Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:4865

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-11-2014
Datum publicatie
21-11-2014
Zaaknummer
F 200.150.163_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

naamswijziging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2014-0346

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 20 november 2014

Zaaknummer: F 200.150.163/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/262404 / FA RK 13-2230_02

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder],

wonende te

[woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. K.L.M. Kremer.

Als belanghebbenden in deze zaak kunnen worden aangemerkt:

- mr. H.A.M. Goijer-Janssen in haar hoedanigheid van bijzondere curator (hierna te noemen: de bijzondere curator) over de hierna te noemen minderjarigen ;

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 4 maart 2014.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 27 mei 2014, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat het verzoek van de moeder tot naamvaststelling c.q. –wijziging wordt toegewezen en de namen van de hierna te noemen kinderen worden gewijzigd. De namen van de kinderen dienen als volgt te luiden:

- [naam kind 1] en

- [naam kind 2].

2.2.

Er is geen verweerschrift ingediend.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de moeder, bijgestaan door mr. Kremer en de heer M.Y. Abdi, tolk;

  • -

    de bijzondere curator.

Als informant is gehoord:

- mevrouw [de ambtenaar van de burgerlijke stand], de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] (hierna: de ambtenaar van de burgerlijke stand), bijgestaan door mr. R.J. Brouwers.

2.3.1.

De Advocaat-Generaal heeft bij brief d.d. 21 augustus 2014 aangegeven geen conclusie in te dienen en niet ter zitting te verschijnen.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 22 oktober 2013;

  • -

    het faxbericht van de bijzondere curator d.d. 3 juli 2014;

  • -

    de ter zitting door de ambtenaar van de burgerlijke stand overgelegde schriftelijke verklaring.

3 De beoordeling

3.1.

De moeder en [de man] (verder te noemen: de man) zijn op 25 mei 2000 te [huwelijksplaats], Somalië, met elkaar gehuwd. In 2001 zijn de moeder en de man naar Nederland gekomen. In september 2001 is de man met onbekende bestemming uit Nederland vertrokken. De moeder heeft sindsdien geen contact meer met hem gehad.

3.2.

Sedert medio 2005 heeft de moeder een relatie met de heer [de partner van de moeder] (hierna te noemen: [de partner van de moeder]). Uit deze relatie zijn geboren:

- [kind 1], op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats], en

- [kind 2], op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats].

3.3.Gezien het feit dat de man en de moeder als gehuwd stonden geregistreerd ten tijde van de geboorte van de kinderen, staat de man als (juridische) vader op de geboorteakte van beide kinderen en hebben beide kinderen de namen van de man gekregen.

3.4.

Bij beschikking van 6 december 2012 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch tussen de moeder en de man de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat het gezag over voornoemde minderjarigen alleen aan de moeder toekomt.

3.5.

Bij verzoekschrift van 29 april 2013 heeft de moeder de rechtbank Oost-Brabant verzocht:

1. primair te bepalen dat het door het huwelijk van de moeder met de man ontstane vaderschap van [kind 1] en [kind 2] wordt ontkend als bedoeld in artikel 1:200 lid 1 aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW);

2. subsidiair op grond van artikel 1:24 BW tot verbetering van de geboorteakten van de minderjarige kinderen over te gaan, in die zin dat de vadergegevens uit de geboorteakten worden verwijderd;

3. de naam van de minderjarige kinderen vast te stellen c.q. te wijzigen, in die zin dat als namen worden opgenomen [naam kind 1] en [naam kind 2].

3.6.

Bij tussenbeschikking van 19 november 2013 heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald dat, nadat de moeder de stukken betreffende het DNA-onderzoek in het geding heeft gebracht, de bijzondere curator in de gelegenheid wordt gesteld daar schriftelijk op te reageren en desgewenst het door de moeder ingediende verzoek over te nemen. Voorts heeft de rechtbank iedere verdere beslissing aangehouden.

3.7.

Op 24 januari 2014 heeft de advocaat van de moeder de uitslag van het DNA-onderzoek van voornoemde kinderen ingediend. Uit het rapport van 16 januari 2014 van Verilabs blijkt dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is komen vast te staan dat [de partner van de moeder] de biologische vader van de kinderen is.

3.8.

