Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:621

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
12-03-2014
Zaaknummer
20-000099-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Politierechter verdachte ten onrechte als bekennende verdachte aangemerkt

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310, geldigheid: 2014-03-12
Wetboek van Strafrecht 63, geldigheid: 2014-03-12
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2014-03-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000099-13

Uitspraak : 27 februari 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 december 2012 in de strafzaak met parketnummer

01-821334-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum],

thans uit anderen hoofde verblijvende in Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en is ter zake van - kort gezegd - een tweetal diefstallen (feit 2 primair en feit 3 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd onder 2 primair en 3 primair en hem deswege zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Namens verdachte is aangevoerd dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep voor zover het betreft het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair en het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde is primair vrijspraak bepleit, omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Subsidiair is aangevoerd dat hooguit kan worden gekomen tot een bewezenverklaring van de onder 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde verduisteringen, aangezien de benzine anders dan door misdrijf is verkregen.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte richt zich blijkens de appel-akte mede tegen de vrijspraak door de eerste rechter van hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair ten laste werd gelegd. Dat is in strijd met het bepaalde in artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in zoverre niet ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de eerste rechter de verdachte ten onrechte heeft aangemerkt als bekennende verdachte en heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering.

Uit de verklaringen van de verdachte als weergegeven op pagina’s 39-40 en 41-42, onder meer inhoudende “Ik ga er van uit dat ik die man ben” en “Als u zegt dat ik dat ben, kan dat zo zijn”, kan naar het oordeel van het hof niet worden opgemaakt dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, voor zover thans nog van belang, ten laste gelegd dat:

2.
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 23,38 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Gulf tankstation, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Veldhoven opzettelijk 23,38 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan Gulf Veldhoven, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de Kempenbaan, had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.
hij op of omstreeks 20 mei 2012 te Bruchem, gemeente Zaltbommel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 16,56 liter, althans een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;


subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 mei 2012 te Bruchem, gemeente Zaltbommel, opzettelijk 16,56 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de A2, had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2.
hij op 16 mei 2012 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 23,38 liter benzine, toebehorende aan Gulf tankstation.


3.
hij op 20 mei 2012 te Bruchem, gemeente Zaltbommel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 16,56 liter benzine, toebehorende aan Shell.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De hierna opgesomde bewijsmiddelen zijn opgenomen - tenzij anders vermeld - in het in

de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Veldhoven, registratienummer PL2218 2012162086, sluitingsdatum 5 november 2012, bestaande uit in de wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften, doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 98.

1.

Een proces-verbaal van relaas, op 1 november 2012 op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door [verbalisant], hoofdagent van politie, pagina 3, 7 en 10 van het dossier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van genoemde verbalisant:

(pag 3) Op 29 augustus 2012 is van het Landelijk Parket Team Verkeer een schrijven ontvangen met het verzoek om opsporingsonderzoek te doen naar aangiften van tanken zonder te betalen, welke feiten waren gepleegd met een personenauto voorzien van het kenteken [kenteken 1]:

  • -

    eenmaal gepleegd op 16 mei 2012 bij het tankstation Gulf aan de Kempenbaan 1 te Veldhoven;

  • -

    eenmaal gepleegd op 20 mei 2012 bij het tankstation Shell aan de Rijksweg A2/E25 OZ te Zaltbommel.

Van alle feiten werd aangifte gedaan.

(pag. 7) Op 16 mei 2012 werd door [aangever 1], medewerkster van het Gulf tankstation aan de Kempenbaan 1 te Veldhoven aangifte gedaan van diefstal van benzine bij het Landelijk Parket Team Verkeer. Door de aangever[aangever 1] werden beelden van de beveiligingscamera’s, welke zich buiten de winkel van pompstation de Gulf bevinden, in het belang van het onderzoek ter beschikking gesteld van de politie.

Tijdens het verhoor van verdachte [medeverdachte] op 12 oktober 2012 te 14:29 uur heb ik de foto uitdraaien van de beelden getoond aan verdachte [medeverdachte].

