Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:5473

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-12-2014
Datum publicatie
24-12-2014
Zaaknummer
HD 200.094.450_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2011:5340
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

oordeel na deskundigenbericht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.094.450/01

arrest van 23 december 2014

in de zaak van

[Interieur-Projekten] Interieur-Projekten B.V.,

hierna te noemen: [Interieur-Projekten],

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

appellante,

advocaat: mr. R.F. Vonk,

tegen

1 [X.] Beheer B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

2. [Y.] Beheer B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: [geïntimeerden],

geïntimeerden,

advocaat: mr. Th.J.A. Winnubst,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 18 december 2012, 29 januari 2013, 18 juni 2013, 8 oktober 2013 en 28 januari 2014 en de door het hof gegeven beslissing van 24 april 2014 ingevolge artikel 199 lid 1 Rv in het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch onder zaak- en rolnummer 221598/HA ZA 10-2624 gewezen vonnis van 13 juli 2011.

22 De tussenarresten van 8 oktober 2013 en van 28 januari 2014

Bij tussenarrest van 8 oktober 2013 heeft het hof – kort gezegd – een deskundigenonderzoek bepaald, ing. M.R.C.M. van Roozendaal tot deskundige benoemd, het voorschot op de kosten van deze deskundige op het door hem begrote bedrag van € 1.472,- (€ 1.452,- kosten onderzoek inclusief btw en € 20,- reiskosten) bepaald en [geïntimeerden] belast met de betaling van dit voorschot. De deskundige heeft een deskundigenbericht uitgebracht gedateerd 31 maart 2014. De zaak is naar de rol verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [geïntimeerden]. Iedere verdere beslissing is aangehouden. Bij tussenarrest van 28 januari 2014 heeft het hof vervolgens nog een aanvullend voorschot op de kosten van de deskundige ten laste van [geïntimeerden] bepaald ten bedrage van € 435,60.

23 De verdere procedure

23.1.

Genoemde deskundige heeft een deskundigenbericht uitgebracht gedateerd 31 maart 2014.

23.2.

Op 23 april 2014 is [Interieur-Projekten] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. F.P.G. Dix als curator (hierna “de curator”). De curator heeft op de voet van het bepaalde in artikel 27 van de Faillissementswet het proces overgenomen.

23.3.

[geïntimeerden] heeft hierna een memorie na deskundigenbericht genomen, waarbij twee producties zijn overgelegd.

23.4.

[Interieur-Projekten] heeft niet van antwoordmemorie na deskundigenbericht gediend.

23.5.

Vervolgens is opnieuw uitspraak bepaald.

24 De verdere beoordeling

24.1.1.

In genoemd arrest van 8 oktober 2013 heeft het hof de volgende aan de deskundige voor te leggen vragen geformuleerd:

  1. Hoe is de kwaliteit van de Woodstone vloer? Constateert u gebreken aan deze vloer? Kunt u zich bij de beantwoording van deze vraag in ieder geval uitlaten over de zichtbaarheid van de naden en eventuele spoorvorming op de tegels?

  2. Hoe is de kwaliteit van het marmoleum in de kantine? Constateert u gebreken aan deze vloer? Kunt u zich bij de beantwoording van deze vraag vooral richten op de reinigingsmogelijkheden van – met name – het gele gedeelte?

  3. Hoe is de kwaliteit van de aangebrachte kitranden? Is er sprake van gebreken aan de kitranden? Zij er kitranden aangebracht op alle plaatsen waar deze aangebracht hadden moeten worden?

  4. Kunt u zich uitlaten over de scheur over de volledige breedte van het marmoleum in de werkruimte?

  5. Voor zover sprake is van gebreken:
    a) Is er mogelijkheid tot herstel? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze de geconstateerde gebreken hersteld dienen te worden en welke kosten
    – gespecificeerd – daarmee gemoeid zijn?
    b) Kunt u gespecificeerd aangeven, voor zover mogelijk, of de geconstateerde gebreken voortvloeien uit de wijze waarop [Interieur-Projekten] haar werkzaamheden heeft verricht – en zo ja, bent u van mening dat deze werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de destijds geldende professionele standaard – of dienen de geconstateerde gebreken aan derden of andere factoren te worden toegeschreven?
    c) Welk bedragen aan waardevermindering zijn aan de orde ten aanzien van door u geconstateerde onherstelbare gebreken?

