Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:1733

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-05-2015
Datum publicatie
13-05-2015
Zaaknummer
20-000813-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:1628, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026) niet geschonden. Anders dan de raadsman meent, vertoont de aangifte geen aspecten van hervonden herinneringen en heeft het openbaar ministerie de vervolgingsbeslissing tijdig genomen.

Het hof veroordeelt de verdachte, evenals de rechtbank, tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden wegens het jarenlang seksueel misbruiken van zijn stiefdochter, het vervaardigen van kinderporno en het in bezit hebben van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000813-14

Uitspraak : 12 mei 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 12 maart 2014 in de strafzaak met parketnummer 02-800632-12 tegen de verdachte:

[naam van de verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [een datum in het jaar] 1964,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis is de verdachte ter zake van - kort gezegd -

(feit 1) het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam van [A] toen zij nog niet de leeftijd van twaalf jaar had bereikt,

(feit 2) het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam van [A] toen zij wel de leeftijd van twaalf jaar, maar nog niet die van zestien jaar had bereikt,

(feit 3) het vervaardigen van afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij [A] is betrokken toen zij nog niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt,

(feit 4) het in bezit hebben van ruim 80 foto’s en een film terwijl daarop seksuele gedragingen zichtbaar zijn waarbij een persoon betrokken is die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

De rechtbank heeft voorts beslissingen genomen op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [A] en over de in beslag genomen voorwerpen.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte, zijn raadsman en de benadeelde partij naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en - opnieuw rechtdoende - het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, oplegging van de daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel en een beslissing over de in beslag genomen voorwerpen, telkens overeenkomstig de beslissingen van de rechtbank.

De raadsman heeft primair bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte en subsidiair dat de verdachte van de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. In meer subsidiaire zin heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, aangezien het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2002 tot 18 september 2005 te Geertruidenberg, met [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende hij, verdachte, (telkens) een of meer van zijn, verdachtes, vingers en/of zijn tong in de vagina van die [A] geduwd/gebracht en/of de vagina en/of de borsten van die [A] betast en/of gestreeld en/of gelikt;

2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 18 september 2005 tot 1 juli 2008 te Geertruidenberg en/of te Raamsdonksveer, althans in het arrondissement Breda, met [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende hij, verdachte, een of meer van zijn, verdachtes, vingers en/of zijn tong in de vagina van die [A] geduwd/gebracht en/of de vagina en/of de borsten van die [A] betast en/of gestreeld en/of gelikt;

3.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 mei 2007 te Geertruidenberg, in elk geval in Nederland, (telkens) een of meer afbeeldingen heeft vervaardigd van [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), terwijl op die afbeelding(en) een seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) die [A] die (kennelijk) de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), waarbij door het camerastandpunt en/of de pose nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling);

4.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot 1 mei 2009 te Geertruidenberg en/of Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, althans in Nederland, één of meermalen (telkens) een of meer gegevensdrager(s) bevattende afbeeldingen, te weten ruim 80 foto's en/of een film, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft primair een niet-ontvankelijkheidsverweer gevoerd. Volgens de raadsman is er namelijk op twee punten in strijd gehandeld met de indertijd geldende Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik, geregistreerd onder nummer 2010A026 (hierna te noemen: de Aanwijzing):

(i). de vervolgingsbeslissing is niet genomen binnen drie maanden na inschrijving van de zaak ten parkette;

(ii). de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (hierna te noemen: de LEBZ) is niet ingeschakeld, hoewel sprake is van een aangifte met aspecten van hervonden herinneringen en andere “red flags”, namelijk de beschuldiging van seksueel misbruik na een echtscheiding, de gebeurtenissen met de externe harde schijf waarop al dan niet naaktfoto’s hebben gestaan, de opmerking van de moeder van aangeefster dat aangeefster een behandeling onderging bij een therapeut gespecialiseerd in seksueel misbruik en de klaarblijkelijke aarzeling bij het openbaar ministerie om een vervolgingsbeslissing te nemen.

De raadsman stelt dat dit dermate ernstige vormverzuimen zijn dat daaraan als rechtsgevolg de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie moet worden verbonden. In dat verband heeft de raadsman verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad van 3 april 2012, NJ 2012/346.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Ad (i). De vervolgingsbeslissing

Vooropgesteld wordt dat de raadsman en de rechtbank niet zijn uitgegaan van de tekst van de ten tijde van de aangifte geldende Aanwijzing met het nummer 2010A026, maar van de tekst van de daaraan in tijd voorafgaande Aanwijzing met het nummer 2008A031.

De geldende tekst luidt - voor zover in dit verband van belang - als volgt:

Opsporing

[…]

Fase 1: Informatief gesprek

Gezien de complexiteit van zedenzaken wordt altijd een informatief gesprek gevoerd, tenzij dit vanwege een acute situatie niet mogelijk is. […]

Na het informatieve gesprek krijgt betrokkene in principe bedenktijd over het wel/niet doen van aangifte. […]

Fase 2: De aangifte

[…] Een […] aangifte […] is de start van een strafrechtelijk onderzoek.

Fase 3: Vervolg van het onderzoek

Er vindt regelmatig overleg plaats met een officier van justitie over het verloop van het onderzoek en de in te zetten bijzondere opsporingsbevoegdheden. Bij aanhouding buiten heterdaad dient de officier van justitie steeds af te wegen waar en wanneer tot aanhouding wordt overgegaan, met welke middelen en op welke wijze. Indien de politie verzoekt om toestemming voor aanhouding buiten heterdaad van de verdachte kan bedoelde toestemming slechts worden verleend nadat de officier van justitie kennis heeft genomen van de inhoud van de aangifte.

Overwogen dient te worden of kan worden volstaan met een uitnodiging aan de verdachte om aan het bureau te verschijnen. […]

Na de laatste onderzoekshandeling dient het proces-verbaal binnen 30 dagen aan het Openbaar Ministerie te worden toegezonden. […]

Vervolging

De officier van justitie is degene die een beslissing neemt omtrent de (verdere) vervolging. […]

Na binnenkomst van een proces-verbaal met betrekking tot seksueel misbruik beslist de officier van justitie binnen 60 dagen over de verdere vervolging.”

Uit de stukken valt niet exact op te maken wanneer het (eind)proces-verbaal met betrekking tot het seksueel misbruik van [A] ten parkette is binnengekomen, maar wel dat de officier van justitie daarna niet meer dan 60 dagen heeft gewacht met het nemen van de vervolgingsbeslissing. Integendeel, die beslissing moet al enkele dagen na binnenkomst van het proces-verbaal zijn genomen.