(pag. 10) Op 5 juni werd door[aangever 2], medewerker van Shell zelftankstation Zaltbommel, gelegen aan de Rijksweg A2/E25 te Bruchem, aangifte gedaan van diefstal van benzine bij het Landelijk Parket Team Verkeer. Door de aangever[aangever 2] werden beelden van de beveiligingscamera’s, welke zich buiten de winkel van pompstation de Shell bevinden, in het belang van het onderzoek ter beschikking gesteld van de politie.

Tijdens het verhoor van verdachte [medeverdachte] op 12 oktober 2012 te 14:40 uur heb ik de foto uitdraaien van de beelden getoond aan verdachte [medeverdachte].

2.

Een geschrift, te weten een via internet gedane en aan het Landelijk Parket Team Verkeer gerichte aangifte ter zake van tanken zonder te betalen, pagina’s 67-68 van het dossier, voor zover inhoudende:

Pompstation Kempenbaan 1 (Gulf) Veldhoven

Datum melding     16-05-2012

Datum feit     16-05-2012

Modus operandus passagier tankt, bestuurster rijdt weg zonder te betalen

Weggenomen 23,38 liters

benzine

Algemene gegevens   Camerabeelden (Ja/Nee)  J

Verdachte Bestuurder(ster) / Chauffeur

(Achter)naam     Onbekende dader

Geslacht     vrouw

Verdachte Passagier

(Achter)naam     Onbekende dader

Geslacht     man

Vervoermiddel     Personenauto

Merk     Renault

Type     Twingo

Kenteken   [kenteken 1]

Controle RDW

Eigenaar [medeverdachte]

3.

Een proces-verbaal van bevindingen, op 11 oktober 2012 op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant], hoofdagent van politie, pagina 71 van het dossier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als eigen waarneming en ondervinding van genoemde verbalisant:

Ik heb een onderzoek ingesteld naar de camerabeelden van een diefstal benzine welke is gepleegd op 16 mei 2012. Deze beelden zijn verkregen van de Gulf tankstation aan de Kempenbaan 1 te Veldhoven.

Op de beelden zag ik het volgende:

Ik zag dat een zwarte personenauto merk Renault type Twingo voorzien van het kenteken [kenteken 1] aan komt rijden. Ik zag dat in de auto twee personen zaten. Ik zag dat de personenauto stopte. Ik zag dat de pomp zich aan de linkerzijde van de auto bevond. Op een gegeven moment zag ik dat de bijrijder uitstapte. Ik zag dat de man begon met tanken.

4.

Een proces-verbaal van bevindingen, op 1 november 2012 op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant], hoofdagent van politie, pagina 75 van het dossier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als eigen waarneming en ondervinding van genoemde verbalisant:

Tijdens het verhoor met verdachte [medeverdachte] toonde ik haar de fotoprints van de beveiligingscamera’s. De opnames waren gemaakt op 16 mei 2012 bij het Gulf Tankstation aan de Kempenbaan te Veldhoven.

Ik verbalisant toonde verdachte [medeverdachte] foto 3 (het hof begrijpt: de foto afgebeeld op pagina 76 van het dossier, waarop zichtbaar is een personenauto van het merk Renault, type Twingo, met het kenteken [kenteken 1]). Ik hoorde dat verdachte [medeverdachte] mij vertelde dat dit de auto betrof die zij op dat moment in haar bezit had.

Vervolgens toonde ik, verbalisant, verdachte [medeverdachte] foto 4 (het hof begrijpt: de foto afgebeeld op pagina 77 van het dossier). Ik vroeg aan verdachte [medeverdachte] of ze de man op de foto herkende. Ik hoorde dat verdachte [medeverdachte] aan mij vertelde dat ze deze man herkende. Ik hoorde dat ze zei dat dit[verdachte] betrof. Ik verbalisant heb aan verdachte [medeverdachte] gevraagd of ze dit zeker wist. Ik hoorde verdachte [medeverdachte] zeggen dat ze dit 100% zeker wist.

5.

Een proces-verbaal van verhoor, pagina’s 82-83 van het dossier, voor zover inhoudende als de op 12 oktober 2012 te 14:29 uur tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde - zakelijk weergegeven - verklaring van [medeverdachte]:

U vertelt mij dat er op 16 mei 2012 door een personenauto welke op mijn naam stond is getankt zonder te betalen. Dat klopt. Dit betreft een zwarte Renault Twingo voorzien van het kenteken [kenteken 1]. U laat mij de beelden (het hof begrijpt: foto uitdraaien van de beelden) zien welke op 16 mei zijn gemaakt. Ik ben op dat moment de bestuurster geweest van de auto. De man die op de beelden staat te tanken herken ik als[verdachte]. Ik weet nog dat ik moest stoppen bij het tankstation. [verdachte] tankte daar. Vervolgens stapte hij weer in. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “doorrijden”. Ik ben toen hard aangereden omdat dat van hem moest.