  6. Geeft het onderzoek u nog aanleiding tot verdere opmerkingen? Zo ja, tot welke?

24.1.2.

Hieronder zullen de bevindingen en antwoorden van de deskundige, voor zover relevant, worden geciteerd met daaronder steeds de reactie daarop van [geïntimeerden]. Vervolgens gaat het hof over tot de inhoudelijke beoordeling (24.8.).

De Woodstone vloer

24.2.1.

De deskundige heeft in genoemd door hem uitgebracht deskundigenbericht vermeld:

Ontvangen informatie tijdens inspectie:

Volgens opgave van Dhr. [projectadviseur] (hof: projectadviseur van [Interieur-Projekten], hierna “[projectadviseur]”) werden de Woodstone PVC stroken gelijmd met een speciale PVC dispersielijm, type Henkel K 188 E. Het type Woodstone dat geplaatst werd is het type Light, dit betreft een hoogwaardige kwaliteit PVC vloer, die voornamelijk toepasbaar is in woningen. In technische beschrijving van Woodstone Light (zie bijlage 1) wordt aangegeven dat dit type Woodstone PVC stroken volgens classificatie EN 685

geschikt is voor:

21-23 : Wonen – ruimten t/m intensief gebruik, slaapkamers, woonkamers

31: Bedrijven – ruimten met gering tot weinig verkeer, hotels, conferentieruimten,

kleine bureaus.

Het type Woodstone dat is geplaatst is niet van projectkwaliteit. Volgens Dhr. [projectadviseur] is de

keuze van het type Woodstone bepaald door interieurarchitect en opdrachtgever en heeft

[Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. slechts geplaatst wat werd opgedragen.”

De deskundige heeft voorts in antwoord op de eerste aan hem voorgelegde vraag het volgende vermeld:

Vraag 1: Kwaliteit van de Woodstone Vloer?

Zoals reeds eerder aangegeven in deze rapportage is de geplaatste Woodstone vloer niet van projectkwaliteit. De naden/voegen van de Woodstone vloer zijn zowel kops, als in lengterichting zichtbaar. Ter plaatse werden enige metingen verricht: De gevormde naden voldoen aan de gestelde norm volgens EN 649: Elastische vloerbedekking – homogene en heterogene PVC vloeren. Volgens deze norm is de maximale krimp/zwel coëfficiënt 0,25 %. (gemeten volgens voorschriften in EN 434). Dat wil zeggen dat per stekkende meter vloerbedekking 2,5 mm¹ naden aanwezig mogen zijn en dat is op onderhavig project zeker niet het geval. De geleverde en geplaatste Woodstone vloer voldoet derhalve aan de voorwaarden volgens de gestelde norm. Door wisseling in klimatologische omstandigheden zal het materiaal te allen tijde onderhevig zijn aan krimp c.q. zwelling. Ook aanwezige weekmakers in PVC stroken zullen door temperatuurverschillen onttrokken worden en voor krimp zorgen. Dat de vorming van naden kops groter zijn dan in de lengterichting is het logische gevolg van het feit dat de PVC stroken in de lengterichting groter zijn dan in de breedte. Verder is door ondergetekende ter plaatse geconstateerd dat de Woodstone PVC stroken correct met een geschikte lijm zijn gelijmd. Volgens het verwerkingsadvies Woodstone vloeren, dienen deze vloeren gelijmd te worden middels een harde eenzijdige dispersielijm voor PVC vloerbedekking volgens de “natbed” lijmmethode en met gebruikmaking van een lijmkam type vertanding A2. Waargenomen werd dat de juiste lijmkam werd gebruikt en de verwerkte lijm Henkel K 188 E is een type lijm zoals aangegeven in het verwerkingsvoorschrift. Verder werd bij een aanwezige “dilatatie” op de begane grond geconstateerd dat de verlijming perfect is uitgevoerd. Ter plaatse van deze “dilatatie” vindt vervorming van de PVC plaats, wat aangeeft dat de verlijming uitstekend is.