Uit de stukken blijkt het volgende:

- op 22 juni 2009 is met [A] een informatief gesprek gevoerd. Zij heeft vervolgens laten weten voorlopig geen aangifte te doen;

- op 31 januari 2011 heeft de moeder van [A] zij laten weten dat [A] aangifte wenste te doen;

- op 9 februari 2011 heeft met haar opnieuw een informatief gesprek plaatsgevonden;

- op 24 februari 2011 heeft zij aangifte tegen de verdachte gedaan;

- in de periode tussen juli en december 2011 heeft de moeder van [A], [B], diverse malen gebeld om te vragen naar de stand van zaken. Haar is daarop telkens medegedeeld dat het openbaar ministerie nog een beslissing moest nemen;

- op 17 april 2012 is de zaak in de zogenaamde “weegploeg” besproken. Vervolgens is toestemming gegeven voor een aanhouding buiten heterdaad van verdachte;

- in de maand juni 2012 heeft de moeder van [A] opnieuw naar de politie gebeld. Haar is toen op 20 juni 2012 verteld dat de zaak de week erop zou worden opgepakt;

- op 2 juli 2012 is de verdachte, naar aanleiding van een bevel van de officier van justitie, buiten heterdaad aangehouden. Hij is diezelfde dag in verzekering gesteld en tweemaal door de politie verhoord;

- op 5 juli 2012 heeft de officier van justitie ter zake van het thans onder 1 ten laste gelegde feit de inbewaringstelling gevorderd, op welke vordering voor het eerst het parketnummer van deze zaak is vermeld.

Het hof stelt vast dat deze gang van zaken past in het stramien van de Aanwijzing en het leidt daaruit af dat de mededeling aan de moeder van [A] dat het openbaar ministerie nog een beslissing moest nemen, niet ziet op de vervolgingsbeslissing, zoals door de raadsman is gesteld. De officier van justitie heeft immers ook andere beslissingen moeten nemen, zoals omtrent de vraag of en zo ja, met welke middelen en op welke wijze, de verdachte zou worden aangehouden. In het onderhavige geval moet het proces-verbaal tussen 2 juli en 5 juli 2012 op het parket van de officier van justitie zijn binnengekomen en heeft de officier van justitie in diezelfde periode, blijkens zijn bij de rechter-commissaris ingediende vordering tot inbewaringstelling van de verdachte, over de vervolging van verdachte beslist. Van een schending van de in de Aanwijzing bedoelde termijn is dan ook geenszins sprake.

Ad (ii). Het inschakelen van de LEBZ

De Aanwijzing schrijft dwingend voor dat de LEBZ dient te worden geconsulteerd indien een aangifte aspecten vertoont van hervonden herinneringen. Van een hervonden herinnering is sprake, zo wordt onder verwijzing naar een rapport van de Gezondheidsraad in Bijlage 3 bij de Aanwijzing verwoord, “als iemand aangeeft dat hij in het verleden een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt met een belangrijke persoonlijke betekenis, dat hij zich dit enkele jaren in het geheel niet heeft kunnen herinneren, maar dat de herinnering daarna geheel of gedeeltelijk toegankelijk is geworden en (nu) door hem als authentiek en betrouwbaar wordt ervaren”.

Anders dan de raadsman is het hof met de officier van justitie, de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat er sprake is van aspecten van hervonden herinneringen als bedoeld in de zin van voornoemde Aanwijzing. Zo is niet gebleken dat:

- de herinneringen van aangeefster lange tijd afwezig zijn geweest;

- tijdens het intakegesprek op 22 juni 2009 in de kern andere verwijten zijn geuit dan die in de aangifte van 24 februari 2011 naar voren zijn gekomen;

- de psychologische behandeling van aangeefster voor 2008 een aanvang heeft genomen.

De door de raadsman benoemde “red flags” leiden niet tot een ander oordeel. Zo was er geen sprake van een beschuldiging van seksueel misbruik na een echtscheiding, zoals bedoeld in de Aanwijzing “waarbij de ene ouder de andere beschuldigt en er problemen zijn in de omgangsregeling”. De beschuldiging van seksueel misbruik vond immers niet plaats na of tijdens de breuk tussen de moeder van [A] en de verdachte, maar was juist aanleiding voor die breuk, terwijl van problemen rondom een omgangsregeling geen sprake was. Voorts blijkt uit hetgeen hiervoor onder (i). is overwogen dat er naar het oordeel van het hof geen sprake is geweest van klaarblijkelijke aarzeling bij het openbaar ministerie om een vervolgingsbeslissing te nemen. Ten slotte vermag het hof in samenhang met het voorgaande niet in te zien in welke zin beweerdelijke gebeurtenissen met de externe harde schijf waarop al dan niet naaktfoto’s zouden hebben gestaan en de opmerking van de moeder van aangeefster dat aangeefster een behandeling onderging bij een therapeut gespecialiseerd in seksueel misbruik, tot een ander oordeel zouden dwingen.

Conclusie

Het hof stelt op grond van het vorenstaande vast dat niet in strijd met de Aanwijzing is gehandeld. Ook anderszins zijn het hof uit het onderzoek ter terechtzitting geen feiten of omstandigheden gebleken op grond waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat het openbaar ministerie zijn vervolgingsrecht heeft verspeeld. Het openbaar ministerie kan derhalve worden ontvangen in de strafvervolging van de verdachte.

Het verweer van de raadsman met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wordt in al zijn onderdelen verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht - op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen en -overwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2002 tot 18 september 2005 te Geertruidenberg, met [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende hij, verdachte, zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [A] geduwd/gebracht en de vagina en de borsten van die [A] betast en/of gestreeld;

2.
hij op tijdstippen in de periode van 18 september 2005 tot 31 december 2007 te Geertruidenberg en te Raamsdonksveer met [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende hij, verdachte, zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [A] geduwd/gebracht;

3.
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2006 tot en met 31 maart 2007 te Geertruidenberg afbeeldingen heeft vervaardigd van [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij die [A] die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [A] (geboren op [een datum in het jaar] 1993), waarbij door het camerastandpunt en/of de pose nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling);

4.
hij in de periode van 1 december 2006 tot 1 mei 2009 te Geertruidenberg en/of Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, althans in Nederland, een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en een film, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen en -overwegingen 1

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hieronder bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Ieder bewijsmiddel wordt, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit of die bewezen verklaarde feiten waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1 Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde

De aangifte van [A]

Op 24 februari 2011 heeft [A], geboren op [een datum in het jaar] 1993, aangifte gedaan van misbruik door de verdachte, haar stiefvader [naam van de verdachte]. Bij deze gelegenheid heeft zij naar aanleiding van vragen over dat misbruik het volgende verklaard.

“[Verbalisant]: Wanneer is [het] seksueel misbruik begonnen?
[[A]]: Toen ik een jaar of zes à zeven was. Ik weet niet meer precies.
[Verbalisant]: Hoe weet je dat dat op je 6e of 7e jaar is begonnen?
[[A]]: Omdat ik toen in een ander huis woonde.
[Verbalisant]: Waar woonde je toen?
[[A]]: [het adres 1] te Geertruidenberg. […]
[Verbalisant]: Hoe ben je op [het adres 1] terechtgekomen?
[[A]]: Mijn moeder had contact met hem gekregen en we zijn toen bij [naam van de verdachte] in gaan wonen. In 2000 zijn mijn moeder en [naam van de verdachte] getrouwd en een jaar daarvoor zijn we daar bij in gaan wonen. […]

[Verbalisant]: Wanneer is het seksueel misbruik gestopt?
[[A]]: Toen ik een jaar of 14 was.

