Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:3393

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-09-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
20-002933-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van diefstal van een gereedschapskist uit een auto en twee vlaggen tot een taakstraf voor de duur van 40 uren. Anders dan de eerste rechter komt het hof tot vrijspraak van de ten laste gelegde diefstal van Mercedes emblemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002933-12

Uitspraak : 3 september 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van

het gerechtshof ’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Maastricht van 15 augustus 2012 in de strafzaak met parketnummer 03-127203-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1992],

wonende te [adres].

A. Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (feit 1), diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd (feit 2) en diefstal door twee of meer verenigde personen (feit 3) veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Tevens heeft de eerste rechter beslissingen genomen met betrekking tot in beslag genomen goederen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

B. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, de verdachte:

  • -

    ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde zal vrijspreken;

  • -

    ten aanzien van het onder 1. en 3. ten laste gelegde zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren (subsidiair 30 dagen hechtenis);

en wat betreft de in beslag genomen goederen zal beslissen conform de beslissingen van de politierechter.

C. Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

D. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 20 februari 2010, in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (Renault Clio) heeft weggenomen een gereedschapskist, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:


op of omstreeks 20 februari 2010, in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, een gereedschapskist heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die gereedschapskist redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.
hij op of omstreeks 20 februari 2010, in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere althans één auto-emble(e)m(en) (Mercedes-ster(ren)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


3.
hij op of omstreeks 21 februari 2010, in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tweetal althans één vlag(gen) van het biermerk Jupiler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

E. Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het onder 2. ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken

Het hof overweegt hieromtrent in het bijzonder als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat één van de onder medeverdachte Happe aangetroffen Mercedessterren afkomstig is van de diefstal, die verdachte onder 2.is ten laste gelegd. Gelet hierop dient de verdachte te worden vrijgesproken van het onderhavige feit.

F. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen1

De beslissing dat het hiervoor bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

I. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 februari 2010 doorgenummerde pagina’s 118 tot en met 121 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 1] het volgende:

Op zaterdag 20 februari 2010, omstreeks 20:00 uur parkeerde ik mijn personenauto, merk Renault, type Clio, kleur wit, voorzien van het kenteken [kenteken] onbeschadigd op [adres] ter hoogte van [perceel] te Maastricht. Ik had de auto afgesloten. Toen ik zondag 21 februari 2010, omstreeks 09:55 uur bij mijn auto terugkwam zag ik dat het palletje van het linker voorportier omhoog stond, Ik zag dat het slot van dit portier geforceerd was, hoogstwaarschijnlijk met een schroevendraaier. Het portier was niet meer afgesloten. Voor de bijrijdersstoel had ik een gereedschapskist liggen en een aantal inbussleutels. Deze waren gestolen. Niemand had het recht noch de toestemming om in mijn auto in te breken en genoemde goederen weg te nemen en zich toe te eigenen.

II. Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 25 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 122 tot en met 123 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 1] het volgende:

De gereedschapskist die bij mij is weggenomen was van plastic en had bovenop twee wit doorzichtige bakjes. Er zat een opvallend boortje in. Dit is een zwart boortje om schroeven in hout te zetten waar nog geen gaatje in zit. Ik heb deze nergens meer gezien. Ik zou deze gereedschapskist herkennen als ik die zou zien.

III. Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 25 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 124 tot en met 125 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 1] het volgende:

V: De gereedschapskoffer die u voor u ziet staan. Herkent u deze?

A: Ja dat is inderdaad mijn koffer.

V: Wat kunt u van de inhoud van deze koffer zeggen?

A: Dat zwarte dingetje met dat schroefdraad is het voorwerp dat ik eerder heb omschreven als zijnde moeilijk te verkrijgen in een winkel. De rest van het gereedschap herken ik ook. Ik ben blij dat de inbus set er nog inzit. Deze had ik namelijk volgens mij vorige week vrijdag 19/02/2010 gekocht bij de doe het zelf winkel achter de Geuselt.

