Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:991

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-04-2014
Datum publicatie
26-02-2015
Zaaknummer
HD 200.134.009-01
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomsten. Gelden de algemene voorwaarden van de verkoper volgens het WKV? Keuringsplicht en verval van aanspraken op grond van de artikelen 38 en 39 WKV?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.134.009/01

arrest van 8 april 2014

gewezen in het incident ex artikel 843a Rv en/of 22 Rv in de zaak van

Componenta B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: Componenta,

advocaat: mr. J.M. Wolfs,

tegen:

[handelsnaam] GmbH,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] (Duitsland),

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. A.H.M. Bouwmeister,

op het bij exploot van dagvaarding van 16 augustus 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen vonnis van 22 mei 2013 tussen appellante – Componenta - als gedaagde, en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/04/98540/HA ZA 10-40)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het herstelvonnis van 12 juni 2013.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Componenta heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 24 september 2013, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld.

2.2.

Componenta heeft een memorie van grieven tevens houdende een incidentele memorie ex artikel 843a en/of ex artikel 22 Rv genomen.

2.3.

[geïntimeerde] heeft een memorie van antwoord in het incident genomen.

2. 4. Tenslotte is uitspraak in het incident bepaald.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

Voor de beoordeling van het incident gaat het hof uit van de volgende feiten, zoals deze in het vonnis waarvan beroep in paragrafen 2.1-2.6 zijn beschreven.

3.1.1.

[geïntimeerde] is producent van machines voor weg- en waterbouw, alsmede voor land- en tuinbouw. [geïntimeerde] verkoopt de door haar gemaakte machines over de hele wereld. Eén van de producten die [geïntimeerde] fabriceert is een walsvoertuig, dat wordt gebruikt voor de aanleg van wegen en tuinen. Een belangrijk onderdeel van het walsvoertuig is een draai/knikverbinding tussen het voorste deel (de eigenlijke wals) en het achterdeel (de cabine en motor). Onderdeel van deze draai/knikverbinding is een rond stuk gietijzer dat met twaalf bouten op de wals wordt bevestigd en waaraan ook de verbinding met het achterdeel is geconstrueerd. Dit onderdeel wordt door partijen aangeduid als “Lagerzapfen”. De Lagerzapfen worden geproduceerd door Componenta, een bedrijf dat zich bezig houdt met het produceren van (ijzer)gietwerk voor de investeringsgoederenindustrie.

3.1.2.

[geïntimeerde] stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de door Componenta vervaardigde en geleverde Lagerzapfen gebrekkig zijn als gevolg waarvan zij schade heeft geleden. [geïntimeerde] begroot haar schade op meer dan € 546.415,34, onder meer voor het vervangen van 139 draai/knikverbindingen en de vervanging van 77 Lagerzapfen.

3.1.3.

In de hoofdzaak heeft [geïntimeerde] bij inleidende dagvaarding gevorderd (voor zover voor de beoordeling van dit incident van belang) voor recht te verklaren dat Componenta met de nakoming van haar verplichtingen tot levering van 359 Lagerzapfen in verzuim is en Componenta te veroordelen tot vergoeding aan [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.1.4.

Componenta heeft zich op verschillende gronden verzet tegen toewijzing van de vorderingen van [geïntimeerde].

3.1.5.

In eerste aanleg is in de hoofdzaak (voor zover voor de beoordeling van dit incident van belang) door de rechtbank voor recht verklaard dat Componenta met de nakoming van haar verplichtingen tot levering van de 359 Lagerzapfen in verzuim is en heeft de rechtbank voorts Componenta veroordeeld tot vergoeding van de door [geïntimeerde] als gevolg van deze tekortkoming geleden en nog te lijden schade van € 335.684,25, verhoogd met de wettelijke handelsrente, althans een (voor zover hoger) bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Het toegewezen bedrag is samengesteld uit verschillende facturen zoals [geïntimeerde] heeft gespecificeerd in haar als productie 25A en B in eerste aanleg in het geding gebrachte overzicht.

3.2.

Componenta vordert in het incident (nummering door hof):

I (primair ex artikel 843a Rv en subsidiair ex artikel 22 Rv) [geïntimeerde] te bevelen de in productie 25A van [geïntimeerde] genoemde facturen en specificaties van die facturen, inclusief de onderliggende facturen, bijvoorbeeld van derden, inclusief specificaties, in het geding te brengen;

II (ex artikel 22 Rv) [geïntimeerde] te bevelen de 77 beweerdelijk vervangen gebrekkige Lagerzapfen en de 139 beweerdelijk omgebouwde gebrekkige (en de zich daarin bevindende Lagerzapfen) draai/knikverbindingen aan Componenta, subsidiair een door het hof aan te wijzen derde, ter beschikking te stellen., een en ander op straffe van een dwangsom, alsmede vermeerderd met een bedrag van € 500,= excl. btw aan buitengerechtelijke kosten.