Tijdens de schouwing werd een Woodstone vloer waargenomen, die erg vervuild bleek door schoenstrepen / rubberstrepen (zie foto 1, 2 en 3).

(hof: volgen foto 1, foto 2 en foto 3)

Daarnaast is er plaatselijk een vervuiling door lijmrestanten waar te nemen. Volgens Dhr. [X.] is deze vloer absoluut niet schoon te krijgen. Reeds diverse pogingen daartoe zijn ondernomen. Natuurlijk is de kleurkeuze niet optimaal geweest, echter mijn inziens moet een vloer toch echt onderhouden kunnen worden. Zeker machinaal middels een éénschijfmachine voorzien van de juiste pad en de juiste reinigingsmiddelen moet deze vloer schoon te krijgen zijn. De leverancier van de Woodstone PVC stroken, Interdec Nederland B.V. geeft een uitgebreid advies over het onderhoud van Woodstone Light. Ze geven in dit advies ook aan om voor een optimale uitstraling van de vloer contact op te nemen met de firma Duofort te [plaats]. Volgens opgave is er ook contact geweest met deze partijen, maar ondanks pogingen krijgt men de vloer niet schoon. De verantwoordelijkheid van het onderhoud van deze vloer ligt echter niet bij [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V, maar bij de

eindgebruiker en/of leverancier die dit product in de markt brengt. Zij zullen moeten laten zien dat deze vloer schoon te krijgen is. Volgens Dhr. [X.] wil hij e.e.a. eerst zien en hij begrijpt niet dat hij eerst 3 jaar na het ontstaan van dit probleem een uitgebreid onderhoudsadvies heeft gekregen. Ondergetekende kan dat niet staven, maar wil hierbij wel aangeven dat hij ook niet begrijpt waarom niet gekozen is voor een extra bescherming, direct nadat de vloer geplaatst werd. In het onderhoudsadvies van Interdec Nederland B.V. wordt namelijk expliciet aangegeven om een polymeerlaag of PU coating aan te brengen, om het lange termijn onderhoud te optimaliseren met daarmee ook de weerstand tegen vuil en streepvorming.”

24.2.2.

[geïntimeerden] heeft hierop naar voren gebracht dat van de zijde van [geïntimeerden] aan [Interieur-Projekten] de gewenste kleur en kwaliteit van de Woodstone vloer is opgegeven. De kleur diende te passen in het in overwegende mate beige totaalbeeld van het pand van [geïntimeerden]. [geïntimeerden] wilde daarom ook een beige vloer. [geïntimeerden] was er niet van op de hoogte dat er verschil in kwaliteit bestond. [Interieur-Projekten] had [geïntimeerden] moeten waarschuwen dat de door [geïntimeerden] gekozen vloer van onvoldoende kwaliteit was voor gebruik in het pand van [geïntimeerden]. Nu [Interieur-Projekten] deugdelijk advies achterwege heeft gelaten, is zij toerekenbaar tekort geschoten jegens [geïntimeerden]. Naar de stellingen van [geïntimeerden] had de interieurarchitect geen mandaat om [geïntimeerden] te vertegenwoordigen. Met betrekking tot de naden in de Woodstone vloer heeft [geïntimeerden] gesteld dat uit door hem overgelegde foto’s blijkt dat de krimp op sommige plaatsen fors groter is dan de toegestane coëfficiënt van 0,25%. De deskundige had nog een keer ter plaatse moeten komen teneinde de omvang van de naden aan een nader onderzoek te onderwerpen. [geïntimeerden] heeft het hof verzocht te bepalen dat de deskundige vraag 1 opnieuw beantwoordt na aanvullend onderzoek ter plaatse betreffende de omvang van de naden. Nu het ervoor gehouden dient te worden dat de naden groter zijn dan volgens de norm EN 649 is toegestaan voldoet de vloer derhalve niet aan de overeenkomst. Ook had het op de weg van [Interieur-Projekten] gelegen [geïntimeerden] te adviseren voor aanbrenging van extra vloerbescherming te kiezen. Ook op dit punt is [Interieur-Projekten] toerekenbaar tekort geschoten jegens [geïntimeerden], aldus [geïntimeerden].

Het marmoleum

24.3.1.

