Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:2604

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-07-2014
Datum publicatie
01-08-2014
Zaaknummer
F 200.136.369_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bijdrage jongmeerderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 31 juli 2014

Zaaknummer: F 200.136.369/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/04/122128 / FA RK 13-399

in de zaak in hoger beroep van:

[de man],

wonende te

[woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. H.M.J. Offermans,

tegen

[de vrouw],

en

[kind 2]

beiden wonende te

[woonplaats],

verweerders,

hierna te noemen: de vrouw respectievelijk [kind 2],

advocaat: mr. M.J. Bisscheroux.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 31 juli 2013.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2013, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man een onderhoudsbijdrage aan de vrouw voor verzorging en opvoeding van de minderjarige [kind 2] voor de periode 29 maart 2013 tot 21 juni 2013 betaalt, af te wijzen en het verzoek van [kind 2] te bepalen dat de man met ingang van 21 juni 2013 voor levensonderhoud en studie aan de jongmeerderjarige [kind 2] dient te betalen af te wijzen, althans te bepalen dat de man met ingang van 21 juni 2013 voor levensonderhoud en studie aan de jongmeerderjarige een bedrag van € 143,03 per maand zal hebben te betalen, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, kosten rechtens.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 december 2013, hebben de vrouw en [kind 2] verzocht om het hoger beroep van de man ongegrond te verklaren, althans de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.

2.3.

[kind 2] heeft zich bij volmacht laten vertegenwoordigen door de vrouw.

2.4.

De mondelinge behandeling die was gepland op 24 juni 2014, heeft op verzoek van partijen niet plaatsgevonden.

2.4.1.

Het hof heeft [kind 2] ook in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken ter zake de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van zijn verzorging en opvoeding ten aanzien van de periode 29 maart 2013 tot 21 juni 2013.

Hij heeft hiervan gebruik gemaakt door het hof een brief te sturen, die ter griffie is ingekomen op 14 mei 2014.

2.5.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw en [kind 2] d.d. 31 maart 2014;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vrouw en [kind 2] d.d. 10 juni 2014;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 11 juni 2014;

  • -

    het V-formulier van de advocaat van de vrouw en [kind 2] d.d. 23 juni, met als bijlage een brief d.d. 23 juni 2014, welke brief door zowel de advocaat van de vrouw en [kind 2] als door de advocaat van de man is ondertekend.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn op 27 december 1989 met elkaar gehuwd.

Uit het huwelijk van partijen zijn geboren:

- [kind 1], op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

- [kind 2], op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats].

[kind 2] woont bij de vrouw.

3.2.

Bij beschikking van 18 juli 2007 heeft de rechtbank Roermond tussen partijen onder meer de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 18 oktober 2007 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Bij deze beschikking heeft de rechtbank voorts, voor zover thans van belang, iedere beslissing ten aanzien van de kinder- en partnerbijdrage aangehouden.

3.3.

Bij beschikking van 29 oktober 2008 heeft de rechtbank Roermond de door de vrouw verzochte kinder- en partnerbijdrage afgewezen wegens gebrek aan draagkracht aan de zijde van de man.

3.4.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, op 29 maart 2013, heeft de vrouw verzocht om ten laste van de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2] vast te stellen ad € 300,- per maand met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, kosten rechtens.

3.5.

De man heeft zich verweerd tegen het verzoek van de vrouw.

3.6.

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank, voor zover van belang, bepaald dat de man met ingang van 29 maart 2013 tot 21 juni 2013 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de toen nog minderjarige [kind 2] aan de vrouw zal hebben te betalen een bedrag van € 300,- per maand en dat de man met ingang van 21 juni 2013 voor levensonderhoud en studie aan de jongmeerderjarige [kind 2] zal hebben te betalen een bedrag van € 300,- per maand.

3.7.

De man kon zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.8.

Uit voormelde brief d.d. 23 juni 2014 blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 2], alsmede over de door de man aan [kind 2] te betalen bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud en studie.

Partijen hebben de navolgende afspraken gemaakt:

  • -

    de beslissing zal in stand blijven ten aanzien van de bijdrage in het levensonderhoud van [kind 2] als vermeld in de beschikking waarvan beroep c.q. als zodanig door de man dienen te worden nagekomen tot en met juni 2014;

  • -

    vanaf 1 juli 2014 tot en met juni 2016 zal de man een bijdrage in het levensonderhoud van [kind 2] gaan voldoen van € 250,- per maand, welke bijdrage jaarlijks per 1 januari zal worden geïndexeerd.

Voorts dient correcte voldoening van het overeengekomen bedrag maandelijks rechtstreeks en tijdig aan [kind 2] plaats te vinden.

3.9.

Partijen hebben het hof verzocht deze overeenstemming in een beschikking vast te leggen. Het hof zal aan dit verzoek op navolgende wijze gehoor geven.

3.10.

De beschikking waarvan beroep dient dus gedeeltelijk te worden vernietigd.

Proceskosten

3.11.

De proceskosten van dit hoger beroep worden gecompenseerd, gelet op de familierechtelijke aard van de procedure.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 31 juli 2013, voor zover het betreft de door de man met ingang van 1 juli 2014 aan [kind 2] te betalen bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud en studie,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de man als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [kind 2], geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats], aan deze zal voldoen een bedrag van € 250,- per maand, met ingang van 1 januari 2014 tot en met juni 2016, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling, en welke bijdrage jaarlijks per 1 januari zal worden geïndexeerd;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige;

compenseert de op dit hoger beroep gevallen proceskosten tussen partijen aldus, dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Laarhoven, C.D.M. Lamers en M.L.F.J. Schyns en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2014.