Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:317

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-02-2014
Datum publicatie
13-02-2014
Zaaknummer
20-002253-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tenlastelegging op de voet van art. 240b Sr (kinderpornografie). De (primaire) tenlastelegging omschrijft in algemene termen enkele typen van seksuele gedragingen, welke gedragingen op de inbeslaggenomen digitaal opgeslagen afbeeldingen voorkomen, en verwijst verder naar een “collectiescan” van die digitaal opgeslagen afbeeldingen in het dossier van het voorbereidend onderzoek. Het hof acht - evenals de rechtbank - deze tenlastelegging nietig wegens onvoldoende identificatie van de afzonderlijke strafbare feiten. Subsidiair zijn in de tenlastelegging 11 geïdentifeerde afbeeldingen feitelijk omschreven. Het hof onderzoekt op de grondslag van de subsidiaire tenlastelegging van elk van deze afbeeldingen of zij voldoet aan de criteria voor kinderpornografie.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 240b, geldigheid: 2014-02-13
Wetboek van Strafvordering 261, geldigheid: 2014-02-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/74

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002253-13

Uitspraak : 10 februari 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 18 juni 2013 in de strafzaak met parketnummer 03-700507-12 tegen:

[Verdachte]

[geboortedatum verdachte]

[woonplaats verdachte]

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis is de dagvaarding in eerste aanleg ten aanzien van het primair ten laste gelegde nietig verklaard en is verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde (bezit van kinderpornografische afbeeldingen) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren alsmede tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de eerste rechter een beslissing genomen ten aanzien van het beslag.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen om reden dat de eerste rechter ten onrechte de dagvaarding voor wat betreft het primair ten laste gelegde nietig heeft verklaard en opnieuw rechtdoende verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

De verdediging heeft:

  • -

    bepleit dat de dagvaarding in eerste aanleg voor wat betreft het primair ten laste gelegde nietig dient te worden verklaard;

  • -

    zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof;

  • -

    ten aanzien van de op te leggen straf zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen hogere straf wordt opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de eerste rechter en zal derhalve het vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 9 januari 2011 in de [Pleegplaats], een of meermalen (telkens) 5714, althans een groot aantal bestanden, te weten 313 foto's en/of zes video's en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een of meer computer(s) en/of (een) harddisk(s), heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde gedragingen bestonden uit:

  • -

    het oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of

  • -

    het oraal penetreren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de mond en/of de tong en/of

  • -

    het met de vinger(s) en/of hand betasten, althans aanraken van de geslachtsdelen van of door een persoon die de leeftijd van 18 jaar kennelijk nog niet heeft bereikt en/of

  • -

    het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon geheel naakt en/of gedeeltelijk naakt en/of gekleed in niet bij de leeftijd passende kleding (zoals lingerie) en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert die niet bij de leeftijd past en/of de uitsnede van de afbeelding/film en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden

zoals blijkt uit de collectiescan, welke als bijlage II is opgenomen bij het proces-verbaal beschrijving aangetroffen kinderpornografisch materiaal, pv nummer 2011024401-5;

subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 9 januari 2011 in de [Pleegplaats], in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 313 foto(s) en/of zes video(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) te weten één of meer computer(s) en/of (een) harddisk(s) heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (onder meer) bestaande uit:

a. een afbeelding [bestandsnaam]: Twee jongens in de leeftijd van ongeveer 15 jaar zijn afgebeeld. Van een van hen is alleen het hoofd en nek afgebeeld. Zijn mond bevindt zich ongeveer ter hoogte van het kruis van de andere jongen. Hij heeft een stijve penis van die jongen in zijn mond; en/of

b een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje van ongeveer 15 jaar zit op haar knieën op een bank met de billen in de richting van de camera. Ze is geheel naakt en kijkt op een kennelijk als wulps bedoelde wijze in de camera; en/of

