Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:26

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-01-2014
Datum publicatie
15-01-2014
Zaaknummer
HD 200.077.030-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

geen aansprakelijkheid gemeente voor schade veroorzaakt door omgewaaide boom

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.077.030/01

arrest van 14 januari 2014

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. P.G.C.P. Smits te 's-Hertogenbosch,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon de GEMEENTE HORST AAN DE MAAS,

gevestigd te Horst,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.G. Cabboort te Middelburg,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 28 december 2010, 10 juli 2012 en 29 januari 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 98369/HAZA 10-18 gewezen vonnis van 4 augustus 2010.

14 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 29 januari 2013;

- het deskundigenbericht van 11 juni 2013, ingekomen op 13 juni 2013;

  • -

    de memorie na deskundigenbericht van [appellant] van 27 augustus 2013 met vier producties (At/mD);

  • -

    de antwoordmemorie na deskundigenbericht van de Gemeente van 24 september 2013.

Partijen hebben arrest gevraagd.

15 De verdere beoordeling

15.1

Bij tussenarrest van 10 juli 2012 heeft het hof in r.o. 8.5.7. overwogen dat het hof behoefte heeft aan voorlichting door een deskundige ter beantwoording van de vraag of en hoeverre de in het najaar van 2006 door de Gemeente (opnieuw) geconstateerde holle stam van en de stambeschadiging aan de boom objectief bezien en naar ervaringsregels sterkere aanwijzingen voor de aanwezigheid van wortelrot vormden dan bij afwezigheid van genoemde twee eigenschappen.

15.2.

Bij tussenarrest van 29 januari 2013 heeft het hof Ir. J. Kopinga, verbonden aan de Universiteit van Wageningen tot deskundige benoemd.

Aan de deskundige is de volgende vraagstelling voorgelegd:

Bij de beantwoording van de volgende vragen dient u uit te gaan van de volgende feiten:

Op 18 januari 2007 is bij een harde WZW wind (kracht 7 Beaufort) met windstoten tot ongeveer kracht 9 Bft een aan de WZW zijde van de [pand] te [woonplaats] staande linde (Tilia) afgebroken. De linde was door de gemeente (destijds) Sevenum in 2004 op de VTA-lijst geplaatst omdat zij een holle stam en een stambeschadiging had. Vanaf 2004 is de linde jaarlijks, voor het laatst in het najaar van 2006, aan een visuele inspectie door de Gemeente onderworpen. Nadat de linde op 18 januari 2007 was afgebroken, bleek zij wortelrot te hebben.

1. Wat is wortelrot bij een linde (Tilia);

2. Hoe ontstaat wortelrot, ofwel welke zijn de meest voorkomende oorzaken van het ontstaan van wortelrot?

3. Hoe kan wortelrot zich openbaren?

4. Hoe verloopt het proces van wortelrot vanaf het moment van ontstaan?

5. Kan de omstandigheid dat een linde - als de onderhavige linde in de [pand] te [woonplaats] die in januari 2007 is afgebroken en die, afgezien van een stambeschadiging en een holle stam, geen andere afwijkende signalen vertoonde - hol is en/of een stambeschadiging heeft voor een redelijk ervaren en deskundige gemeentelijke bomencontroleur objectief bezien en naar ervaringsregels een aanwijzing vormen dat die linde behept is met wortelrot?

6. Indien u vraag 5 bevestigend beantwoordt, hoe sterk is die aanwijzing in vergelijking tot de situatie dat een linde als de onderhavige geen holle stam of stambeschadiging heeft? Wilt u het antwoord op deze vraag uitvoerig toelichten?

7a. Wat zou u de Gemeente (eventueel) adviseren in verband met onderzoeks- en controlewerkzaamheden en (extra) maatregelen wanneer zij geconfronteerd wordt met een linde als de onderhavige met holle stam en/of stambeschadiging?

7b. Hoe beoordeelt u, in het kader van uw bevindingen, de door de Gemeente gehanteerde werkwijze bij de controle van de onderhavige linde (het aankloppen van de boom met een hamer en het gebruik van een boorkop)?

8. Welke opmerkingen zijn verder van belang in verband met de beoordeling van het geschil?

15.3.

De deskundige, Ir. J. Kopinga, heeft het concept van de beantwoording van de vragen op 29 april 2013 per email naar de raadslieden van beide partijen gestuurd met verzoek om opmerkingen te ontvangen. De bij brief van 17 mei 2013 van de Gemeente respectievelijk de bij brief van 10 juni 2013 van [appellant] ontvangen opmerkingen zijn aan het definitieve deskundigen rapport gehecht.

