Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:4521

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-10-2014
Datum publicatie
13-11-2014
Zaaknummer
HV 200.156.324-01
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kopje voor rechtspraak.nl: Wsnp-zaak. Saniet mag het restant van de boedelachterstand en nieuw ontstane schulden inlopen middels een verlenging van de termijn van de wsnp, waarbij slechts de minimale boedelbijdrage behoeft te worden betaald en het eventuele surplus boven genoemd bedrag en zijn vtlb kan worden gebruikt om de achterstanden aan te zuiveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak : 30 oktober 2014

Zaaknummer : HV 200.156.324/01

Zaaknummer eerste aanleg : C/04/12/154 R

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M. van Schaik te Amsterdam.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 10 september 2014.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 17 september 2014, heeft [appellant] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en – zo begrijpt het hof – het verzoek van de bewindvoerder alsnog af te wijzen.

2.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [appellant], bijgestaan door mr. Schaik.

  • -

    mevrouw K. van den Berg, hierna te noemen: de bewindvoerder;

  • -

    mevrouw S. Leenen, meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder van [appellant].

2.3.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 4 september 2014;

- de stukken van de eerste aanleg;

  • -

    het indieningsformulier met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 10 oktober 2014;

  • -

    de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 15 oktober 2014;

- het indieningsformulier met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 16 oktober 2014.

3 De beoordeling

3.1.

Ter terechtzitting en uit de stukken is gebleken dat over de goederen die aan [appellant] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind is ingesteld als bedoeld in artikel 1:431 lid 1 BW. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is de meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder in de gelegenheid gesteld, van welke gelegenheid zij ook gebruik heeft gemaakt, om haar visie over het gedane verzoek tot tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [appellant] te geven (vgl. HR 25 mei 2012, LJN: BV4021).

3.2.

Bij vonnis van 22 mei 2012 is ten aanzien van [appellant] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

3.3.

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 350 lid 3 aanhef en sub c Faillissementswet (Fw) de toepassing van de schuldsaneringsregeling op verzoek van de bewindvoerder, ingekomen op 3 juli 2014, tussentijds beëindigd, nu [appellant] naar het oordeel van de rechtbank een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt of door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling anderszins belemmert dan wel frustreert en/of bovenmatige schulden doet of laat ontstaan.

Bij het ontbreken van enige baten voor uitdeling eindigt de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.

3.4.

De rechtbank heeft dit als volgt gemotiveerd. Ondanks een verhoor bij de rechter-commissaris van 20 februari 2013, worden de kernverplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling, zoals de informatieplicht, niet althans onvoldoende nagekomen. Van saniet wordt verwacht dat niet alleen alle inlichtingen worden verschaft die door de bewindvoerder of de rechter-commissaris worden gevraagd, maar ook die inlichtingen waarvan de saniet weet of behoort te weten dat zij van belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Deze spontane inlichtingenplicht is niet (in voldoende mate) nagekomen. Daarnaast is een verwijtbare boedelachterstand van € 2.904,53 ontstaan en zijn er verwijtbare nieuwe schulden ter hoogte van € 5.760,78 ontstaan. Er is onvoldoende financiële draagkracht om dit voor het einde van de schuldsaneringsregeling volledig te voldoen. Ook bij een eventuele verlenging van de schuldsaneringsregeling kunnen de nieuwe schulden en de boedelachterstand niet ingelopen worden. Deze tekortkomingen kunnen de saniet worden aangerekend en zijn van dien aard dat een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder de zogenaamde schone lei gerechtvaardigd is, aldus de rechtbank.

3.5.

[appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen. [appellant] heeft daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. [appellant] heeft de bewindvoerder wel degelijk geïnformeerd, samen met de meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder (grief 1). In het verslag van 25 september 2013 en 31 januari 2014 van de bewindvoerder staat dit ook zo beschreven. In maart 2014 is [appellant] gaan werken als nautisch medewerker/stuurman op een schip en is het vanuit praktisch oogpunt lastiger om de bewindvoerder te informeren.

[appellant] betwist de hoogte van de boedelachterstand, hoewel hij erkent dat er nieuwe schulden zijn ontstaan (grief 2). De boedelachterstand is ontstaan doordat verschillende bewindvoerders uiteenlopend dachten over het (geheel of deels) aan de boedel afdragen van een kinderbijdrage door een buitenlandse werkgever. Doordat de opvolgend bewindvoerder alsnog de kinderbijdrage grotendeels als af te dragen inkomen rekende, ontstond in één keer een boedelachterstand. [appellant] betwist dat de kinderbijdrage naar de boedel moet vloeien. De nieuwe schulden zijn niet allemaal van [appellant]: de schuld aan Vodafone is van zijn echtgenote. Een aantal schulden is gezamenlijk van [appellant] en zijn echtgenote. [appellant] betwist dat hij deze nieuwe schulden niet kan inlopen: derden zijn bereid de schulden te voldoen. Bovendien is er nog de mogelijkheid van verlenging.

