Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:3523

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
01-10-2014
Zaaknummer
HD 103.005.902_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:1716
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:1923
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Benoeming van een verzekeringsgeneeskundige. Vervolg van het arrest van 10 juni 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1716) en vijf eerdere tussenarresten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 103.005.902/01

arrest van 9 september 2014

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],
hierna: [appellante],

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. R.M.W.H. Bedaux,

tegen

1 Machinale Grondwerken [machinale grondwerken] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: [machinale grondwerken],

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

advocaat: mr. E.H.H. Schelhaas,

2. Koninklijke Wegenbouw [KW] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: [KW];

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 26 januari 2010, 8 juni 2010, 23 augustus 2011, 7 augustus 2012, 18 december 2012, 7 mei 2013 en 10 juni 2014 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Sittard-Geleen onder zaaknummer 210551 CV EXPL 05-3948 gewezen vonnis van 31 oktober 2007.

29 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 10 juni 2014;

  • -

    de akte na tussenarrest van [appellante];

  • -

    de akte uitlating na tussenarrest van [machinale grondwerken];

  • -

    de akte uitlating van [KW].

Partijen hebben arrest gevraagd.

30 De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

30.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof overwogen dat een verzekeringsgeneeskundige zal worden benoemd. Het hof heeft de aan de verzekeringsgeneeskundige te stellen vragen vermeld.

Het hof heeft verder overwogen dat een arbeidsdeskundige zal worden benoemd nadat de verzekeringskundige zal hebben gerapporteerd. Het hof heeft de aan de arbeidsdeskundige te stellen vragen vermeld.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de te benoemen verzekeringsgeneeskundige(n) en arbeidsdeskundige(n) en de aan dezen te stellen vragen.

30.2.

[appellante] heeft zich bij akte akkoord verklaard met de benoeming van één verzekeringsgeneeskundige en één arbeidsdeskundige.

[appellante] heeft voorgesteld als verzekeringsgeneeskundige te benoemen dr. [verzekeringsgeneeskundige 1] van Veduma te [vestigingsplaats] of mr. drs. [verzekeringsgeneeskundige 2] van Medisch Adviesbureau [medisch adviesbureau].

[appellante] heeft verder voorgesteld als arbeidsdeskundige te benoemen de heer[arbeidsdeskundige 1] van [bureau].

[appellante] heeft zich akkoord verklaard met de door het hof geformuleerde vraagstelling.

[machinale grondwerken] heeft bij akte voorgesteld als verzekeringsgeneeskundige te benoemen de heer [verzekeringsgeneeskundige 2] te [plaats] of mevrouw [verzekeringsgeneeskundige 3] te [plaats].

[machinale grondwerken] heeft voorgesteld als arbeidsdeskundige te benoemen de heer [arbeidsdeskundige 2] van Radar of de heer [arbeidsdeskundige 3] van [partners] & Partners.

Met betrekking tot de vragen aan de verzekeringsgeneeskundige heeft [machinale grondwerken] gesteld dat het vollediger is indien deze deskundige onderzoek doet op basis van alle klachten en beperkingen en naar aanleiding daarvan een beperkingenpatroon opstelt en daarnaast een beperkingenpatroon waarbij de beperking zoals deze gesteld wordt door dr. Verhagen niet wordt meegenomen. [machinale grondwerken] wenst in dat kader de toevoeging van twee vragen aan de verzekeringsgeneeskundige:

“Wilt u in dat kader een onderzoek verrichten en naar aanleiding daarvan een belastbaarheidspatroon op basis van alle huidige klachten en beperkingen opstellen?

Wilt u vervolgens een belastbaarheidspatroon voor de hypothetische situatie zonder ongeval opstellen? Dat wil dus zeggen, op basis van alle klachten en beperkingen zonder dat de beperking zoals deze is vastgesteld door dr. Verhagen wordt meegewogen.”

De akte van [KW] is gelijkluidend aan de akte van [machinale grondwerken].

30.3.

