Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:2963

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-08-2014
Datum publicatie
27-08-2014
Zaaknummer
20-002709-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 tot en met 2009. Verdachte heeft in bedoelde aangiften door hem geleden verliezen uit beleggingsactiviteiten aangegeven als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Verdachte mocht op het moment van indienen van de aangiften inkomstenbelasting redelijkerwijs menen dat de wijze waarop hij deze aangiften op dit punt had gedaan, toelaatbaar was. Het hof is van oordeel dat, mocht reeds komen vast te staan dat verdachte ten onrechte de met deze beleggingsactiviteiten geleden verliezen in de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 tot en met 2009 als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ heeft vermeld, verdachte niet kan worden verweten dat verdachte die aangiften opzettelijk onjuist zou hebben gedaan, ook niet in voorwaardelijke zin.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 69, geldigheid: 2014-08-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-2044
Mr. P.A. Caljé annotatie in NTFR 2014/2214

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002709-13

Uitspraak : 26 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 13 augustus 2013 in de strafzaak met parketnummer 01-997521-11 tegen:

[Verdachte],

[geboorteplaats en geboortedatum],

[woonadres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven’, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede tot een geldboete van € 29.000,=, subsidiair 180 hechtenis.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft:

  • -

    primair bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde integraal wordt vrijgesproken;

  • -

    subsidiair bepleit dat wordt volstaan met het opleggen van een geldboete.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof, anders dan de rechtbank, niet tot een bewezenverklaring komt.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 juni 2009, althans in of omstreeks de maand juni 2009 en/of 18 juni 2010, althans in of omstreeks de maand juni 2010 en/of 25 september 2010, althans in of omstreeks de maand september 2010 in de gemeente Eindhoven en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de inkomstenbelasting ten name van [Verdachte] over het/de aangiftetijdvak(ken): 2007 (D-002) en/of 2008 (D-003) en/of 2009 (D-004)

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken), in elk geval één of meer tijdvak(ken), -zakelijk weergegeven- (telkens) ten onrechte (een) verlies/verliezen uit beleggingen, te weten:

  • -

    in 2007 een bedrag van 74.045, althans een bedrag en/of

  • -

    in 2008 een bedrag van 281.113, althans een bedrag en/of

  • -

    in 2009 een bedrag van 39.640, althans een bedrag,

als resultaat uit overige werkzaamheden (arbeid) opgegeven, althans laten opgeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

1.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat nooit van enig opzettelijk handelen sprake is geweest, hij te allen tijde op juiste wijze aangifte heeft willen doen en hij op het moment dat hij de aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan ook van mening was dat deze op juiste wijze waren opgemaakt. Verdachte heeft uitgelegd waarom hij in de door hem opgemaakte aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2007, 2008 en 2009 zijn onder de naam [X] verrichte beleggingsactiviteiten en de daarmede in genoemde jaren geleden verliezen vanaf 2007 telkens in Box I als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden heeft aangeven, en niet, in plaats daarvan, de waarde van die beleggingen en de daarmee verband houdende leningen in Box III als belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, zoals hij voorafgaande aan het jaar 2007 pleegde te doen.

2.

Deze uitleg luidt als volgt. Verdachte had in 2006 reeds 25 jaar lang ervaring met beleggen. De omvang van die beleggingen en de intensiteit van de daarmee gemoeide werkzaamheden waren in die jaren evenwel beperkt. In 2006 heeft verdachte besloten zijn beleggingsactiviteiten sterk te intensiveren en ook de omvang van die beleggingen aanzienlijk te vergroten. Verdachte beoogde hiermee een aanvullende inkomensbron te creëren, die hem in staat moest stellen om uiteindelijk eerder met pensioen te kunnen gaan. Verdachte heeft daarvoor – naast zijn gewone Alex-rekeningen waarover hij op dat moment reeds beschikte en die hij overigens vanaf 2007 in Box III is blijven aangeven – eind 2006 een professionele slag gemaakt door het openen van een zogenoemde Alex Pro-rekening. Met behulp van deze rekening en de daaraan verbonden beleggingstools, kon hij – aldus verdachte – weliswaar niet de koers van beleggingen beïnvloeden, doch hij was daarmee wel in staat om dagelijks intensief koersbewegingen op de beurs te volgen, deze te analyseren en vervolgens snel en adequaat posities in te nemen dan wel af te bouwen, waardoor hij – aldus verdachte - zijn resultaten op een positieve manier kon beïnvloeden. Deze beleggingen in zowel derivaten, opties, turbo’s als splinters vonden voor het grootste deel plaats met door verdachte van de bank geleend geld.

