Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2015:117

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-01-2015
Datum publicatie
22-01-2015
Zaaknummer
HD 200.075.203_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:1057
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4417
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur; overlast buren; bewijs; veroordeling van woningbouwvereniging om procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst aan te vangen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 274
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2015/46 met annotatie van mr. E. de Bie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.075.203/01

arrest van 20 januari 2015

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. A.M.B.J. Derks-Höppener te Geleen,

tegen

Stichting Woonmaatschappij Zo Wonen,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. P.L.T. Roks te Best,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 7 december 2010 en 15 april 2014 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Sittard, onder zaaknummer 339194 CV EXPL 09-2357 gewezen vonnis van 4 augustus 2010.

9 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenarrest van 15 april 2014;

  • -

    de processen-verbaal van de enquête van 25 juni 2014 en 17 september 2014.

Zo Wonen heeft afgezien van contra-enquête en arrest gevraagd. Vervolgens heeft ook [appellante] arrest gevraagd. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

10 De verdere beoordeling

10.1.

[appellante] heeft gevorderd dat Zo Wonen wordt verplicht zorg te dragen voor de ontbinding van de huurovereenkomst met de buren van [appellante], de [buren], althans dat Zo Wonen wordt verplicht alle haar ten dienste staande middelen in te zetten om de door die huurders veroorzaakte overlast te staken. Daartoe heeft [appellante] gesteld dat de [buren] ernstige overlast veroorzaakt.

10.2.

In het tussenarrest van 15 april 2014 (rov. 7.11) heeft het hof geoordeeld dat de door [appellante] gestelde, door de [buren] veroorzaakte overlast, zich met name omstreeks 2007-2009 heeft voorgedaan en dat deze niet gering was. Zo is de [buren] strafrechtelijk veroordeeld voor vernieling en blijkt uit de door [appellante] overgelegde stukken dat sprake is geweest van intimidatie en agressie jegens haar.

10.3.

Gelet op de onduidelijkheid of nog steeds sprake is van overlast, heeft het hof [appellante] toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat de [buren] nog steeds ernstige overlast veroorzaakt. [appellante] heeft daartoe, naast zich zelf, de volgende getuigen doen horen: [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4].

10.4.

[appellante] heeft zelf als getuige (onder meer) verklaard: “De [buren] is altijd aanwezig als ik naar buiten ga of thuis kom en wanneer ik in de tuin werk of een praatje op straat maak. Als ik mijn auto parkeer of thuis kom is er een soort van ontvangstcomité. Ik bedoel dat er altijd iemand de deur uit komt. Ook mijn gasten worden zo ontvangen. Het is zo dat er altijd iemand aanwezig is en dat ik daar niet aan ontkom. Ik voel mij achtervolgd. [de buurvrouw] is altijd aan het vegen of aan het ramen zemen of ze loopt vlak langs mij en dan bedoel ik echt rakelings langs mij. Ze spookt altijd rond mijn huis en ik voel mij bespied. Het zou nog kunnen, in de zin van ‘normaal zijn’, wanneer het gewoon regelmatig zo zou gebeuren dat zij buiten was, maar na vijf keer op een dag en dat dag in dag uit al jaren lang, dat is gewoon vreemd.” en “Ik heb het gevoel dat ik een obsessie ben voor haar” en “(…) met ontvangstcomité bedoel ik het volgende. De eerste keer dat je thuis komt en de buurvrouw staat er, kun je nog denken wat aardig, de buurvrouw groet mij. Maar als dat iedere dag gebeurt sinds 2003 zowel bij het weggaan als bij het thuiskomen en ook bij mijn bezoekers dan is dat niet meer toevallig. [de buurvrouw] begroet mij niet, dit gebeurt woordeloos. Ik begroet haar ook niet. Ze kijkt daarbij alsof de stoom uit haar oren komt. Ik probeer uit te leggen wat er zo vervelend is aan het constante gepoets van [de buurvrouw]. Het gaat niet zo zeer om het poetsen, maar om de beklemmende sfeer, de dreiging en het intimiderende wat ik daarvan uit voel gaan. Het gaat om het constant aanwezig zijn, het rakelings langs mij lopen en het weggooien van het sop langs mij. En voorheen de kinderen die spuugden als ze langs liepen ergens in 2010-2012.”.

10.5.

Alle getuigen hebben de verklaring van [appellante] bevestigd.

