorschap van de vader.

Het bezwaar van de heer [zoon van de vader] in eerste aanleg tegen de benoeming van een professionele bewindvoerder had betrekking op de extra kosten die dit voor de vader met zich zou brengen.

3.7.

Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.7.1.

Voor zover de dochter erover klaagt dat de kantonrechter het beginsel van hoor en wederhoor dan wel het beginsel van de goede procesorde heeft geschonden, heeft de dochter - daargelaten het antwoord op de vraag of van een dergelijke schending sprake is - geen belang bij behandeling van de klacht. Immers, de dochter heeft thans in hoger beroep de zaak in zijn geheel ter beoordeling aan het hof voorgelegd en is alsnog in de gelegenheid geweest haar inhoudelijke bezwaren tegen de bestreden beschikkingen kenbaar te maken. Voorts strekt de procedure in hoger beroep er mede toe eventuele onvolkomenheden uit de eerste aanleg te verbeteren.

3.7.2.

Op grond van artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 BW wordt door de kantonrechter op verzoek van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken, dan wel ambtshalve, aan de bewindvoerder ontslag verleend wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden.

3.7.3.

Op grond van artikel 1:461 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 BW wordt door de kantonrechter op verzoek van degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken, dan wel ambtshalve, aan de mentor ontslag verleend wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden.

3.7.4.

Het hof stelt voorop dat in het onderhavige geschil niet ter discussie staat of de dochter haar taken van bewindvoerder en mentor van de vader naar behoren heeft vervuld. Uit de stukken en de uitlatingen van alle belanghebbenden ter zitting maakt het hof evenwel op dat sprake is van een in aanzienlijke mate verstoorde verstandhouding tussen de verschillende leden van de familie. De dochter en (met name) haar zussen staat lijnrecht tegenover elkaar in hun visie over allerhande zaken die de vader aangaan, zoals de zorg voor en het verblijf van de vader bij zorginstelling Vivent. Het hof is van oordeel dat in deze situatie, in het belang van vader, wat er ook zij van zijn voorkeur voor benoeming van de dochter, de benoeming van een professionele bewindvoerder c.q. mentor te prefereren valt. Daar doet niet aan af dat de benoeming van een professionele bewindvoerder en mentor meer kosten met zich brengt. Daarbij neemt het hof onder meer in overweging dat alle belanghebbenden tevreden zijn over de persoon en het optreden van de huidige bewindvoerder, die er blijk van heeft gegeven met alle betrokkenen een werkbare basis te hebben, hetgeen het hof in dezen van zwaarwegend belang acht.

3.7.6.

Reeds op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van gewichtige redenen om de dochter te ontslaan van haar taken als bewindvoerder en mentor van de vader. Het overige behoeft derhalve geen nadere bespreking.

3.8.

Het hof zal de beschikkingen waarvan beroep bekrachtigen.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 augustus 2014 en de herstelbeschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 27 augustus 2014;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, C.D.M. Lamers en E.L. Schaafsma-Beversluis en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2015.