Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:244

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
20-000775-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Begrip 'ontgassen'.

Aan de verdachte werd in de kern verweten dat hij een motortankschip te Moerdijk heeft laten liggen, terwijl zich op dat schip gevaarlijke stoffen, te weten Adiponitril, of resten daarvan bevonden. Een meting zou hebben uitgewezen dat de tanks waarin deze gevaarlijke stoffen waren vervoerd, nadat deze waren geleegd niet zijn ontgast, terwijl dit wel is voorgeschreven in de regelgeving.

Het hof overweegt dat het aannemelijk is dat de tanks reeds waren ontgast toen de controle plaatsvond. Dat de resultaten van de meting tot de conclusie zouden moeten leiden dat niet of niet goed is ontgast, is het hof niet gebleken. Het hof overweegt nog dat in de tanks weliswaar nog een aantal parts per million zijn gemeten, maar dat niet is gebleken welke stof daarbij is gemeten. Het ten laste gelegde kan dan ook niet worden bewezen. Vrijspraak.

Wetsverwijzingen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen 5
Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN), Genève, 26-05-2000
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000775-13

Uitspraak : 7 februari 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Breda, van 18 februari 2013 in de strafzaak met parketnummer 82-129511-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte veroordeeld ter zake van - kort gezegd – overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, opzettelijk gepleegd, maar is aan hem, met toepassing van het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, geen straf of maatregel opgelegd.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de economische politierechter zal bevestigen. De advocaat-generaal heeft subsidiair gevorderd dat het hof een tussenarrest zal wijzen, waarin het onderzoek wordt heropend en waarbij het hof zal bepalen dat [verbalisant]als getuige/deskundige dient te worden gehoord.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 januari 2012 te Moerdijk, al dan niet opzettelijk, handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen heeft verricht ten aanzien van gevaarlijke stoffen en/of met vervoermiddelen, die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b van genoemde wet, anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels, immers heeft hij toen en aldaar het motortankschip [naam] laten liggen, waarin zich gevaarlijke stoffen, te weten Adiponitril UN nummer 2205 of resten daarvan bevonden, terwijl de bij of krachtens het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen gestelde regels niet in acht waren genomen, immers waren lege of niet gevulde ladingtanks die tevoren gevaarlijke stoffen hadden bevat van de klassen 2 of 3 met Classificatiecode waarin de letter 'T' voorkomt in kolom 3b, Tabel C, van hoofdstuk 3.2 of van klasse 8 verpakkingsgroep I niet ontgast door bevoegde personen overeenkomstig subsectie 8.2.1.2, dan wel door ondernemingen die door de bevoegde autoriteit voor dat doel waren erkend.

Vrijspraak

1.

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt als volgt.

2.

Aan de verdachte wordt in de kern verweten dat hij het motortankschip [naam] te Moerdijk heeft laten liggen, terwijl zich op dat schip gevaarlijke stoffen, te weten Adiponitril, of resten daarvan bevonden, terwijl de bij of krachtens het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen gestelde regels niet in acht waren genomen. Immers de tanks waarin deze gevaarlijke stoffen waren vervoerd, zouden nadat deze waren geleegd niet zijn ontgast door bevoegde personen dan wel door ondernemingen die door de bevoegde autoriteiten voor dat doel waren erkend.

3.

Op grond van de bepalingen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, in combinatie met de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren uit het Accord Européen relatif au Transport International des Merchandises Dangereuses par voie de Navigation (hierna: ADN) moeten lege of niet gevulde ladingtanks die tevoren gevaarlijke stoffen hebben bevat, worden ontgast voordat er een nieuwe, niet-compatibele lading kan worden ingeladen in de tanks. Indien het daarbij gaat om gevaarlijke stoffen van een in het ADN nader genoemde klasse, mogen de tanks enkel worden ontgast door bevoegde personen of erkende ondernemingen en slechts op door de bevoegde autoriteiten toegelaten locaties. Ontgassen in de buitenlucht is dan niet toegestaan, behoudens in uitzonderingsgevallen als genoemd in randnummer 7.2.3.7.3 van het ADN. Daarbij zijn strikte voorwaarden gesteld die moeten worden nageleefd.

4.

Uit de voorhanden zijnde stukken is het hof het volgende gebleken.

Op 30 januari 2012 was [verbalisant]belast met een surveillancevaart, toen hij op de rivier het Hollandsch Diep een olieachtige geur rook. [verbalisant]zag aan de linkeroever van het Hollandsch Diep, ter hoogte van boei [nummer], het motortankschip [naam] voor anker liggen. Hij hoorde van dit motortankschip een blazend geluid afkomen. Eenmaal aan boord rook hij een olieachtige geur en hoorde hij dat de mechanische ventilatie inrichting ingeschakeld was. Daarbij werd buitenlucht door de scheepsleidingen naar de ladingtanks geblazen. Hiervan was sprake bij vier ladingtanks, aldus [verbalisant].

[verbalisant]heeft vervolgens met de schipper, verdachte, gesproken. Daarbij heeft hij verdachte gevraagd of deze een tankmeting wilde verrichten, om na te gaan of er nog giftige gassen en/of dampen in de ladingtanks aanwezig waren. Uit bijlage 5 bij het proces-verbaal volgt dat het resultaat van deze meting, uitgevoerd door verdachte, was dat in één tank 21 parts per million (hierna: PPM) aanwezig waren, terwijl in de andere drie tanks 2 PPM werden gemeten. Het motorvrachtschip had volgens verdachte in de tanks eerder de gevaarlijke stof Adiponitril vervoerd. Het hof begrijpt het proces-verbaal aldus dat vervolgens bij [verbalisant]het vermoeden is gerezen dat verdachte de tanks van zijn motorvrachtschip in de buitenlucht aan het ontgassen was, terwijl Adiponitril een gevaarlijke stof is waarbij als hoofdregel geldt dat ontgassing slechts mag worden uitgevoerd op toegelaten locaties en enkel mag worden verricht door bevoegde personen of erkende ondernemingen.