Zo heeft de getuige [getuige 1] onder meer verklaard: “Als ik er kom, komt zij [hof: [de buurvrouw]] de deur uit en dan staat ze zo (raadsheer commissaris: getuige maakt zich breed en zet handen in de zij). (…) Als ze opgewonden is gaat ze als een gek vegend te keer en veegt ze alles wat los en vast zit. Dat doet ze ook langs de auto van mevrouw [appellante]. (..) Over dat vegen kan ik vertellen dat ze dit met een bezem doet, drie keer per dag, zeven dagen in de week. Dat doet ze ook tussen de stoep en de auto van mevrouw [appellante] en de auto zit dan ook vol met krassen aan die kant. Als [appellante] op vakantie is let ik op haar huis en zorg ik er voor dat ik direct de post haal als de postbode komt, omdat anders [de buurvrouw] die meeneemt. Ik heb gehoord dat [de buurvrouw] wel eens een brief uit de bus van mevrouw [appellante] heeft genomen. Als ik de post uit de bus van mevrouw [appellante] kom halen, dan staat ze er altijd al. Het lijkt wel alsof ze camera’s heeft, dat ze me ziet aankomen, want het is echt niet normaal. Het is dreigend en meestal zitten we bij mevrouw [appellante] binnen om die reden. Het is zo dat ik niet meer in de buurt durf te komen, omdat [de buurvrouw] dan met de hond langs komt (…) Als u mij vraagt wat er zo erg is aan het feit dat [de buurvrouw] buiten staat antwoord ik dat het komt door de blik in haar ogen en hoe ze er bij staat en hoe ze dan loopt dat ik er buikpijn van krijg.”

De getuige [getuige 2] heeft onder meer verklaard: “Zodra wij naar buiten komen ziet [de buurvrouw] ons en ze loopt dan vlak langs ons. Of wij nu naar binnen of naar buiten gaan, het lijkt wel of ze bij de voordeur staat om direct naar buiten te komen als wij er zijn. Het lijkt wel alsof ze ons naar de auto begeleidt. Als ik kom dan voel ik gewoon de dreiging meteen. Ook als ik bijvoorbeeld met [appellante] [hof: [appellante]] in de keuken sta en ik kijk uit het raam dan zie ik dat er aan de andere kant van het raam in het huis er tegenover iemand staat te kijken die zich dan snel wegtrekt of weg loopt. Het is alsof we 24 uur worden bewaakt”.

De getuige [getuige 3] heeft onder meer verklaard: “Als ik aankom dan komt zij [hof: [de buurvrouw]] altijd naar buiten. In het begin denk je dan nog ‘dat is best leuk’ maar inmiddels word ik er niet goed van. Dat is elke keer namelijk zo, het lijkt alsof ze weet wanneer je aankomt. Je voelt je dan gecontroleerd en bekeken. Wanneer wij bijvoorbeeld gaan wandelen dan weten we tevoren nog niet wanneer we terug komen. Maar als we dan terug komen dan gaat de deur van [de buurvrouw] meteen open. Of [de buurvrouw] zelf of haar kinderen komen dan meteen naar buiten. Er wordt niks door hen gezegd. De houding van [de buurvrouw] is dreigend. Zij straalt negativiteit en woede uit. Ik zie het aan haar lichaamstaal en aan haar blik met priemende ogen.”.

De getuige [getuige 4] heeft onder meer verklaard: “De laatste jaren dat ik bij [appellante] [hof: [appellante]] kom dan is de aankomst al heel onprettig. Er staat dan bij wijze van spreken een ontvangstcomité. De buurvrouw staat dan driftig te vegen of ze komt direct naar buiten. Hoe zij weet wanneer ik aankom, weet ik niet. Dit werkt heel intimiderend en ik word er heel naar van. Er wordt niks gezegd, het is non-verbaal. Dit gebeurt niet alleen bij aankomst, maar ook tussendoor, telkens bij ons komen of gaan. Zij is dan telkens aanwezig. U vraag wat het zo naar maakt. Om u een concreet voorbeeld te geven kan ik u het volgende vertellen: het had eens gesneeuwd, ik denk in januari vorig jaar, en ik was sneeuw gaan wegscheppen om de auto vrij te maken. Ik ging even naar binnen om op te warmen en toen ik terug kwam lag de sneeuw daar weer. Ik heb duidelijk gezien dat [de buurvrouw] dat had gedaan. Een ander voorbeeld: als we in de tuin zitten dan loopt er iemand in de steeg of gaat iemand de steeg vegen. Als het geen mooi weer is dan word ik begluurd van achter de ramen. Dit zijn dingen die telkens weer opnieuw gebeuren. (…) U vraagt mij om te proberen wat concreter te omschrijven hoe [de buurvrouw] is of hoe zij bij mij over komt. Ik vind dat heel lastig. In mijn eigen buurt zitten er wel mensen buiten en die begroet ik dan en dan maak ik een praatje, maar bij [de buurvrouw] is dat niet. Er is altijd een spanningsveld. Ik kan het niet goed omschrijven, het is vooral non-verbaal. (…) Het treiteren zit ‘m in het constant duidelijk aanwezig zijn; het non-verbale pesten”.

10.6.

De getuige [getuige 1] heeft voorts verklaard: “Ik heb de [buren] leren kennen toen ik in de buurt kwam wonen. (…) Ze kwam bij mij over de vloer en op een verjaardag sprak zij er over dat het Godgeklaagd was dat de woning naast haar werd vergeven aan een alleenstaande die niet op de woning had hoeven wachten zoals zij wel daar op had moeten wachten. [de buurvrouw] zei toen iets in de trant van dat ze er voor zou zorgen dat die vrouw er uit zou gaan. Dit speelde ik denk eind 2004 of 2005. Ik kende mevrouw [appellante] toen helemaal nog niet. Dit werd door [de buurvrouw] gezegd in dialect en in bewoordingen die ik zo niet kan navertellen. Het ging mij veel te ver en ik heb haar toen de deur gewezen en gezegd dat ik zo iets niet accepteerde en daar niets mee te maken wilde hebben. Ik heb last gekregen van represailles.”. Voorts heeft de getuige [getuige 1] verklaard dat [de buurvrouw] haar heeft bedreigd, dat er strooizout over haar heen is gegooid en dat [de buurvrouw] het sopwater van het vegen over haar schoenen heeft gegooid.