[appellant] betwist dat hij in de kernverplichtingen van de schuldsaneringsregeling tekort is geschoten (grief 3).

3.6.

Hieraan is door en namens [appellant] ter zitting in hoger beroep - zakelijk weergegeven - het volgende toegevoegd. De (nieuwe) schuld aan de Nederlandse Energie Maatschappij is inmiddels geslonken tot € 1.860,86. De (nieuwe) schuld aan de gemeente [gemeente] is inmiddels geslonken tot € 698,86; [appellant] heeft hiervoor een afbetalingsregeling gesloten van € 117,- per maand. In totaal staat er dus aan nieuwe schulden nog ongeveer € 2.500,- euro open. De rest is afbetaald omdat vrienden en familie geld bijeen hebben gebracht. De boedelachterstand bedraagt op dit moment circa € 2.900,-.

[appellant] wil deze achterstanden graag verder inlopen door aanwending van het deel van het vakantiegeld dat voor eigen gebruik is, en door een baan te zoeken. Op dit moment is [appellant] in gesprek met diverse scheepvaartondernemers die bootreizen organiseren. [appellant] mag in ieder geval terugkomen bij het bedrijf waar hij tot gisteren toe heeft gewerkt, maar welk bedrijf thans een winterstop houdt.

De echtgenote van [appellant] verwacht geld uit een erfenis van circa € 1.466,-; hier moet waarschijnlijk wel eerst de rekening van Vodafone mee betaald worden, welke rekening op naam van de echtgenote staat.

[appellant] is op zoek naar een andere, goedkopere woning.

[appellant] wil graag een verlenging van de schuldsaneringsregeling teneinde zijn achterstanden in te lopen, waarbij het fijn zou zijn als door het hof zou worden bepaald dat na afloop van de reguliere termijn de boedelbijdrage (behoudens de maandelijkse minimale bijdrage) mag worden aangewend voor het inlopen van de achterstanden.

3.7.

De bewindvoerder heeft in het verzoek tot tussentijdse beëindiging - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Er is een verwijtbare boedelachterstand van € 2.904,53 ontstaan. Er is onvoldoende budget om de achterstand te voldoen voor de einddatum van de schuldsaneringsregeling. Er zijn nieuwe schulden ad € 5.760,78. Er is sprake van hoge vaste lasten in de persoonlijke situatie. De schuldenaar informeert de bewindvoerder onvoldoende. Sinds maart 2014 heeft saniet uit eigen beweging geen contact meer opgenomen.

In de brief van 15 oktober 2014 heeft de bewindvoerder gereageerd op het beroepschrift. De bewindvoerder heeft daarin aangegeven dat [appellant] tot maart 2014 de bewindvoerder wel voldoende informeerde, maar daarna niet meer. De omstandigheid dat [appellant] werkzaam is op een boot ontslaat hem niet van zijn inlichtingenplicht.

Er ontbreken nog WW-specificaties en salarisspecificaties.

Nergens uit kan blijken dat de voormalig bewindvoerder toestemming heeft gegeven dat een buitenlandse kinderbijdrage buiten de boedel zou blijven. Waarschijnlijk was de voormalig bewindvoerder niet op de hoogte van deze buitenlandse kinderbijdrage.

De bewindvoerder is pas sinds kort op de hoogte dat de schuld aan Vodafone niet van [appellant] maar van diens echtgenote zou zijn. De overige schulden staan wel op naam van [appellant]. Onder vrienden en familie heeft een inzamelingsactie plaatsgevonden. De meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder heeft hiermee enkele schulden kunnen betalen. Thans staat nog een bedrag van € 1.860,86 aan de Nederlandse Energie Maatschappij en een schuld van € 698,89 aan de gemeente [gemeente] open. Ook wanneer de gehele erfenis van de echtgenote van [appellant] zal worden gebruikt om de openstaande schulden te betalen, zal er nog een bedrag van € 1.093,75 aan nieuwe schulden resteren.

Tot op heden is geen concreet plan van aanpak gemaakt om de boedelachterstand in te lopen. De inkomsten van [appellant] zijn daartoe niet voldoende, ook niet als de termijn van de schuldsaneringsregeling zal worden verlengd.

3.8.

Hieraan is door de bewindvoerder ter zitting in hoger beroep - zakelijk weergegeven - het volgende toegevoegd. De ontbrekende stukken zijn inmiddels alsnog aangeleverd. De bewindvoerder verzet zich niet tegen eventuele verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling, nu [appellant] zijn best doet om de achterstanden in te lopen.

3.9.

De meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep – zakelijk weergegeven – nog het volgende toegevoegd. Zowel [appellant] als diens echtgenote staat onder beschermingsbewind. Ze hebben de afgelopen tijd veel tegenslagen gehad, waaronder een operatie, werkloosheid en familieproblemen vanuit het verleden. Meneer [appellant] doet zijn best om de achterstanden in te lopen. De meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder wil graag een verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling teneinde [appellant] de gelegenheid te geven zijn achterstanden verder in te lopen.