c. een afbeelding [bestandsnaam]: 3 afbeeldingen van naakte meisjes zijn in deze foto gevat. Twee daarvan zijn op een strand opgenomen. Een daarvan kan als naturistisch worden bestempeld. De andere foto laat een meisje van ongeveer 14-16 jaar zien. Ze is naakt en staat licht voorover gebukt. De foto is van achteren genomen zodat haar billen De derde foto laat een meisje van ongeveer 15 jaar zien. Ze is naakt en ligt op haar rug, haar benen opgetrokken. Het camerastandpunt is dusdanig laag gekozen dat de vagina van dit meisje prominent in beeld wordt gebracht; en/of

d. een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje, leeftijd 11-13 jaar is naakt afgebeeld terwijl ze een ijsje eet. Ze heeft een plaket in een van haar handen. Het camerastandpunt is dusdanig laag gekozen (ongeveer kruishoogte) dat de onderbenen niet op de foto staan maar haar geslachtsdelen tegelijkertijd nadrukkelijk in beeld komen; en/of

een afbeelding [bestandsnaam]: Afgebeeld is een jongen van ongeveer 10 jaar. Hij is naakt en zit ergens op. De achtergrond bestaat uit een gedrapeerd doek. Hij houdt een arm op zijn schouder. Het camerastandpunt is ongeveer op kruishoogte van de jongen, Zijn naakt geslachtsdeel wordt nadrukkelijk in beeld gebracht; en/of

een afbeelding [bestandsnaam]: Twee meisjes, beiden rond 6 jaar oud, liggen geheel naakt op een strand of iets dergelijks. Een van de meisjes heeft een been opgetrokken en haar billen en vagina wijzen naar de camera. Hierdoor zijn haar vagina en billen nadrukkelijk in beeld; en/of

een afbeelding [bestandsnaam]: Twee meisjes liggen geheel naakt aan de oever van een water. Een van hen, ze is ongeveer 12 jaar oud, steunt op haar ellebogen. Het camerastandpunt is gekozen vanaf schuin achter van dit meisje. Hierdoor worden haar borstjes nadrukkelijk in beeld gebracht. Haar (beginnend) schaamhaar is eveneens afgebeeld; en/of

een afbeelding [bestandsnaam]: Twee jongens van ongeveer 15 jaar oud zijn geheel naakt en bevinden zich in een woonkamer. Een van beiden zit op een bank, de nader staat voor hem. De zittende jongen heeft de stijve penis van de staande jongen in zijn mond; en/of

een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje, ongeveer 15 jaar oud, is geheel naakt en bevindt zich in een woonkamer. Ze staat op een laag kastje en heeft een van haar benen op een hogere kast geplaatst. Hierdoor komt haar vagina nadrukkelijk in beeld; en/of

een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje, ongeveer 13 jaar oud, staat op een strand. Afgebeeld zijn alleen haar romp en hoofd waardoor haar borsten nadrukkelijk in beeld zijn gebracht;

een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje van ongeveer 15 jaar staat geheel naakt in de zon, kennelijk op een strand. Ze poseert met één hand achter haar hoofd, de andere hand steunt op haar zij. Het camerastandpunt is onder kruishoogte, waardoor de vagina (met beginnend schaamhaar) van het meisje nadrukkelijk in beeld wordt gebracht. Haar borsten zijn eveneens afgebeeld.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Het hof heeft de gedachtestreepjes in de subsidiaire tenlastelegging vervangen door letters.

Nietigheid van de dagvaarding wat betreft de primaire tenlastelegging.

In de onderhavige zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 3 oktober 2012 geoordeeld dat de inleidende dagvaarding nietig was omdat deze onvoldoende feitelijk was en derhalve niet voldeed aan het gestelde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Vervolgens heeft het openbaar ministerie verdachte opnieuw gedagvaard met een gewijzigde tenlastelegging, die de grondslag vormt van het onderhavige strafgeding.

De gewijzigde dagvaarding verschilt in zoverre van de eerste inleidende dagvaarding dat (a) aan het oorspronkelijk tenlastegelegde is toegevoegd een verwijzing naar de collectiescan, welke als bijlage II is opgenomen bij het proces-verbaal beschrijving aangetroffen kinderpornografisch materiaal, pv nummer 2011024401-5, en voorts (b) aan de tenlastelegging een subsidiaire variant is toegevoegd, te weten een feitelijke omschrijving van in totaal elf afbeeldingen van kinderpornografische aard.