Het hof oordeelt als volgt.

Het hof zal één verzekeringsgeneeskundige benoemen en - te zijner tijd - één arbeidsdeskundige.

Nu partijen alle drie mr. drs. G.J. Kruithof hebben voorgesteld, zal het hof deze als verzekeringsgeneeskundige benoemen teneinde de als gevolg van het ongeval geduide functionele beperkingen in verband met de neuropathie van de nervus ulnaris (linkerarm) om te zetten in een belastbaarheidsprofiel.

Aan deze deskundige zullen de vragen worden voorgelegd zoals weergegeven in het tussenarrest van 10 juni 2014 (r.o. 27.7.). Deze vragen en de daarbij behorende opmerkingen luiden:

“Wilt u [appellante] oproepen voor een gesprek en aan de hand van het rapport van dr. [orthopaedisch chirurg], orthopedisch chirurg, van 8 februari 2012 en het rapport van dr. W.I.M. Verhagen, neuroloog, van 16 september 2013 de functionele beperkingen van [appellante] in verband met de neuropathie van de nervus ulnaris (linkerarm) omschrijven en de belastbaarheid neerleggen in een belastbaarheidsprofiel, een en ander ten behoeve van arbeidsdeskundig onderzoek?

Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?”

De verzekeringsgeneeskundige dient uitsluitend uit te gaan van de beperkingen die [appellante] ten gevolge van de neuropathie van de nervus ulnaris in de linker arm ondervindt, zoals door dr. Verhagen beschreven. De verzekeringsgeneeskundige dient derhalve de beperkingen ten gevolge van de golferselleboog buiten beschouwing te laten en dient er verder vanuit te gaan dat de klachten van [appellante] van de gehele linker arm, dus buiten het ulnaris-verzorgingsgebied, geen beperkingen opleveren.

Voor zover het rapport van dr. Verhagen afwijkt van het rapport van dr. [orthopaedisch chirurg], dient het rapport van dr. Verhagen daarbij als uitgangspunt genomen te worden (zie onder meer hiervoor onder r.o. 27.2., antwoord op vraag 1g en onder r.o. 27.3. van het tussenarrest van 10 juni 2014).

Het hof acht deze vragen - in samenhang met de daarbij gemaakte opmerkingen - voldoende duidelijk en beantwoorden aan het doel te weten het vaststellen van een belastbaarheidsprofiel in verband met de functionele beperkingen als gevolg van de neuropathie van de nervus ulnaris (linker arm). Dat doel is niet het vaststellen van het verschil in de belastbaarheid met alle huidige beperkingen enerzijds en alle huidige beperkingen minus de door dr. Verhagen vastgestelde beperking in verband met de neuropathie van de nervus ulnaris anderzijds, zoals [machinale grondwerken] en [KW] kennelijk beogen. Het hof zal derhalve geen aanvullende vragen aan de verzekeringsgeneeskundige stellen, zoals door [machinale grondwerken] en [KW] is voorgesteld.

De deskundige dient eventuele nadere informatie die hij nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaten op te vragen. De advocaat die informatie verschaft dient een afschrift daarvan toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij. De deskundige wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.

Het hof gaat ervan uit dat [appellante] de deskundige desgewenst zal machtigen om relevante gegevens op te vragen bij artsen of instanties.

Indien de deskundige voor het onderzoek gebruik maakt van informatie van derden, dient hij daarvan melding te maken in het rapport.

Het hof wijst er voorts op dat gegevens die door de ene partij aan de deskundige worden verschaft, tegelijkertijd in afschrift of ter inzage worden verstrekt aan de wederpartij. Dit geldt echter niet onverkort voor medische gegevens die aan de deskundige worden verstrekt door de partij die eventueel gebruik kan maken van het blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2, aanhef en onder b, BW. Deze partij, [appellante], is, met het oog op de eventuele uitoefening van zijn blokkeringsrecht, in beginsel niet verplicht de door hem aan de deskundige verschafte medische gegevens tegelijkertijd aan de wederpartij in afschrift of ter inzage te verstrekken.