3.9.

Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.9.1.

Het hof dient, gelet op het bepaalde in artikel 350 lid 3 aanhef en sub c en d Fw, te beoordelen of er bij [appellant], in het licht van de overige omstandigheden van het geval, sprake is van het niet naar behoren nakomen van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen of het door zij toedoen of nalaten anderszins belemmeren dan wel frustreren van de uitvoering van de schuldsaneringsregeling en het doen of laten ontstaan van bovenmatige schulden.

3.9.2.

Ten aanzien van de informatieplicht overweegt het hof dat de bewindvoerder inmiddels beschikt over alle stukken. De spontane informatieplicht is vanaf maart 2014 weliswaar iets moeilijker verlopen in verband met het werken op een schip door [appellant], maar is vóór die tijd altijd goed nagekomen. Het hof acht de geringe schending van de informatieplicht niet ernstig genoeg om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Het hof houdt [appellant] echter wel voor dat hij, ook indien hij op een schip werkt en langere tijd van huis is, moet zorgen dat de bewindvoerder voldoende geïnformeerd wordt, hetzij telefonisch, hetzij per e-mail, hetzij anderszins (bijvoorbeeld via de beschermingsbewindvoerder).

3.9.3.

De boedelachterstand van circa € 2.900,- is ontstaan doordat een buitenlandse kinderbijslag niet aan de boedel is afgedragen. Dat deze buitenlandse kinderbijslag op basis van een besluit van de rechter-commissaris (gedeeltelijk) naar de boedel dient te vloeien, is een beslissing waar het hof thans vanuit moet gaan. Deze boedelachterstand dient derhalve door [appellant] te worden ingelost.

Hetzelfde geldt voor de nieuwe schulden die zijn ontstaan. [appellant] heeft weliswaar met behulp van vrienden en familie en met aanwending van vakantiegeld (uitbetaald in oktober) deze nieuwe schulden voor een deel al kunnen aflossen zodat thans nog – uitgaande van volledige inzet van de uit de stukken gebleken erfenis - circa € 1.100,- resteert, maar deze zullen geheel dienen te worden afgelost.

3.9.4.

Hoewel door [appellant] en diens advocaat geen concreet plan en/of een aflossingsschema is opgesteld, begrijpt het hof dat [appellant] graag – naast aanwending van het deel vrij te laten vakantiegeld en/of de (een deel van) de aan zijn echtgenote toekomende erfenis – een verlenging van de (reguliere) termijn zou willen. Om de schulden daadwerkelijk in te lopen is daartoe wel noodzakelijk dat – na afloop van de reguliere termijn op 22 mei 2015 – hetgeen wordt verdiend boven het vrij te laten bedrag (vtlb) en de minimale boedelbijdrage ter grootte van het maandelijks salaris van de bewindvoerder gebruikt kan worden om de boedelachterstand en de nieuwe schulden in te lossen. De meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder is een voorstander van verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling; de bewindvoerder heeft zich niet (meer) tegen een eventuele verlenging verzet. Het hof acht – gelet op de omstandigheid dat reeds een deel van de achterstand is ingelopen, op het standpunt van de bewindvoerder en op de motivatie bij [appellant] – een dergelijke verlenging onder bovengenoemde voorwaarden opportuun. Het hof zal daartoe verstaan dat indien de achterstanden zijn aangezuiverd, de bewindvoerder deze zaak zal voordragen voor beëindiging. Het hof merkt voorts op dat indien [appellant] het hem na 22 mei 2015 extra toekomende bedrag niet aanwendt voor aanzuivering van de alsdan nog bestaande boedelachterstand en/of alsdan nog bestaande nieuwe schulden, hij er rekening mee dient te houden dat de bewindvoerder alsdan alsnog en wederom tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zal kunnen verzoeken.

3.10.

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de termijn van de schuldsaneringsregeling zal worden verlengd met bepalingen als hierna te melden.

4 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

wijst alsnog af het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant];

verlengt de schuldsaneringsregeling met twee jaren tot 22 mei 2017;

bepaalt dat na afloop van de reguliere termijn op 22 mei 2015 [appellant] slechts gehouden is tot betaling van de minimale boedelbijdrage, zodat het eventuele surplus boven genoemd bedrag en zijn vtlb gebruikt kan worden om de achterstanden aan te zuiveren;

verstaat dat na aanzuivering van de achterstanden en betaling van de nieuwe schulden de bewindvoerder de zaak zal voordragen voor beëindiging;

wijst de zaak terug naar de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, in verband met de voortzetting van de schuldsaneringsregeling.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.R.M. de Moor, P.J.M. Bongaarts en Th.A. Pouw en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2015.