Bij vonnis van 18 juni 2013 waarvan thans beroep heeft de rechtbank geoordeeld dat het primair ten laste gelegde met enkel de verwijzing naar de collectiescan onvoldoende concretiseert wat verdachte wordt verweten en heeft de dagvaarding ten aanzien van het primair ten laste gelegde nietig verklaard.

De advocaat-generaal heeft zich onder verwijzing naar de overwegingen vermeld in de appelschriftuur op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde een voldoende concrete omschrijving van het verwijt behelst en dus geldig is.

De verdediging heeft bepleit dat het primair ten laste gelegde onvoldoende specifiek is en de verdediging derhalve niet weet tegen welk verwijt de verdachte zich moet verdedigen.

Het hof overweegt als volgt.

In de primaire tenlastelegging worden de daar bedoelde afbeeldingen onderverdeeld in vier categoriëen, die elk in meer of minder algemene feitelijke termen worden omschreven, met verwijzing naar een zogenaamde collectiescan, die als bijlage II is opgenomen bij het proces-verbaal onderzoek beeldmateriaal, proces-verbaalnummer 2011024401-5. Deze collectiescan staat op p. 28-30 van het dossier van voorbereidend onderzoek met doorlopende bladzijdenummering. Het blijkt dat de beschrijving van de categorieën in de tenlastelegging letterlijk is ontleend aan de collectiescan.

In deze collectiescan wordt, volgens het bovenschrift ervan, een overzicht gegeven van de in de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen zichtbare (strafbare) elementen.

Deze collectiescan bevat algemene typologieën, onderverdeeld in hoofdcategorieën en subcategorieën van seksuele gedragingen waarop door middel van aankruising de bevindingen van de verbalisant worden weergeven. In percentages (van het totaal aangetroffen strafbare beeldmateriaal) wordt tot uitdrukking gebracht het aantreffen van de betreffende hoofdtypologie in het bij verdachte aangetroffen beeld- en videomateriaal.

In het tevens aan dit proces-verbaal als bijlage III en IIIa gehechte overzicht wordt enkel de digitale vindplaats op de gegevensdragers van aangetroffen 313 foto’s (III, p. 31-39) respectievelijk zes videofilms (IIIa, p. 40) weergegeven. Een verwijzing over en weer in enerzijds de bijlage II en anderzijds de bijlagen III en IIIa ontbreekt. Wel blijkt uit het proces-verbaal onderzoek beeldmateriaal (p. 24 en 27 van het dossier van voorbereidend onderzoek met doorlopende bladzijdenummering) dat bijlage III bedoeld is als overzicht van de aantallen foto’s als beschreven in bijlage II en dat bijlage IIIa bedoeld is als overzicht van de aantallen video’s als beschreven in bijlage II.

De primaire tenlastelegging verwijst echter uitsluitend naar de bijlage II en niet naar de bijlagen III en IIIa.

De in de primaire tenlastelegging verfeitelijkte seksuele gedragingen zijn een weergave van de volgens de collectiescan in het materiaal aangetroffen hoofd- en subcategorieën, steeds als: en/of ten laste gelegd. Bij de weergave van de categorie ‘poseren door minderjarige (…), worden de aangekruiste subcategorieën steeds als alternatief opgenomen. Iedere verwijzing naar afzonderlijke gespecificeerde afbeeldingen ontbreekt in de collectiescan en in de tenlastelegging.

Het hof is van oordeel dat deze wijze van tenlastelegging onvoldoende de afzonderlijke strafbare feiten identificeert die de tenlastelegging op het oog heeft, waardoor deze onvoldoende feitelijke betekenis heeft en niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof overweegt daarbij dat, gelet op de ten laste gelegde omvang van kinderpornografische afbeeldingen (“5714, althans een groot aantal bestanden, te weten 313 foto’s en/of zes video’s”) niet van het hof of de verdediging kan worden gevergd dat al die bestanden worden bekeken teneinde te kunnen vaststellen welke afbeelding voldoet aan het criterium van seksuele gedraging waarbij een persoon kennelijk jonger dan 18 jaar is betrokken en op welke beeldmateriaal specifiek de categorisering ziet.