IV. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 24 februari 2010 doorgenummerde pagina’s 137 tot en met 140 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 3], die namens [benadeelde 4] te Maastricht gerechtigd was aangifte te doen:

Ik ben werkzaam in [benadeelde 4] te Maastricht. Ik doe aangifte van (het hof begrijpt: diefstal van) een tweetal vlaggen. Ik kan over de diefstal het volgende verklaren

Zondagmorgen 21 februari 2010 omstreden 04.30 uur heeft de eigenaar van het café de zaak afgesloten verlaten. Buiten het café hingen voor twee ramen een tweetal vlaggen van het biermerk Jupiler. Aan beide vlaggen zat een vlaggenstok.

Toen ik zondagmorgen 21 februari 2010 omstreeks 09.15 uur bij het café kwam om te openen zag ik dat buiten de vlaggen met vlaggenstok waren verdwenen. Ik zag dat een van de vlaggenstokken rechts naast het café voor een garage stond. De andere vlaggenstok is later gevonden op de Lijm. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

V. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 141 tot en met 143 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van bevindingen van de verbalisanten het volgende:

Ik [verbalisant], kreeg de opdracht om te gaan naar de receptie van het hoofdbureau van politie, alwaar zich op 22 februari 2010 een mevrouw had gemeld die schoon schip wenste te maken. Aangekomen bij de receptie werden wij aangesproken door een vrouw die opgaf te zijn genaamd: [medeverdachte 1]. Wij hoorden dat zij het navolgende aan ons mededeelde:

dat zij vanaf vrijdag 19 februari 2010 tot en met zondag 21 februari 2010 op pad is geweest met [verdachte] en [medeverdachte 2] en dat er voornamelijk in de nacht van zaterdag 20 februari op zondag 21 februari 2010, strafbare feiten door [verdachte], [medeverdachte 2] en haar zijn gepleegd.

VI. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 144 tot en met 147 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van bevindingen van de verbalisanten het volgende:

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachte [medeverdachte 1] op 22 februari 2010 zijn wij met haar gaan rondrijden in de gemeente Maastricht, zodat verdachte ons kon aanwijzen waar wat gebeurd was.

Ik, [verbalisant], vroeg aan de verdachte hoe de twee jongens heten met wie ze strafbare feiten had gepleegd. Wij, verbalisanten, hoorden dat verdachte zei: “[verdachte] en [medeverdachte 2].”

Dorpstraat:

Ik, [verbalisant], zei tegen de verdachte dat ze ons moest vertellen hoe ze gelopen waren die avond. Verdachte leidde ons verbalisanten naar de Dorpstraat in de wijk Heer. Wij, verbalisanten, hoorden dat de verdachte zei dat bij [benadeelde 4] de Jupiler vlaggen door [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte]) van de gevel waren gehaald, de stokken waren verstopt en dat [verdachte] en [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) de vlaggen hadden.

Gerechtigheidslaan:

Wij verbalisanten reden met de verdachte naar de Gerechtigheidslaan in de wijk Scharn te Maastricht. Wij, verbalisanten, hoorden dat de verdachte zei dat ze niet precies wist waar de auto stond omdat zij altijd degene is die doorloopt. Wij, verbalisanten, hoorden dat de verdachte zei dat hier ergens op de Gerechtigheidslaan met de hoek Mockstraat was ingebroken in een auto een dat er een gereedschapskist uit die auto was gestolen.

VII. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 28 tot en met 30 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] het volgende:

Over de diefstal van de vlaggen bij het café kan ik zeggen dat [verdachte] via de regenpijp omhoog is geklommen. Het café heet [benadeelde 4]. Het waren vlaggen van het biermerk Jupiler. Zowel de eerste als de tweede vlag hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] samen daar weggehaald.

Over de diefstal van de gereedschapskist kan ik verklaren dat die eerder op zaterdag gestolen is. [verdachte] had die gereedschapskist bij zich.

VIII. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 35 tot en met 43 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] het volgende:

V: Wat kan je vertellen over de. gereedschapskist die [verdachte] bij zich had?

A: Ik had met [verdachte] zaterdag afgesproken hem te treffen, op de Adelbert van Scharnlaan. Ik zag dat hij een gereedschapskist bij zich had. Ik vroeg hem toen hoe hij daar nu weer aankwam. Ik hoorde hem zeggen: wat denk je. Hij had daarbij een typisch [verdachte] lachje. Hij zei dat de koffer zwaar was en ik heb hem toen van hem overgenomen. Dat was een kunststofkist van ongeveer 40 centimeter breed. In de kist zaten hamers, meetlinten, schroeven en boutjes. De kist heeft ook nog even bij mij in de woning gestaan.

