Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:5990

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-09-2014
Datum publicatie
01-06-2015
Zaaknummer
20/002424-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Volgt nog.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOW 2015/11

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002424-13 OWV

Uitspraak : 8 september 2014

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Maastricht van 28 augustus 2012 op de vordering ex artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-097957-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

postadres volgens opgave van veroordeelde ter terechtzitting in hoger beroep:

[adres].

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis werd de vordering van de officier van justitie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.

De veroordeelde heeft tegen voormelde beslissing hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en zijn raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de veroordeelde niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de veroordeelde richt zich tegen de beslissing van de eerste rechter tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

In artikel 511g van het Wetboek van Strafvordering inzake het hoger beroep tegen een ontnemingsbeslissing, wordt in het tweede lid, bepaald dat titel II van het derde Boek, en daarmee het bepaalde in artikel 404 van dat wetboek, van overeenkomstige toepassing is. In laatstgenoemd artikel is bepaald dat tegen een vrijspraak geen hoger beroep openstaat. Nu naar ’s hofs oordeel een afwijzing van een ontnemingsvordering gelijk is te stellen met een vrijspraak en veroordeelde ook anders niet enig in rechte te respecteren belang heeft bij dit rechtsmiddel, zal het hof veroordeelde niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door:

mr. C.M. Hilverda, voorzitter,

mr. N.J.L.M. Tuijn en mr. N.J.M. Ruyters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,

en op 8 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.M. Tatters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.