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij met het oog op de continuïteit van zijn accountantskantoor in 2006 de mogelijkheid tot samenwerking binnen zijn bedrijf met een compagnon is gaan onderzoeken, hetgeen ertoe heeft geleid dat hij vanaf 1 januari 2007 een maatschap met [Y] is gestart. Dit stelde hem in de gelegenheid om zich, naast zijn accountantswerkzaamheden, tijdens werktijd ook bezig te houden met beleggingsactiviteiten via de Alex Pro-rekening. Met die beleggingsactiviteiten was volgens verdachte gemiddeld ongeveer 15 uur per week gemoeid.

Gelet op onder meer deze feiten en omstandigheden, alsmede op grond van de inhoud van een artikel van mr. [Z] in het blad Belastingbelangen dienaangaande, meende verdachte dat de inkomsten uit zijn beleggingsactiviteiten als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ dienden te worden aangemerkt en heeft verdachte de door hem in de jaren 2007 tot en met 2009 geleden verliezen ook als zodanig in de aangiften inkomstenbelasting vermeld.

3.

Onder een ‘werkzaamheid’ in de zin van de Wet IB 2001 wordt, voor zover in dit kader van belang, mede verstaan het rendabel maken van vermogen op een wijze die het normale, actieve vermogensbeheer ontstijgt.

4.

Gelet op de door verdachte gegeven uitleg over de activiteiten die hij binnen [X] heeft verricht, kon hij zich naar het oordeel van het Hof op het standpunt stellen dat hij, verdachte, zich daadwerkelijk in staat achtte zijn beleggingsresultaten op een positieve wijze te beïnvloeden door, aan de hand van dagelijkse en intensieve aandacht voor de koersbewegingen op de beurs en het analyseren van de voor hem beschikbare professionele informatie, beleggingsposities snel in te nemen dan wel af te bouwen. Aangezien de scheidslijn tussen een wijze van normaal, actief vermogensbeheer en een wijze die normaal, actief vermogensbeheer overstijgt, niet scherp is af te bakenen en de vaststelling van een en ander in een concrete situatie afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van dat geval, mocht belanghebbende zich naar het oordeel van het Hof vervolgens op het standpunt stellen dat de door verdachte terzake behaalde opbrengsten resultaat uit overige werkzaamheden vormden.

De enkele omstandigheid dat sprake was van negatieve opbrengsten doet daar niet aan af, aangezien resultaat uit overige werkzaamheden een algebraïsch begrip is. Dit brengt naar het oordeel van het Hof mee dat verdachte op het moment van indienen van de aangiften inkomstenbelasting redelijkerwijs mocht menen dat de wijze waarop hij deze aangiften op dit punt had gedaan, toelaatbaar was.

5.

Gelet op het vorenoverwogene is het hof van oordeel dat, mocht reeds komen vast te staan dat verdachte ten onrechte de door hem met zijn onder de naam [X] verrichte beleggingsactiviteiten geleden verliezen in de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 tot en met 2009 als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ heeft vermeld, verdachte niet kan worden verweten dat verdachte die aangiften opzettelijk onjuist zou hebben gedaan, ook niet in voorwaardelijke zin. Mitsdien moet verdachte van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

6.

Tot slot wijst het hof erop dat ingevolge het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, een ieder die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, gehouden is die aangifte te doen door de in de uitnodiging gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen. De wet verplicht niet dat indien over de kwalificatie van inkomsten, als gevolg van de wettelijke ruimte voor interpretatie en/of de omstandigheden van het geval, enige discussie mogelijk is hierover door de aangever voorafgaande dan wel tegelijk met het indienen van de aangifte met de fiscus in overleg wordt getreden ten einde strafrechtelijke vervolging op grond van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte te voorkomen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. P.A.G.M. Cools en mr. A.R. Hartmann, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.R. Veldt, griffier,

en op 26 augustus 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.R. Hartmann is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.