15.4.

Het antwoord van de deskundige op de aan hem voorgelegde, onder 15.2. geciteerde vragen is als volgt:

antwoord op de vragen 1 tot en met 4:

In het vakgebied van boomverzorging is wortelrot, ongeacht de boomsoort, een gangbare term om aan te geven dat een of meerdere wortels van een boom is/zijn aangetast door houtparasitaire schimmels. Wortelrot ontstaat nadat het hout van de wortel na infectie door een of meer parasitaire schimmels is gekoloniseerd. Infectie met schimmel(s) kan plaatsvinden door schimmelsporen die via verwondingen waarbij het hout is komen bloot te liggen binnendringen, maar ook door schimmelweefsel van in de bodem voorkomende houtparasitaire organismen dat via afgestorven wortels de boom binnendringt en het gezonde hout aantast.

De meest voorkomende oorzaken/voorwaarden voor infectie zijn: 1. mechanische schade c.q. verwonding aan de stamvoet of schade aan de wortels bij graafwerkzaamheden en/of

2. het afsterven van wortels door een verslechterde bodemluchthuishouding (bijvoorbeeld door het aanleggen van een bestrating op de doorwortelde bodemzone of een verhoging van de grondwaterstand). (…)

De wijze en het tijdstip waarop wortelrot zich openbaart is sterk afhankelijk van de ernst en omvang van de aantasting alsmede de wijze waarop de boom een aantasting ‘voor kan blijven’ bijvoorbeeld door de vorming van nieuwe wortels en/of de vorming van afgrendelzones in het nog levende hout. Daarnaast is het afhankelijk van de agressiviteit van de soort houtparasitaire schimmel(s).

Een ernstige c.q. vergevorderde aantasting openbaart zich doorgaans in het instabiel worden van de aangetaste boom en een teruggang van de conditie van de boom in de vorm van onder andere een verminderde bladbezetting. Dit hoeft echter niet altijd samen te gaan. Soms kunnen door wortelrot aangetaste bomen al zeer instabiel zijn alvorens de conditie opvallend is verminderd. (…). Ook kan de aanwezigheid van wortelrot zich openbaren door de vorming van vruchtlichamen op of nabij de stamvoet. Maar ook dit hoeft niet altijd het geval te zijn Het hout van de wortels kan al sterk zijn aangetast alvorens er vruchtlichamen verschijnen.”

Bij het proces van wortelrot zal in het algemeen sprake zijn van voortschrijdende kolonisatie van het nog gezonde hout door uiteindelijk meerdere houtparasitaire schimmelsoorten die het hout afbreken waardoor het zijn stevigheid verliest. “De periode tussen de eerste infectie(s) en het uiteindelijk bezwijken van een aanvankelijk gezonde boom beslaat meerdere jaren.”

antwoord op vraag 5:

Enkel een holle stam en/of een stambeschadiging zijn onvoldoende aanwijzingen voor de aanwezigheid van wortelrot. Daarvoor moeten op zijn minst ook andere aspecten in ogenschouw worden genomen zoals de conditie van de boom (o.a. bladzetting) en eventuele aanwezigheid van vruchtlichamen van houtparasitaire schimmels.”

Ondanks dat vraag 5 niet bevestigend is beantwoord heeft de deskundige bij vraag 6 opgemerkt dat bovengrondse beschadiging geen onderscheidend criterium vormt voor wortelrot.

antwoord op vraag 7a:

“Bij een VTA inspectie zal een dergelijke boom worden aangemerkt als ‘attentieboom’, wat betekent dat bij iedere controle nadien de boom extra aandacht krijgt voor wat betreft het verloop van de ontwikkeling van de in eerste instantie waargenomen gebreken (in dit geval het herstel van de vastgestelde bovengrondse beschadigingen). Wanneer die ontwikkeling naar verwachting verloopt kan de boom op gegeven moment weer worden beschouwd als normale controleboom. Wanneer die ontwikkeling in de loop der tijd niet naar verwachting verloopt en/of ‘verdachte’ signalen gaat afgeven is nader onderzoek noodzakelijk.

antwoord op vraag 7b:

“Mijns inziens kan bij een routinematige VTA inspectie van zowel normale controlebomen als ‘attentiebomen’ worden volstaan met een klophamer en prikstok. Aanboren van het hout geeft de beoordelaar weliswaar betere informatie dan gebruik van een prikstok, maar gezien het destructieve karakter ervan zou ik het routinematig gebruik niet willen aanbevelen. De afweging on deze hulpmiddelen (zowel hamer en prikstok als boorknop) wel of niet te hoeven gebruiken ligt bij de beoordelaar. De simpele maar toch belangrijkste insteek van een VTA inspectie blijft dat een boom wordt beoordeeld op uiterlijke kenmerken door iemand die weet hoe een boom er normaal uitziet en zich ontwikkelt en die daardoor oog heeft voor afwijkingen van het normaalbeeld en op basis daarvan aanbevelingen kan geven voor het verdere beheer van de boom.

Op vraag 8 is geantwoord dat ter zake doende opmerkingen reeds zijn gemaakt bij de beantwoording van de vragen

15.5.

De deskundige heeft tevens een aantal aanvullende vragen die [appellant] bij de onder 15.3. genoemde brief van 10 juni 2013 heeft gesteld, beantwoord. Bij antwoordmemorie na deskundigenbericht heeft de Gemeente bezwaar gemaakt tegen de beantwoording van deze vragen. De Gemeente stelt dat de deskundige op grond van de leidraad deskundigen in civiele zaken geen acht op deze vragen had mogen slaan, omdat in de stukken van [appellant] waarin deze vragen waren gesteld niet was opgenomen dat een afschrift daarvan aan de Gemeente was gezonden en de gemeente ook overigens niet tijdig van de brief van [appellant] kennis heeft kunnen nemen.

15.6.

[appellant] heeft de beantwoording door de deskundige van de door het hof gestelde vragen op zichzelf niet gemotiveerd betwist, maar hij heeft gesteld dat de deskundige, door het ontbreken van vastlegging door de Gemeente van gegevens, aspecten van de op de Gemeente rustende zorgplicht niet heeft kunnen beoordelen.

16.1

Uit de onder 15.4. weergegeven beantwoording van de vragen door de deskundige volgt dat de holle stam en/of stambeschadiging bij de onderhavige linde onvoldoende aanwijzing waren/was voor het bestaan van wortelrot. Wel dient, zo blijkt uit de beantwoording van vraag 7a, een linde als de onderhavige bij VTA inspectie als attentieboom te worden aangemerkt en bij controle extra aandacht te krijgen. De deskundige heeft voor het stadium dat de boom slechts een holle stam en stambeschadiging vertoont geen andere inspectie dan (routinematige) VTA inspectie geadviseerd. Voorts stelt de deskundige dat bij een routinematige VTA inspectie van een linde als de onderhavige kan worden volstaan met de klophamer en de prikstok. Het gebruik van een boorknop wordt, gezien het destructieve karakter ervan weliswaar niet aanbevolen, maar geeft volgens de deskundige wel betere informatie dan het gebruik van de prikstok. De afweging welk hulpmiddel (hamer, prikstok, boorknop) dient te worden gebruikt ligt evenwel bij de beoordelaar, terwijl, zo merkt de deskundige op, de belangrijkste insteek bij VTA inspectie blijft dat de boom wordt beoordeeld op uiterlijke kenmerken door iemand die weet hoe een boom er normaal uitziet en zich ontwikkelt. Eerst wanneer de ontwikkeling niet normaal verloopt dan wel de boom verdachte signalen gaat afgeven, is nader onderzoek noodzakelijk. Verdachte signalen kunnen onder andere bestaan uit verminderde bladzetting en de aanwezigheid van vruchtlichamen van houtparasitaire schimmels

16.2.

Het hof volgt de zienswijze van de deskundige, nu deze is gebaseerd is op diens bijzondere kennis en ervaring en deze het hof overtuigend voorkomt.

