Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:4564

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
04-11-2014
Zaaknummer
HD 200.132.039_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Reële executie op grond van artikel 3:299 BW. Machtiging aan netbeheerder om gas en elektriciteit waarvoor geen leveringsovereenkomst meer bestaat, zelf af te sluiten, ook zonder toestemming/medewerking bewoner. Het zelfstandig en geforceerd binnentreden van die woning valt niet onder de gevraagde machtiging.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3 299
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/495
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.132.039/01

arrest van 4 november 2014

in de zaak van

Enexis B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. H.T. Meijer te Assen,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in hoger beroep niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 8 juli 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen vonnis van 10 april 2013 tussen appellante - Enexis - als eiseres en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer: 373924 CV EXPL 13-1826)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 8 juli 2013;

- het tegen geïntimeerde verleende verstek;

- de memorie van grieven van Enexis van 15 oktober 2013 met producties.

Enexis heeft arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1

In deze procedure stelt Enexis het volgende. De leverancier van energie van [geïntimeerde] heeft het tussen hen bestaande energieleveringscontract, dat betrekking had op het verbruiksadres [adres] te [plaats], ontbonden. Voor de levering van energie aan dit adres werd gebruik gemaakt van het netwerk van Enexis. Enexis heeft [geïntimeerde] verzocht er zorg voor te dragen dat een nieuwe energieleverancier zich uiterlijk op 11 november 2012 bij Enexis zou aanmelden en haar gewezen op de gevolgen van het achterwege blijven hiervan. Binnen deze termijn heeft zich geen nieuwe energieleverancier bij Enexis gemeld, zodat [geïntimeerde] vanaf die datum zonder energieleveringscontract energie verbruikt. Enexis lijdt hierdoor schade (netwerkkosten), die vanaf de datum van de ontbinding van het energieleveringscontract tot aan de dagvaarding in eerste aanleg, 22 maart 2013 een bedrag van € 138,61 beloopt. [geïntimeerde] dient medewerking te verlenen aan het afsluiten van gas en elektriciteit op het verbruiksadres, maar zij heeft die medewerking tot dusver niet verleend.

4.2

Op grond hiervan vorderde Enexis in eerste aanleg bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Enexis - voor zover nodig op grond van artikel 3:299 BW - te machtigen werkzaamheden te verrichten aan het verbruikadres ([adres] te [plaats]), bestaande uit het afsluiten van het verbruikadres van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden, en

  2. [geïntimeerde] te veroordelen:

1) om te gedogen dat Enexis de hiervoor onder a) omschreven werkzaamheden verricht aan het verbruikadres,

2) tot vergoeding aan Enexis van de door haar geleden schade met betrekking tot de netwerkkosten, tot op 22 maart 2013 een bedrag van € 138,61, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 maart 2013 tot aan de voldoening.

[geïntimeerde] is ook in eerste aanleg niet verschenen.

4.3

In het vonnis van 10 april 2013 heeft de kantonrechter geoordeeld dat de vordering hem niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en daarom bij verstek wordt toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde machtiging van de hand zal worden gewezen op grond van artikel 12 van de Grondwet c.q. de Algemene Wet op het Binnentreden, aangezien de situatie van binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner aan de orde is c.q. zou kunnen zijn. [geïntimeerde] is veroordeeld in de proceskosten.

4.4

Het hof stelt het volgende voorop. Op grond van het bepaalde in art. 139 Rv wijst de rechter de vordering in een verstekzaak toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Deze bepaling, die ingevolge art. 353 lid 1 Rv ook in hoger beroep van toepassing is - met dien verstande dat het hof daar de toets hanteert in het licht van het bestreden vonnis en de aangevoerde grieven - verplicht de rechter ambtshalve te onderzoeken of de vordering en de grondslag waarop deze berust aan de wettelijke maatstaven voldoen.

4.5

Met grief 1 betoogt Enexis dat de kantonrechter in het vonnis [geïntimeerde] niet uitdrukkelijk heeft veroordeeld om te gedogen dat Enexis werkzaamheden zal verrichten bestaande uit het afsluiten van het verbruikadres van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden en om Enexis toegang tot haar woning te verschaffen. Volgens Enexis is niet duidelijk of de toewijzing van de vordering ziet op het gevorderde onder b 1), b 2) of allebei. Enexis voert hierbij aan dat [geïntimeerde] op grond van artikel 4.2 van de algemene voorwaarden van alle netbeheerders verplicht is de netbeheerder toegang te verlenen indien de netbeheerder onderhoudswerkzaamheden dient uit te voeren dan wel van overheidswege bepaalde verplichtingen heeft. Een dergelijke verplichting is het afsluiten bij ontbreken van een leveringsovereenkomst.