3.2.1.

Componenta heeft daartoe aangevoerd – ad I – dat [geïntimeerde] stelt schade te hebben geleden wegens het beweerdelijk terugroepen uit de markt van de door haar geleverde machines als gevolg van een door Componenta geleverd gebrekkig onderdeel daarin. Ter onderbouwing van het bestaan van de beweerdelijke schade heeft [geïntimeerde] onder meer verwezen naar productie 25A, een overzicht van beweerdelijke facturen en creditnota’s.

Voorts heeft Componenta aangevoerd – ad II – dat Componenta nimmer de beschikking heeft gehad over de 77 Lagerzapfen en de 139 draai/knikverbindingen, zodat zij niet kan controleren of deze gebrekkig waren en of verbouwing of ombouwing noodzakelijk was.

3.3.

[geïntimeerde] voert verweer tegen de vordering in het incident. Op dat verweer zal indien nodig in het hiernavolgende worden ingegaan.

Ad I

3.4.1

Het hof overweegt dat [geïntimeerde] bij haar vordering tot schadevergoeding zich onder meer beroept op de diverse facturen zoals die vermeld staan op het door [geïntimeerde] als productie 25A bij conclusie van repliek in het geding gebrachte overzicht. [geïntimeerde] heeft verzuimd daarbij tevens afschrift van de op dat overzicht vermelde facturen in het geding te brengen. Aldus heeft [geïntimeerde] mogelijk haar schadevordering onvoldoende onderbouwd, maar in ieder geval heeft [geïntimeerde] niet voldaan aan haar verplichting van art. 85 Rv om een afschrift van die facturen, waarop zij zich beroept, in het geding te brengen.

Het hof zal [geïntimeerde] daarom op de voet van art. 22 Rv bevelen de in de incidentele vordering van Componenta genoemde stukken in afschrift in het geding te brengen tegelijk met haar memorie van antwoord.

Gelet hierop heeft Componenta thans geen belang bij haar op art. 843a Rv gebaseerde vordering. Ook bij toewijzing van de primair gevorderde dwangsom heeft Componenta geen belang nu het hof, indien [geïntimeerde] het bevel niet nakomt, daaruit de gevolgtrekking kan maken die het geraden acht.

Aldus wordt tevens tegemoetgekomen aan de vrees van [geïntimeerde] voor eventuele executiegeschillen in Duitsland.

3.4.2

Componenta heeft tevens een bedrag aan buitengerechtelijke kosten gevorderd. Deze vordering zal worden afgewezen nu daarvoor in het kader van de beoordeling van dit incident geen grondslag bestaat.

Ad II

3.5.1

Componenta verzoekt het hof om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid ex artikel 22 Rv door de vermeende gebrekkige 77 Lagerzapfen en de 139 draai/knikverbindingen aan Componenta ter beschikking te stellen opdat Componenta deze kan onderzoeken, subsidiair een onafhankelijke derde aan te wijzen die de 77 Lagerzapfen en de 139 draai/knikverbindingen onder zich zal houden opdat Componenta of een daartoe competente derde deze kan onderzoeken.

3.5.2.

Het hof kan op basis van artikel 22 Rv in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen bevelen om stellingen toe te lichten of bepaalde bescheiden over te leggen. Het staat een partij vrij het hof te verzoeken om gebruik van deze discretionaire bevoegdheid te maken. Het hof acht gebruikmaking van zijn discretionaire bevoegdheid en derhalve toewijzing van het verzoek van Componenta echter thans niet opportuun. Bij de behandeling in de hoofdzaak zal geoordeeld kunnen worden over de vraag of een onderzoek van de 77 Lagerzapfen en de 139 draai/knikverbindingen wenselijk is. Het hof zal het verzoek derhalve thans afwijzen.

De verweren van [geïntimeerde] tegen het verzoek behoeven aldus geen bespreking meer.

Het hof gaat er wel vanuit dat [geïntimeerde] ingevolge haar procesmedewerkingsverplichtingen de 77 Lagerzapfen en de 139 draai/knikverbindingen, die volgens [geïntimeerde] gebrekkig zijn, beschikbaar houdt voor eventueel onderzoek.

Kosten

3.6.

Over de kosten van dit incident zal bij eindarrest in de hoofdzaak worden beslist.

In de hoofdzaak

3.7.

De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

beveelt [geïntimeerde] bij haar memorie van antwoord afschrift van de in productie 25A genoemde facturen en specificaties van die facturen, inclusief de onderliggende facturen, bijvoorbeeld van derden, inclusief specificaties in het geding te brengen ;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

houdt de beslissing over de proceskosten aan;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 20 mei 2014 voor memorie van antwoord;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 april 2014.