De deskundige heeft in antwoord op de tweede aan hem voorgelegde vraag het volgende vermeld:

Vraag 2: Kwaliteit van de Marmoleum Vloer in de kantine?

Tijdens mijn expertise werd een marmoleum vloer aangetroffen die op correcte wijze werd aangebracht, echter die zeker in de pantry van de kantine (het gele gedeelte), erg vervuild is door condenswater, waterdruppels vaatwasser, etc. Volgens opgave gaat, nadat deze vlekken zijn ontstaan, er vaak een weekend overheen voordat er wordt schoongemaakt. (zie foto 4 en 5). Hierdoor worden deze vlekken moeilijk/niet verwijderbaar. Volgens opgave heeft de firma Forbo Flooring in 2006 en 2008 hiervoor reeds een oplossing aangeboden, die niet schriftelijk werd bevestigd, maar ter plaatse werd voorgedaan.

(hof: volgen foto 4 en foto 5)

Ook in februari 2010 werd onderhavige vloer door Dhr. [accountmanager] – account manager Forbo projecten – onderzocht. Gezien de aard van het gebruik van de pantry en de frequentie van schoonmaken gaf hij hierbij aan om te kiezen voor de oplossing die de firma Duofort heeft aangeboden. Het marmoleum dient hierbij eerst machinaal schoongemaakt te worden en aansluitend voorzien te worden van een PU versterkte polymeerlaag, zodat het lekwater geen vlekken meer zou kunnen veroorzaken in het marmoleum. Verder wordt verwezen naar het onderhoud volgens het ForboFloorCare Systeem, waarbij wordt aangegeven dat de vloer altijd weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht kan worden. Men heeft de keuze tussen een machinale spray reiniging- en onderhoudmethode of een handmatige (zeepfilm) methode. Bij de spraymethode heeft men een

éénschijfmachine nodig. De frequentie waarmee de verzorgingswerkzaamheden in de praktijk uitgevoerd moeten worden is volledig afhankelijk van de aard van de vervuiling, de kleur van de vloer en de gebruiksintensiteit. Ook bij deze vloer is de kleurkeuze, zeker van de marmoleum in de pantry, niet optimaal geweest. Verder heeft ondergetekende geconstateerd dat de aanwezige marmoleum vloer niet of slechts zeer arm is onderhouden. Ook het onderhoud van deze marmoleum vloer is niet de verantwoordelijkheid van [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. maar van de eindgebruiker. Regelmatig en consequent opwrijven in combinatie met Forbo Spray of zeepfilm zorgt ervoor dat vuil zich niet aan de vloer hecht, kleine oneffenheden en krassen hersteld worden en dat de uitstraling behouden blijft.

Forbo geeft in haar onderhoudsadvies aan dat iedere marmoleum vloer één belangrijke zekerheid biedt: men kan deze namelijk altijd weer veilig en eenvoudig herstellen wanneer dat nodig is. Men schrijft en ik citeer: “Door het vernieuwen van de beschermlaag met een Forbo TopFinish of een polymeer krijgt de vloer zijn oorspronkelijke kleur en uitstraling weer terug. Ik wil hierbij dan ook voorstellen dat Forbo Flooring / Duofort deze bewerking ter plaatse uit komt voeren en zodoende laat zien dat wat men aangeeft ook mogelijk is.”

24.3.2.

[geïntimeerden] heeft hierop naar voren gebracht dat de vervuiling slechts water betreft en water geen ernstige vervuiling op marmoleum veroorzaakt. [Interieur-Projekten] wist volgens [geïntimeerden] dat het marmoleum in de kantine werd gelegd. Indien het marmoleum niet tegen water(druppels) kon, had [Interieur-Projekten] [geïntimeerden] daarop moeten wijzen. [Interieur-Projekten] heeft dit nagelaten. Nu het marmoleum niet te reinigen is, is [Interieur-Projekten] ook ten aanzien van het door haar aan [geïntimeerden] geleverde marmoleum toerekenbaar tekort geschoten.

24.4.1.

De deskundige heeft in antwoord op de derde aan hem voorgelegde vraag het volgende vermeld:

Vraag 3: Kwaliteit van de aangebrachte kitranden?