IX. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 65 tot en met 71 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] het volgende:

V: Ben jij in bezit van gereedschap.

A: Ja, ik heb wel gereedschap. Dat staat onder mijn bed in een gereedschapskoffer?

V: Kan je die koffer omschrijven?

A: Hij is ongeveer 40 centimeter breed. Het is volgens mij hard plastic. Op de bovenzijde van deze koffer zitten twee witte doosje, welke naast het handvat zitten.

X. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 159 tot en met 160, en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van bevindingen van de verbalisanten het volgende:

Op donderdag 25 februari 2010, omstreeks 12.30 uur, kwamen wij aan bij perceel [adres]. Alhier staat de verdachte [verdachte] ingeschreven.

INBESLAGNAME

Op de kamer van verdachte [verdachte] zagen wij onder een bed, een gereedschapskistje staan. Het gereedschapskistje is vervolgens door mij, [verbalisant], in beslag genomen aangezien van een soortgelijk kistje aangifte van diefstal is gedaan.

Verder zagen wij aan een muur een grote vlag hangen. Wij zagen dat de vlag rood van kleur was met opdruk: “Jupiler”. Ik, [verbalisant], heb deze vlag ook in beslag genomen aangezien van een soortgelijke vlag aangifte is gedaan van diefstal.

XI. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 94 tot en met 97 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] het volgende:

V. Wat kun je mij nog vertellen met betrekking tot de gestolen vlaggen?

A. Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] om de hoek van het café kwam en een vlag van Jupiler in zijn handen had.

V: Wat kun je mij preciezer vertellen met betrekking tot de gestolen gereedschapskist?

A: Ik liep ergens maar de juiste straat weet ik niet meer. Ik weet wel dat [verdachte] mij van achteren naderde. Ik zag dat hij een gereedschapskist in zijn handen had. Van te voren had [verdachte] echter geen gereedschapskist bij zich. Ik weet wel dat deze kist donker van kleur was en dat er twee lichtkleurige vakken aan de bovenzijde waren.

XII. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 februari 2010, doorgenummerde pagina’s 103 tot en met 106 en voor zover relevant - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] het volgende:

Opmerking verbalisant: Onder het bed van verdachte [verdachte] is een gereedschapskist gehaald.

V: Eerder verklaarde je dat je de gereedschapskist weer zou herkennen. De kist die je nu getoond word, is die gelijkend op de kist die je eerder hebt omschreven?

A: Ja, het is een zelfde model kist.

G. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderling verband en onderlinge samenhang beschouwd.

Van de zijde van de verdediging is betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1. primair ten laste gelegde. Hiertoe is - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard verdachte te hebben gezien met een groene gereedschapskist.

Nu aangifte is gedaan van een grijsgekleurde gereedschapskist, dient verdachte bij twijfel over de vraag of de onder hem aangetroffen gereedschapskist is gestolen, te worden vrijgesproken van het onder 1. primair ten laste gelegde.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat op zaterdag 20 februari 2010 een gereedschapskist is ontvreemd uit een personenauto. Enkele dagen na de diefstal is in de woning van verdachte onder zijn bed een gereedschapskist aangetroffen. Aangever [benadeelde 1] heeft de onder verdachte aangetroffen gereedschapskist positief herkend en heeft daarbij tevens een gedetailleerde beschrijving gegeven van een moeilijk verkrijgbaar zwart boortje dat zich in de kist bevond. Voorts heeft hij een setje recent aangeschafte inbussleutels herkend. Weliswaar heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard verdachte te hebben gezien in het bezit van een groene gereedschapskist, maar naar het oordeel van het hof is dit kleurverschil, gelet op de feiten en omstandigheden, zoals deze blijken uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, niet relevant.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de in de woning van de verdachte aangetroffen gereedschapskist dezelfde gereedschapskist is als die welke op 20 februari 2010 is ontvreemd uit de auto van de aangever.

Bij gebreke van een aannemelijke verklaring van de zijde van verdachte voor het aantreffen van een van diefstal afkomstige gereedschapskist in zijn woning, en mede gelet op de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], acht het hof bewezen dat de betreffende gereedschapskist door verdachte wederrechtelijk is weggenomen uit de auto van de aangever [benadeelde 1].