5.

Verdachte heeft op 30 januari 2012, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij, nadat de tanks waren geleegd, naar Afvalstoffen Terminal Moerdijk (hierna te noemen: ATM), gemeente Moerdijk, is gegaan en aldaar de vier ladingtanks heeft laten wassen conform de voorgeschreven procedure bij Adiponitril. Vervolgens is hij weggevaren bij ATM, waarbij hij zich heeft afgemeld bij de havenmeester, met de mededeling dat hij zijn tanks droog zou gaan blazen benedenstrooms de Moerdijkbrug. Dat heeft hij vervolgens ook gedaan. Verdachte was niet aan het ontgassen, maar aan het ventileren en droogblazen toen [verbalisant]zijn controle uitvoerde.

Als bijlage 7 bij het proces-verbaal zijn documenten gevoegd waaruit volgt dat verdachte met zijn schip op 30 januari 2012 bij ATM is geweest.

6.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de economische politierechter drie getuigen(-deskundigen) gehoord, onder wie [getuige], manager scheepvaart bij Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. [getuige] heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:

Het motortankschip [naam]heeft zich op 30 januari 2012 gemeld bij ATM om vier tanks, eerder geladen met Adiponitril, te laten reinigen. Tanks van schepen als het onderhavige worden met warm water onder hoge druk met zogenaamde butterwashmachines gereinigd. Vrijkomende schadelijke en/of stinkende dampen worden afgezogen en via het dampvernietigingssysteem afgevoerd en verbrand. Ook dit schip is aangesloten op de butterwashmachines. Per tank is de wassing in drie kwartier gedaan. Er wordt eerst kort met koud water voorgespoeld. Vervolgens wordt een reinigingsmiddel geïnjecteerd waarna warm water wordt toegevoegd. Ik weet dat er op de tanks 37 m³ [water] is gebruikt. (...) Het water wordt vervolgens weggepompt. Na het wassen staan de tanks op afzuiging bij de dampvernietigingsinstallatie. Eventueel na de wassing achtergebleven dampen worden op die manier afgezogen. Er wordt na de wassing geen lucht uit de tanks geblazen. Als de tanks gespoeld zijn, worden deze drooggeventileerd door uitblazing om condensvorming in de tanks te voorkomen. De tanks zijn dan niet helemaal droog. Vervolgens worden de tanks geventileerd in de buitenlucht. (...) Als een schip vertrekt bij ATM is er geen reden meer om de tanks nog te ontgassen. (...) Wat resteert in de tanks zijn vochtdampen. (...) Na reiniging moet je eigenlijk altijd drogen. (...) ATM is officieel als plaats aangewezen om te ontgassen op de dampvernietigingsinstallatie. Na de reiniging wordt er in de open lucht geventileerd teneinde de tanks te drogen.

7.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een uitgebreide verklaring afgelegd. Hij heeft daarbij onder meer herhaald dat hij de tanks van het motorvrachtschip waarvan hij schipper was, bij ATM heeft laten wassen, teneinde achtergebleven resten Adiponitril te verwijderen. Vervolgens heeft hij de tanks in de buitenlucht laten drogen en heeft hij geventileerd. Van ontgassen was echter geen sprake.

8.

Op grond van hetgeen het hof hiervoor onder 5, 6 en 7 heeft overwogen, is het aannemelijk dat de tanks van het motorvrachtschip [naam] reeds bij ATM waren ontgast, toen [verbalisant]zijn controle uitvoerde. Dat de resultaten van de meting tot de conclusie zouden moeten leiden dat niet of niet goed is ontgast, is het hof niet gebleken.

Gelet hierop is niet voldaan aan de bestanddelen van het ten laste gelegde feit, hetgeen tot vrijspraak dient te leiden.

9.

De advocaat-generaal heeft het hof subsidiair verzocht om een tussenarrest te wijzen, het onderzoek te heropenen en te bepalen dat [verbalisant]als getuige(-deskundige) dient te worden gehoord. Het hof overweegt het volgende.

In de tenlastelegging is opgenomen dat in het motorvrachtschip gevaarlijke stoffen, te weten Adiponitril, of resten daarvan aanwezig waren.

Als bijlage 5 bij het proces-verbaal is opgenomen het meetresultaat van het onderzoek naar de vier ladingtanks van het motorvrachtschip. Daarbij zijn in drie tanks 2 PPM aangetroffen en is in één tank een meetresultaat van 21 PPM vastgesteld. Noch uit de bijlage, noch uit het proces-verbaal kan worden afgeleid welke stof hierbij is gemeten. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voorts gebleken dat het gebruikte meetapparaat slechts de concentratie van een stof meet zonder dat daarbij wordt gedetecteerd c.q. aangegeven om welke stof het gaat. Derhalve is geenszins voldoende komen vast te staan dat de in de tanks gemeten deeltjes Adiponitril of resten daarvan waren.

Gelet op het vorenstaande wijst het hof het verzoek af, nu de noodzaak hiervan niet is gebleken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans, voorzitter,

mr. F.P.E. Wiemans en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.J.F. Heirman, griffier,

en op 7 februari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.P.M.F. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.