Dit zelfstandig in ogenschouw nemen van het materiaal is te meer van belang nu de verdachte heeft gesteld dat het merendeel van het materiaal naturistische opnames betreft, en dat ook door de verbalisant wordt opgemerkt (blz. 24) dat nagenoeg alle door hem als kinderpornografisch beoordeelde afbeeldingen en video’s lijken op naturistische opnames.

Hierbij merkt het hof op, met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2011, NJ 2012/147 – een uitspraak waar ook het Openbaar Ministerie in de onderhavige zaak naar verwijst – dat niets zich ertegen verzet dat ingeval het gaat om een groot aantal afbeeldingen de steller van de tenlastelegging zich beperkt tot een selectie van (representatieve) afbeeldingen, te meer als het een groot aantal afbeeldingen betreft.

Mitsdien is het hof met de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding in eerste aanleg voor wat betreft het primair ten laste gelegde nietig dient te worden verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 9 januari 2011 in de[Pleegplaats], een aantal afbeeldingen in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, bestaande uit:

a. een afbeelding [bestandsnaam]: Twee jongens in de leeftijd van ongeveer 15 jaar zijn afgebeeld. Van een van hen is alleen het hoofd en de nek afgebeeld. Zijn mond bevindt zich ongeveer ter hoogte van het kruis van de andere jongen. Hij heeft een stijve penis van die jongen in zijn mond; en

een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje van ongeveer 15 jaar zit op haar knieën op een bank met de billen in de richting van de camera. Ze is geheel naakt en kijkt in de camera; en

een afbeelding [bestandsnaam]: 3 afbeeldingen van naakte meisjes zijn in deze foto gevat. Twee daarvan zijn op een strand opgenomen. De foto links boven laat een meisje van ongeveer 14-16 jaar zien. Ze is naakt en staat licht voorover gebukt. De foto is van achteren genomen. De onderste foto laat een meisje van ongeveer 15 jaar zien. Ze is naakt en ligt op haar rug, haar benen opgetrokken. Het camerastandpunt is dusdanig laag gekozen dat de vagina van dit meisje prominent in beeld wordt gebracht; en

een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje, leeftijd 11-13 jaar is naakt afgebeeld terwijl ze een ijsje eet. Ze heeft een plaket in een van haar handen. Het camerastandpunt is dusdanig laag gekozen (ongeveer kruishoogte) dat de onderbenen niet op de foto staan maar haar geslachtsdelen tegelijkertijd nadrukkelijk in beeld komen; en

een afbeelding [bestandsnaam]: Afgebeeld is een jongen van ongeveer 10 jaar. Hij is naakt en zit ergens op. De achtergrond bestaat uit een gedrapeerd doek. Hij houdt een arm op zijn schouder. Het camerastandpunt is ongeveer op kruishoogte van de jongen, Zijn naakt geslachtsdeel wordt nadrukkelijk in beeld gebracht; en

een afbeelding [bestandsnaam]: Twee meisjes, beiden rond 6 jaar oud, liggen geheel naakt op een strand of iets dergelijks. Een van de meisjes heeft een been opgetrokken en haar billen en vagina wijzen naar de camera. Hierdoor zijn haar vagina en billen nadrukkelijk in beeld; en

een afbeelding [bestandsnaam]: Twee meisjes liggen geheel naakt aan de oever van een water. Een van hen, ze is ongeveer 12 jaar oud, steunt op haar ellebogen. Het camerastandpunt is gekozen vanaf schuin achter van dit meisje. Hierdoor worden haar borstjes nadrukkelijk in beeld gebracht. Haar (beginnend) schaamhaar is eveneens afgebeeld; en