De kwaliteit van de kitranden met name ter plaatse van de vide laat te wensen over. De kitranden ter plaatse van de vide zijn niet op alle plaatsen aangebracht waar deze aangebracht hadden moeten worden. Op de 3e verdieping is men begonnen met het kitten van de rand onder de “platte plint”.

(Foto 6). Eigenlijk is het geen echt plint, maar functioneert het als plint. Tussen deze platte plint en de door [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. geplaatste vloer is een hoogteverschil van 2 tot 10 mm waarneembaar (Foto 7). Dit hoogteverschil had men op moeten vullen middels een geschikte kit.

(hof: volgen foto 6 en foto 7)

[Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. stelt dat het afkitten van wandaansluitingen in hun werkzaamheden zitten, echter dat kitvoegen dikker dan 2 mm niet door hen zijn af te kitten. Dit zal uitgevoerd moeten worden door een gespecialiseerd bedrijf. Verder wordt aangegeven dat de oorzaak van het hoogteverschil tot ca. 10 mm gelegen is in het feit dat de dekvloer te laag ligt. Door ondergetekende kan echter aangegeven worden dat het hoogteverschil is ontstaan door een bouwkundig probleem. Dit blijkt namelijk uit het feit dat de vloer t.o.v. de opstaande plinten (tegen de wanden / kozijnen), direct aan andere zijde van de vide wel correct op hoogte ligt. Hier is de overgang tussen vloer en plint correct afgekit middels een kitrand van ca. 2 mm. [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. heeft voorafgaand

aan het plaatsen van de vloer, de dekvloer geëgaliseerd in een laagdikte van 2 tot 3 mm. Als men in een grotere laagdikte had moeten uitvlakken, dan was men boven de opstaande plinten uitgekomen. Immers, volgens opgave waren de plinten (zowel de platte, als de opstaande) al geplaatst. Het aanwezige hoogteverschil t.p.v. de vide zal opgevuld moeten worden middels een geschikte en nette kitrand. Eventueel kan dit uitgevoerd worden door een gespecialiseerd bedrijf, zoals bijv. [A.] of [B.] in ‟[plaats]. Men zou er ook technisch voor kunnen kiezen om een speciale plint te laten maken, die beter aansluit aan de vloer. [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. heeft reeds diverse keren aangegeven deze werkzaamheden uit te zullen voeren of te laten uitvoeren.”

24.4.2.

[geïntimeerden] heeft opgemerkt dat met de bevindingen van de deskundige de gebreken aan de kitranden zijn komen vast te staan. Naar de stellingen van [geïntimeerden] waren de staande plinten nog niet geplaatst op het moment dat de vloer door [Interieur-Projekten] werd gelegd. [Interieur-Projekten] heeft de vloer niet op het juiste niveau aangebracht, aldus [geïntimeerden].

24.5.1.

De deskundige heeft in antwoord op de vierde aan hem voorgelegde vraag het volgende vermeld:

Vraag 4: Scheur in de marmoleum vloer in de technische ruimte?

In een van de werkruimten op de 3e verdieping is een baan van de marmoleum te kort afgesneden en heeft men een slingernaad gemaakt, ca. 10 cm van de wand (Foto 8 en 9).

(hof: volgen foto 8 en foto 9)

Deze marmoleum vloer ter plaatse zal opnieuw door [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. gelegd worden en het blijkt dat dit ook nooit een onderdeel van discussie is geweest.”

24.5.2.

[geïntimeerden] heeft bevestigd dat tussen partijen nimmer in discussie is geweest dat [Interieur-Projekten] het marmoleum in de technische ruimte opnieuw zal leggen.

24.6.1.

De deskundige heeft in antwoord op de vijfde aan hem voorgelegde vraag het volgende vermeld:

Vraag 5: Is herstel mogelijk, kosten herstel en waardevermindering?

