Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:1354

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-04-2015
Datum publicatie
16-04-2015
Zaaknummer
HD200.161.077_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:10057
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 705 Rv; opheffing conservatoir beslag. Een door de beslagene aangeboden bankgarantie naar het model van de Nederlandse Vereniging van Banken, die eerst kan worden ingeroepen in geval van een toewijzende uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan, biedt voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv. De stelling van de beslaglegger dat hij in een ongunstiger situatie komt te verkeren omdat een beslag reeds kan worden uitgewonnen zodra een toewijzende uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, wordt verworpen. Tegenover de omstandigheid dat de bankgarantie niet kan worden ingeroepen als een toewijzende uitspraak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, staat dat een bankgarantie in andere opzichten méér zekerheid biedt dan een conservatoir beslag. Al met al is van een ongunstiger situatie geen (althans niet zonder meer) sprake.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 705
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/255
JOR 2016/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.161.077/01

arrest van 14 april 2015

in de zaak van

[appellante] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

appellante,

hierna aan te duiden als: [appellante],

advocaat: mr. Y.J.P. Janssen te [vestigingsplaats 5],

tegen

Gesitrans B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als: Gesitrans,

advocaat: mr. V.I.F. Diederen te Maastricht,

op het bij exploot van dagvaarding van 2 december 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 21 november 2014, gewezen tussen [appellante] als eiseres en Gesitrans als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/197044/KG ZA 14-562)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep houdende één grief;

  • -

    de memorie van antwoord;

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

Gesitrans, die zich op het standpunt stelt dat zij een vordering op [appellante] heeft ter grootte van € 31.072,80 wegens in opdracht van [appellante] verrichte maar door deze onbetaald gelaten transporten, heeft met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, ten laste van [appellante] conservatoir derdenbeslag doen leggen onder [Champignons] Champignons BV te [vestigingsplaats 3], The Greenery BV te [vestigingsplaats 4], [crediteur] BV te [vestigingsplaats 5] en FreshChamp BV te [vestigingsplaats 6] op alle gelden en geldswaarden die deze vennootschappen onder zich hebben en/of zullen verkrijgen dan wel verschuldigd zullen zijn en/of zullen worden aan [appellante].

3.2.

[appellante] vordert - na wijziging van eis bij akte van 14 november 2014 - opheffing van de gelegde beslagen (al dan niet) onder de opschortende voorwaarde dat door haar een bankgarantie ten gunste van Gesitrans wordt gesteld naar het model 08-11 van de Nederlandse Vereniging van [Champignons] "Beslaggarantie NVB 1999 (binnenlandse markt)", bijlage 8 bij genoemde akte, zulks voor een bedrag van € 39.000,-. In artikel 2 van dat model is bepaald, kort gezegd, dat de bank tot voldoening van de vordering overgaat zodra een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke dan wel arbitrale uitspraak wordt overgelegd waarbij de vordering is toegewezen (de bank betaalt in geval van een procedure op tegenspraak eerst uit nadat de wettelijke termijn voor verzet, hoger beroep of cassatie is verstreken en niet binnen die termijn hoger beroep of cassatie is ingesteld). Volgens [appellante] is deze bankgarantie in het handelsverkeer gebruikelijk en vormt deze voldoende zekerheid voor de vordering van Gesitrans, zodat het beslag ingevolge artikel 705 lid 2 Rv dient te worden opgeheven. Omdat het gelegde beslag volgens [appellante] doel heeft getroffen tot een bedrag van € 435.806,13 dreigt zij in acute liquiditeitsproblemen te komen en heeft zij groot belang bij opheffing van de beslagen, aldus [appellante].

3.3.

Gesitrans voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat zij met de aangeboden bankgarantie geen genoegen hoeft te nemen. Zij heeft belang bij zekerheid die kan worden uitgewonnen reeds zodra een toewijzend vonnis is gewezen dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zoals het geval is bij het gelegde beslag.

3.4.

Bij het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter de vordering van [appellante] afgewezen. Ten aanzien van de onder [Champignons] Champignons BV, The Greenery BV en [crediteur] BV gelegde beslagen heeft de voorzieningenrechter daartoe overwogen dat tussen partijen vaststaat dat die beslagen geen doel hebben getroffen en dat conservatoire beslagen die geen doel hebben getroffen niet kunnen worden opgeheven. Nu hiertegen geen grief is gericht gaat ook het hof hiervan uit.

3.5.