10.7.

Het hof is van oordeel dat [appellante] is geslaagd in de bewijslevering. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat [appellante] jarenlang, dag in dag uit, door [de buurvrouw] hinderlijk wordt gevolgd en bespied. In het licht van de eveneens uit de getuigenverklaringen blijkende kleine pesterijen (vernielingen, geluidsoverlast door de windgongen om en aan de woning, beledigende opmerkingen, urineren tegen de haag), tegen de achtergrond van de hiervoor in rov. 10.6 weergegeven verklaring van [getuige 1] en in samenhang met de eerder genoemde strafrechtelijk veroordeling van de [buren], is het hof van oordeel dat sprake is van dusdanige intimidatie, dat dit moet worden beschouwd als ernstige overlast. Het hof acht daartoe van belang dat [appellante] steeds moet dulden dat [de buurvrouw] jarenlang stelselmatig op negatieve wijze contact met haar zoekt. [appellante] kan zich daar niet aan onttrekken, omdat dit contact telkens plaatsvindt bij aankomst bij of vertrek van de woning. Dat het daarbij om op zichzelf relatief onschuldige gedragingen gaat (het aanwezig zijn en het vegen), maakt dat niet anders. Doorslaggevend is de stelselmatigheid waarmee dit gebeurt. Het hof is van oordeel dat sprake is van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [appellante].

10.8.

[appellante] heeft primair gevorderd dat Zo Wonen wordt verplicht om zorg te dragen voor ontbinding van de huurovereenkomst met de huurders van de woning aan [het adres] te [woonplaats] en ontruiming van dat pand, op straffe van verbeurte van dwangsommen. Het hof begrijpt dat [appellante] bedoelt te vorderen dat Zo Wonen wordt veroordeeld om binnen drie maanden na dit arrest een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van de woning aanhangig te maken. Daartoe zal het hof Zo Wonen veroordelen, op straffe van verbeurte van dwangsommen. Op dit onderdeel zal het hof het bestreden vonnis dus vernietigen.

10.9.

Hoewel de toewijzing van deze primaire vordering veel vergt van Zo Wonen, ziet het hof toch aanleiding om tot toewijzing over te gaan en niet de subsidiaire vordering toe te wijzen, die ertoe sterkt dat Zo Wonen ervoor moet zorgen dat de [buren] de overlast staakt. Immers, gelet op de weinig actieve houding van Zo Wonen in het verleden, heeft het hof er geen vertrouwen in dat Zo Wonen voldoende maatregelen zal nemen bij toewijzing van de subsidiaire vordering. Zoals reeds in het tussenarrest van 15 april 2014 is overwogen (rov. 7.11) is Zo Wonen tekort geschoten in haar verbintenis om de overlast tegen te gaan. Voorts is van belang dat Zo Wonen in eerste aanleg zelf geen initiatief heeft genomen om een onderzoek te verrichten naar de gestelde overlast en dat zij, eerst op voorstel van de raadsheer-commissaris tijdens de in hoger beroep gehouden comparitie na aanbrengen, daarmee heeft ingestemd.

10.10.

In het tussenarrest van 15 april 2014 heeft het hof reeds een oordeel gegeven over de vordering van [appellante] tot huurvermindering wegens gebreken aan de woning. Het hof heeft beslist dat die vordering zal worden afgewezen (rov. 7.10). Op dit onderdeel zal het hof het bestreden vonnis dus bekrachtigen. Ook heeft het hof reeds een oordeel gegeven over de eisvermeerdering (rov. 7.13). Deze zal worden afgewezen.

10.11.

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten van het geding in eerste aanleg en van het hoger beroep aldus gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

11 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis voor zover daarbij de vordering betrekking hebbend op de door [appellante] gestelde burenoverlast is afgewezen en tevens voor zover [appellante] werd veroordeeld in de proceskosten en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Zo Wonen om binnen drie maanden na betekening van dit arrest een procedure tegen de [buren] aanhangig te maken waarin Zo Wonen op grond van de door de [buren] veroorzaakte overlast ontbinding vordert van de huurovereenkomst met [buren] met betrekking tot de woning aan [het adres] te [woonplaats] alsmede ontruiming van die woning,

veroordeelt Zo Wonen tot betaling van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat Zo Wonen nalaat hieraan binnen de gestelde termijn te voldoen, en bepaalt dat boven een maximum van € 25.000,- geen verdere dwangsommen worden verbeurd;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af;

bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, M.G.W.M. Stienissen en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 januari 2015.

griffier rolraadsheer