Zoals aangegeven voldoet de geleverde en geplaatste Woodstone vloer aan de voorwaarden volgens de gestelde norm EN 649. Ook al zou men een nieuwe Woodstone vloer plaatsen, dan zouden wederom dezelfde naadvormingen kunnen gaan ontstaan. Dat men niet gekozen heeft voor een projectkwaliteit Woodstone Premium heeft geen enkele invloed gehad op de ontstane problemen, echter het probleem was daarbij minder opgevallen, omdat deze kwaliteit Woodstone een klein facetrandje heeft. Voor wat betreft het reinigen van de Woodstone vloer en de marmoleum vloer verwijs ik hierbij naar de adviezen van Interdec (leverancier Woodstone), Forbo Flooring (leverancier marmoleum) en/of de eerder uitgebrachte adviezen van de firma Duofort, waar beide

bedrijven veel mee samenwerken en steeds naar verwijzen. Zoals ondergetekende meerdere keren heeft aangegeven is de kleurkeuze van beide vloeren niet overal optimaal geweest, maar moeten deze vloeren toch te reinigen en te onderhouden zijn. Verder ben ik ook van mening dat een extra behandeling van beide vloeren middels een PU polymeerlaag, zeker in projectmatig gebruik, de ontstane problemen veelal hadden kunnen verminderen. Ik begrijp dat [geïntimeerden] Beheer B.V. aangeeft dat men het eerst wil zien en dan pas geloven. Daarom vind ik ook dat beide bedrijven hun

verantwoordelijkheden moeten nemen en aan moeten tonen dat onderhoud wel degelijk mogelijk is.

De punten behandeld onder vraag 3 en 4 dienen door [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. hersteld te worden. Indien deze werkzaamheden op correcte, nette wijze worden uitgevoerd, is er geen reden tot een waardevermindering. Verder wil ik hierbij aangegeven dat de kosten voor het vervangen / afvoeren materialen / opnieuw egaliseren / opnieuw plaatsen etc. van een vloer normaal worden begroot op een factor x 2 van de originele offerte. Hierbij dient wel extra rekening te worden gehouden met de aanschafprijs van de materialen, daar de offerte stamt uit 2005.”

24.6.2.

[geïntimeerden] heeft aangegeven dat de deskundige zich nader dient uit te laten over
– onder meer – de specifieke herstelkosten van genoemde posten.

24.7.1.

De deskundige heeft in antwoord op de zesde aan hem voorgelegde vraag het volgende vermeld:

Vraag 6: Verdere opmerkingen?

Door ondergetekende is op de 3e verdieping t.p.v. de vide, waar wel werd gekit, geconstateerd dat een aantal kleine hoekjes van de Woodstone vloer niet fraai zijn gelegd.(Foto 10.)

(hof: volgt foto 10)

Dit is veroorzaakt doordat deze delen zeer klein zijn en door de spanning die is ontstaan is de lijmverbinding ter plaatse van deze kleine hoekjes gedeeltelijk losgekomen. Omdat [Interieur-Projekten] Interieurprojekten B.V. , zoals aangegeven enige herstelwerkzaamheden dient uit te voeren, ben ik van mening dat men deze kleine deeltjes eveneens moet herstellen. Eventueel dienen deze kleine delen Woodstone gelijmd te worden met een 2 componenten PU lijm, e.e.a. volgens voorschrift lijmleverancier c.q. de leverancier van de Woodstone vloer.”

24.7.2.

[geïntimeerden] heeft geheel met deze laatste opmerkingen van de deskundige ingestemd.

24.8.1.

Het hof acht de feitelijke en vaktechnische bevindingen en conclusies van de deskundige overtuigend en neemt deze over.

24.8.2.

Het hof begrijpt uit de nadere stelling van [geïntimeerden] dat zij destijds in de veronderstelling verkeerde dat de door haar gewenste Woodstone vloer van voldoende kwaliteit was en dat zij de door haar gewenste kwaliteit niet concreet heeft geduid. In beginsel lag het naar het oordeel van het hof op de weg van [Interieur-Projekten] als deskundige vloerenleverancier om aan [geïntimeerden] te kennen te geven ofwel (i) dat de kwaliteit van de gekozen Woodstone vloer ongeschikt was voor de locatie waar de Woodstone vloer gelegd zou worden, gelet op het gebruik waaraan de vloer daar onderhevig zou zijn, dan wel (ii) dat het aanbrengen van een beschermende laag over deze Woodstone vloer aangewezen was. Naar het oordeel van het hof bleef de verantwoordelijkheid een dergelijke waarschuwing te geven in beginsel ook rusten op [Interieur-Projekten], indien (zoals [projectadviseur] kennelijk heeft opgemerkt) de keuze van het type Woodstone is bepaald door de interieurarchitect en [geïntimeerden]. [Interieur-Projekten] heeft geen nadere feiten en omstandigheden gesteld betreffende de concrete situatie, die zouden maken dat [Interieur-Projekten] van genoemde verantwoordelijkheid was ontslagen. Bij gebrek aan afdoende verweer zal het hof daarom uitgaan van een toerekenbare tekortkoming van [Interieur-Projekten] op dit punt.

