Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:3588

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-09-2014
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
F 200.141.665_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 11 september 2014

Zaaknummer: F 200.141.665/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/04/125198 / FA RK 13-1243

in de zaak in hoger beroep van:

[de man],

wonende te

[woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: voorheen mr. D.J.P.H. Stoelhorst, thans geen advocaat,

tegen

[de vrouw],

wonende te

[woonplaats],

verweerster,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. N.V.T. Cremers.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 november 2013.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met daarbij gevoegd het procesdossier in eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 6 februari 2014, heeft de man verzocht voormelde beschikking te wijzigen (het hof leest: vernietigen) en te bepalen dat de man geen draagkracht heeft om een bijdrage te leveren ter zake de kosten van verzorging en opvoeding van de hierna genoemde [het kind], althans een zodanige beslissing te nemen en met ingang van een zodanige datum als het hof juist acht.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 maart 2014, heeft de vrouw verzocht de bestreden beschikking te bevestigen, zo nodig met verbetering en/of aanvulling van de gronden.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de man;

  • -

    de vrouw, bijgestaan door mr. Cremers.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 28 juli 2014.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn op 31 augustus 2005 met elkaar gehuwd.

Uit het huwelijk van partijen is op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] [het kind] geboren.

[het kind] heeft het hoofdverblijf bij de vrouw.

3.2.

Bij beschikking van 24 augustus 2011 heeft de rechtbank Roermond tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.

3.3.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] moet voldoen een bedrag van € 270,- per maand met ingang van 9 september 2013.

3.4.

De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5.

De grieven van de man betreffen zijn draagkracht.

Ingangsdatum

3.6.

De ingangsdatum van de vastgestelde onderhoudsbijdrage, zijnde 9 september 2013, is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof die datum als uitgangspunt zal nemen.

Behoefte [het kind]

3.7.

De behoefte van [het kind] is in het door partijen op 20 juli 2011 ondertekende ouderschapsplan vastgesteld op € 270,-, (geïndexeerd naar 2013: € 280,56) en is tussen partijen evenmin in geschil. Op genoemd bedrag dient het kindgebonden budget van - zoals door de vrouw ter zitting van het hof onbetwist gesteld - € 84,- dat de vrouw maandelijks ontvangt, in mindering te worden gebracht. De behoefte van [het kind] komt hiermee op € 196,56. Het hof zal derhalve het verzoek van de vrouw in deze zin aanpassen.

Draagkracht

3.8.

De man stelt dat zijn draagkracht ontoereikend is om de vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] van € 196,56 per maand te voldoen. De man voert hiertoe enerzijds aan dat hij sinds oktober 2013 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, waardoor zijn inkomen is gedaald, terwijl niet te voorzien is of en zo ja op welke termijn hij weer kan deelnemen aan het arbeidsproces en anderzijds dat hij nieuwe schulden heeft gemaakt.

Daarnaast heeft de man gesteld dat ook de vrouw kan bijdragen in de behoefte van [het kind].

De vrouw heeft de stellingen van de man gemotiveerd betwist.

3.9.

In verband met het navolgende komt het hof tot de conclusie dat de man geen draagkracht heeft om enige bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind], nu een dergelijke verplichting zou inhouden dat de man niet meer in staat zou zijn in de noodzakelijke kosten van zijn levensonderhoud te voorzien.

3.9.1.

Het is het hof uit de stukken maar bovenal uit het verhandelde ter zitting gebleken dat de man ten gevolge van zijn psychische en lichamelijke situatie als gevolg van een ernstige mishandeling in een buitengewoon slechte financiële positie is komen te verkeren. Enerzijds is het inkomen van de man drastisch gedaald ten gevolge van zijn arbeidsongeschiktheid, anderzijds zijn zijn lasten, grotendeels buiten zijn schuld, enorm toegenomen. De man heeft in dit verband tevens onweersproken gesteld dat hij enige maanden geleden, zoals achteraf gebleken is geheel ten onrechte, als verdachte is aangemerkt voor een gijzeling van het inmiddels uit zijn nieuwe relatie geboren kind. Hij is toen geconfronteerd met een strafzaak en met een verzoek tot ondertoezichtstelling waarvoor hij juridische hulp heeft moeten inschakelen. De volledige kosten hiervan heeft hij moeten voldoen, als gevolg waarvan schulden zijn ontstaan. Daar komt bij dat zijn huidige partner weliswaar een inkomen heeft, maar nu zij - naar het hof begrijpt - onder beschermingsbewind staat krijgt zij slechts € 25,- per week leefgeld. Het inkomen van de partner alsmede het inkomen van de man tellen echter wel volledig mee voor de berekening van fiscale toeslagen, die zij dus om die reden niet ontvangen. Er is aan de zijde van de man dan ook sprake van een financiële noodtoestand.

3.9.2.

Nu het hof, zoals uit het vorenstaande blijkt, reeds op grond van de draagkracht van de man niet toekomt aan het bepalen van een bijdrage zijnerzijds in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] behoeft de grief van de man voor zover die ziet op een eventueel aandeel van de vrouw in die kosten geen bespreking meer.

3.10.

De beschikking waarvan beroep dient aldus gedeeltelijk te worden vernietigd.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van

6 november 2013, met uitzondering van de proceskostencompensatie;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijst alsnog af het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats];

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, M.C. van Dijkhuizen en

E.L. Schaafsma-Beversluis en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2014.