Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:974

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-04-2014
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
HD 200.087.696-01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:845
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

international vervoerrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.087.696/01

arrest van 8 april 2014

in de zaak van

International Car Im-Export B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

appellante,

advocaat: mr. J.J.H.S. Thomassen te Maastricht,

tegen

Burger Port Agencies B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

geïntimeerde,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 5 juli 2011, 26 februari 2013 en 16 juli 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder zaaknummer 146036/HA ZA 09-1459 gewezen vonnis van 2 februari 2011.

13 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 16 juli 2013;

- het proces-verbaal van de enquête van 24 september 2013;

- de memorie na enquête van Burger Port met producties;

- de antwoordmemorie na enquête van International Car.

Daarna is arrest bepaald.

14 De verdere beoordeling

14.1.1. Bij genoemd tussenarrest heeft het hof Burger Port toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat de vrachtwagencombinatie met chassisnummer [chassisnr] door lokale havenautoriteiten van Luanda, Angola, op grond van in Angola geldende regelgeving, in 2009 openbaar is verkocht en dat de opbrengst daarvan niet ten goede is gekomen aan International Car en/of de eigenaar van genoemde vrachtwagen.

14.1.2. Burger Port heeft [managing director Burger Port], managing director van Burger Port, op 24 september 2013 als getuige laten horen. International Car heeft afgezien van contra-enquête.

14.1.3. Bij memorie na enquête heeft Burger Port als productie 13 in het geding gebracht:

(a) een op 24 maart 2011 door José Júlio Figueiredo, advocaat in Luanda, Angola, opgestelde opinie over de vraag op grond van welk Angolees wetsartikel de Angolese douane bevoegd is een lading te confisqueren wanneer de maximale opslagtermijn van 60 dagen is overschreden en te veilen;

(b) een publicatie in de “Diário da Republica” (Staatsblad van de Republiek) opgenomen Gezamenlijk uitvoeringsbesluit n˚12/95 van 28 april 1995 van de Ministeries van Economie en Financiën en van Transport en Communicatie;

(c) een ongedateerd stuk, genaamd “Regels en procedures voor het houden van veilingen”;

(d) de wetsartikelen 460-463 en 482-484 uit “Deel VII Administratief Douanerecht”, welke gesteld afkomstig zijn uit het Wetboek van de Douane te Angola.

Deze producties zijn gesteld in de Portugese taal en door [vertaalster], beëdigd vertaalster, op 23 juli 2013 in het Nederlands vertaald.

14.1.4. Als productie 14 heeft Burger Port overgelegd:

(e) een uit het Portugees vertaald geschrift, afkomstig van de Regionale directeur van de Douanedienst in Luanda, gericht aan de Port Seco Terminal (datum onleesbaar) met als opschrift (vertaald) “Vrijstelling van de heffing voor opslag”;

(f) twee niet vertaalde stukken, met als briefhoofd “Multiparques Lda” en als opschrift Impresso Viatura.

14.1.5. Als productie 15 heeft Burger Port overgelegd:

(g) twee niet vertaalde stukken, met als briefhoofd “Multiparques Lda” en als opschrift Impresso Viatura;

(h) een niet vertaald stuk, gedateerd 5 juni/5 juli 2012, gesteld afkomstig van het Ministerie van Financiën van Angola, Douane Luanda.

14.2.1. Burger Port stelt dat zij met de thans in deze procedure overgelegde producties, en het verhoor van getuige [managing director Burger Port], aan de bewijsopdracht heeft voldaan.

14.2.2. International Car heeft er op gewezen dat een deel van de thans overgelegde stukken niet is vertaald en derhalve door haar niet gelezen kan worden. Zij stelt dat Burger Port niet meer in de gelegenheid gesteld moet worden alsnog een vertaling over te leggen, omdat het geding daarmee te zeer wordt vertraagd.

14.2.3. Het hof constateert dat Burger Port weliswaar in de memorie na enquête een aantal kernwoorden uit de hierboven onder f, g en h genoemde stukken in het Nederlands heeft vertaald, maar zij niet een volledige vertaling heeft overgelegd, zodat de stukken (ook door het hof) niet goed gelezen kunnen worden.

14.2.4. International Car heeft er verder op gewezen dat de overgelegde opinie van de Angolese advocaat een partijrapport betreft en deze opinie voorts niet overtuigt nu de opinie niet is onderbouwd met literatuur en/of jurisprudentie.

14.2.5. Het hof deelt dit kritiekpunt van International Car. Het hof heeft daarom op dit punt behoefte aan deskundige, onpartijdige, voorlichting. Het hof is voornemens het International Juridisch Instituut te Den Haag (dat sinds 2012 samenwerkt met het door International Car genoemde Asser-Instituut) enige vragen over het toepasselijke Angolese recht voor te leggen.

14.2.6. Gezien het tijdsverloop dat met de beantwoording van deze vragen gemoeid zal zijn, is het hof van oordeel dat aan Burger Port alsnog de gelegenheid gegeven kan worden een volledige vertaling van de hierboven onder f, g en h genoemde stukken in het geding te brengen, nu het laten opmaken van deze vertalingen niet voor extra vertraging zal zorgen.

14.3.1. Het hof is voornemens aan het Internationaal Juridisch Instituut, als te benoemen deskundige, naar aanleiding van de bij akte door Burger Port in het geding gebrachte stukken, de volgende vragen voor te leggen:

1. Was de Angolese douane in maart/april 2009 volgens de toen geldende Angolese wetgeving bevoegd om een in de haven van Luanda staande lading, afkomstig uit een zeeschip, in beslag te nemen en in het openbaar te verkopen, wanneer deze lading langer dan 60 dagen in de haven was opgeslagen?

Zo ja:

2a. Uit welke destijds geldende Angolese wetgeving (en eventueel jurisprudentie) blijkt dit?

2b. Aan welke vereisten moet in zo’n geval voldaan worden voordat een veiling kan plaatsvinden?

2c. Welke documenten worden er aan de eigenaar van de lading verstrekt?

2d. Uit welke destijds geldende Angolese wettelijke bepalingen blijkt wat er in zo’n geval met de opbrengst van de veiling gebeurt?

2e. Had de rechthebbende toentertijd rechtsmiddelen tegen dit soort beslissingen van de Angolese douane, zo ja welke?

Zo nee:

3a. Wat was dan de rechtspositie van de eigenaar van lading, die langer dan 60 dagen in de haven is opgeslagen?

4. Heeft u verder opmerkingen die voor de beoordeling door het hof relevant zijn?

14.3.2. Het hof is voornemens de kosten van de deskundige voorshands ten laste van Burger Port te brengen.

14.4.1. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor akte aan de zijde van partijen, teneinde zich uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen. Bij die akte zal Burger Port tevens in de gelegenheid worden gesteld een volledig Nederlandse vertaling van de onder 14.1.4. en 14.1.5 onder f, g en h genoemde stukken over te leggen.

14.4.2. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

15 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 22 april 2014 voor akte aan de zijde van Burger Port teneinde het hof te informeren als in r.o. 14.4.1 gemeld, waarna International Car in de gelegenheid zal worden gesteld om harerzijds een akte te nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, C.N.M. Antens en J.C.J. van Craaikamp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 april 2014.