6.

Een geschrift, te weten een via internet gedane en aan het Landelijk Parket Team Verkeer gerichte aangifte ter zake van tanken zonder te betalen, pagina’s 85-86 van het dossier, voor zover inhoudende:

Pompstation Rijksweg A2/E25 OZ (Shell zelftankstation Zaltbommel)

Datum melding     05-06-2012

Datum feit     20-05-2012

Modus operandus tanken, instappen en wegwezen

Weggenomen 16,56 liters

benzine

Algemene gegevens   Camerabeelden (Ja/Nee)  J

Verdachte Bestuurder(ster) / Chauffeur

(Achter)naam     Onbekende dader

Geslacht     man

Vervoermiddel     Personenauto

Merk     Renault

Type     Twingo

Kenteken   [kenteken 1]

Controle RDW

Eigenaar [medeverdachte]

7.

Een proces-verbaal van bevindingen, op 18 oktober 2012 op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant], hoofdagent van politie, pagina 89 van het dossier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als eigen waarneming en ondervinding van genoemde verbalisant:

Op 1 oktober 2012 heb ik via de mail fotobeelden ontvangen van de gepleegde diefstal op 20 mei 2012 te Zaltbommel. Op de foto’s was het volgende te zien (het hof begrijpt: de foto afgebeeld op pagina 90 van het dossier).

Foto 1: een personenauto van het merk Renault type Twingo. Bij deze auto staat aan de rechter achterzijde ene persoon welke tijdens het tanken met zijn arm op het dak van de auto hangt.

Foto 3: bij deze foto is er op het bovengenoemde voertuig ingezoomd. Het kenteken is duidelijk leesbaar: [kenteken 1].

Foto 6: bij deze foto is er ingezoomd op de persoon welke staat te tanken. Ik zie dat de persoon die aan het tanken was een zwarte pet draagt en een zwarte trui aan heeft met witte letters over de gehele linkermouw.

8.

Een proces-verbaal van bevindingen, op 1 november 2012 op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant], hoofdagent van politie, pagina 91 van het dossier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als eigen waarneming en ondervinding van genoemde verbalisant:

Tijdens het verhoor op 12 oktober 2012 te 14:40 uur met verdachte [medeverdachte] toonde ik haar de fotoprints van de beveiligingscamera’s. De opnames waren gemaakt op 20 mei 2012 bij het Shell zelftankstation Zaltbommel te Bruchem.

Ik verbalisant toonde verdachte [medeverdachte] foto 5. Op deze foto staan foto 1 tot en met 8 (het hof begrijpt: de foto bevattende 8 afzonderlijke foto’s, welke is afgebeeld op pagina 90 en ook op pagina 92 van het dossier). Ik hoorde dat verdachte [medeverdachte] mij vertelde dat de auto afgebeeld op de foto de auto betrof die zij op dat moment in haar bezit had.

Vervolgens hoorde ik, verbalisant, dat verdachte [medeverdachte] op foto 6 de man, welke daarop staat afgebeeld, herkende als [verdachte]. Ik, verbalisant, heb aan verdachte [medeverdachte] gevraagd of ze dit zeker wist. Ik hoorde verdachte [medeverdachte] zeggen dat ze dit 100% zeker wist. Ik hoorde dat ze zei dat ze [verdachte] herkende aan zijn trui en dan met name het witte opschrift op de arm.

9.

