Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:993

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-04-2014
Datum publicatie
14-04-2014
Zaaknummer
HD 200.136.845-01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:2999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bewijsopdracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.136.845/01

arrest van 8 april 2014

in de zaak van

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. L.M. Ravestijn,

tegen

[de man] (in de appeldagvaarding aangeduid als [andere aanduiding van appellant]),

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.J.A. Dielissen,

op het exploot van dagvaarding van 29 oktober 2013 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Breda, team kanton Bergen op Zoom, onder zaaknummer/rolnummer 723714 CV EXPL 12-3832 gewezen vonnissen van 25 juli 2012, 31 oktober 2012 en 31 juli 2013 tussen appellante – Delta Lloyd – als eiseres en geïntimideerde – [geïntimeerde] – als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep met grieven;

  • -

    de memorie van antwoord;

  • -

    het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1.

In rechtsoverweging 2 van het vonnis van 31 oktober 2012 heeft de rechtbank vastgesteld van welke feiten zij is uitgegaan. De door de rechtbank vastgestelde feiten vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Het hof zal hierna een overzicht geven van de relevante feiten.

( a) Partijen hebben op of omstreeks 19 februari 2008 door bemiddeling van Q Direct een motorrijtuigenverzekeringsovereenkomst (hierna: de autoverzekering) gesloten, die onder meer inhield dat Delta Lloyd WA-dekking verleende aan een auto, merk Opel, type Vectra in eigendom van [geïntimeerde], wonende te [woonplaats] aan de [perceel].

( b) Op de autoverzekering zijn de Algemene Voorwaarden Motorrijtuigenverzekering van toepassing.

( c) Op 25 mei 2009 heeft hevig noodweer gewoed in West-Brabant, waaronder [woonplaats], met onder meer zware hagelbuien. Deze hagelbuien hebben ertoe geleid dat veel auto’s, huizen en tuinmeubilair beschadigd zijn geraakt.

( d) [geïntimeerde] heeft schade aan zijn tuinmeubilair geclaimd bij zijn inboedelverzekeraar. Omdat tuinmeubilair niet viel onder deze inboedelverzekering, is de claim door de inboedelverzekeraar afgewezen. Hiervan is een aantekening gemaakt in het zogeheten FISH-register.

( e) Op 4 mei 2010 is de dekking van de autoverzekering van [geïntimeerde] op zijn verzoek uitgebreid met de dekking ‘beperkt casco’.

( f) Op 6 augustus 2010 heeft [geïntimeerde] bij Delta Lloyd hagelschade aan zijn auto geclaimd, die op die dag (of kort daarvoor) zou zijn ontstaan toen de zoon van [geïntimeerde] met de auto van [geïntimeerde] onderweg was naar Polen.

( g) Op verzoek van ‘Acura Assuradeuren/VM Erasmus’ heeft CED Forensic B.V. te [vestigingplaats 1.] (hierna: CED) een onderzoek ingesteld naar de door [geïntimeerde] geclaimde hagelschade. De achtergrond van het onderzoek was dat [geïntimeerde] volgens Delta Lloyd eerder ook al hagelschade aan zijn auto had geclaimd die zou zijn opgelopen op 25 mei 2009, maar dat Delta Lloyd deze claim niet in behandeling had genomen omdat de autoverzekering slechts een WA-dekking kende. CED heeft naar aanleiding van haar onderzoek een rapport gedateerd 8 november 2010 opgesteld.

( h) Bij brief van 23 november 2010 heeft Delta Lloyd de door [geïntimeerde] op 6 augustus 2010 geclaimde hagelschade afgewezen, de autoverzekering ontbonden, en [geïntimeerde] verzocht de met het onderzoek door CED gemoeide kosten ten bedrage van € 2.604,91 te voldoen.

( i) [geïntimeerde] heeft geweigerd het bedrag van € 2.604,91 aan Delta Lloyd te betalen.

4.2.

