Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:3673

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-09-2014
Datum publicatie
18-09-2014
Zaaknummer
HD 200.151.811_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incident tot verwijzing en voeging ex artikel 220 Rv in hoger beroep. Verwijzing leidt van rechtswege tot voeging van de beide zaken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 220, geldigheid: 2014-09-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.151.811/01

arrest van 16 september 2014

gewezen in het incident tot verwijzing en voeging ex artikel 220 Rv

in de zaak van

1 [appellant],
wonende te [woonplaats],

2. [appellante] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

eisers tot herroeping in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

hierna aan te duiden als: [appellanten],

advocaat: mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam,

tegen

de maatschap De Eglantier,

h.o.d.n. BDO Accountants & Belastingadviseurs,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

gedaagde tot herroeping in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna aan te duiden als: BDO,

advocaat: mr. A.F.J.A. Leijten te Amsterdam,

in het bij exploot van dagvaarding van 28 mei 2014 ingeleide geding tot herroeping op de voet van artikel 1068 Rv van de arbitrale vonnissen van 6 april 2005 en 28 december 2005 van het Nederlands Arbitrage Instituut met zaaknummer NAI 2974 tussen [appellanten] als eisers en BDO als verweerster.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tot herroeping;

- de incidentele memorie tot verwijzing en voeging van BDO;

- de antwoordconclusie in het voegingsincident van [appellanten]

Partijen hebben arrest gevraagd in het incident.

2 De beoordeling

In het incident

2.1.

BDO vordert op grond van artikel 220 lid 1 Rv in verband met artikel 222 lid 1 Rv (primair) verwijzing van de onderhavige procedure naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem opdat aldaar de onderhavige procedure en de civiele procedure tot herroeping ex artikel 382 Rv wegens verknochtheid kunnen worden gevoegd. Kort gezegd stelt BDO daartoe dat sprake is van verknochtheid omdat het hier gaat om twee zaken over (materieel) hetzelfde onderwerp, bij twee rechters van gelijke rang.

2.2.

[appellanten] verzetten zich niet tegen de door BDO gevorderde verwijzing en voeging met de zaak die bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, onder zaaknummer 200.039.331/04 aanhangig is. Zij refereren zich aan de beslissing van het hof. [appellanten] verzetten zich wel tegen de gevorderde proceskostenveroordeling.

2.3.

Ingevolge het bepaalde in artikel 220 lid 1 Rv kan in een zaak die verknocht is aan een zaak die reeds bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig is, de verwijzing naar die andere rechter worden gevorderd. Van verknochtheid is sprake wanneer de feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere, dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is. Daaraan kan ook zijn voldaan bij zaken die lopen tussen verschillende partijen.

2.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat de onderhavige zaak tot herroeping ex artikel 1068 Rv verknocht is aan de zaak tot herroeping ex artikel 382 die aanhangig is gemaakt bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem. Zowel in de onderhavige herroepingsprocedure als in de procedure die aanhangig is bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, is de dagvaarding tot herroeping uitgebracht op 28 mei 2014 tegen de zitting van 8 juli 2014. Dat betekent dat niet is vast te stellen welke zaak het eerst aanhangig is gemaakt. Nu echter [appellanten] zich niet verzetten tegen de gevorderde verwijzing, is het hof van oordeel dat een redelijke uitleg van artikel 220 Rv met zich brengt dat deze onzekerheid niet aan verwijzing in de weg staat. De incidentele vordering van BDO zal dan ook worden toegewezen. De verwijzing leidt van rechtswege tot voeging van de beide zaken.

2.5.

De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak

2.6.

De zaak zal worden verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, alwaar verder geprocedeerd kan worden op de wijze als bepaald in artikel 221 Rv.

3 De beslissing

Het hof:

in het incident

wijst de vordering toe;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem;

stelt vast dat de onderhavige zaak van rechtswege is gevoegd met de bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, onder zaaknummer 200.039.331/04 aanhangige zaak tussen [appellanten] als eisers tot herroeping en BDO als gedaagde tot herroeping.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2014.