Een proces-verbaal van verhoor, pagina’s 97-98 van het dossier, voor zover inhoudende als de op 12 oktober 2012 te 14:40 uur tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde - zakelijk weergegeven - verklaring van [medeverdachte]:

Ik begrijp van u dat er op 20 mei 2012 door een personenauto welke in die tijd op mijn naam stond is getankt zonder te betalen. Het klopt dat ik op die datum een Renault Twingo voorzien van het kenteken [kenteken 1] op mijn naam had. Op die datum had [verdachte] (het hof begrijpt:[verdachte]) mijn auto in zijn bezit. Ik weet dat hij toen naar een vriend van hem zou gaan in Zwifterband. Om daar te komen moet hij langs Zaltbommel. U laat mij afdrukken van de beelden zien. Ik zie op de foto dat [verdachte] aan het tanken is. Ik herken hem omdat ik die trui die hij daar aan heeft, herken.

10.

Een proces-verbaal van verhoor, pagina 37 van het dossier, voor zover inhoudende als de op 1 november 2012 te 09:35 uur tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde - zakelijk weergegeven - verklaring van verdachte:

Ik woonde in die tijd (het hof begrijpt: mei 2012) samen met onder andere [medeverdachte] in het appartement van [medeverdachte].

11.

Een proces-verbaal van verhoor, pagina 95-96 van het dossier, voor zover inhoudende als de op 1 november 2012 te 10:21 uur tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde - zakelijk weergegeven - verklaring van verdachte:

Het klopt dat ik de auto van [medeverdachte] regelmatig gebruikte.

In die tijd was ik altijd onder invloed van drugs en heb wel eens vaker getankt zonder te betalen, maar ik weet de data niet meer.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Zijdens verdachte is het verweer gevoerd dat de herkenning van de verdachte op de getoonde foto’s door [medeverdachte] te algemeen is, dat de verdachte zichzelf niet op die foto’s herkent en dat de man die daarop staat afgebeeld iedereen kan betreffen.

De beschrijving van de man op de beelden/foto’s door verbalisant [verbalisant] is niet dan wel onvoldoende specifiek/onderscheidend.

Het hof is van oordeel dat de herkenning van de verdachte door de getuige [medeverdachte] met betrekking tot beide bewezen verklaarde feiten voldoende specifiek is. De verdachte was haar goed bekend, zij woonde in die periode met de verdachte samen, en zij heeft de verdachte in beide zaken voor 100% herkend. Bovendien was zij aanwezig bij de diefstal gepleegd op 16 mei 2012. Zij heeft van die gebeurtenis een gedetailleerde beschrijving gegeven. Ten aanzien van de diefstal gepleegd op 20 mei 2012 heeft [medeverdachte] de verdachte herkend aan zijn trui, in combinatie bezien met het gebruik van haar auto. De verdachte heeft verklaard dat hij de personenauto van [medeverdachte] regelmatig gebruikte en dat het wel eens gebeurde dat hij tankte zonder te betalen, maar dat hij de data niet meer weet.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de herkenning van de verdachte door [medeverdachte] betrouwbaar. Het hof is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen vast staat dat het de verdachte is geweest die de beide diefstallen heeft gepleegd.

Het hof overweegt voorts nog als volgt.

Anders dan de raadsman, is het hof van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, sprake is van diefstal en niet van verduistering. De verdachte heeft immers als heer en meester beschikt over de getankte benzine. De verdachte is in beide voorvallen na het tanken direct in de auto gestapt en is (als passagier dan wel als bestuurder) vervolgens meteen weggereden. Hieruit leidt het hof af dat de verdachte nimmer de intentie heeft gehad om de getankte benzine te betalen. Nu niet is gebleken van contra-indicaties, houdt het hof het er voor dat de verdachte van meet af aan het oogmerk heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de getankte benzine, hetgeen als diefstal dient te worden gekwalificeerd.

Het verweer wordt in al zijn onderdelen verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof voorts gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een tweetal diefstallen van telkens een hoeveelheid benzine. Bij de diefstallen is de verdachte na het tanken direct weggereden zonder te betalen en zonder zijn identiteit kenbaar te maken. Dit zijn ergerlijke feiten welke in het algemeen schade teweeg brengen aan de eigenaars van het weggenomen goed, alsmede overlast en ergernis veroorzaken aan de gedupeerden.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 5 november 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is geweest waaronder ter zake soortgelijke feiten als de thans bewezen verklaarde feiten;

- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Op grond van het vorenstaande, in het bijzonder van de uitgebreide recidive, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en

3

primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 primair en 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. A.R. Hartmann, voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. F.L. Muskens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,

en op 27 februari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.L. Muskens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.