24.8.3.

Dat de naden in de Woodstone vloer een tekortkoming vormen valt op basis van het deskundigenbericht niet vast te stellen.

24.8.4.

Blijkens de uitlatingen van de deskundige had ofwel een polymeerlaag over de marmoleumvloer ofwel degelijk onderhoud van deze vloer de ontstane watervlekken voorkomen. Nu [geïntimeerden] dus door – kennelijk voor marmoleum niet uitzonderlijk – onderhoud genoemde vlekken had kunnen voorkomen en niets gesteld of gebleken is op grond waarvan dat onderhoud niet van hem had hoeven te worden verwacht, kan het hof ten aanzien van het marmoleum in de kantine geen toerekenbare tekortkoming van [Interieur-Projekten] vaststellen.

24.8.5.

De door de deskundige geconstateerde gebreken in de kitwerkzaamheden leveren wel een toerekenbare tekortkoming van [Interieur-Projekten] op evenals de scheur in het marmoleum in de technische ruimte. Deze gebreken zijn door [Interieur-Projekten] niet (nader) weersproken.

24.9.

In het tussenarrest van 18 juni 2013 heeft het hof overwogen onder 12.5. dat de kennelijke overeenstemming tussen partijen als volgt luidt, dat [geïntimeerden] de door [Interieur-Projekten] gevorderde hoofdsom van € 7.542,35 niet, althans niet geheel verschuldigd is, mocht het hof op basis van de bevindingen van de te benoemen deskundige oordelen dat [Interieur-Projekten] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen in de overeenkomst met [geïntimeerden]. Uit het deskundigenbericht valt de hoogte van de aan de orde zijnde herstelkosten niet concreet vast te stellen. Evenmin is een bedrag aan herstelkosten betreffende de inloopmatten in de procedure naar voren gekomen. Gelet op het destijds voor akkoord getekende geoffreerde bedrag van € 46.315,68 (exclusief BTW) (productie 1 bij inleidende dagvaarding) en het gefactureerde totaalbedrag van € 55.115,66, gaat het hof er mede gelet op de laatste twee volzinnen van het antwoord van de deskundige op vraag 5 (24.6.1.) bij wijzen van begroting evenwel van uit dat het met het herstel van bovengenoemde gebreken in totaal gemoeide bedrag ten minste voormeld bedrag van
€ 7.542,35 bedraagt. Nu daarmee vanwege voormelde afspraak tussen partijen de vordering van [Interieur-Projekten] dient te worden afgewezen, ziet het hof geen aanleiding de deskundige opnieuw te benaderen. Evenmin is er aldus reden de overige door [geïntimeerden] nog naar voren gebrachte punten te behandelen. Het hof overweegt verder dat met genoemde afspraak tussen partijen geen plaats meer is voor de stelling van [Interieur-Projekten] dat sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [geïntimeerden]. Het hof zal op die stelling derhalve niet nader ingaan. Hetzelfde geldt voor het van voormelde afspraak afwijkende gevorderde.

24.10.

Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd. [Interieur-Projekten] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

25 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt, onder verbetering en aanvulling van gronden, het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [Interieur-Projekten] in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot op heden begroot op € 1.815,- aan verschotten (griffierecht) en € 1.896,- aan kosten advocaat en op
€ 1.907,60 (€ 1.472,- eerste voorschot + 435,60 aanvullend voorschot) aan kosten van het deskundigenonderzoek en voor wat betreft de nakosten op € 131,- indien geen betekening plaatsvindt dan wel op € 199,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordeling en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, E.K. Veldhuijzen van Zanten en J. Hallebeek en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2014.

griffier rolraadsheer