Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:3884

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-09-2014
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
HD 103.005.765_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:1715
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:3397, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2015/315 met annotatie van prof. mr. B. Barentsen
AR-Updates.nl 2016-0152

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 103.005.765/01

arrest van 30 september 2014

in de zaak van

[laboratories] Laboratories Int. BV,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. C. Blanken te 's-Gravenhage,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. F.C. Schirmeister te Maastricht,

als aanvulling op het door het hof gewezen tussenarrest van 10 juni 2014, op het hoger beroep van de door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 103447 CV EXPL 03-51 gewezen vonnissen van 7 oktober 2003, 10 februari 2004, 21 juni 2005 en 20 september 2005.

32 Het arrest van 10 juni 2014

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof een meervoudige comparitie gelast. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden.

33 Het verdere verloop van de procedure

33.1.

Bij faxbericht van 15 augustus 2014 heeft de advocaat van [geïntimeerde] het hof meegedeeld dat onlangs is duidelijk geworden dat zijn cliënt beroep in cassatie wenst in te stellen van een of meer eindbeslissingen van het arrest van 10 juni 2014. Daarop is in deze brief verzocht de comparitie van 21 augustus 2014 aan te houden, waarbij voorts is vermeld dat de advocaat van [appellante] daartegen geen bezwaar heeft. Dit aanhoudingsverzoek is door de rolraadsheer opgevat als een eenzijdig verzoek om doorhaling ex artikel 8.1 van het pilot procesreglement voor civiele dagvaardingszaken van dit hof. De zaak is daarop verwezen naar de rol van 2 september 2014 voor akte uitlating doorhaling.

[appellante] heeft op genoemde roldatum laten weten in te kunnen stemmen met royement. [geïntimeerde] heeft op 2 september 2014 een akte na tussenarrest genomen.

33.2.

In deze akte verzoekt [geïntimeerde] het hof om terug te komen op een aantal bindende eindbeslissingen in genoemd arrest op in de akte nader omschreven gronden.

Het hof ziet in de door [geïntimeerde] aangevoerde gronden geen aanleiding op deze beslissingen terug te komen. Anders dan [geïntimeerde] stelt, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Het hof verwijst en persisteert bij hetgeen in het arrest van 10 juni 2014 is beslist.

33.3.

Voor het geval het hof niet terugkomt op de genoemde eindbeslissingen verzoekt [geïntimeerde] tegen het arrest van 10 juni 2014 tussentijds cassatieberoep open te stellen.

In de akte (onder 28) merkt [geïntimeerde] op dat de raadsvrouw van - naar het hof begrijpt - [appellante] geen bezwaar heeft tegen toewijzing van dit verzoek. De rolgriffier van het hof heeft telefonisch contact gehad met de raadsvrouw van [appellante] en daarin heeft zij bevestigd tegen inwilliging van het verzoek geen bezwaar te hebben. Een schriftelijke bevestiging hiervan bij email van 15 september 2014 10:10 uur maakt thans deel uit van het dossier.

33.4.

Het hof wijst het verzoek toe. Het hof acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 10 juni 2014.

34 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat tegen het arrest van 10 juni 2014 tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, M.J.H.A. Venner-Lijten en A.P. Zweers-van Vollenhoven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 september 2014.