Het voorgaande brengt mee dat niet is komen vast te staan dat - zoals [appellant] aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd en ten aanzien van welke stelling [appellant], anders dan hij in zijn memorie na deskundigenbericht heeft aangevoerd, de bewijslast draagt - de Gemeente niet aan haar zorgplicht heeft voldaan omdat zij deugdelijke controle en daarop noodzakelijke actie heeft nagelaten. Conform de in het deskundigenrapport geadviseerde werkwijze heeft de Gemeente de boom omdat deze een holle stam en stambeschadiging had, in 2004 op de VTA lijst geplaatst en als attentieboom aangemerkt. Vaststaat dat de boom in het najaar van 2006 (zie r.o. 8.1.6 van het tussenarrest van 10 juli 2012) voor het laatst door de groenman van de gemeente, de heer [groenman van de gemeente], met 40 jaar ervaring in het vak van boomcontrole is gecontroleerd, waarbij gebruik is gemaakt van de klophamer en de boorknop. Het hof passeert de niet onderbouwde stelling van [appellant] dat de Gemeente niet heeft geboord. Volgens de Gemeente heeft noch de controle met de klophamer noch het boorresultaat aanwijzingen voor gevaarzetting opgeleverd. Feiten en omstandigheden waaruit anders blijkt zijn gesteld noch gebleken. Van andere signalen, zoals verminderde bladgroei en vruchtlichamen die aanleiding hadden moeten geven tot nader onderzoek door de Gemeente is, zoals het hof reeds in zijn tussenarrest van 10 juli 2012 heeft overwogen, niet is gebleken. De locatie van de boom, genoemd onder 8.1.1. van het tussenarrest van 10 juli 2012, maakt het voorgaande niet anders. Ook niet indien, naar [appellant] bij memorie na deskundigenbericht heeft betoogd, het bijgebouw van de boerderij van [appellant], op welk bijgebouw de boom is gevallen, een gemeentelijk monument betreft.

16.3.

Aan het voorgaande doet niet af, voor zover daar vanuit zou moeten worden gegaan, dat de Gemeente, naar [appellant] stelt, de VTA lijst eerst in maart 2007 na de stambreuk, zou hebben opgemaakt, noch doet aan het voorgaande af dat, naar [appellant] stelt, geen overzicht is gegeven van systematische controle door de Gemeente van de boom en de bevindingen daaruit, als gevolg waarvan volgens [appellant] niet kan worden beoordeeld of de Gemeente de ontwikkeling van de boom heeft bijgehouden. Immers vaststaat dat de boom in het najaar van 2006 is gecontroleerd en toen geen signalen voor gevaarzetting zijn gevonden.

Evenmin doet aan het voorgaande af dat van de zijde van de Gemeente een beroep wordt gedaan op werkervaring van de boomcontroleur, de heer [groenman van de gemeente], en niet op door hem behaalde diploma’s of certificaten, reeds omdat niet is gebleken van een door de boomcontroleur gemaakte fout.

Ook het betoog van [appellant] dat de gemeente niet aan haar zorgplicht heeft voldaan, omdat zij het boorresultaat niet heeft vastgelegd en daarmee oncontroleerbaar heeft gemaakt of het boorresultaat aanwijzingen voor wortelrot opleverde gaat niet op. Immers naar de, onweersproken, zienswijze van de deskundige is het doel van boren primair het bepalen van de restwanddikte van de boom (zie 6e pagina van het deskundigenrapport).

Aan al het voorgaande doet evenmin af het betoog van [appellant], dat de boom hoger en breder was dan waar de Gemeente vanuit ging, reeds omdat uit niets blijkt dat deze omstandigheid, voor zover daar vanuit zou moeten worden gegaan, tot andere bevindingen van de deskundige zou hebben geleid.

16.4.

Het hof verwerpt het bezwaar van de Gemeente tegen de beantwoording door de deskundige van de door [appellant] bij brief van 10 juni 2013 gestelde aanvullende vragen. De Gemeente heeft bij antwoordmemorie na deskundigenbericht voldoende op de beantwoording van deze vragen door de deskundige kunnen reageren, terwijl de beantwoording van deze vragen door de deskundige niet heeft geleid tot een ander oordeel van het hof.

16.5.

Het voorgaande betekent dat het omvallen van de boom op 18 januari 2007 niet aan enig onrechtmatig handelen of onrechtmatig nalaten van de Gemeente kan worden toegerekend.

16.6.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep bekrachtigen. [appellant] zal als de ook in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten van het deskundigenrapport ad € 1.548,80 komen ten laste van [appellant].

17 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van de Gemeente tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 640,-- aan verschotten en op € 2.682,-- aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 131,-- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,-- indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de door [appellant] reeds bij wijze van voorschot betaalde kosten van de deskundige ad € 1.548,80 voor zijn rekening blijven

Dit arrest is gewezen door mrs. P.Th. Gründemann, H.A.G. Fikkers en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 januari 2014.