[Verbalisant]: Vertel eens op wat voor manier het seksueel misbruik is begonnen?
[[A]]: Hij kwam elke keer in de douche als ik aan het douchen was.
[Verbalisant]: Hoe oud was je toen dat voor de eerste keer gebeurde?
[[A]]: Dat weet ik niet meer. Ik denk dat het nog voor hun trouwen was.
[Verbalisant]: Wat gebeurde er dan?
[[A]]: Toen niet veel. De eerste paar keren was het niks, dan kwam hij tandenpoetsen. Daarna wilde hij mij afdrogen en zo.
[Verbalisant]: Werd je ook door hem afgedroogd?
[[A]]: Ja. […] De eerste paar keer ging dat normaal, maar daarna niet. […] Dan zat hij aan me.
[Verbalisant]: En waar zat hij dan aan je?
[[A]]: Ja daar. Dat kan ik niet zeggen. […]
[Opmerking verbalisant]: Aangeefster begint te huilen.
[Verbalisant]: Als ik jou een tekening laat zien, kun je het daar dan wel op aanwijzen?
[[A]]: Ja.
[Opmerking verbalisant]: verbalisant [verbalisant 2] laat een tekening zien van een naakte man en een naakte vrouw. […] aangeefster tekent kruisjes op de tekening van de voorkant van de vrouw, zij tekent op beide borsten en op het kruis van de vrouw.
[Verbalisant]: Met wat raakte hij jou aan?
[[A]]: Eerste keren met de handdoek en daarna met zijn handen en vingers.
[Verbalisant]: Op wat voor manier zat hij met de handdoek aan de dingen die jij hebt aangewezen?
[[A]]: Gewoon afdrogen.
[Verbalisant]: En op wat voor manier met zijn handen, bij je borsten en kruis?
[[A]]: Toen ik zo jong [was], had ik nog niet zoveel, maar daar beneden met zijn vingers gewoon.
[Verbalisant]: Wat deed hij met die vingers?
[[A]]: Zo er in gaan. […] Daar beneden.
[Verbalisant]: Nu hebben mannetjes daar waar jij het kruis hebt gezet, een piemeltje en vrouwen een vagina. Waar zat hij dan met zijn vingers in?
[[A]]: De vagina. […]
[Verbalisant]: Hoe weet je dat hij met zijn vinger er in geweest is?
[[A]]: Omdat ik dat voel. […] Dat hij er in was, […] in mijn vagina.
[Verbalisant]: Hoe lang zat hij dan in je vagina?
[[A]]: Niet lang, want ik duwde hem gelijk weg. Dit was niet alleen de eerste keren zo, maar altijd wel. Ik duwde hem later ook weg, maar dan ging hij weer door en dan duwde ik hem weer weg.
[Verbalisant]: Is dit in de douche vaker gebeurd?
[[A]]: Ja, […] als mijn moeder en broer niet thuis waren, kwam hij de douche in. […]

[Verbalisant]: Wanneer is het begonnen dat hij met zijn vingers in jouw vagina is gegaan?
[[A]]: […] De eerste keren gebeurde er niets, zoals ik net gezegd heb, maar daarna wel. Het werd in de loop der tijd ook steeds erger. Hij begon me dan ook pijn te doen als ik me verzette tegen hem. […] Hij duwde dan mijn handen tegen elkaar, zodat ik hem niet tegen kon houden. […] Met een hand had hij mijn beide handen vast en met zijn andere hand deed hij hetzelfde als altijd. […]

[Verbalisant]: Zijn er nog andere dingen gebeurd in de doucheruimte?
[[A]]: Hij tilde mij dan op en dan hing ik ondersteboven. Hij ging met zijn mond dan naar onder.
[Opmerking verbalisant]: Aangeefster wijst de vagina aan.
[Verbalisant]: Wat deed hij met zijn mond?
[[A]]: Met zijn tong wat je daar doet. […] Aan de binnenzijde.

[Verbalisant]: Ik kom nog even terug op als hij de vinger in jouw vagina heeft. Wat deed hij met die vinger?
[[A]]: Ik duwde hem meestal weg. Hij vroeg aan mij: mag ik een keer. Ik had dan ook zoiets van: doe dan maar, dan was ik ervan af. […]

[Verbalisant]: Werd door [naam van de verdachte] altijd aan jou gevraagd of hij jou aan mocht raken?
[[A]]: Niet altijd, maar wel vaak. Als hij het gedaan had, was het ook klaar. Soms ook niet, dan ging hij toch door. Dan begon ik hem te slaan en dan werd hij kwaad en dan liep hij weg. […]

[Verbalisant]: Nu heb je ons gezegd dat er nog meer gebeurd is.
[[A]]: Als ik bij hen in bed lag, probeerde hij ook, maar dan duwde ik hem weg. Ook kwam hij bij mijn slaapkamer. ’s Morgens gebeurde het ook wel als mijn moeder al weg was. Het gebeurde ook op vakantie en als we bij zijn ouders waren.

[Verbalisant]: Hoe kwam het dat je bij hen in bed lag?
[[A]]: Ik was altijd bang voor natuurrampen. Bij ons in Geertruidenberg staat de Essent en ik was bang dat er dan wat zou gebeuren. Ik ging dan ’s nachts naar hun kamer om bij mama te liggen. Bij mama was nooit plek en dan ging ik aan zijn kant liggen.

[Verbalisant]: Waarom was er bij mama nooit plek?
[[A]]: Mama gebruikte de hele ruimte van haar bed of dan was er maar een klein stukje over.

[Verbalisant]: Wat gebeurde er dan?
[[A]]: Ik was al op hun slaapkamer. Ik zag dat ik dan niet aan de kant van mijn moeder kon liggen. [naam van de verdachte] was dan wakker en hij riep dan meestal dat ik aan zijn kant kon liggen. Ik deed dat dan. Hij probeerde het dan en dan ging ik maar weer weg.

[Verbalisant]: Wat probeerde hij dan?
[[A]]: Aan mij te zitten, bij mij.

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster wijst de vagina aan.

[Verbalisant]: Op wat voor manier zat hij aan jouw vagina?
[[A]]: Met zijn vingers en toen ging ik al weer weg. […]

[Verbalisant]: Hoe vaak is dat gebeurd?
[[A]]: Niet vaak, want ik merkte na de eerste keren dat er wat zou gebeuren. Ik bleef dan gewoon in bed liggen.

[Verbalisant]: Er zou ook op je eigen slaapkamer iets gebeurd zijn?
[[A]]: Wat hij in de douche ook deed.

[Verbalisant]: Waar in jouw slaapkamer vond dat plaats?
[[A]]: Op mijn bed.

[Verbalisant]: Probeer eens te omschrijven wat er precies is gebeurd.
[[A]]: Ik lag op bed en dan kwam hij ’s avonds of ’s ochtends naar mijn slaapkamer. Hij vroeg dan of hij een keer mocht. Ik liet het dan toe, want dan liet hij mij voor de rest van de nacht met rust.

[Verbalisant]: Waar werd je dan aangeraakt [A]?
[[A]]: Hier.

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster wijst de vagina aan. […]

[Verbalisant]: Je zei net dat hij hetzelfde deed als in de douche. Bedoel jij dan dat hij in jouw vagina is geweest met zijn vinger en dat hij jou gelikt heeft aan jouw vagina?
[[A]]: Alleen met zijn vinger. […] Ik had een hoog bed en dan ging hij zo met zijn hand onder de dekens.