Delta Lloyd heeft in eerste aanleg gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van (1) haar schade ten bedrage van € 2.604,91 vermeerderd met de wettelijke rente, (2) haar buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 535,50 (incl. BTW), en (3) de proceskosten.

Delta Lloyd heeft als grondslag voor deze vorderingen aangevoerd dat [geïntimeerde] door ten onrechte hagelschade aan zijn auto te claimen jegens Delta Lloyd is tekortgeschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, zodat [geïntimeerde] is gehouden tot betaling van de kosten gemoeid met het onderzoeken van deze claim (€ 2.604,91).

4.3.

[geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.4.

Bij vonnis van 31 oktober 2012 heeft de rechtbank Delta Lloyd opgedragen te bewijzen dat [geïntimeerde] op 6 augustus 2010 hagelschade aan zijn auto heeft geclaimd, die al op 25 mei 2009 was opgelopen.

Bij vonnis van 31 juli 2013 heeft de rechtbank geoordeeld dat Delta Lloyd niet was geslaagd in voormelde bewijsopdracht, en vervolgens de vorderingen van Delta Lloyd afgewezen, onder veroordeling van Delta Lloyd in de proceskosten.

4.5.

Hoewel Delta Lloyd in haar appelexploot aanzegt dat zij in hoger beroep komt tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 31 juli 2013 en de in die zaak gewezen tussenvonnissen, vordert zij in het petitum (slechts) vernietiging van het vonnis van 31 juli 2013 en richt zij geen grief tegen de tussenvonnissen van 25 juli 2012 en 31 oktober 2012. Het hof verstaat de omvang van het hoger beroep daarom aldus – en zo heeft ook [geïntimeerde] de omvang van het hoger beroep verstaan – dat dit niet is gericht tegen de tussenvonnissen van 25 juli 2012 en 31 oktober 2012.

4.6.

De grieven I tot en met III zijn gericht tegen de bewijswaardering door de rechtbank in het vonnis van 31 juli 2013 en de afwijzing in dat vonnis van de vorderingen van Delta Lloyd.

Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen.

4.7.

Delta Lloyd heeft geen grief gericht tegen het tussenvonnis van 31 oktober 2012 en derhalve ook niet tegen het – overigens ook juiste – oordeel van de rechtbank dat op Delta Lloyd de bewijslast rust van haar stelling dat [geïntimeerde] op 6 augustus 2010 hagelschade aan zijn auto heeft geclaimd, die al op 25 mei 2009 was opgelopen. Dit oordeel strekt het hof derhalve tot uitgangspunt.

Delta Lloyd biedt aan voormelde stelling in hoger beroep opnieuw te bewijzen, zodat het hof zich een eigen oordeel kan vormen over de (betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de) getuigen. Het hof zal Delta Lloyd overeenkomstig haar bewijsaanbod in staat stellen opnieuw haar stelling te bewijzen dat [geïntimeerde] op 6 augustus 2010 hagelschade aan zijn auto heeft geclaimd, die al op 25 mei 2009 was opgelopen.

Overigens staat tussen partijen vast dat [geïntimeerde] op 6 augustus 2010 hagelschade aan zijn auto heeft geclaimed bij Delta Lloyd, maar partijen verschillen met elkaar van mening of de hagelschade die toen werd geclaimed was opgelopen op 25 mei 2009 (stelling Delta Lloyd) dan wel op of kort voor 6 augustus 2010 (stelling [geïntimeerde]).

4.8.

Voor het overige wordt iedere beslissing aangehouden.

5 De uitspraak

Het hof:

laat Delta Lloyd toe te bewijzen dat [geïntimeerde] op 6 augustus 2010 hagelschade aan zijn auto heeft geclaimd, die al op 25 mei 2009 was opgelopen;

bepaalt, voor het geval Delta Lloyd bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. L.R. van Harinxma thoe Slooten als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van 22 april 2014 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van Delta Lloyd tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.R. van Harinxma thoe Slooten, E.K. Veldhuijzen van Zanten en H.E.G. van der Flier en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 april 2014.