Naar aanleiding van de uitslag van voornoemd rapport heeft de bijzondere curator bij brief van 28 januari 2014 de rechtbank laten weten dat zij in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de kinderen het verzoek van de moeder overneemt.

3.9.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap van de man met betrekking tot voornoemde kinderen gegrond verklaard en het meer of ander verzochte afgewezen.

3.10.

De moeder kan zich niet verenigen met de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot naamswijziging van de kinderen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.11.

De moeder voert in haar beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting, - kort weergeven - het volgende aan.

Volgens de moeder zijn de kinderen als gevolg van de ontkenning van het vaderschap van de man staatloos geworden, nu naar Somalisch recht een kind de nationaliteit ontleent aan de vader. De aan de kinderen gegeven namenreeks dient, nadat de kinderen staatloos geworden zijn, gezien te worden als voornamen. De moeder stelt dat dit ook door de gemeente wordt bevestigd.

Voorts stelt de moeder dat er voldoende zwaarwegende belangen zijn om tot naamsvastelling c.q. –wijziging over te gaan. De namen dienen gewijzigd te worden omdat de kinderen nu vernoemd zijn naar een man die ze niet kennen en die niet hun biologische vader is. Volgens de vrouw zijn namen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven.

3.12.

Het hof overweegt als volgt.

3.12.1.

Bij de geboorte hebben de kinderen vanwege de juridische afstammingsrelatie met de man, die naar alle waarschijnlijkheid de Somalische nationaliteit bezat, naar Somalisch recht een namenreeks gekregen. Een namenreeks is niet, zoals in Nederland gebruikelijk, gebaseerd op voor- en geslachtsnamen, maar op patroniemen en bestaat uit de eigennaam, gevolgd door de naam van de vader en de naam van de grootvader van vaderszijde. Blijkens de geboorteakten van de kinderen zijn als namen van de kinderen opgenomen deze drie namen.

3.12.2.

Door de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap is de afstammingsrelatie met de man teniet gedaan. De kinderen staan daardoor alleen nog in familierechtelijke betrekking tot de moeder en omdat de kinderen aan haar niet de Somalische nationaliteit kunnen ontlenen zijn de kinderen staatloos.

3.12.3.

Op grond van artikel 12, eerste lid, van het Verdrag betreffende de status van staatlozen wordt de persoonlijke staat van een staatloze beheerst door de wet van het land van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, van het land van zijn verblijf. Als toepasselijk recht van de kinderen geldt derhalve het Nederlandse recht als het recht van het land van hun woonplaats.

3.12.4.

Ingevolge artikel 1:5 lid 1 BW heeft een kind dat alleen in familierechtelijke betrekking staat tot de moeder haar geslachtsnaam. Nu bij de moeder sprake is van een namenreeks kunnen de kinderen geen geslachtsnaam aan de moeder ontlenen. De door de moeder verzochte wijziging van de namen van de kinderen betreft derhalve een wijziging van de (voor)namen van de kinderen.

3.12.5.

Ingevolge artikel 1:4 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger wijziging van de voornamen worden gelast. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwegend belang te bestaan. De wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW.

3.12.6.

Het hof stelt vast dat het verzoek door de moeder als wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen, wordt gedaan.

Aangezien in de namenreeks (de voornamen) van de kinderen de afstammingsrelatie tot de man tot uitdrukking wordt gebracht en die afstammingsrelatie door de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap is tenietgedaan, heeft de moeder een zwaarwichtig belang bij de door haar gewenste wijziging van de tweede en de derde voornaam van de beide kinderen. Nu de door de moeder verzochte wijziging van de voornamen geoorloofd is naar maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW ligt het verzoek van de moeder voor toewijzing gereed.

Dit leidt tot de navolgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 4 maart 2014, doch uitsluitend voor zover de rechtbank het verzoek van de moeder tot wijzing van de voornamen heeft afgewezen;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] de voornamen van [kind 1], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats], te wijzigen in die zin dat de tweede en de derde naam ([naam kind 1]) worden gewijzigd in de naam [naam kind 1];

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] de voornamen van [kind 2], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats], te wijzigen in die zin dat de tweede en de derde naam ([naam kind 2]) worden gewijzigd in de naam [naam kind 2];

verstaat dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en slechts indien geen cassatie is ingesteld, een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente].

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, C.E.M. Renckens en mr. A.P. van der Linden en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2014.