[Verbalisant]: Hoe hoog was je bed?
[[A]]: Het was geen hoogslaper, maar een verhoogd bed, met kastjes eronder. De bovenkant van het matras kwam ongeveer bij zijn middel. Dat bed heb ik pas later gekregen, daarvoor weet ik niet hoe het ging. […] Ik weet niet meer wanneer ik dit bed heb gekregen, of dit al in het nieuwe huis was.

[Verbalisant]: Begrijp ik dan dat jullie zijn verhuisd in de tijd dat je bij [naam van de verdachte] woonde?
[[A]]: Ja, ik weet wel dat er in het oude huis dingen zijn gebeurd in de douche en met […] foto’s, maar ik weet niet wat er verder nog gebeurd is.

[Verbalisant]: Bedoel je met het oude huis, [het adres 1]?
[[A]]: Ja, we zijn vier jaar geleden verhuisd naar [het adres 2] in Raamsdonkveer. […]

[Verbalisant]: Begrijp ik het dan goed dat de dingen die je hebt beschreven in je hoge bed in je slaapkamer, dat die vier jaar geleden begonnen zijn?
[[A]]: Ja.

[Verbalisant]: Hoe vaak is dat gebeurd in jouw slaapkamer?
[[A]]: Zo goed als elke dag. […]

[Verbalisant]: […] Wat gebeurde er dan iedere dag?
[[A]]: Hetzelfde. Hij vroeg dan of het een keer mocht. Ik weet dan dat hij bedoelde dat hij met zijn vinger in mijn vagina mocht.

[Verbalisant]: Je hebt ook nog genoemd dat het op vakantie gebeurde.
[[A]]: We gingen alleen maar in de zomer weg.

[Verbalisant]: Vanaf welke leeftijd kun je het nog herinneren?
[[A]]: Ik denk dat ik een jaar of 10 was. Ik werd in die vakantie voor de eerste keer ongesteld en ik moest in die week veel overgeven. Vandaar dat ik weet dat het in die vakantie ook gebeurde. In die week deed hij het ook nog gewoon.

[Verbalisant]: Weet je nog waar jullie toen waren?
[[A]]: In de buurt van Assen, in het Hunzedaal volgens mij. […] In een huisje. […]

[Verbalisant]: Wat is er toen gebeurd?
[[A]]: Dat hij er in ging, zeg maar.

[Verbalisant]: Je bedoelt de vagina dan?
[[A]]: Ja. […]

[Verbalisant]: Hoe komt het dat je het nooit aan je moeder verteld hebt?
[[A]]: Hij dreigde dat hij mijn moeder of mijn broer iets aan zou doen. Ook zei hij dat hij dan met mij tegen een boom zou aanrijden, als ik bij hem in de auto zou zitten. […]

[Verbalisant]: Je hebt ook nog gezegd dat het bij zijn ouders gebeurd is?
[[A]]: Zijn ouders waren in de zomer altijd een paar weken op vakantie. Wij woonden daar vlakbij en wij verzorgden dan de tuin en de post en dat soort dingen. Hij vroeg dan of ik meeging.

[Verbalisant]: Wat gebeurde er dan?
[[A]]: Hetzelfde. Hij vroeg dan of het mocht en dat liet ik dan toe.

[Verbalisant]: Waar woonden die ouders toen?
[[A]]: Ik weet niet hoe die straat daar heet. […] Het is het gedeelte vlakbij onze straat toen. […]

[Verbalisant]: Begrijp ik het […] goed dat het bijna iedere dag gebeurde?
[[A]]: Ja, aan het eind wel, een jaar was dat zo. Van het begin kan ik me niet zo goed herinneren hoe vaak het gebeurde.” 2

Uit deze verklaring leidt het hof af dat het misbruik aanving in de woning aan de [het adres 1] te Geertruidenberg. [A] is toen, samen met haar moeder en haar broer, in deze woning van de verdachte gaan wonen. In 2007 zijn zij verhuisd naar de woning aan [het adres 2] in Raamsdonkveer. Daar is de verdachte [A] blijven misbruiken, totdat zij ongeveer 14 jaar oud werd. [A] heeft die leeftijd op [een datum in het jaar] 2007 bereikt.

Aan het misbruik in het oude huis, de woning in Geertruidenberg, zijn de herinneringen van [A] beperkt. Wel herinnert zij zich de gebeurtenissen die zich daar in de douche afspeelden. De verdachte heeft haar in die doucheruimte op meerdere dagen betast aan de borsten en de vagina, en hij is toen ook op meerdere dagen met zijn vinger in haar vagina gegaan. Ook heeft hij daar zijn tong in haar vagina gebracht. Ten aanzien van dit onderdeel - een van de verwijten die de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd - zal echter een vrijspraak moeten volgen. Weliswaar acht het hof bewezen dat dit in de woning in Geertruidenberg heeft plaatsgevonden, maar het bewijs schiet er voor tekort om te kunnen vaststellen of dit heeft plaatsgevonden voor of nadat [A] 12 jaar oud is geworden en daarmee of dit verwijt onder 1 of onder 2 zou moeten worden bewezen verklaard.

[A] herinnert zich voorts de gebeurtenissen in de slaapkamer van de verdachte en haar moeder. Zij koppelt daaraan een angst voor een ramp bij het energiebedrijf Essent dat in Geertruidenberg is gevestigd. Op die slaapkamer is het niet meer dan een paar keer gebeurd; het misbruik ging dan niet verder dan het betasten van haar vagina, omdat [A] dan gauw weer vertrok naar haar eigen kamer.

Het misbruik heeft ook plaatsgevonden in de woning van de ouders van de verdachte, wanneer zij met vakantie waren. De ouders van de verdachte woonden in Geertruidenberg.3

Aan het misbruik in het nieuwe huis, het huis in Raamsdonksveer, heeft [A] meer herinneringen. Een jaar lang is zij bijna dagelijks misbruikt. Het misbruik vond in die periode vooral plaats op haar slaapkamer, op de momenten dat zij in haar halfhoge bed lag. Daar deed hij hetzelfde als datgene dat hij in het vorige huis in de douche deed, met uitzondering van het binnendringen met de tong. Wel ging hij steeds met zijn hand onder de dekens om vervolgens met zijn vinger haar vagina binnen te dringen.

De verklaringen van de verdachte

De verdachte heeft op 2 juli 2012 tijdens zijn eerste politieverhoor het volgende verklaard.

