Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:4497

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-10-2014
Datum publicatie
03-11-2014
Zaaknummer
HV 200.130.436_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:6423
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:2258
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:5034
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3555
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omgangsregeling

Verwijzing naar de module BOR niveau 3 van de Mutsaersstichting gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 17 januari 2014.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2015/17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 30 oktober 2014

Zaaknummer: HV 200.130.436/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/166854 / S RK 11-1169

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te

[woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. F.F.A.D.C. Tjalma,

tegen

[de vader] ,

wonende te

[woonplaats],

verweerder,

hierna te noemen: de vader.

9 De beschikking d.d. 5 juni 2014

Bij die beschikking heeft het hof, in vervolg op de daaraan voorafgegane beschikking van 7 november 2013, bepaald dat de vader en [zoon 1] en [zoon 2] gerechtigd zijn tot contact met elkaar in het kader van de module Begeleide Omgangsregeling (BOR) fase 2 van Xonar. Het hof heeft gelet op het vorenstaande iedere verdere beslissing aangehouden.

10 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

10.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de e-mail van de raad d.d. 22 juli 2014 waaruit blijkt dat de raad van Xonar heeft vernomen dat partijen de module BOR fase 2 bij Xonar reeds hebben doorlopen. Xonar heeft de raad verder bericht dat het nog een keer opstarten van de module BOR fase 2 geen optie voor Xonar is.

10.2.

Het hof heeft hierin aanleiding gezien om een nadere mondelinge behandeling te bepalen teneinde de zaak alsmede de verdere (verwijzings)mogelijkheden met partijen te bespreken.

10.3.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 september 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Tjalma;

- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw[vertegenwoordiger raad].

10.3.1.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

10.3.2.

[zoon 1] is voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 24 april 2014 buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden gehoord. Het hof heeft – gelet op het korte tijdsverloop sedert de vorige mondelinge behandeling en het belastende karakter van het minderjarigenverhoor voor [zoon 1] – [zoon 1] niet opnieuw in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

11 De verdere beoordeling

11.1.

De moeder heeft ter zitting in hoger beroep – kort samengevat – het volgende verklaard.

De vader is tegenstrijdig in zijn handelingen. Enerzijds toont de vader geen belangstelling voor de kinderen, maar aan de andere kant wil hij wel contact met de kinderen. Voor de kinderen is het belangrijk dat er rust komt. De moeder zou daarom het liefst zien dat er geen nieuwe verwijzing komt. Indien het hof besluit om partijen toch te verwijzen naar de module BOR niveau 3 van de Mutsaersstichting, dan zal de moeder voor de kinderen daaraan haar medewerking verlenen. [zoon 1] gaat nu naar de middelbare school en heeft het heel druk met zijn huiswerk. Tijdens de vorige trajecten die de kinderen hebben doorlopen waren zij hiervan zo van slag dat de moeder vreest dat de school van de kinderen onder de verwijzing gaat leiden. De kinderen zijn – vanwege de gebeurtenissen in het verleden – nog steeds bang voor de vader. De moeder vindt dat het verleden door de raad en het hof wel erg makkelijk aan de kant wordt geschoven.

11.2.

De raad heeft ter zitting in hoger beroep – kort samengevat – het volgende verklaard.

De raad ziet mogelijkheden om partijen te verwijzen naar de module BOR niveau 3 van de Mutsaersstichting. BOR niveau 3 wordt ingezet voor zaken die meer vastzitten. Bij de Mutsaersstichting zijn ook therapeuten werkzaam. Naast de begeleiding van de omgang kan er in deze module ook aandacht worden besteed aan ouderschapsreorganisatie. Er wordt gekeken naar de situatie van beide ouders en de kinderen.

11.3.

Het hof overweegt het volgende.

11.3.1.

Het hof heeft in de beschikking van 5 juni 2014 partijen verwezen naar de module BOR fase 2 van Xonar, omdat naar het oordeel van het hof Xonar het – ingevolge de beschikking van 7 november 2013 – ingezette BOR-traject te snel heeft afgesloten. Het hof achtte – teneinde het contactherstel tussen de vader en de kinderen te realiseren – een intensiever traject voor partijen noodzakelijk. Na de afgifte van de beschikking van 5 juni 2014 is het hof gebleken dat de module BOR fase 2 bij Xonar niet is opgestart, omdat partijen deze module bij Xonar reeds zouden hebben doorlopen.

11.3.2.

Het hof stelt naar aanleiding van het verhandelde tijdens de voortgezette mondelinge behandeling in hoger beroep vast dat de omstandigheden ten opzichte van de vorige mondelinge behandeling op 24 april 2014 niet zijn gewijzigd. Het hof is nog steeds van oordeel, zoals reeds eerder in de beschikking van 5 juni 2014 verwoord, dat onder intensieve deskundige begeleiding de belemmeringen bij de kinderen om te komen tot contactherstel met de vader kunnen worden overwonnen. Het hof overweegt daartoe dat [zoon 1] tijdens het minderjarigenverhoor en beide kinderen jegens de raad in het verleden blijk hebben gegeven ook positieve herinneringen aan de vader hebben. Het hof ziet, gelet op het vorenoverwogene en de uitspraak van de Hoge Raad van 17 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:91), aanleiding om partijen te verwijzen naar de module BOR niveau 3 van de Mutsaersstichting op een locatie te [plaats 1] of [plaats 2]. Naast het komen tot contactherstel tussen de kinderen en de vader (door middel van begeleide omgangscontacten) dient door de Mutsaersstichting ook aandacht te worden besteed aan organisatie van het ouderschap van partijen en de onderlinge communicatie. Voorts dient er, voor zover nodig, aandacht te zijn voor hulpverlening aan partijen en de kinderen.

11.3.3.

Het hof gaat ervan uit dat partijen hun volledige medewerking aan deze verwijzing zullen verlenen, ook indien de gesprekken en begeleide contacten op enige geografische afstand van de woonplaats van partijen plaatsvinden. Indien de module BOR niveau 3 niet wordt opgestart verzoekt het hof de Mutsaersstichting het hof hiervan onverwijld in kennis te stellen onder opgave van de reden van het niet-opstarten.

11.3.4.

Het hof verzoekt de Mutsaersstichting het hof tijdig vóór na te melden pro forma datum schriftelijk te informeren over de resultaten van de module en van de begeleide contacten onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de vader, de raadsvrouw van de moeder en de raad.

11.4.

Op grond van het vorenstaande zal het hof de verdere behandeling van de zaak pro forma aanhouden tot 30 juni 2015, in afwachting van de resultaten van de module BOR niveau 3.

12 De beslissing

Het hof:

bepaalt dat de vader en [zoon 1], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats]

en [zoon 2], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], gerechtigd zijn tot contact met elkaar in het kader van de module Begeleide Omgangsregeling (BOR) niveau 3 van de Mutsaersstichting op een locatie te [plaats 1] of [plaats 2];

houdt iedere verdere beslissing aan tot 30 juni 2015 PRO FORMA, in afwachting van het verloop van de begeleide omgangscontacten;

verzoekt de Mutsaersstichting het hof tijdig vóór bovenstaande pro forma datum schriftelijk te informeren omtrent de resultaten van de begeleide contacten, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de vader, de raadsvrouw van de moeder en de raad;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Laarhoven, C.A.R.M. van Leuven en H.M.A.W. Erven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2014.