Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:502

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-02-2014
Datum publicatie
16-02-2015
Zaaknummer
HD 200.110.302_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:429
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

herstel verzuimen in HB

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.110.302/01

arrest van 25 februari 2014

in de zaak van

[Auctioneers] Auctioneers B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. H. Post te Helmond,

tegen

C.L. Trade B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. A.H.H.M. Roelofs te Nuland,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 september 2012 in het hoger beroep van de door de rechtbank 's-Hertogenbosch onder zaaknummer 222940/HA ZA

10-2817 gewezen vonnissen van 22 juni 2011, 28 maart 2012 en 18 april 2012.

Partijen zullen hierna [Auctioneers] en CL Trade worden genoemd.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 4 september 2012 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast, die geen doorgang heeft gevonden;

- de akte van depot van 17 september 2012;

- de memorie van grieven met producties;

- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

6 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de beide memories.

7 De beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

7.1.

Partijen hebben geen grieven gericht tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank. Het hof geeft de feiten in het navolgende nogmaals weer en vult deze waar nodig aan.

7.1.1.

[Auctioneers] heeft op 20 maart 2010 aangifte gedaan van diefstal van diverse zaken vanaf haar bedrijfsterrein in Zevenbergen, waaronder een graafmachine van het merk Bobcat type S250 met registratienummer [registratienummer] (hierna: “de Bobcat”).

7.1.2.

[Auctioneers] heeft op een bepaald moment ontdekt dat de Bobcat op Marktplaats.nl te koop werd aangeboden door CL Trade. CL Trade had de Bobcat eind maart/begin april 2010 gekocht van de heer [verkoper], wonend te België.

7.1.3.

[Auctioneers] heeft op 10 november 2010 conservatoir beslag tot afgifte op de Bobcat laten leggen en de Bobcat in gerechtelijke bewaring laten nemen.

7.2.1.

[Auctioneers] heeft in eerste aanleg gevorderd veroordeling van CL Trade om binnen vier dagen na het in eerste aanleg te wijzen vonnis aan haar af te geven de graafmachine van het merk Bobcat, type S250 met registratienummer [registratienummer], met machtiging van [Auctioneers] om die afgifte zelf te bewerkstelligen door een deurwaarder, met veroordeling van CL Trade in de kosten van de procedure waaronder de kosten van het conservatoir beslag, de gerechtelijke bewaargeving en de transportkosten van de Bobcat naar de bewaarplaats. Zij heeft hieraan, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat de Bobcat vanaf haar bedrijfsterrein is gestolen.

7.2.2.

CL Trade heeft in reconventie gevorderd veroordeling van [Auctioneers] tot betaling van een bedrag van € 200,00 op grond van artikel 3:120 BW, met veroordeling van [Auctioneers] in de kosten van het geding.

7.2.3.

De rechtbank heeft CL Trade bij eindvonnis in conventie veroordeeld om de Bobcat binnen vier dagen na de datum van het vonnis aan [Auctioneers] af te geven, met dien verstande dat die afgifte kan en zal plaatsvinden ofwel doordat CL Trade aan de gerechtelijk bewaarnemer toestemming tot deze afgifte geeft, ofwel doordat het middels het vonnis executoriaal geworden beslag tot afgifte op wettige wijze ten voordele van CL Trade wordt afgewikkeld, met bevel aan de gerechtelijk bewaarnemer om aan de wijze van afwikkeling zijn medewerking te geven. Daarnaast heeft de rechtbank CL Trade veroordeeld in de beslagkosten ad € 1.298,89 (verschotten en salaris) en de proceskosten in conventie. De rechtbank heeft de vordering in reconventie afgewezen en CL Trade veroordeeld in de proceskosten in reconventie.

7.2.4.

Bij vonnis van 18 april 2012 heeft de rechtbank een door [Auctioneers] ingediend verzoek om herstel van het eindvonnis, in die zin dat ter zake van verschotten in verband met het beslag een bedrag van € 1.109,74 in plaats van € 846,89 zou worden toegewezen, afgewezen.

7.3.

Het hof overweegt als volgt.

7.4.

De rechtbank heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval Belgisch recht van toepassing is. Partijen hebben geen grief gericht tegen deze beslissing. Het hof gaat er dan ook van uit dat zij het erover eens zijn dat Belgisch recht van toepassing is. Ook in hoger beroep wordt het geschil naar Belgisch recht beoordeeld.

7.5.

Het hof ziet aanleiding eerst het incidenteel hoger beroep te behandelen.

In het incidenteel hoger beroep

7.6.1.

Tussen partijen is niet langer in geschil dat [Auctioneers] eigenaar is (geweest) van de Bobcat. In eerste aanleg is aan [Auctioneers] te bewijzen opgedragen dat zij het bezit van de Bobcat door diefstal heeft verloren. In hoger beroep is onbestreden dat dit terecht is geschied. De rechtbank heeft [Auctioneers] geslaagd geacht in de bewijslevering. CL Trade voert in de eerste grief in incidenteel hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte tot dit oordeel is gekomen. Zij heeft in eerste aanleg geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in contra-enquête getuigen te laten horen en wil dat in hoger beroep alsnog doen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

7.6.2.

Aangezien het hoger beroep mede kan dienen om eigen fouten, vergissingen en nalatigheden te herstellen, terwijl in beginsel van CL Trade niet kan worden gevergd dat zij een rechtvaardiging geeft van haar eerdere verzuim, zal het hof CL Trade alsnog toelaten het in artikel 168 Rv bedoelde tegenbewijs te leveren (vgl. HR 27 mei 2011, LJN BP9991, NJ 2011/512 en HR 3 februari 2012, LJN BU7245, NJ 2012/96)NJ 2011/512NJ 2011/512.

7.6.3.

Iedere verdere beslissing in het incidenteel hoger beroep wordt aangehouden.

In het principaal hoger beroep

7.7.

De beslissing in het principaal hoger beroep hangt af van de beslissing die in incidenteel hoger beroep zal worden genomen over de bewijslevering. Daarom wordt

iedere verdere beslissing in het principaal hoger beroep aangehouden.

8 De uitspraak

Het hof:

op het incidenteel hoger beroep

laat CL Trade toe tegenbewijs als bedoeld in artikel 168 Rv te leveren tegen de aan [Auctioneers] te bewijzen opgedragen stelling dat [Auctioneers] het bezit van de Bobcat door diefstal heeft verloren;

bepaalt, voor het geval CL Trade bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. C.W.T. Vriezen als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te

's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van maart 11 maart 2014 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van CL Trade tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

op het principaal en incidenteel hoger beroep

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.W.T. Vriezen, L.R. van Harinxma thoe Slooten en D.A.E.M. Hulskes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 februari 2014.