Ten aanzien van het onder FreshCamp BV gelegde beslag heeft de voorzieningenrechter overwogen dat Gesitrans de mogelijkheid moet hebben om reeds nadat een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is gewezen waarbij haar vordering is toegewezen, tot tenuitvoerlegging van dat vonnis over te gaan en de bankgarantie in te roepen. Die mogelijkheid heeft Gesitrans niet als zij de door [appellante] aangeboden bankgarantie zou moeten aanvaarden. Als Gesitrans moet wachten totdat een rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, hetgeen bij het aanwenden van hoger beroep en beroep in cassatie mogelijk jaren kan duren, dan brengt dat Gesitrans in een ongunstiger positie dan in het geval dat het beslag was blijven liggen. Niet valt in te zien waarom Gesitrans een ongunstiger positie zou moeten aanvaarden, aldus de voorzieningenrechter. Ook ten aanzien van het onder FreshCamp BV gelegde beslag heeft de voorzieningenrechter de vordering afgewezen.

Tegen dit oordeel is de (enige) grief van [appellante] gericht.

Het hof overweegt als volgt.

3.6.

Ingevolge artikel 705 lid 2 Rv wordt een conservatoir beslag, zo dat is gelegd voor een geldvordering, opgeheven indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. Een aangeboden zekerheid moet zodanig zijn dat de vordering en de (eventuele) daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen (vgl. artikel 6:51 lid 2 BW). Uit eerstgenoemde bepaling volgt dus niet de eis dat de vervangende zekerheid in alle opzichten gelijkwaardig dient te zijn aan het gelegde beslag.

3.7.

Naar het oordeel van het hof, zoals eerder overwogen in zijn arrest van 17 mei 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8027, NJF 2005/434, vormt een van een Nederlandse bank afkomstige bankgarantie, tekstueel gelijk aan het model Beslaggarantie NVB 1999, waarbij gegarandeerd is dat uitbetaling volgt wanneer er een toewijzend vonnis is dat in kracht van gewijsde is gegaan, voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv. Het enkele feit dat deze garantie er niet toe leidt dat uitbetaling plaatsvindt zodra er een toewijzend vonnis is gewezen dat nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, maakt de zekerheid nog niet onvoldoende.

Hierbij neemt het hof in aanmerking dat een bankgarantie in andere opzichten méér zekerheid biedt dan (het handhaven van) een conservatoir beslag. In geval van faillissement van de schuldenaar vervalt een conservatoir beslag van rechtswege (artikel 33 Fw), maar biedt een bankgarantie wel zekerheid; degene ten gunste van wie een bankgarantie is gesteld wordt niet nadelig door een faillissement van de schuldenaar getroffen. Ook biedt een bankgarantie meer zekerheid dan een beslag in het geval er door meerdere schuldeisers cumulatief beslag wordt gelegd op hetzelfde goed.

3.8.

De stelling van Gesitrans dat zij door opheffing van het beslag tegen zekerheidstelling in de vorm van de aangeboden bankgarantie in een ongunstiger positie komt te verkeren wordt op grond van het hiervoor overwogene verworpen. Tegenover de omstandigheid dat de zekerheid niet kan worden uitgewonnen als een toewijzend vonnis (of arrest) nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, staat immers dat een bankgarantie in andere opzichten méér zekerheid biedt dan een conservatoir beslag. Al met al is het hof van oordeel dat van een ongunstiger situatie geen (althans niet zonder meer) sprake is en dat een bankgarantie als aangeboden voldoende zekerheid biedt in de zin van artikel 705 lid 2 Rv. Van bijzondere omstandigheden die in het onderhavige geval tot een andere uitkomst zouden moeten leiden is het hof niet gebleken.

3.9.

Gelet op het hiervoor overwogene slaagt de grief van [appellante]. Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen en de vordering van [appellante], voor zover die betrekking heeft op het onder FreshCamp BV gelegde beslag, alsnog toewijzen.

3.10.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Gesitrans in de proceskosten van beide instanties worden veroordeeld, met inbegrip van de door [appellante] meegevorderde nakosten en wettelijke rente.

4 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

opnieuw rechtdoende:

heft op het door Gesitrans op 19 september 2014 onder FreshCamp BV te [vestigingsplaats 6] ten laste van [appellante] gelegde conservatoire beslag onder de opschortende voorwaarde dat door [appellante] ten gunste van Gesitrans de bankgarantie wordt gesteld conform de in bijlage 8 bij de akte van [appellante] van 14 november 2014 overgelegde conceptbankgarantie;

veroordeelt Gesitrans in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [appellante] worden begroot op € 608,- aan griffierecht en op € 816,- aan salaris advocaat voor de eerste aanleg en op € 80,17 aan explootkosten, € 704,- aan griffierecht en op € 894,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep, en voor wat betreft de nakosten op € 131,- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,- te vermeerderen met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, S.M.A.M. Venhuizen en D.A.E.M. Hulskes en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 april 2015.

griffier rolraadsheer