“[Verbalisant]: Tijdens je aanhouding is je verteld dat jij bent aangehouden omdat je verdacht wordt van ontucht met een minderjarige onder de 12 jaar, gepleegd rond 1999/2000 tot en met 2007. […] Hoe gaat het nu met je, nu je hier zit?
[Verdachte]: Slecht.
[Verbalisant]: Wat bedoel je met slecht?
[Verdachte]: Onzeker, geen flauw idee hoe die aanklacht tot stand is gekomen. Daar heb ik al afspraken over gemaakt. […]

[Verbalisant]: Wanneer bent u met [[B]] gaan samenwonen?
[Verdachte]: […] Ik denk eind 1999. We zijn in oktober 2000 getrouwd.
[Verbalisant]: Waar bent u toen gaan samenwonen?
[Verdachte]: In het huis in Geertruidenberg, waar ik al woonde. […] [het adres 1].
[Verbalisant]: Met wie ging je daar wonen, toen [B] erbij kwamen?
[Verdachte]: Zij en de kinderen, [C] en [A]. […]
[Verbalisant]: Nadat jullie in Geertruidenberg hebben gewoond, […] bent u verhuisd naar Raamsdonksveer.
[Verdachte]: Ja dat klopt, dat was in 2007. Met de kinderen […].
[Verbalisant]: Welk adres was dat?
[Verdachte]: [het adres 2]. […]

[Verbalisant]: Je had het net […] over ‘dat er afspraken waren met [B], bij de scheiding’. Hoe bedoelde u dat?
[Verdachte]: Je wilde weten wat de oorzaak van mijn scheiding [was]. Toen hebben we ook gezegd dat we het voor ons zelf zouden houden. Nu komt er toch ineens een aangifte en word ik ermee geconfronteerd. […] Met die advocaat van de scheiding hadden we ook afgesproken dat wanneer het een probleem zou worden voor [A], we het er dan over zouden hebben. En nu ineens een aangifte. […]
[Verbalisant]: Wat heeft u dan met uw scheidingsadvocaat besproken?
[Verdachte]: Hij heeft me dingen gezegd, op het moment dat dit naar buiten zou komen dat je daar straf voor zou krijgen […]. Dat je dan zou voorkomen om strafrechtelijk een strafblad te krijgen.
[Verbalisant]: Begrijp ik uit dit verhaal dat er wel iets is gebeurd, aangezien je het hebt over een straf en een strafblad en dergelijke?
[Verdachte]: Ja. Dit is bespreekbaar gemaakt bij de advocaat.
[Verbalisant]: Wat is ‘dit’?
[Verdachte]: Wat een oplossing kan zijn voor dit probleem.
[Verbalisant]: Wat bedoel je met ‘dit probleem’?
[Verdachte]: Dat er iets is gebeurd tussen [A] en mij.” 4

De verdachte heeft later die dag tijdens zijn tweede verhoor het volgende verklaard.

“[Verbalisant]: Hoe ging het met douchen/badderen [met de kinderen]? […]
[Verdachte]: Ze deden eigenlijk alles zelf. Soms vroegen ze wel om een handdoek of zo. […]
[Verbalisant]: Maar hoe gaat dat dan. Er wordt geroepen, u gaat naar binnen en legt het klaar, of…
[Verdachte]: […] Ik wil daar geen antwoord op geven. […] Het ligt te gevoelig.

[Verbalisant]: […] Wat voor bed heeft [A]?
[Verdachte]: Een kajuit bed. Dat is een hoger bed met een kast eronder. […] Ongeveer 80/85 centimeter hoog. Later had ze een tweepersoonsbed, dat was echt op het laatst. Toen had ze een vriend. Dat kajuitbed hebben we nog verkocht.
[Verbalisant]: Hoe oud was ze dan, op het laatst toen ze een vriend had?
[Verdachte]: 14 jaar denk ik.

[Verbalisant]: We willen toch terug gaan naar de badkamer. Je zegt dat dit gevoelig ligt. Vertel eens.
[Verdachte]: Daar wil ik niet over praten. […] Ik denk dat daar ook een stuk bij de psycholoog ligt. […]
[Verbalisant]: Hoe bedoel je ‘dat ligt bij de psycholoog’?
[Verdachte]: Dat zijn de dingen waar ook over is gesproken bij de psycholoog. […]

[Verbalisant]: We komen nu weer uit op hetgeen jij ‘probleem’ noemt. Daar zitten we nu voor, dat […] verhaal dat in uw geheugen zit. Vertel daar nu eens over?
[Verdachte]: […] [A] heeft nu een verhaal. […] Er is aangifte gedaan en er is iets tussen mij en [A] gebeurd [dat] waarschijnlijk in grote lijnen overeenkomt met wat zij zegt.” 5

De verdachte heeft op 4 juli 2012, tijdens het vierde politieverhoor, het volgende verklaard.

“[Verbalisant]: Je moeder is gehoord. Zij verklaarde dat zij gehoord heeft dat jij seksueel misbruik hebt gepleegd met [A]. […]
[Verdachte]: Ja tuurlijk heeft ze dat gehoord. Dat heeft ze ook van mij gehoord. […] Dat is de reden van onze scheiding. […]

[Verbalisant]: U had een brief geschreven naar [B]. […] U heeft het erover dat u het als een zware last moet meedragen, in de brief. Wat bedoelt u hiermee?
[Verdachte]: Dat het voor mij geen zin had om verder te leven. Dat ik mij wel degelijk bewust van was dat het fout was, dat dit niet in deze maatschappij geaccepteerd zou worden. […]
[Verbalisant]: Begrijp ik hieruit dat u weet dat het fout is, wat u met [A] heeft gedaan?
[Verdachte]: Uiteraard.
[Verbalisant]: Weet u ook dat het strafbaar is.
[Verdachte]: Natuurlijk.
[Verbalisant]: U schrijft in de brief ‘sorry [B], sorry [C] en zeker sorry [A]’. Hoezo schrijft u dat?
[Verdachte]: Omdat ook hun levens daarmee verwoest zijn. […]
[Verbalisant]: Wij laten u nu een kopie van de brief zien.
[Opmerking verbalisant]: Verdachte wordt emotioneel en begint te huilen. […]
[Verbalisant]: Heeft u deze brief ook geschreven?
[Verdachte]: Uiteraard. […]

[Verbalisant]: We hadden het net over een grens overschrijden. Vindt u dat u dat heeft gedaan?
[Verdachte]: Uiteraard.
[Verbalisant]: En op welke manier dan?
[Verdachte]: Ja handelingen verrichten die absoluut niet toelaatbaar zijn, die nooit hadden moeten gebeuren en waarvoor ik mezelf nu schaam. Dat heb ik ook in de brief geschreven. […]

[Verbalisant]: We beëindigen dit verhoor. Hoe vond u het om te horen wat [A] heeft verklaard?
[Verdachte]: Dapper. Ze zal het toch met haar eigen woorden hebben moeten omschrijven, dat zal wel moeilijk geweest zijn.” 6

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 28 april 2015 het volgende verklaard.

“Mij wordt voorgehouden dat [A] heeft verklaard dat zij over de seksuele handelingen tussen ons niets mocht zeggen, omdat ik al dan niet samen met haar tegen een boom zou rijden. Ja, dat weet ik nog wel. Dat klopt.” 7

Evenals de officier van justitie, de rechtbank en de advocaat-generaal kan het hof deze verklaringen van de verdachte niet anders zien dan als een erkenning van de gebeurtenissen die [A] in haar aangifte heeft omschreven. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep weliswaar verklaard dat de in de aangifte omschreven gebeurtenissen volgens hem deels waar en deels niet waar zijn, maar hij heeft aan die verklaring geen relevante invulling gegeven, zodat het hof daaraan voorbijgaat.

2 Ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezen verklaarde

De aangifte van [A]

heeft bij gelegenheid van haar aangifte verklaard dat de verdachte in het oude huis - derhalve de woning in Geertruidenberg - naaktfoto’s van haar heeft gemaakt. Haar verklaring houdt op dit punt het volgende in.