Feiten of omstandigheden die tot een andersluidend oordeel zouden moeten leiden zijn het hof niet gebleken.

Het verweer strekkende tot vrijspraak wordt mitsdien verworpen.

H. Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, in onderling verband en onderlinge samenhang beschouwd, alsmede zijn bijzondere overwegingen omtrent het bewijs acht het hof het onder 1. primair en 3. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.
hij op 20 februari 2010 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (Renault Clio) heeft weggenomen een gereedschapskist, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

3.
hij op 21 februari 2010 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tweetal vlaggen van het biermerk Jupiler, toebehorende aan [benadeelde 4].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd, dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

I. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

J. Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

K. Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Hierbij heeft het hof acht geslagen op:

  • -

    de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de mate van overlast die verdachte met zijn bewezen verklaarde handelen heeft veroorzaakt.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande in beginsel niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep en de omstandigheid dat verdachte blijkens het vermelde Uittreksel Justitiële Documentatie inmiddels enige tijd niet meer met justitie in aanraking is gekomen, is het hof echter van oordeel dat in het onderhavige geval kan worden volstaan met een taakstraf van na te melden duur.

Wat betreft de op te leggen hoogte van de straf is door het hof voorts aansluiting gezocht bij de straffen die worden opgelegd in gevallen die - grosso modo - vergelijkbaar zijn met de onderhavige zaak.

Gelet op vorenstaande komt het hof tot de oplegging van een lagere taakstraf dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

Naar het oordeel van het hof is het recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn in de onderhavige strafzaak geschonden. Het hof stelt namelijk vast dat de inzendingstermijn vanaf de datum waarop het hoger beroep is ingesteld (te weten 24 augustus 2012) tot aan de datum waarop de stukken van de zaak zijn ontvangen ter griffie van het gerechtshof (te weten: 12 december 2013) is overschreden. Het hof acht geen bijzondere omstandigheden aanwezig die voormelde overschrijding rechtvaardigen en vindt in de termijnoverschrijding derhalve aanleiding een lagere straf op te leggen dan het hof zonder deze verdragsschending zou hebben opgelegd.

Zonder schending van de redelijke termijn zou oplegging van een taakstraf voor de duur van 46 uur naar het oordeel van het hof passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn echter is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen van een taakstraf voor de duur van 40 uren (subsidiair 20 dagen hechtenis) ter compensatie van de schending van verdachtes recht op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.

In hetgeen de raadsman voor het overige naar voren heeft gebracht ziet het hof geen reden om met betrekking tot de op te leggen straf tot een andersluidend oordeel te komen.

L. Beslag

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven schroevendraaier, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte onder 1. begane misdrijf werd aangetroffen en dit voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Ten aanzien van de in beslag genomen emblemen van het merk Mercedes is niet duidelijk wie daarop rechthebbende is. Derhalve is het hof niet in staat de teruggave daarvan aan een met name te noemen persoon te gelasten. Nu ten aanzien van de in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, zal het hof de bewaring daarvan ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Van hetgeen overigens in beslag is genomen en nog niet is teruggegeven, zal de teruggave worden gelast aan de rechthebbende.

M. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27, 36b, 36d, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1. primair en 3. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. en 3. bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- één schroevendraaier (omschrijving: 1760911, merk Felo).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

- vier Mercedes emblemen (omschrijving: 1760920, merk Mercedes).

Gelast de teruggave aan [benadeelde 1] van de in beslag genomen gereedschapskist, (omschrijving: 1761912 incl. divers handgereedschap) ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven.

Gelast de teruggave aan [benadeelde 4] van de in beslag genomen vlag (omschrijving: 1761918), ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven.

Aldus gewezen door

mr. H. Eijsenga, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. P.M. Frielink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.P. Sampat, griffier,

en op 3 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P.M. Frielink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Voor zover hierna niet anders vermeld, zijn de bewijsmiddelen afkomstig uit het dossier van politie regio Limburg Zuid, District Maastricht, districtsrecherche, recherche Maastricht, met nummer: 2010020557, in de wettelijk vorm opgemaakt door [verbalisant] (brigadier van politie) en gesloten op 1 maart 2010, doorgenummerde dossierpagina’s 001 tot en met 168.