Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:5000

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-11-2014
Datum publicatie
02-12-2014
Zaaknummer
F 200.143.766-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 27 november 2014

Zaaknummer: F 200.143.766/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/176999 / FA RK 12-1438

in de zaak in hoger beroep van:

[de man],

wonende te

[woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. F.G.H.J. Niemarkt,

tegen

[de vrouw],

wonende te

[woonplaats],

verweerster,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. C.H.J.M. van Heugten.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 17 december 2013.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 17 maart 2014, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige [de dochter] nader vast te stellen op € 25,= per maand met ingang van 9 oktober 2013.

2.2.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 26 mei 2014, heeft de vrouw verzocht het beroep van de man ongegrond te verklaren met bekrachtiging van de bestreden beschikking en veroordeling van de man in de proceskosten van dit hoger beroep, althans dat het hof een beslissing neemt die het hof juist acht.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2014. Bij die gelegenheid zijn partijen, bijgestaan door hun advocaten, gehoord.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 2 oktober 2013;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 6 oktober 2014;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 9 oktober 2014.

3 De beoordeling

3.1.

Uit het inmiddels ontbonden geregistreerd partnerschap van partijen is geboren:

- [de dochter] (hierna: [de dochter]), op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats].

De man heeft [de dochter] erkend. [de dochter] heeft het hoofdverblijf bij de vrouw.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een kinderalimentatie toegewezen en bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter] moet voldoen een bedrag van € 190,= per maand met ingang van 1 januari 2013.

3.3.

De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. De grieven van de man zijn gericht op het inkomen waarvan de rechtbank is uitgegaan ter becijfering van zijn draagkracht.

Ter zitting van het hof heeft de man bevestigd dat zijn appel uitsluitend betrekking heeft op de periode vanaf 9 oktober 2013.

3.4.

De man heeft in hoger beroep onder overlegging van de daartoe benodigde schriftelijke bescheiden zijn inkomenssituatie becijferd in diverse periodes, welke becijfering het hof juist acht. Ter zitting van het hof heeft de man betoogd dat zijn draagkracht het toelaat om de volgende bijdragen aan de vrouw te voldoen ten behoeve van [de dochter]:

  • -

    € 25,= per maand in de periode van 9 oktober 2013 tot 17 juni 2014;

  • -

    € 150,= per maand met ingang van 17 juni 2014.

De vrouw heeft ter zitting de uitkomsten van de door de man in het geding gebrachte berekeningen niet betwist en heeft zich akkoord verklaard met de daaruit voortvloeiende bedragen aan kinderalimentatie zoals die door de man zijn becijferd.

Het hof zal dan ook de bestreden beschikking vernietigen met ingang van 9 oktober 2013 en de kinderalimentatie als volgt vaststellen.

Proceskosten

3.5.

Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure ziet het hof geen aanleiding om af te wijken van de gebruikelijke regel die inhoudt dat de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking met ingang van 9 oktober 2013;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter], geboren [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats], zal voldoen:

  • -

    een bedrag van € 25,= per maand over de periode van 9 oktober 2013 tot 17 juni 2014;

  • -

    een bedrag van € 150,= per maand met ingang van 17 juni 2014, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover het de periode van 1 januari 2013 tot 9 oktober 2013 betreft en de compensatie van de proceskosten in eerste aanleg;

compenseert de op dit hoger beroep gevallen proceskosten tussen partijen aldus, dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. van Dijkhuizen, C.D.M. Lamers en

M.C. Bijleveld-van der Slikke en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2014.