Dit lijdt echter in een geval dat de (verzekeraar van de) wederpartij beschikt over een medisch adviseur, in zoverre uitzondering dat tevens en tegelijkertijd aan de medisch adviseur van de verzekeraar alle aan de deskundige verschafte medische gegevens in afschrift of ter inzage dienen te worden verstrekt. Aangenomen moet immers worden dat de medisch adviseur, ook ten opzichte van (de verzekeraar van de) wederpartij, de aldus verkregen medische informatie als hem onder zijn geheimhoudingsplicht toevertrouwd zal beschouwen en behandelen.

Indien de partij die het genoemde blokkeringsrecht heeft, [appellante], van dit recht geen gebruik maakt en het deskundigenbericht ter beschikking van de wederpartij wordt gesteld, dan is eerstgenoemde partij, indien de wederpartij het verlangt of op bevel van de rechter, alsnog verplicht alle door hem aan de deskundige verschafte medische gegevens aan de wederpartij in afschrift of ter inzage te verstrekken. Weigert hij dit te doen, zonder dat zij daartoe gewichtige redenen als bedoeld in artikel 22 Rv heeft aangevoerd welke door het hof gegrond zijn geoordeeld, dan zal het hof uit die weigering de gevolgtrekking kunnen maken die hij geraden acht.

Het voorschot van de deskundige wordt - zoals bij tussenarrest van 10 juni 2014 reeds overwogen - bij helfte ten laste van [KW] en [machinale grondwerken] gebracht.

30.4.

Het hof zal, nadat het definitieve rapport van mr. drs. [medisch adviesbureau] bij het hof is binnengekomen, bij volgend tussenarrest een arbeidsdeskundige benoemen. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om na binnenkomst van ook het rapport van de arbeidsdeskundige op beide rapporten gelijktijdig te reageren (zie r.o. 27.9. tussenarrest 10 juni 2014).

30.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

31 De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel hoger beroep

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 30.3. van dit arrest geformuleerde vragen en daarbij behorende opmerkingen;

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen als verzekeringsgeneeskundige:

mr. drs. [verzekeringsgeneeskundige 2],

Medisch Adviesbureau [medisch adviesbureau],

[adres]

[postcode] [plaats],

tel.: [telefoonnummer],

e-mail: [emailadres];

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest en de zeven eerdere tussenarresten aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen in onderling overleg binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken geordend aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

bepaalt dat de deskundige de conceptrapportage eerst aan [appellante] dient te zenden, teneinde hem in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, en pas nadat blijkt dat [appellante] geen gebruik maakt van zijn blokkeringsrecht, de conceptrapportage aan [machinale grondwerken] en [KW] dient te zenden;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

wijst de deskundige en partijen op hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 30.3. is overwogen met betrekking tot het inzage- en blokkeringsrecht;

bepaalt dat de deskundige in zijn rapport aangeeft welke medische gegevens hij heeft ontvangen, waaronder ook die welke hij weliswaar heeft ontvangen maar niet aan zijn deskundig oordeel ten grondslag heeft gelegd;

bepaalt dat de deskundige in zijn rapport vermeldt of en zo ja op welke wijze hij heeft voldaan aan zijn verplichting om [appellante] in de gelegenheid te stellen mede te delen of hij van zijn inzage- en blokkeringsrecht gebruik wenste te maken;

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 4.840,= , tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat [machinale grondwerken] en [KW] ieder de helft van genoemd voorschot van € 4.840,=, derhalve ieder € 2.420,= , binnen 2 weken na de datum van dit arrest zullen overmaken naar IBAN-rekeningnummer NL53 RBOS 0569 990572 ten name van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch onder vermelding van zaaknummer HD 103.005.902/01;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

benoemt mr. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rol van 27 januari 2015 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor het door het hof bij arrest benoemen van een arbeidsdeskundige;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, A.P. Zweers-van Vollenhoven en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 september 2014.