[Verbalisant] Je vertelde dat er in het oude huis ook met die foto’s was. Wat kun je daarover vertellen?
[[A]]: Ik weet niet meer hoe. Hij wilde foto’s hebben. […] Naaktfoto’s.

[Verbalisant]: Dat werd zo door hem gevraagd?
[[A]]: Ja, dat was nog in het oude huis.

[Verbalisant]: En wat heb jij daarop geantwoord?
[[A]]: Nee.

[Verbalisant]: Hoe kon het toch zo ver komen?
[[A]]: Hij begon weer te dreigen dat hij mijn moeder, mij of mijn broer nog iets zou aandoen. […] Ik zei toen: Okay dan, 1 keer.

[Verbalisant]: En dan, waar waren jullie?
[[A]]: Op zolder. […]

[Verbalisant]: Wat is er te zien op de foto’s?
[[A]]: […] Ik moest allerlei dingen doen. Ik zat daar, ik lag daar. Mijn hoofd zou er niet opkomen, zei hij. […]

[Verbalisant]: Wat moest je doen?
[[A]]: Mijn vagina openhouden.

[Verbalisant]: Waar was je dan?
[[A]]: Ik zat op de grond.

[Verbalisant]: Wat lag er op de grond?
[[A]]: Donkere vloerbedekking. […]

[Verbalisant]: Waarmee heeft hij die foto’s gemaakt?
[[A]]: Een digitale camera. […] Groot en zwart, met een uitschuifbare lens. […]

[[A]]: De laptop [crashte] en toen wilde hij het nog een keer doen. Ik wilde dat niet en dat is toen niet gebeurd. Dit was in het nieuwe huis.” 8

Nadere verklaring van aangeefster [A]

Op 11 juli 2012 heeft [A] een nadere verklaring afgelegd. Die verklaring luidt onder meer als volgt.

“[Verbalisant]: Je vertelde dat op de zolder foto’s van jou gemaakt zijn door [naam van de verdachte]. […] Waarvan maakte hij bij jou foto’s?
[[A]]: Van alles, ik had tegen hem gezegd dat hij nooit van mijn hoofd foto’s mocht maken, als het goed is heeft hij dit ook niet gedaan.

[Verbalisant]: Wat bedoel je met van alles?
[[A]]: Dit vind ik moeilijk.

[Verbalisant]: Kun je het woord opschrijven?

[[A]]: Ja.

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster schrijft het op.

[Verbalisant]: Dus jij schrijft op dat hij foto’s heeft gemaakt van jouw borsten en van jouw vagina. Klopt dat?

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster knikt ja en bedoelt daarmee dat het klopt.

[Verbalisant]: Toen hij foto’s maakte van jouw borsten en van jouw vagina, welke poses moest je aannemen?
[[A]]: Staan volgens mij niet, maar wel zitten en liggen.

[Verbalisant]: Op het moment dat hij die foto’s van jou maakte, wat had jij toen aan?

[[A]]: Niks.

[Verbalisant]: Hoe vaak heeft hij foto’s van jou gemaakt?

[[A]]: Volgens mij drie keer.

[Verbalisant]: Op drie verschillende momenten?

[[A]]: Ja. […]

[Verbalisant]: Waarvan zijn die drie keer de foto’s gemaakt?

[[A]]: Van wat ik zojuist heb opgeschreven, van mijn borsten en mijn vagina.

[Verbalisant]: We gaan deze drie keer opsplitsen. We hebben foto’s aangetroffen en daar hebben we een paar vragen over. We moeten wel weten of jij dit wel bent. We beginnen bij de eerste keer. Waar zijn toen de foto’s gemaakt?

[[A]]: Op de zolder. […]

[Verbalisant]: Weet je wanneer dit moet zijn geweest?

[[A]]: […] Dit was nog voor wij verhuisden naar Raamsdonksveer. Het was nog in het oude huis in Geertruidenberg. Toen was zijn laptop gecrasht en wilde hij nieuwe foto’s. De computer was in het oude huis nog gecrasht. Toen we in ons nieuwe huis in Raamsdonksveer woonden, wilde hij weer nieuwe naaktfoto’s hebben, omdat zijn laptop gecrasht was, maar die heeft hij nooit gekregen.

[Verbalisant]: Hij maakte toen foto’s van de vagina en borsten vertelde je. Je vertelde dat je moest zitten en liggen. Wat moest je de eerste keer doen?

[[A]]: Zitten en liggen. […] Ik moest op de grond gaan zitten en mijn benen wijd doen, zodat hij alles goed kon zien.

[Verbalisant]: Met alles bedoel je dan?

[[A]]: Dat wat ik net heb opgeschreven.

[Verbalisant]: Je bedoelt je vagina en je borsten.

[[A]]: Ja.

[Verbalisant]: Je zegt dat je met je billen op de grond moest zitten, waar waren je handen?

[[A]]: Soms op mijn benen en soms bij wat ik net heb opgeschreven om hem open te houden zodat hij goed naar binnen kon kijken.

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster wijst het woord vagina aan.

[Verbalisant]: Daarvan maakte hij dan foto’s?

[[A]]: Ja, dit was soms van dichtbij, of verderaf.

[Verbalisant]: Hij heeft foto’s genomen van jouw borsten en van je vagina?

[[A]]: Het was meestal van mijn vagina, maar als ik lag dan zag je alles.

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster wees het woord vagina aan.

[Verbalisant]: En als je lag, hoe ging dat dan?

[[A]]: Een soort fotomodel pose, hiermee bedoel ik dat ik op mijn zij lag. Ik moest ook wel eens op mijn rug liggen. Dan moest ik hetzelfde doen als ik zat, ik moest mijn benen wijd doen. Ik moest met mijn vingers mijn vagina openhouden. […]

[Verbalisant]: Hoe ging het de drie keren?

[[A]]: Het ging alle drie de keren ongeveer hetzelfde.

[Verbalisant]: Hoeveel tijd zat er tussen die drie keren.

[[A]]: Die drie keren zijn in twee jaar tijd gebeurd. […]

[Verbalisant]: Toen de foto’s gemaakt werden, wat droeg jij toen voor ondergoed?

[[A]]: Gewoon slipjes, geen strings of boxers. Ik droeg wel hemdjes. Ik weet niet of ik BH-tjes droeg. Dat moet eigenlijk wel want ik had toen al borstvorming.

[Verbalisant]: Ben jij er aan toe om een foto van jezelf in ondergoed te zien?

[[A]]: Ja, kom maar op.

[Opmerking verbalisant]: Foto van een meisje in ondergoed wordt aan aangeefster getoond (foto 4).

[[A]]: Ja, dit ben ik. Dit was in mijn eigen slaapkamer met dolfijnenbehang. […]

[Verbalisant]: Op de foto is te zien dat je drie moedervlekjes op de linkerzijde van je buik hebt.
[[A]]: Ik ken niet al mijn vlekjes, ik wil ze wel laten zien.

[Opmerking verbalisant]: Aangeefster laat het linkergedeelte van haar buik zien en daar zijn ook de drie moedervlekjes op exact dezelfde plek te zien.

[Verbalisant]: Wij laten nog een foto zien waar iemand op staat die geen kleding aan heeft (foto 1).