een afbeelding [bestandsnaam]: Twee jongens van ongeveer 15 jaar oud zijn geheel naakt en bevinden zich in een woonkamer. Een van beiden zit op een bank, de nader staat voor hem. De zittende jongen heeft de stijve penis van de staande jongen in zijn mond; en

i. en afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje, ongeveer 15 jaar oud, is geheel naakt en bevindt zich in een woonkamer. Ze staat op een laag kastje en heeft een van haar benen op een hogere kast geplaatst. Hierdoor komt haar vagina nadrukkelijk in beeld; en

k. een afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje van ongeveer 15 jaar staat geheel naakt in de zon, kennelijk op een strand. Ze poseert met één hand achter haar hoofd, de andere hand steunt op haar zij. Het camerastandpunt is onder kruishoogte, waardoor de vagina (met beginnend schaamhaar) van het meisje nadrukkelijk in beeld wordt gebracht. Haar borsten zijn eveneens afgebeeld.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Mede op verzoek van de verdediging en met instemming van de advocaat-generaal heeft het hof in raadkamer de in de subsidiaire tenlastelegging bedoelde afbeeldingen (a tot en met k) beoordeeld en deze beoordeling aan zijn beslissing ten grondslag gelegd.

Bij deze beoordeling heeft het hof de volgende maatstaf aangelegd.

Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht ziet in de eerste plaats op een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals die aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Het gaat hierbij om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Voorts ziet artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is tot stand gekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden ‘onschuldig’ zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.

Gelet hierop heeft het hof de in de tenlastelegging vermelde afbeelding onder j, omschreven als ‘afbeelding [bestandsnaam]: Een meisje, ongeveer 13 jaar oud, staat op een strand. Afgebeeld zijn alleen haar romp en hoofd waardoor haar borsten nadrukkelijk in beeld zijn gebracht’ niet in de bewezenverklaring opgenomen. Zonder meer context van deze afbeelding van de foto zelf of van de eventuele reeks waarin deze is opgenomen, is het hof van oordeel dat deze foto niet voldoet aan genoemde criteria.

Bij de afbeeldingen onder c neemt het hof in aanmerking dat hier het bijschrift “[naam bijschift]” op voorkomt. Bij de afbeelding onder f staat het bijschrift “[naam bijschift]” De afbeeldingen onder g en k zijn kennelijk bedoeld als zinnenprikkelend.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd,

en is strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Blijkens het proces-verbaal onderzoek beeldmateriaal, d.d. 25 januari 2012,

proces-verbaalnummer 2011024401-5, is door de betreffende verbalisant een als representatief aangeduide collectie van 11 afbeeldingen gemaakt uit een totaal van 319 afbeeldingen. Het hof heeft tien van de elf door de verbalisant als representatief aangeduide afbeeldingen gekwalificeerd als kinderporno, zodat kennelijk de collectiescan een redelijk betrouwbare indruk geeft van de omvang van de bij de verdachte aangetroffen collectie van verboden afbeeldingen. Dit leidt tot de conclusie dat verdachte ten minste een paar honderd van dergelijke afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de omstandigheid dat het bezit van kinderporno indirect het vervaardigen van kinderporno bevordert en derhalve het seksueel misbruik van kinderen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de omstandigheid dat verdachte, blijkens het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 10 december 2013, niet eerder door de strafrechter voor een soortgelijk delict is veroordeeld;

  • -

    de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet op de relatief beperkte hoeveelheid van de kinderpornografische afbeeldingen die verdachte in zijn bezit heeft gehad alsmede het feit dat deze afbeeldingen in hun soort niet als de meest ernstig vorm van kinderpornografie zijn aan te merken, ziet het hof geen aanleiding om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen acht het hof, evenals de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, alsmede een taakstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis, passend en geboden.

Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, te weten een computer en een harddisk waarop het materiaal is aangetroffen, te beschouwen als gezamenlijkheid van voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 63 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg voor wat betreft het primair ten laste gelegde nietig.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 computer

- 1 harddisk.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. N.J.M. Ruyters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.R. Veldt, griffier,

en op 10 februari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.