Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:5396

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
22-12-2014
Zaaknummer
20-001324-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het doen van een valse aangifte van mishandeling. Het hof plaatst vraagtekens bij de bekennende verklaring van verdachte.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 188, geldigheid: 2014-12-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001324-14

Uitspraak : 19 december 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 23 april 2013 in de strafzaak met parketnummer 03-231874-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - het doen van een valse aangifte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 340,=, subsidiair 6 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde.

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof - anders dan de politierechter - niet komt tot een bewezenverklaring.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 6 oktober 2012, in de gemeente Heerlen, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant 1] opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van eenvoudige mishandeling.

Vrijspraak

De verdachte heeft op 6 oktober 2012 aangifte gedaan van mishandeling door [A], haar toenmalige werkgever en eigenaar van bordeel [club] in Kerkrade. De verbalisant die de aangifte heeft opgenomen, heeft waargenomen dat de verdachte, toen aangeefster, blauwe plekken op haar armen en benen had. Daarvan zijn ook foto’s gemaakt.

De politie heeft [A] op 4 november 2012 gehoord over deze mishandeling. Het hof gaat ervan uit dat de vermelding in het betreffende proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] d.d. 7 november 2012 dat zulks geschiedde op 4 oktober 2012 berust op een verschrijving. Dit verhoor van [A] vond plaats in genoemde club. Nadat [A] de mishandeling had ontkend, heeft de verbalisant aan hem gevraagd of de verdachte op dat moment beschikbaar was om te worden gehoord. [A] bevestigde dit en haalde toen de verdachte erbij. Vervolgens heeft de verdachte verklaard dat de door haar gedane aangifte van mishandeling door [A] vals was.

Het hof plaatst vraagtekens bij deze bekennende verklaring van de verdachte. Daartoe overweegt het hof als volgt.

De verdachte had tijdens haar aangifte op 6 oktober 2012 blauwe plekken op haar armen en benen. Die pasten bij haar verklaring omtrent de wijze waarop zij was mishandeld, welke mishandeling naar haar zeggen had plaatsgevonden door [A] in het bordeel waar zij werkzaam was.

Haar verklaring van 4 november 2012 waarin zij bekent dat haar eerdere aangifte tegen [A] vals is, is blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen afgelegd in het bordeel waar de verdachte die avond werkzaam was, in het bijzijn van deze [A], nadat deze [A] haar op verzoek van de verbalisant van elders in het bordeel erbij had gehaald.

Nu de verdachte in het bijzijn van die [A] is gehoord over de waarachtigheid van haar aangifte van mishandeling, is het hof van oordeel dat de bekentenis van de verdachte niet betrouwbaar is te achten. Bij gebrek aan voldoende overig bewijsmateriaal acht het hof dientengevolge niet wettig en overtuigend bewezen dat die aangifte vals is.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. E.F.G.M. Gelderman, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Glabbeek, griffier,

en op 19 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.