[[A]]: Dit ben ik.” 9

Inbeslagneming en onderzoek harde schijf van het merk Western Digital

Op 24 februari 2011 is de harde schijf door de politie in beslag genomen.10Bij nader onderzoek aan die harde schijf werd vastgesteld dat er in totaal 30 kinderpornografische afbeeldingen van aangeefster zouden kunnen zijn. Het betreft 15 unieke afbeeldingen die allemaal dubbel op het in beslag genomen goed staan. 12 van deze unieke afbeeldingen zijn close-up afbeeldingen van de vagina en/of de anus. De vagina en de anus zijn goed in beeld, omdat de persoon de benen uit elkaar heeft of ogenschijnlijk voorover gebukt staat.11

Bij het verhoor op 11 juli 2012 is vastgesteld dat aangeefster een moedervlek in haar hals heeft, drie moedervlekken onder elkaar aan de linker zijde van haar buik, een gekleurde vlek op haar linker bovenbeen en een gekleurde vlek op haar rechter bovenbeen. De politie heeft vastgesteld dat deze lichaamskenmerken overeenkomen met de kenmerken van 8 van de afbeeldingen die op de harde schijf stonden, aangeduid als foto 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 15. 12

Uit onderzoek bleek ten slotte dat de eerste foto op 9 december 2006 is gemaakt en de laatste op 3 maart 2007 en dat de onderzochte foto’s gemaakt zijn met een camera van het merk Sony, model Cybershot. De foto’s werden aangetroffen in de directory ‘foto’s [naam van de verdachte]/Rommelmap/Iedereen/[bijnaam van de verdachte]. 13

Verklaring van de verdachte

De verdachte heeft hierover op 13 juli 2012, tijdens zijn vijfde politieverhoor, het volgende verklaard.

“[Verbalisant]: Wat voor fototoestel had je?
[Verdachte]: Een digitale. […] Volgens mij een Sony DSC camera, een standaard full-automatische camera. […]
[Verbalisant]: Welke kleur had die camera?
[Verdachte]: Ik dacht zwart. […]

[Verbalisant]: Waar heb je die foto’s?
[Verdachte]: […] Die heeft de recherche. […] Vroeger had je een fotoalbum. Tegenwoordig is dat niet meer. Als er dan iets crasht, ben je het kwijt. Daarom maak ik 2 of 3 back-ups. […]

[Verbalisant]: Op welke manier back-up je, hoe doe je dat?
[Verdachte]: Op een camera zit een kaartje met foto’s. Deze zet je op de computer. Het is van belang om een back-up te maken op […] een losse externe harde schijf. Ik maak van alles wel een back-up. […]

[Verbalisant]: Hoeveel externe harde schijven hebben ze uiteindelijk meegenomen?
[Verdachte]: […] Drie. De eerste is van het merk ‘MyCom’ (500G). De andere twee zijn van het merk ‘Western Digital’. […]

[Verbalisant]: Als ik het goed begrijp, heb je een harde schijf. Die begint met een map foto’s, films en muziek.
[Verdachte]: Ja, of ‘[naam van de verdachte]’. […]
[Verbalisant]: Wie is ‘[bijnaam van de verdachte]’?
[Verdachte]: Ik. Ik heet overal [bijnaam van de verdachte].
[Verbalisant]: Ook in de computer?
[Verdachte]: Ja, of [naam van de verdachte]. Als je ‘[bijnaam van de verdachte]’ tegenkomt, dan ben ik het. […]

[Verbalisant]: Nu zegt [B] dat ze een externe schijf via jouw familie heeft teruggekregen. […] Dat zou een externe harde schijf, ‘Western Digital’, zijn. […] Deze schijf is door ons onderzocht, waarbij wij foto’s hebben aangetroffen van [A]. En hiermee bedoelen we niet de vakantiefoto’s, maar andere foto’s. […] Het baart mij zorgen dat er bij deze foto’s een mapomschrijving staat waarin jouw naam, maar ook zeker de naam van een oud-collega wordt genoemd. […] Ik vind dit wel een ernstige zaak, waarbij ik zelf misschien wel een reden invul. Dat wil ik niet, maar het heeft wel een groot vraagteken. Ik hoop dat jij dit vraagteken wilt invullen.
[Verdachte]: Dat kan ik. Ik kan er alleen over zeggen dat er niets naar buiten is gegaan.
[Verbalisant]: Daar zit inderdaad wel mijn zorg.
[Verdachte]: Nee, dit is een collega waarvan ik iets heb ontvangen.
[Verbalisanten]: Nu hebben wij foto’s van [A] gevonden, maar ook andere foto’s waarvan wij weten dat die van internet komen en niet zelf gemaakt zijn. Bedoel je dat?
[Verdachte]: Ja.” 14

De verdachte heeft tijdens het op 13 augustus 2012 gehouden politieverhoor nog het volgende verklaard.

“[Verbalisant]: Vanaf wanneer heb je [de] externe harde schijven in bezit?

[Verdachte]: Die MyCom al lang […].” 15

Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat een ander dan de verdachte de foto’s op deze harde schijf zouden hebben geplaatst. Het verweer van de verdediging dat het fotobestand gemanipuleerd zou zijn wordt dan ook verworpen.

Inbeslagneming en onderzoek harddisk van het merk MyCom

Op 2 juli 2012 is een harddisk van het merk MyCom van de verdachte in beslag genomen. Deze harddisk werd in de kast onder de trap in de woning van verdachte aangetroffen.16 De harddisk is nader onderzocht en uit dit onderzoek kwam naar voren dat op deze harddisk 84 afbeeldingen en een film stonden, die volgens de criteria kinderpornografisch zijn. De afbeeldingen bevatten de volgende elementen: het oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een minderjarige, het oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een minderjarige, het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een minderjarige, het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een (ander) persoon door een minderjarige en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van minderjarigen. De afbeeldingen en de film werden aangetroffen in de directory waarin de naam [naam van de verdachte] voor komt. Het bestand van de film werd aangemaakt op 1 december 2006, werd gewijzigd op 2 december 2006 en is het laatst geopend op 15 juli 2007. 17

Ook ten aanzien hiervan is het hof met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat de aangetroffen afbeeldingen het gevolg zijn van het overnemen van de files door een geïnfecteerde harddisk bij de reparatie van de computer in China.

Naar het oordeel van het hof kan het niet anders zijn dan dat de verdachte de afbeeldingen zelf op de harddisk heeft opgeslagen, nu in de directory ook de door de verdachte gemaakte en hiervoor beschreven foto’s van [A] staan. Het verweer van de verdediging wordt daarom verworpen.

Ambtshalve overweegt het hof dat het bewijs er voor tekort schiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte de afbeeldingen en de film reeds op 1 januari 2004 in zijn bezit heeft gehad, zoals de rechtbank bewezen heeft verklaard. Uit de omstandigheden dat het bestand van de film is aangemaakt op 1 december 2006, dat de verdachte in die periode ook is begonnen met het vervaardigen van kinderporno en dat de verdachte naar eigen zeggen de harde schijf waarop de afbeeldingen en film waren opgeslagen “al lang” in zijn bezit had, moet het er naar het oordeel van het hof voor worden gehouden dat hij deze kinderporno in elk geval vanaf 1 december 2006 in zijn bezit heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde is eveneens als misdrijf voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Naast het in bezit hebben van kinderporno, is bewezen verklaard dat de verdachte zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn stiefdochter [A]. Dat is begonnen toen zij nog geen 12 jaar oud was. De seksuele handelingen van de verdachte bestonden, onder meer uit het binnendringen van haar lichaam met de vinger. De verdachte heeft ook naaktfoto’s van haar gemaakt die als kinderpornografisch moeten worden aangemerkt.