4.6

De grief slaagt. In het overgelegde gedeelte van de algemene voorwaarden - waarvan de toepasselijkheid niet is weersproken - is in artikel 4.2 aanhef en sub b bepaald dat de contractant is gehouden, voor zover zulks redelijkerwijs nodig is, aan personen, die van een door de netbeheerder uitgegeven legitimatiebewijs of machtiging zijn voorzien, toegang te verlenen tot het perceel, mede ten behoeve van de uitvoering van een van overheidswege op de netbeheerder rustende verplichting. Enexis heeft als netbeheerder van overheidswege de verplichting tot afsluiten van energietoevoer bij het ontbreken van een leveringsovereenkomst. Niet betwist is dat [geïntimeerde] niet meer over een leveringsovereenkomst beschikt, zodat deze laatste situatie zich voordoet. Het afsluiten dient binnenshuis te geschieden, omdat buitenshuis afsluiten in dit geval niet mogelijk is. [geïntimeerde] is daarom gehouden om toe te laten dat Enexis werkzaamheden zal verrichten bestaande uit het afsluiten van het verbruikadres van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden en om Enexis daartoe toegang tot haar woning te verschaffen.

4.7

Met de tweede grief komt Enexis op tegen de afwijzing door de kantonrechter van de gevorderde machtiging (tot het verrichten van afsluitingswerkzaamheden en meteropname in het verbruiksadres) op grond van artikel 12 Grondwet en/of de Algemene wet op het binnentreden. Enexis voert hiertoe aan dat [geïntimeerde] verplicht is medewerkers van de netbeheerder toegang te verlenen tot het uitvoeren van de werkzaamheden en dat de rechter op grond van artikel 3:299 BW een machtiging kan verlenen om datgene te bewerkstelligen waartoe nakoming van die verplichting zou hebben geleid. Artikel 12 van de Grondwet en de uitwerking van het huisrecht in de Algemene Wet op het Binnentreden staan hieraan niet in de weg, aldus Enexis.

4.8

Artikel 3:299 lid 1 BW bepaalt dat wanneer iemand niet verricht waartoe hij gehouden is, de rechter hem jegens wie de verplichting bestaat, op diens vordering kan machtigen om zelf datgene te bewerken waartoe nakoming zou hebben geleid. Enexis heeft gesteld dat [geïntimeerde] ondanks herhaalde aanmaning hieromtrent geen medewerking heeft verleend aan het bewerkstelligen van de afsluiting, welke stelling niet is betwist. Dit betekent dat aan Enexis de machtiging zoals gevorderd kan worden verleend. De wijze waarop hiervan vervolgens gebruik wordt gemaakt, dient - zoals Enexis uitdrukkelijk erkent (punt 16 mvg) - in overeenstemming te zijn met de wettelijke bepalingen en met hetgeen daarover is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Het huisrecht dat is neergelegd in artikel 12 van de Grondwet en dat is uitgewerkt in de Algemene Wet op het Binnentreden staat in dit geval niet aan toewijzing van de gevraagde machtiging ex artikel 3:299 BW in de weg, nu de machtiging uitsluitend is gevraagd voor en zich beperkt tot de feitelijke werkzaamheden betreffende de afsluiting van de aansluiting in de woning en de meteropname, en niet tevens voor de daaraan voorafgaande betreding van het verbruiksadres tegen de wil van de bewoner. Dit laatste kan slechts geschieden met inachtneming van de wettelijke regels die daarvoor gelden.
Dit betekent dat ook de tweede grief slaagt.

4.9

De vordering zoals door Enexis in deze procedure ingesteld komt het hof niet ongegrond of onrechtmatig voor zodat deze geheel voor toewijzing in aanmerking komt. Het hof zal voor de duidelijkheid het vonnis van de kantonrechter geheel vernietigen en het dictum opnieuw formuleren. [geïntimeerde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

5 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis van 10 april 2013 en, opnieuw rechtdoende:

  1. machtigt Enexis werkzaamheden te verrichten aan het verbruikadres ([adres] te [plaats]), bestaande uit het afsluiten van het verbruikadres van gas en elektriciteit en het opnemen van de meterstanden, en,

  2. veroordeelt [geïntimeerde]:

1) om te gedogen dat Enexis de hiervoor onder a) omschreven werkzaamheden verricht aan het verbruikadres,

2) tot vergoeding aan Enexis van de door haar geleden schade met betrekking tot de netwerkkosten, tot op 22 maart 2013 een bedrag van € 138,61, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 maart 2013 tot aan de voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Enexis begroot op € 76,61 aan explootkosten, € 112,= aan griffierecht en € 30,= aan salaris gemachtigde in eerste aanleg en op € 76,71 aan explootkosten, op € 683,= aan vast recht en op € 894,= aan salaris advocaat in hoger beroep, deze bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest tot aan de voldoening en wat betreft de nakosten op € 131,= indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,= vermeerderd met de explootkosten indien betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en Th.J.A. Kleijngeld en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 november 2014.