De verdachte heeft er ter terechtzitting in hoger beroep voor gekozen geen volledige openheid van zaken te geven. Integendeel, de verdachte heeft het verwijt proberen te relativeren (“de in de aangifte omschreven gebeurtenissen zijn deels waar en deels niet waar”) , maar heeft daarover verder vrijwel geen uitleg gegeven.

De verdachte heeft klaarblijkelijk niet het inzicht gehad om de afgelopen periode te benutten om hulp te zoeken, bijvoorbeeld door in therapie te gaan. Integendeel, de verdachte heeft verklaard afgezonderd te leven. Hij woont bij zijn ouders, tuiniert af en toe, maar is verder zoveel mogelijk binnen. Daarom zou volgens hem met het opleggen van een gevangenisstraf aan zijn situatie niet zo veel veranderen, maar zou daardoor vooral zijn omgeving worden gestraft. Dat acht het hof niet alleen ongeloofwaardig, maar bovendien - en dat is belangrijker - verzet de ernst van het bewezen verklaarde zich tegen een andere of lichtere straf dan een vrijheidsbenemende straf van langere duur. Dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, maakt dat voor het hof niet anders.

Het straftoemetingsverweer van de raadsman kan dan ook niet slagen. Met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf of leerstraf, kan in dit geval niet worden volstaan.

Ook het verweer dat de redelijke termijn is geschonden faalt. Anders dan de raadsman meent, is het beginpunt van die termijn niet de datum van het eerste intakegesprek, maar de datum waarop de verdachte is aangehouden. Dat was op 2 juli 2012. De rechtbank heeft vervolgens op 12 maart 2014 - en aldus binnen de redelijke termijn van 2 jaren - uitspraak gedaan.

Ook langs de lijn van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is er geen reden voor strafmatiging. Het hof verwijst in dit verband naar hetgeen is overwogen in het kader van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en voegt daaraan toe dat zich ook overigens geen onregelmatigheden hebben voorgedaan die tot vermindering van de straf zouden moeten leiden.

Anderzijds ziet het hof, anders dan de advocaat-generaal, onvoldoende redenen om over te gaan tot een hogere bestraffing dan de rechtbank. Het hof heeft vergelijkbare gevallen in aanmerking genomen en is tot de conclusie gekomen dat de straf van de rechtbank in dit geval het meest passend is. Het hof zal de verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen bestond ter terechtzitting in hoger beroep geen verdeeldheid. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat overeenkomstig de beslissingen van de rechtbank zal worden beslist en de raadsman heeft zich daarbij aangesloten met een kanttekening, namelijk dat op de gegevensdragers aanwezige familiefoto’s aan de verdachte zullen worden teruggegeven.

Het hof komt tot grotendeels dezelfde beslissingen als de rechtbank. Een uitzondering betreft de usb-stick. Anders dan de rechtbank, de advocaat-generaal en de raadsman, ziet het hof geen strafvorderlijk belang dat zich tegen teruggave daarvan aan de verdachte verzet. Daarom zal van de usb-stick de teruggave aan de verdachte worden gelast.

De harddisc van het merk Western Digital en de harddisc van het merk MyCom zullen wel moeten worden onttrokken aan het verkeer, nu daarop de onder 3 en 4 bewezen verklaarde kinderporno stond. In reactie op het standpunt van de raadsman ten aanzien van de familiefoto’s die aanwezig zouden zijn op de te onttrekken gegevensdragers, beslist het hof dat eventueel ‘onbesproken’ persoonlijk fotomateriaal dat zonder bezwaar kan worden teruggegeven aan de verdachte, van deze gegevensdragers zal worden gekopieerd en aan de verdachte zal worden teruggegeven.

Ten aanzien van het verbeurd te verklaren voorwerp merkt het hof op dat het daarbij, evenals de rechtbank, rekening heeft gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [A] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 12.500,-- vermeerderd met de wettelijke rente. Bij vonnis waarvan beroep is deze vordering volledig toegewezen, met dien verstande dat is beslist dat de wettelijke rente ingaat op 1 januari 2002.

De verdediging heeft zich ten aanzien van deze vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Anders dan de rechtbank zal het hof de wettelijke rente echter niet laten ingaan op de eerste dag van de bewezen verklaarde periode, maar op de laatste dag.

De verdachte is tot vergoeding van de gevorderde schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding daarnaast aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;

verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dat als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een videocamera;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een harddisc van het merk Western Digital en een harddisc van het merk MyCom, met dien verstande dat eventueel ‘onbesproken’ persoonlijk fotomateriaal dat zonder bezwaar kan worden teruggegeven aan de verdachte, van deze te onttrekken gegevensdragers zal worden gekopieerd en aan de verdachte zal worden teruggegeven;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de computer en de usb-stick;

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [A] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 12.500,00 (twaalfduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007 tot en met de dag der voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [A], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 12.500,00 (twaalfduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007 tot en met de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 97 (zevenennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,

mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. P.M. Frielink raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.P. Verhaegh, griffier,

en op 12 mei 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 In de hieronder opgenomen bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar het proces-verbaal van de regiopolitie Midden en West Brabant, District Breda, Team Zeden Breda, registratienummer PL205A 2009102290, op ambtseed opgemaakt en gesloten d.d. 3 september 2012 door [verbalisant 2], brigadier van politie en bevoegd zedenrechercheur, bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften, aantal doorgenummerde bladzijden 1 t/m 361.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 24 februari 2011, pagina 27 tot en met 37.

3 Proces-verbaal van verhoor pagina 61 en volgende.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 juli 2012, pagina 105, 109 en 114.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 juli 2012, pagina121 t/m 123. In dit proces-verbaal is kennelijk abusievelijk vermeld dat het verhoor op 29 juni 2012 heeft plaatsgevonden. Dat moet een misslag zijn geweest, nu in dat proces-verbaal wordt teruggegrepen op het eerste verhoor dat op 2 juli 2012 heeft plaatsgevonden.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 juli 2012, pagina 133 t/m 136 en 144.

7 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 28 april 2015, zoals eventueel later (indien tegen dit arrest cassatie zal worden ingesteld) in het proces-verbaal van deze terechtzitting zal worden weergegeven.

8 Proces-verbaal van aangifte d.d. 24 februari 2011, pagina 37 tot en met 40.

9 Proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d.11 juli 2012, pagina 80 t/m 83.

10 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 328.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 182 tot en met 185; proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina’s 216 tot en met 218.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 184 en 185.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 260 en 268 tot en met 277.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 juli 2012, pagina 152, 154 t/m 158.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 augustus 2012, pagina 166.

16 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 310.

17 Proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed, pagina’s 332, 334 en 338 tot en met 341 en 346.